Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BX3005

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
24-04-2012
Datum publicatie
30-07-2012
Zaaknummer
324834 - CV EXPL 11-5861
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Gemachtigde voert deels een feitelijk onbegrijpelijk verweer en deels een verweer tegen een niet ingestelde vordering. Volgt toewijzing van de vordering en kostenveroordeling. Kantonrechter overweegt dat het de gemachtigde van gedaagde zou sieren om het salaris gemachtigde voor zijn rekening te nemen, omdat hij voor zijn cliente een verweer heeft gevoerd dat niet beantwoordt aan wat van een redelijk handelend en redelijk vakbekwaam advocaat onder de gegeven omstandigheden mag worden verwacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/279

Uitspraak

RECHTBANK Assen

Sector kanton

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 324834 \ CV EXPL 11-5861

vonnis van de kantonrechter van 24 april 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap Nationale-Nederlanden Financiële Diensten B.V.,

die woonplaats kiest in Hilversum,

eiseres,

gemachtigde: Vesting Finance,

tegen

[Gedaagde],

die woont in [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde: mr. M.T. van Daatselaar.

Partijen worden hierna Nationale Nederlanden en [gedaagde] genoemd.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis in het incident van 13 december 2011;

- de conclusie van antwoord van 10 januari 2012;

- de conclusie van repliek van 7 februari 2012;

- de conclusie van dupliek van 3 april 2012.

Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag het vonnis wordt uitgesproken.

De vaststaande feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

Nationale Nederlanden heeft met [gedaagde] en haar toenmalige echtgenoot een kredietovereenkomst afgesloten. Partijen hebben de kredietovereenkomst neergelegd in de daarvan door hen op 21 juni 2004 opgemaakte akte.

In deze akte wordt Nationale Nederlanden aangeduid als "de financier" en [gedaagde] en haar toenmalige echtgenoot als "de cliënt".

De akte luidt, voor zover van belang:

Financier verleent hierbij aan cliënt een krediet in rekening-courant tot een bedrag van maximaal € 10.000,00 (zegge: Tienduizend euro), hierna te noemen "kredietlimiet".

Cliënt betaalt over bedragen die verschuldigd zijn uit hoofde van deze overeenkomst een variabele kredietvergoeding. Deze kredietvergoeding bedraagt thans 0,793 procent per maand, hetgeen overeenkomt met een effectieve rente op jaarbasis van 9,9 procent.

Cliënt betaalt de opgenomen gelden en verschuldigde kredietvergoeding aan financier terug in gelijke maandelijkse termijnen, voor het eerst op 01-08-2004, bedragende 2 procent van het gedurende de looptijd hoogst uitstaande saldo.

[gedaagde] blijft ondanks herhaald verzoek en sommatie in gebreke met de betaling van meer dan twee maandtermijnen.

De vordering en het verweer

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten vordert Nationale Nederlanden veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.110,17 vermeerderd met een contractuele vertragingsvergoeding en veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

Het verweer van [gedaagde] strekt tot niet-ontvankelijkheid van Nationale Nederlanden, althans afwijzing van haar vordering en veroordeling van Nationale Nederlanden in de kosten van deze procedure. Daartoe stelt [gedaagde], samengevat weergegeven, dat geen althans geen afdoende bewijsstukken van het bestaan van een overeenkomst bij inleidende dagvaarding zijn overgelegd, zodat de vordering moet worden afgewezen. Volgens [gedaagde] moet in ieder geval de vordering voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten onverkort worden afgewezen. Volgens [gedaagde] zijn geen werkzaamheden verricht die aanleiding geven een vergoeding daarvoor toe te kennen.

De beoordeling

Aan de inleidende dagvaarding is onder meer gehecht de kredietovereenkomst waarop Nationale Nederlanden haar vordering grondt. Reeds om die reden is het verweer van [gedaagde] dat geen of althans geen afdoende bewijsstukken van het bestaan van een overeenkomst bij inleidende dagvaarding zijn overgelegd, feitelijk onbegrijpelijk.

In haar conclusie van antwoord stelt [gedaagde] dat de buitengerechtelijke incassokosten moeten worden afgewezen. Dit verweer geeft blijk van een ontoereikende lezing van de dagvaarding. Nationale Nederlanden vordert geen vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering van Nationale Nederlanden niet deugdelijk is betwist. De kantonrechter zal de vordering om die reden toewijzen.

De kantonrechter zal [gedaagde] als de in het ongelijk te stellen partij veroordelen in de op de gebruikelijke wijze te begroten kosten van deze procedure. De kantonrechter overweegt dat het de gemachtigde van [gedaagde] zou sieren als hij deze kosten voor wat betreft het salaris gemachtigde voor zijn rekening neemt, omdat hij voor zijn cliënte een verweer heeft gevoerd dat niet beantwoordt aan wat van een redelijk handelend en redelijk vakbekwaam advocaat onder de gegeven omstandigheden mag worden verwacht.

De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan Nationale Nederlanden te betalen € 2.110,17 te vermeerderen met de contractuele vertragingsrente van 0,793 procent per maand over € 2.108,32 vanaf de dag van de dagvaarding (19 augustus 2011) tot aan de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van Nationale Nederlanden begroot op € 83,31 aan dagvaardingskosten, € 426,00 aan vast recht en € 300,00 aan salaris gemachtigde,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. B.R. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2012.

typ/conc: 216/BRT

coll: