Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BX0173

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
03-07-2012
Datum publicatie
03-07-2012
Zaaknummer
19.810015-12 en 19.810200-08 (herroeping VI)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Strafmotivering

Verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan een reeks vermogensdelicten, waaronder woninginbraken, diefstallen, insluipingen en pogingen daartoe. Allemaal zeer ergerlijke feiten, die naast (materiële) schade veel hinder veroorzaken voor de gedupeerden en meer in het algemeen gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken. In aantal gevallen betrof het een inbraak in of een diefstal uit een woning terwijl de bewoner thuis was. Verdachte heeft daarmee een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van bewoners. Niet alleen getuigt de wijze waarop de delicten zijn gepleegd van een verregaande mate van brutaliteit, maar ook van een leefwijze die respectloosheid ten aanzien van andermans bezit uitstraalt.

De rechtbank overweegt dat het een positief punt is dat verdachte op de zitting schoon schip heeft gemaakt, dat hij spijt heeft betuigd en dat hij heeft aangegeven dat hij bereid is de schade van de benadeelde partijen te vergoeden.

De officier van justitie heeft, onder verwijzing naar het reclasseringsadvies, gevorderd dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 720 dagen, waarvan 539 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 3 jaren, en onder de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, hetgeen mede inhoudt dat verdachte zich (op 6 juli 2012) laat opnemen en behandelen in [een instelling voor verslavingszorg]. De officier van justitie heeft zijn eis aldus gemotiveerd dat uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat er sinds 2005 -ondanks zijn destijds jeugdige leeftijd- niet is geïnvesteerd in verdachte, dat er vooral onvoorwaardelijke gevangenisstraffen zijn opgelegd en dat pas ten tijde van de voorwaardelijke invrijheidstelling van zijn laatste detentie, reclasseringstoezicht is gaan lopen. De officier van justitie merkt voorts op dat verdachte zich wel aan de hem in dat kader opgelegde bijzondere voorwaarden heeft gehouden. De officier van justitie is bereid verdachte de kans die hij in de afgelopen jaren had moeten krijgen, nu te geven. De raadsman van verdachte heeft zich hierbij aangesloten.

De rechtbank overweegt dat de bewezenverklaarde feiten op zich de oplegging van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. Alles afwegend, is de rechtbank echter, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde, grotendeels voorwaardelijke, gevangenisstraf passend en geboden is. De rechtbank zal deze strafeis overnemen, inclusief het reclasseringstoezicht zoals verwoord in het reclasseringsadvies.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 45, 36f, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de artikelen 7, 176 en 178 van de Wegenverkeerswet 1994.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.810015-12 en 19.810200-08 (herroeping VI)

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 3 juli 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

detentieadres [adres P.I.].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 13 april 2012 en 19 juni 2012.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. M.G. Doornbos, advocaat te Assen.

De tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 26 december 2011 te Assen tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening

in/uit een woning aan/nabij de [adres] heeft weggenomen een laptop, een

gsm, een of meer spelcomputer(s), een i-pad, een of meer portemonnee(s),

autosleutels, handschoenen en/of papieren, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [aangever H] en/of diens vrouw, in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming en/of (vervolgens)

vanaf de/een oprit van/bij die woning heeft weggenomen een auto (Renault

Clio), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende de vrouw van

die [aangever H], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die weg te nemen auto

onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op of omstreeks 27 december 2011 te Yde, gemeente Tynaarlo, in elk geval

in Nederland, een auto (Renault Clio) heeft verworven, voorhanden heeft gehad

en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van die auto wist dat het een door misdrijf verkregen goed

betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 26 december 2011 te Ter Aard, gemeente Assen, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een woning aan/nabij de [adres] weg te nemen enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [aangever V], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte, (het achterhuis van) die woning (meermalen) is

binnengegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op of omstreeks 26 december 2011 te Ter Aard, gemeente Assen,

wederrechtelijk is binnengedrongen in een woning gelegen aan/nabij de

[adres] en in gebruik bij [aangever V], althans bij een ander of

anderen dan bij verdachte;

art 138 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 27 december 2011 te Yde, gemeente Tynaarlo, als bestuurder

van een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval of door wiens gedraging

een verkeersongeval was veroorzaakt op de Norgerweg, de plaats van het ongeval

heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest

vermoeden aan een ander (te weten [S] en/of gemeente Tynaarlo)

letsel en/of schade was toegebracht;

art 7 lid 1 ahf/ond a Wegenverkeerswet 1994

4.

A.

hij op of omstreeks 27 december 2011 te Yde, gemeente Tynaarlo, ter uitvoering

van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een woning aan/nabij de [adres] weg te nemen enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [aangever D] en/of [K] en/of [H], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de

toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren)

onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of

inklimming, een raampje van die woning heeft opengebroken/geforceerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

en/of

B.

hij op of omstreeks 27 december 2011 te Yde, gemeente Tynaarlo, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een schuur van/bij een woning aan/nabij de [adres] heeft

weggenomen een ladder, een betonschaar en/of een of meer tangetje(s), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever D], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking

en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 27 december 2011 tot en met 28 december

2011 te Yde, gemeente Tynaarlo, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een woning aan/nabij de [adres] heeft weggenomen een geldbedrag,

een of meer ring(en) en/of autosleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [aangever S], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of

(vervolgens)

vanaf de/een dam van/bij die woning heeft weggenomen een auto (Citroën C5), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende [aangever S], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die weg te nemen auto onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 27 december 2011 tot en met 6 januari

2012 te Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp, in elk geval in Nederland, een

auto (Citroën C5) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft

overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van die auto wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren)

betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

6.

hij in of omstreeks de periode van 11 december 2011 tot en met 12 december

2011 te Hoogeveen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een woning aan/nabij [adres] heeft weggenomen een geldbedrag,

sleutels, een tas, een laptop, een horloge en/of een armband, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever K], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming

en/of een valse sleutel en/of (vervolgens)

vanaf de/een oprit van/bij die woning heeft weggenomen een auto (Volkswagen

Touran), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende [T], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die weg te nemen

auto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse

sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 11 december 2011 tot en met 6 januari

2012 te Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp, in elk geval in Nederland, een

auto (Volkswagen Touran) en/of een of meer (auto)sleutel(s) heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het

verwerven of het voorhanden krijgen van die auto en/of die sleutel(s) wist dat

het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 11 december 2011 te Assen tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening

in/uit een woning aan/nabij [adres] heeft weggenomen een Nintendo

3DS, een gsm en/of een autosleutel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde J], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel en/of

(vervolgens)

nabij die woning heeft weggenomen een auto (Volkswagen Passat), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende die [benadeelde J], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) die weg te nemen auto onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 11 december 2011 tot en met 6 januari 2012

te Hoogeveen, in elk geval in Nederland, een auto (Volkswagen Passat) heeft

verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten

tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto wist dat het

(een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

8.

hij op of omstreeks 28 december 2011 te Beilen, gemeente Midden-Drenthe, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een woning aan/nabij [adres] heeft weggenomen een tas met

inhoud (portemonnee, telefoons, papieren en/of vvv-bonnen), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde G], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 28 december 2011 tot en met 6 januari 2012

te Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp, in elk geval in Nederland, een gsm

(Nokia 6021) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,

terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die

gsm wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

9.

hij op of omstreeks 22 december 2011 te Moerkapelle, gemeente Zuidplas, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

uit de brandstofvoorraad van na te noemen rechthebbende(n) heeft weggenomen

een hoeveelheid motorbrandstof, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde AV], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

10.

hij op of omstreeks 30 december 2011 te Driebruggen, gemeente

Bodegraven-Reeuwijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf

om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

uit een woning aan/nabij [adres] weg te nemen enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [benadeelde K], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die

woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een

of meer van zijn mededader(s), althans alleen, een toegangsdeur van die woning

heeft opengebroken/geforceerd en/of die woning is binnengegaan en/of in die

woning een of meer voorwerp(en) heeft verzameld/gepakt en/of dat/die

voorwerp(en) in een tas heeft gedaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

11.

hij op of omstreeks 30 december 2011 te Driebruggen, gemeente

Bodegraven-Reeuwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een woning aan/nabij [adres] heeft weggenomen een

laptop, een hoeveelheid kleding, een (rode) sporttas (met opdruk) met inhoud,

een (rode) bigbag (met opdruk), een petje/mutsje (met opdruk) en/of een

rolmaat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde E], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 30 december 2011 tot en met 6 januari 2012

te Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp, in elk geval in Nederland, een rode

sporttas met opdruk, een rode bigbag met opdruk en/of een muts/pet met

brandweerlogo heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft

overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van die/dat goed(eren) wist dat het (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

12.

hij in of omstreeks de periode van 30 december 2011 tot en met 31 december

2011 te Oudewater, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een woning aan/nabij [adres] heeft weggenomen een tas (met inhoud)

en/of een gsm, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde H], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 30 december 2011 tot en met 6 januari 2012

te Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp, in elk geval in Nederland, een gsm

(Nokia) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,

terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die

gsm wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

13.

hij in of omstreeks de periode van 5 januari 2012 tot en met 6 januari 2012 te

Voorthuizen, gemeente Barneveld, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een woning aan/nabij [adres] heeft weggenomen een

portemonnee met inhoud, een (lege) portemonnee en/of een of meer blikken

doosje(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 5 januari 2012 tot en met 6 januari 2012 te

Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp, in elk geval in Nederland, een of meer

pasje(s) op naam van [benadeelde B] heeft verworven, voorhanden heeft gehad

en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van die/ pasje(s) wist dat het (een) door misdrijf

verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

14.

A.

hij op of omstreeks 20 december 2011 te Rolde, gemeente Aa en Hunze, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een geldautomaat heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde R], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

en/of

B.

hij op of omstreeks 20 december 2011 te Rolde, gemeente Aa en Hunze, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een woning aan/nabij [adres] heeft weggenomen een of meer

pasje(s) en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde R], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 20 december 2011 tot en met 6 januari 2012

te Assen, in elk geval in Nederland, een of meer pasje(s) op naam van [benadeelde R] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,

terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat

pasje(s) wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging staat “verdachte en/of zijn mededader(s)” lezen alsof daar staat “verdachte en/of zijn medeverdachte(n)”. De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. G. Souër acht hetgeen onder 1. primair, onder 2. primair, onder 3, onder 4A, onder 5. primair, onder 6. primair, onder 7. primair, onder 8. primair, onder 9, onder 11. primair, onder 12. primair, onder 13. primair, onder 14A en onder 14B is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen. Van de feiten tenlastegelegd onder 4B en 10 vordert de officier van justitie vrijspraak.

De officier van justitie vordert dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 720 dagen, waarvan 539 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 3 jaren, en onder de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, hetgeen mede inhoudt dat verdachte zich (op 6 juli 2012) laat opnemen en behandelen in [een instelling voor verslavingszorg].

De vordering van de benadeelde partij [H] dient te worden toegewezen tot een bedrag van 640 euro en voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard. De vordering van de benadeelde partij [S] dient te worden toegewezen tot een bedrag van 34,99 euro en voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard. De vordering van de benadeelde partij [J] dient te worden toegewezen tot een bedrag van 9,95 euro en voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard. De vordering van de benadeelde partij [V] dient te worden toegewezen tot een bedrag van 71,01 euro en voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard. De vordering van de benadeelde partij [R] dient te worden toegewezen tot een bedrag van 1250 euro en voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard. De vordering van de benadeelde partij [E] dient geheel niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Het beslag kan verbeurd worden verklaard.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank voorts om zijn eerder ingediende vordering herroeping voorlopige invrijheidstelling af te wijzen.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

De verdachte dient van het onder 4B en onder 10 tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Bewijsmotivering

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren ter terechtzitting heeft bekend en hij noch zijn raadsman van deze feiten vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen zoals opgenomen in het proces-verbaal van de politie Drenthe, District Noord, Unit Recherche Noord, met registratienummer 2011091968 (codenaam “Ortolaan”), met bijlagen, opgemaakt op ambtseed en ondertekend op 12 februari 2012 door verbalisant [verbalisant1], brigadier van regiopolitie Drenthe.

Feit 1

- een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde H] d.d. 26 december 2011;

- een proces-verbaal verhoor getuige [K] d.d. 30 december 2011;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

Feit 2

- een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde V] d.d. 27 december 2011;

- een proces-verbaal verhoor getuige [P] d.d. 27 december 2011;

- een proces-verbaal verhoor getuige [B] d.d. 27 december 2011;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

Feit 3

- een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde S] d.d. 02 februari 2012;

- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 23 januari 2012;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

Feit 4A

- een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde D] d.d. 04 januari 2012;

- een proces-verbaal verhoor getuige [WK] d.d. 27 december 2011;

- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 06 februari 2012;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

Feit 5

- een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde S] d.d. 28 december 2011;

- een aanvullend proces-verbaal van aangifte van [benadeelde S] d.d. 30 december 2011;

- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 11 januari 2012;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting, onder meer inhoudende, kort en zakelijk weergegeven, dat hij in die woning is geweest en dat hij autosleutels en geld heeft meegenomen, dat hij zich niet specifiek kan herinneren dat hij ook ringen heeft meegenomen, dat die ringen mogelijk in de auto hebben gelegen;

Feit 6

- een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde K] d.d. 12 december 2011;

- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 18 januari 2012;

- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 20 januari 2012;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

Feit 7

- een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde J] d.d. 11 december 2011;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

Feit 8

- een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde G] d.d. 29 december 2011;

- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 12 januari 2012;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

Feit 9

- een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde P] d.d. 27 januari 2012;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

Feit 11

- een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde E] d.d. 30 december 2011;

- een aanvullend proces-verbaal van aangifte van [benadeelde E] d.d. 11 januari 2012;

- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 16 januari 2012;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

Feit 12

- een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde H] d.d. 31 december 2011;

- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 18 januari 2012;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

Feit 13

- een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde B] d.d. 09 januari 2012;

- een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde B] d.d. 04 februari 2012;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

Feit 14 A en B

- een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde R] d.d. 20 december 2011;

- een aanvullend proces-verbaal van aangifte van [benadeelde R] d.d. 28 december 2011;

- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 26 januari 2012;

- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 31 januari 2012;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

Alsmede:

- een proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 januari 2012 opgemaakt door [verbalisant 3], aspirant van politie, inhoudende een onderzoek naar de historische gegevens van de sim-kaart met het telefoonnummer 06-[…37] (in gebruik bij verdachte);

- een proces-verbaal van bevindingen d.d. 06 februari 2012 opgemaakt door [verbalisant 3], aspirant van politie, inhoudende een onderzoek naar de historische gegevens van de imei nummers van de telefoons waarin de sim-kaart met het telefoonnummer 06-[…37] is gebruikt;

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder onder 1. primair, onder 2. primair, onder 3, onder 4A, onder 5. primair, onder 6. primair, onder 7. primair, onder 8. primair, onder 9, onder 11. primair, onder 12. primair, onder 13. primair, onder 14A en onder 14B tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 26 december 2011 te Assen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening

uit een woning aan [adres] heeft weggenomen een laptop, een gsm, spelcomputers, een i-pad, portemonnees, autosleutels, handschoenen en papieren, toebehorende aan [benadeelde H] en diens vrouw, en (vervolgens) vanaf de oprit van die woning heeft weggenomen een auto (Renault Clio), toebehorende aan de vrouw van die [benadeelde H], waarbij verdachte die weg te nemen auto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

2.

hij op 26 december 2011 te Ter Aard, gemeente Assen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

uit een woning aan [adres] weg te nemen enig goed, toebehorende aan [benadeelde V], (het achterhuis van) die woning (meermalen) is binnengegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op 27 december 2011 te Yde, gemeente Tynaarlo, als bestuurder

van een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval op de Norgerweg, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist aan een ander (te weten [S]) schade was toegebracht;

4.

A.

hij op 27 december 2011 te Yde, gemeente Tynaarlo, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

uit een woning aan [adres] weg te nemen enig goed, toebehorende aan [benadeelde D] en [K] en [H], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak, en inklimming, een raampje van die woning heeft opengebroken terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij in de periode van 27 december 2011 tot en met 28 december 2011 te Yde, gemeente Tynaarlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

uit een woning aan [adres] heeft weggenomen een geldbedrag, ringen en autosleutels, toebehorende aan [benadeelde S], en (vervolgens)

vanaf de dam van die woning heeft weggenomen een auto (Citroën C5), toebehorende [benadeelde S], waarbij verdachte die weg te nemen auto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

6.

hij in de periode van 11 december 2011 tot en met 12 december 2011 te Hoogeveen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

uit een woning aan [adres] heeft weggenomen een geldbedrag, sleutels, een tas, een laptop, een horloge en een armband, toebehorende aan [benadeelde K], en (vervolgens)

vanaf de oprit van die woning heeft weggenomen een auto (Volkswagen Touran), toebehorende aan [benadeelde TV], waarbij verdachte die weg te nemen

auto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

7.

hij op 11 december 2011 te Assen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening

uit een woning aan [adres] heeft weggenomen een Nintendo 3DS, een gsm en een autosleutel, toebehorende aan [benadeelde J], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van een valse sleutel en (vervolgens)

nabij die woning heeft weggenomen een auto (Volkswagen Passat), toebehorende aan die [benadeelde J], waarbij verdachte die weg te nemen auto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

8.

hij op 28 december 2011 te Beilen, gemeente Midden-Drenthe, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

uit een woning aan [adres] heeft weggenomen een tas met inhoud (portemonnee, telefoons, papieren en vvv-bonnen), toebehorende aan [benadeelde G];

9.

hij op 22 december 2011 te Moerkapelle, gemeente Zuidplas, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

uit de brandstofvoorraad van na te noemen rechthebbende heeft weggenomen een hoeveelheid motorbrandstof, toebehorende aan [benadeelde AV];

11.

hij op 30 december 2011 te Driebruggen, gemeente Bodegraven-Reeuwijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

uit een woning aan [adres] heeft weggenomen een laptop, een hoeveelheid kleding, een (rode) sporttas (met opdruk) met inhoud, een (rode) bigbag (met opdruk), een mutsje (met opdruk) en een rolmaat, toebehorende aan [benadeelde E], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

12.

hij in de periode van 30 december 2011 tot en met 31 december 2011 te Oudewater, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

uit een woning aan [adres] heeft weggenomen een tas (met inhoud) en een gsm, toebehorende aan [benadeelde H];

13.

hij in de periode van 5 januari 2012 tot en met 6 januari 2012 te Voorthuizen, gemeente Barneveld, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

uit een woning aan [adres] heeft weggenomen een portemonnee met inhoud, een (lege) portemonnee en blikken doosjes, toebehorende aan [benadeelde B];

14.

A.

hij op 20 december 2011 te Rolde, gemeente Aa en Hunze, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening

uit een geldautomaat heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [benadeelde R], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

en

B.

hij op 20 december 2011 te Rolde, gemeente Aa en Hunze, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

uit een woning aan [adres] heeft weggenomen pasjes en een geldbedrag,

toebehorende aan [benadeelde R], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1. primair: diefstal en diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2. primair: poging tot diefstal,

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3: overtreding van artikel 7, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994,

strafbaar gesteld bij artikel 7 Wegenverkeerswet 1994;

onder 4A: poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto artikel 311 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 5. primair: diefstal en diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 6. primair: diefstal en diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 7. primair: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van een valse sleutel en diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 8. primair: diefstal,

strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 9: diefstal,

strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 11. primair: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 12. primair: diefstal,

strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 13. primair: diefstal,

strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 14A: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht

onder 14B: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht;

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsman van de verdachte, de oriëntatiepunten voor de straftoemeting, de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 24 mei 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van soortgelijke misdrijven is veroordeeld tot, alsmede de over verdachte uitgebrachte reclasseringsadviezen d.d. 21 februari 2012 en 18 mei 2012.

Verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan een reeks vermogensdelicten, waaronder woninginbraken, diefstallen, insluipingen en pogingen daartoe. Allemaal zeer ergerlijke feiten, die naast (materiële) schade veel hinder veroorzaken voor de gedupeerden en meer in het algemeen gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken. In aantal gevallen betrof het een inbraak in of een diefstal uit een woning terwijl de bewoner thuis was. Verdachte heeft daarmee een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van bewoners. Niet alleen getuigt de wijze waarop de delicten zijn gepleegd van een verregaande mate van brutaliteit, maar ook van een leefwijze die respectloosheid ten aanzien van andermans bezit uitstraalt.

De rechtbank overweegt dat het een positief punt is dat verdachte op de zitting schoon schip heeft gemaakt, dat hij spijt heeft betuigd en dat hij heeft aangegeven dat hij bereid is de schade van de benadeelde partijen te vergoeden.

Uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte een verleden heeft met betrekking tot vermogensdelicten en uit de over hem uitgebrachte reclasseringsrapportages blijkt dat sprake is van een reeds langer bestaande verslavingsproblematiek.

Verdachte is eerder veroordeeld tot een langdurige gevangenisstraf. In het kader van een bijzondere voorwaarde bij de voorwaardelijke invrijheidstelling is verdachte op 26 mei 2011 voor een periode van 5 maanden opgenomen geweest in [een instelling voor verslavingszorg]. Dit traject heeft hij goed doorlopen. Aansluitend is hij geplaatst in [adres] (een begeleid wonen project), alwaar hij na een verblijf van 3 weken is weggestuurd omdat hij drugs had gebruikt en zich niet aan afspraken hield. Verdachte heeft aangegeven dat hij niet om kon gaan met de vrijheden die hij kreeg in [het begeleid wonen traject].

Uit de rapporten van de reclassering blijkt dat het recidiverisico hoog wordt geacht. De reclassering acht toezicht en opname in een zorginstelling ([intake en vervolgbehandeling in een forensische verslavingskliniek) geïndiceerd. De reclassering adviseert om een forse voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en de gevorderde herroeping VI af te wijzen. Verdachte is gemotiveerd voor behandeling en de reclassering meent dat zowel verdachte als de maatschappij meer gebaat zijn bij behandeling van verdachte dan bij een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte kan op 6 juli 2012 om 10:30 uur worden opgenomen in [een instelling voor verslavingszorg].

De officier van justitie heeft, onder verwijzing naar het reclasseringsadvies, gevorderd dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 720 dagen, waarvan 539 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 3 jaren, en onder de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, hetgeen mede inhoudt dat verdachte zich (op 6 juli 2012) laat opnemen en behandelen in [een instelling voor verslavingszorg]. De officier van justitie heeft zijn eis aldus gemotiveerd dat uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat er sinds 2005 -ondanks zijn destijds jeugdige leeftijd- niet is geïnvesteerd in verdachte, dat er vooral onvoorwaardelijke gevangenisstraffen zijn opgelegd en dat pas ten tijde van de voorwaardelijke invrijheidstelling van zijn laatste detentie, reclasseringstoezicht is gaan lopen. De officier van justitie merkt voorts op dat verdachte zich wel aan de hem in dat kader opgelegde bijzondere voorwaarden heeft gehouden. De officier van justitie is bereid verdachte de kans die hij in de afgelopen jaren had moeten krijgen, nu te geven. De raadsman van verdachte heeft zich hierbij aangesloten.

De rechtbank overweegt dat de bewezenverklaarde feiten op zich de oplegging van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. Alles afwegend, is de rechtbank echter, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde, grotendeels voorwaardelijke, gevangenisstraf passend en geboden is. De rechtbank zal deze strafeis overnemen, inclusief het reclasseringstoezicht zoals verwoord in het reclasseringsadvies.

Motivering van de verbeurdverklaring

De rechtbank acht de hierna te vermelden in beslag genomen voorwerpen vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien deze aan de verdachte toebehoren en het voorwerpen zijn met behulp waarvan de feiten zijn begaan:

- een gsm, merk Nokia,

- een kassabon, Lebara,

- een kassabon, MacDonalds,

- een opwaardeerbon, Lebara,

- een regenpak, blauw.

Benadeelde partijen

[H] (feit 1)

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot een bedrag van 650 euro voldoende aannemelijk gemaakt en niet onredelijk (eigen risico autoverzekering, nieuwe giropassen en kosten vervangende auto). De civiele vordering is dan ook gegrond en tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in zijn vordering, nu dit overige naar haar oordeel onvoldoende is onderbouwd. Voor dit deel kan de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het onder 1 bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer [H] naar burgerlijk recht tot voornoemd bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

[S] (feit 5)

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot een bedrag van 57,50 euro voldoende aannemelijk gemaakt en niet onredelijk (nieuw rijbewijs). De civiele vordering is dan ook gegrond en tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige (vloermatten en ringen) acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in zijn vordering, nu dit overige naar haar oordeel onvoldoende is onderbouwd terwijl ten aanzien van de kosten voor een nieuwe mobiele telefoon het causaal verband met het bewezen verklaarde ontbreekt. Voor dit deel kan de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het onder 5 bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer [S] naar burgerlijk recht tot voornoemd bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

[J] (feit 7)

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot een bedrag van 9,95 euro voldoende aannemelijk gemaakt en niet onredelijk (vervangingskosten mobiel). De civiele vordering is dan ook gegrond en tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige (Nintendo spelcomputer) acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in zijn vordering, nu dit overige reeds door de verzekering is vergoed terwijl ten aanzien van de Nintendo spelletjes het causaal verband met het bewezen verklaarde ontbreekt. Voor dit deel kan de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het onder 7 bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer [J] naar burgerlijk recht tot voornoemd bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

[AV] (feit 9)

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot een bedrag van 59,67 euro voldoende aannemelijk gemaakt en niet onredelijk (brandstof, exclusief de BTW). De civiele vordering is dan ook gegrond en tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige (gevorderde BTW over het schadebedrag) acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in zijn vordering. Voor dit deel kan de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het onder 9 bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer [AV] naar burgerlijk recht tot voornoemd bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

[E] (feit 11)

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot een bedrag van 500 euro voldoende aannemelijk gemaakt en niet onredelijk (laptop en kleding). De civiele vordering is dan ook gegrond en tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige (meerkosten laptop en kleding) acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in zijn vordering omdat deze naar haar oordeel onvoldoende is onderbouwd, terwijl ten aanzien van de schade met betrekking tot de flatscreen televisie en de braakschade aan de wand waar deze was bevestigd het causaal verband met het bewezen verklaarde ontbreekt. Voor dit deel kan de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het onder 11 bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer [E] naar burgerlijk recht tot voornoemd bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

[R] (feit 14 A en 14B)

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot een bedrag van 1.750 euro voldoende aannemelijk gemaakt en niet onredelijk (1.250 euro materiële schade betreffende de kasopname pinautomaat en 500 euro immateriële schade). De civiele vordering is dan ook gegrond en tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het onder 14A en 14B bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer [R] naar burgerlijk recht tot voornoemd bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 45, 36f, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de artikelen 7, 176 en 178 van de Wegenverkeerswet 1994.

Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank Assen d.d. 24 december 2008 (parketnummer 19.810200-08) is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van voorarrest.

Bij besluit van 7 april 2011 is de veroordeelde (met ingang van 12 mei 2011) voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd van 487 dagen niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De officier van justitie heeft d.d. 9 februari 2012 gevorderd dat de rechtbank de voorwaardelijke invrijheidstelling herroept nu veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

Veroordeelde heeft de hiervoor bewezen verklaarde feiten begaan vóór het einde van de proeftijd. Daarmee heeft hij zich niet gehouden aan de algemene voorwaarde welke is gekoppeld aan zijn voorwaardelijke invrijheidstelling. Ter terechtzitting hebben de officier van justitie en de raadsman de rechtbank, onder verwijzing naar onder meer de reclasseringsrapportage, verzocht de vordering af te wijzen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de strafoplegging zal de rechtbank de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling afwijzen.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 4B en onder 10 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1. primair, onder 2. primair, onder 3, onder 4A, onder 5. primair, onder 6. primair, onder 7. primair, onder 8. primair, onder 9, onder 11. primair, onder 12. primair, onder 13. primair, onder 14A en onder 14B tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven zijn vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van 720 dagen waarvan een gedeelte groot 538 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, met opdracht aan die instelling ingevolge art. 14d van het Wetboek van Strafrecht, hetgeen mede inhoudt:

- een meldingsgebod: verdachte dient zich op de dag van de uitspraak van dit vonnis, 3 juli 2012, te melden bij de reclassering (Verslavingszorg Noord Nederland, telefoonnummer […]) teneinde zijn beoogde opname in [een instelling voor verslavingszorg] op 6 juli 2012 voor te bereiden. Hierna dient verdachte zich te melden zo frequent en zolang de reclassering dit nodig acht.

- opname in een zorginstelling: verdachte dient mee te werken aan een opname en behandeling in [een instelling voor verslavingszorg]. Deze opname staat gepland op 6 juli 2012 om 10:30 uur. Aansluitend dient verdachte mee te werken aan opname en behandeling in een forensische verslavingskliniek zolang de reclassering dit nodig acht met een maximale termijn van 2 jaren.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 6 juli 2012.

De rechtbank verklaart verbeurd de navolgende in beslag genomen voorwerpen:

- een gsm, merk Nokia,

- een kassabon, Lebara,

- een kassabon, MacDonalds,

- een opwaardeerbon, Lebara,

- een regenpak, blauw.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [H] (feit 1) van de som van € 650,00 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [H] (feit 1), een bedrag van € 650,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 13 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [S] (feit 5) van de som van € 57,50 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [S] (feit 5) , een bedrag van € 57,50 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [J] (feit 7) van de som van € 9,95 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [J] (feit 7), een bedrag van € 9,95 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [AV] (feit 9) van de som van € 59,67 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [AV] (feit 9), een bedrag van € 59,67 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [E] (feit 11) van de som van € 500,00 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [E] (feit 11), een bedrag van € 500,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 10 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [R] (feit 14 A en 14B) van de som van € 1.750,00 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [R] (feit 14 A en 14B), een bedrag van € 1.750,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 35 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Beslissing op de vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling onder parketnummer 19.810200-08.

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter en mrs. O.J. Bosker en M. van der Veen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.D. Vermeer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 3 juli 2012, zijnde mr. Van der Veen buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.