Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BX0155

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
03-07-2012
Datum publicatie
03-07-2012
Zaaknummer
19.830009-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De voorvragen

De raadsman van de verdachte heeft onder meer aangevoerd dat de dagvaarding met betrekking tot het onder 1 ten aanzien van het gedachten-streepje (zakendossier 4 + oorspronkelijk dossier BVH 2011031102) tenlastegelegde partieel nietig dient te worden verklaard, nu de tenlastelegging te dien aanzien onvoldoende specifiek is.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De tenlastelegging voldoet, naar het oordeel van de rechtbank, aan de vereisten die de wet daaraan in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering stelt. De officier van justitie heeft er voor gekozen een aantal feiten uit te schrijven en een aantal feiten als verzamelfeit ten laste te leggen. Daarbij wordt verwezen naar het betreffende zakendossier waar, op pagina 444 e.v., een overzicht van de ING bank met bijlagen is opgenomen waaruit blijkt op wiens rekeningnummers bedragen zijn overgemaakt. Gelet op de inhoud van het dossier is voldoende duidelijk waar het tenlastegelegde betrekking op heeft, terwijl bovendien niet aannemelijk is geworden dat verdachte zich niet naar behoren tegen de aanklacht heeft kunnen verdedigen.

Bewijsmotivering

Inleiding

Verdachte heeft terechtgestaan ter zake van verdenking van – kort gezegd – betrokkenheid bij het in georganiseerd verband witwassen van geldbedragen die zijn verkregen door middel van phishingfraude.

Phishing is het kort gezegd het achterhalen van iemands identiteit en bankgegevens via internet. Criminelen proberen (gewoonlijk via een e-mail) persoonlijke gegevens van iemand te achterhalen zoals bankrekeningnummers, creditcardnummers, wachtwoorden, pincodes en dergelijke, waarmee zij geld van iemands rekening kunnen halen. Omdat deze geldbedragen alleen kunnen worden overgeboekt naar andere bankrekeningnummers, hebben criminelen ook rekeningnummers nodig waarop zij die door middel van phishing ontvreemde geldbedragen kunnen wegboeken. Personen die hiertoe hun bankrekening, bankpasje en eventueel hun pincode ter beschikking stellen, worden geldezels genoemd. De criminelen storten (het door phishing verkregen gestolen geld) op de bankrekening van een geldezel en sluizen het vervolgens door naar andere rekeningen of nemen het geld contant op.

Feit 1

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Op grond van deze bewijsmiddelen gaat de rechtbank ervan uit dat de persoon die [V] of [A] wordt genoemd dezelfde persoon is als verdachte [naam verdachte] en de rechtbank verwerpt daarmee het verweer van verdachte dat hij zich nooit [V] heeft genoemd.

Feit 2

Verdachte wordt onder feit 2 verweten dat hij samen met anderen heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven. Hierbij gaat het -kort gezegd- om witwassen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem telastegelegde strafbare handelingen, tezamen met andere (deels onbekend gebleven) personen, in georganiseerd verband zoals bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht heeft gepleegd (feit 2). Zij verwijst daarbij naar de bewijsmiddelen zoals door de rechtbank beschreven ten aanzien van feit 1 primair. Gelet op de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden is voldoende aannemelijk geworden dat er sprake is geweest van een duurzame onderlinge samenwerking en een gestructureerd samenwerkingsverband tussen meerdere personen. Dat niet van alle betrokken personen de identiteit is komen vast te staan en dat binnen de organisatie sprake was van een wisselende samenstelling doet daar niet aan af.

Strafmotivering

Verdachte is betrokken geweest bij een organisatie die zich gedurende een langere periode, op grote schaal en op professionele wijze bezig hield met “phishingfraude”. Het vertrouwen dat door consumenten in het betaalnetwerk en in het bankwezen moet kunnen worden gesteld is van groot economisch en maatschappelijk belang. Door de bewezenverklaarde feiten is een ernstige inbreuk gemaakt op het vertrouwen van consument in het betalingsverkeer en het bankwezen. Wanneer dit vertrouwen niet meer aanwezig is, bestaat het risico van een ernstige ontwrichting van het maatschappelijk en economisch verkeer. Daarnaast heeft de handelwijze van verdachte geleid tot financiële schade voor Nederlandse banken. Bovendien is aan de rekeninghouders die slachtoffer van de phishingfraude zijn geworden veel stress en overlast toegebracht.

Bij het bepalen van de strafmaat is in aanmerking genomen dat verdachte deze feiten puur uit winstbejag heeft gepleegd. Voorts heeft de rechtbank bij de straftoemeting overwogen dat verdachte een leidende rol binnen de criminele organisatie moet worden toegedicht. De rechtbank acht dit aannemelijk omdat verdachte steeds degene was die het geld ging pinnen en hij kennelijk over grote bedragen geld kon beschikken gelet op de wijze waarop hij zichzelf presenteerde (dure kleding, sieraden en auto’s) terwijl hij niet over een reguliere bron van inkomsten beschikt.

Gezien de rol van verdachte, de grote aantallen “phishing” transacties, de lange periode waarin verdachte aan de activiteiten heeft deelgenomen, alsmede de omstandigheid dat hij jonge, vaak nog minderjarige, “geldezels” betrok bij zijn activiteiten, is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf recht doet aan de aard en de ernst van de feiten, zodat de rechtbank deze zal volgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830009-12

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 3 juli 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te (Angola) op [geboortedatum] 1988,

thans verblijvende in [detentieadres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 19 juni 2012.

De verdachte heeft bij bericht van 18 juni 2012 afstand gedaan van zijn recht ter terechtzitting aanwezig te zijn.

Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. D.C. Vlielander, advocaat te Utrecht. Deze is door de verdachte uitdrukkelijk gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren.

De tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij in of omstreeks periode 1 maart 2010 tot en met 22 maart 2011, te

Amsterdam en/of te Emmen en/of te Coevorden en/of te Rotterdam, althans in

Nederland, telkens in vereniging met een ander of anderen, althans alleen van

het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers

heeft hij, verdachte een voorwerp, te weten een of meerdere

geldbedragen,waaronder

- (zakendossier 1)

op of omstreeks 22 december 2010 in de gemeente Emmen, althans in Nederland,

(een) geldbedrag(en) van (in totaal) 1200,-- euro, althans een geldbedrag dat

door middel van phishingfraude van rekeningnummer […] (benadeelde [1]) op rekeningnummer […] van (geldezel [1]) was gestort

en/of

- (zakendossier 2)

in of omstreeks de periode van 1 september 2010 tot en met 2 september 2010

te Amsterdam, althans in Nederland (een) geldbedrag(en) van (in totaal)

2500,-- euro, althans (een) geldbedrag(en) dat door middel van phishingfraude

van rekeningnummer […] (van benadeelde [2]) op

rekeningnummer […] (van geldezel [2] was gestort

en/of

- (zakendossier 3)

op of omstreeks 1 maart 2010 te Amsterdam, althans in Nederland, (een)

geldbedrag(en) van in totaal 12250,-- euro, althans (een) geldbedrag(en), dat

door middel van phishingfraude van rekeningnummer(s) […] (benadeelde

[3]) en/of […] (benadeelde [4] op rekeningnummer

[…] van verdachte was gestort

en/of

- (zakendossier 6)

op of omstreeks 12 juli 2010 te Rotterdam, althans in Nederland (een)

geldbedrag(en) van in totaal 1000,-- euro en/of 2500,-- Engelse ponden,

althans (een) geldbedrag(en), dat door middel van phishingfraude van

rekeningnummer […] (benadeelde [5]) op rekeningnummer

[…] (van geldezel [3]) was gestort

en/of

- (zakendossier 4 + oorspronkelijk dossier BVH 2011031102)

in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 22 maart 2011 (telkens)

in Nederland (een) of meer geldbedrag(en), dat (telkens) door middel van

phishingfraude van rekeningnummers van ING rekeninghouders op de

bankrekeningen van geldezels (te weten [4] en/of [5] en/of

[6] en/of [7] en/of [8] en/of [9]

en/of [10] en/of [11] en/of [12] en/of [13]

en/of [14] en/of [15] en/of [16] en/of [17] en/of [18] en/of anderen was gestort

(telkens) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van

een voorwerp, te weten voornoemde geldbedragen, gebruik gemaakt, terwijl hij

(telkens) wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk -

afkomstig was uit enig misdrijf;

art 420ter Wetboek van Strafrecht

althans indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen

terzake dat

a) (zakendossier 1)

hij op of omstreeks 22 december 2010, in de gemeente Emmen, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een voorwerp, te weten (een) geldbedrag(en) van in totaal 1200,--euro, althans

een geldbedrag dat door middel van phishingfraude van rekeningnummer […]

(benadeelde [1]) op rekeningnummer […]

van (geldezel) [1] was gestort, heeft verworven, voorhanden

heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van dat voorwerp

gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

en/of

b) (zakendossier 2)

hij op of omstreeks 12 juli 2010 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te

weten (een) geldbedrag(en) van in totaal 2500,--euro, althans (een)

geldbedrag(en) dat door middel van phishingfraude van rekeningnummer […]

(van benadeelde [2]) op rekeningnummer […] (van

geldezel) [2] was gestort, heeft verworven, voorhanden heeft gehad,

heeft overgedragen en/of omgezet, althans van dat voorwerp gebruik heeft

gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

en/of

c) (zakendossier 3)

hij op of omstreeks 1 maart 2010 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp,

(een) geldbedrag(en) van in totaal 12250,-- euro, althans (een)

geldbedrag(en), dat door middel van phishingfraude van rekeningnummer(s)

[…] (benadeelde [3]) en/of […] (benadeelde [4]

op rekeningnummer […] van verdachte was gestort, heeft verworven,

voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van dat

voorwerp gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

en/of

d) (zakendossier 6)

hij op of omstreeks 12 juli 2010 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te

weten (een) geldbedrag(en) van in totaal 1000,--euro en/of 2500 Engelse

ponden, althans (een) geldbedrag(en), dat door middel van phishingfraude van

rekeningnummer […] (benadeelde [5]) op rekeningnummer

[…] (van geldezel) [3] was gestort, heeft verworven, voorhanden

heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van dat voorwerp

gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

althans indien ook terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht

volgen, terzake dat

a) (zakendossier 1)

dat een of meerdere (onbekende) perso(o)nen op of omstreeks 22 december 2010,

althans in of omstreeks de maand december 2010, te Amsterdam en/of te

Coevorden, te Alkmaar (woonplaats gedupeerde rekeninghouder) en/of te Emmen

(woonplaats geldezel en/of plaats van geldopname), althans in Nederland,

een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal 5000,= euro, althans

1200,-- euro, in ieder geval een geldbedrag, heeft/hebben verworven,

voorhanden heeft/hebben gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van dat

voorwerp gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl deze bovengenoemde

perso(o)n(en) wisten dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk

- afkomstig was uit enig misdrijf,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte,

toen te Emmen (woonplaats geldezel), althans in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of andren, althans alleen, opzettelijk gelegenheid,

middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is

geweest,

- door [1] te bewegen zijn bankpasje van de ING (behorend bij

rekeningnummer […] af te geven en/of

- door het (vervolgens) verder verstrekken en/of gebruiken van dat pasje en/of

bankrekeningnummer van "geldezel" [1] aan onbekende personen, die

(vervolgens) een geldbedrag van 5000,= euro, althans een geldbedrag op

die rekening konden storten en/of

- waarbij (vervolgens) door die [1] ten behoeve van verdachte en/of

die onbekende personen (een) geldbedrag(en) van in totaal 1250,--, althans

een geldbedrag van die rekening opgenomen kon worden;

en/of

b) (zakendossier 2)

dat een of meerdere (onbekende) perso(o)nen in of omstreeks de periode van

1 september 2010 tot en met 2 september 2010, althans in of omstreeks de maand

september 2010, te Amsterdam (woonplaats gedupeerde rekeninghouder en/of

plaats van geldopname) en/of Emmen (woonplaats verdachte en/of geldezel),

althans in Nederland,

een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal 2500,= euro, althans een geldbedrag, heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad,

overgedragen en/of omgezet, althans van dat voorwerp gebruik heeft/hebben

gemaakt, terwijl deze bovengenoemde perso(o)n(en) wisten dat bovenomschreven

voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig

misdrijf,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte,

toen te Emmen en/of Amsterdam (woonplaats geldezel en/of overdracht

bankpasje), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest

- door [2] en/of een andere persoon te bewegen een op naam van [2]

staand bankpasje van de ING (behorend bij rekeningnummer […]) aan

hem, verdachte af te geven, en/of

- door het (vervolgens) verder verstrekken en/of gebruiken van dat pasje en/of

bankrekeningnummer van "geldezel" [2] aan onbekende personen, die

(vervolgens) een geldbedrag van 2500,= euro, althans een hoeveelheid geld op

die rekening konden storten en/of

- waarbij (vervolgens) door verdachte en/of die onbekende personen (een)

geldbedrag(en) van in totaal 2500,-- van die rekening opgenomen kon worden

en/of

c) (zakendossier 3)

dat een of meerdere (onbekende) perso(o)nen op of omstreeks 1 maart 2010,

althans in of omstreeks de maand maart 2010, te Wilhelminaoord en/of te

Amsterdam (woonplaats gedupeerde rekeninghouder(s) en/of plaats van

geldopname), althans in Nederland,

een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal 11000,= euro (twee keer

5500,-- euro) , althans een geldbedrag (afkomstig van de rekening van

gedupeerde [4]) en/of 1250,-- euro, althans een geldbedrag

(afkomstig van de rekening van gedupeerde [3]), heeft/hebben

verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, overgedragen en/of omgezet, althans

van dat voorwerp gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl deze bovengenoemde

perso(o)n(en) redelijkerwijs moest(en)

vermoeden dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk -

afkomstig was uit enig misdrijf,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte,toen te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest

- door een op zijn naam staand bankpasje van de ING bank (rekeningnummer

[…]) aan (een) onbekend gebleven perso(o)n(en) af te staan en/of zijn

bankrekeningnummer aan een onbekend gebleven persoon kenbaar te maken, die

(vervolgens) voornoemde geldbedrag(en) op zijn verdachte's rekening kon(den)

storten

- waarbij (vervolgens) door verdachte en/of die onbekende personen (een)

geldbedrag(en) van in totaal 12.250,--, althans een geldbedrag van die

rekening opgenomen kon worden;

en/of

d) (zakendossier 6)

dat een of meerdere (onbekende) perso(o)nen op of omstreeks 12 juli 2010,

althans in of omstreeks de maand juli 2010, te Rotterdam (woonplaats

gedupeerde rekeninghouder en/of plaats van geldopname), althans in Nederland,een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal 1000,= euro en/of 2500,--

Engelse ponden, althans een geldbedrag, heeft/hebben verworven, voorhanden

heeft/hebben gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van dat voorwerp

gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl deze bovengenoemde perso(o)n(en)

redelijkerwijs moest(en)

vermoeden dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk -

afkomstig was uit enig misdrijf,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte,

toen te Rotterdam (woonplaats geldezel en/of overdracht bankpasje), althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest

- door [3] en/of een andere persoon te bewegen een op naam van

[3] staand bankpasje van de ING (behorend bij rekeningnummer

[…]) aan hem, verdachte af te geven en/of

- door het (vervolgens) verder verstrekken en/of gebruiken van dat pasje en/of

bankrekeningnummer van "geldezel" [3] aan onbekende personen, die

(vervolgens) een geldbedrag van 6000,= euro, althans een hoeveelheid geld op

die rekening konden storten en/of

- waarbij (vervolgens) door verdachte en/of die onbekende personen (een)

geldbedrag(en) van die rekening opgenomen kon worden;

420bis aanhef en onder b jo 48 Wetboek van Strafrecht

art 420ter Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 22 maart 2011 in de

gemeente Emmen en/of Coevorden en/of Amsterdam, althans in Nederland, heeft

deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen

van misdrijven, namelijk verduistering en/of oplichting en/of diefstal door

middel van valse sleutel en/of witwassen, althans vermogensdelicten die in

verband staan met phishingfraude activiteiten;

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. G. Wilbrink acht hetgeen onder 1 primair en onder 2 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

De raadsman van de verdachte heeft onder meer aangevoerd dat de dagvaarding met betrekking tot het onder 1 ten aanzien van het gedachten-streepje (zakendossier 4 + oorspronkelijk dossier BVH 2011031102) tenlastegelegde partieel nietig dient te worden verklaard, nu de tenlastelegging te dien aanzien onvoldoende specifiek is.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De tenlastelegging voldoet, naar het oordeel van de rechtbank, aan de vereisten die de wet daaraan in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering stelt. De officier van justitie heeft er voor gekozen een aantal feiten uit te schrijven en een aantal feiten als verzamelfeit ten laste te leggen. Daarbij wordt verwezen naar het betreffende zakendossier waar, op pagina 444 e.v., een overzicht van de ING bank met bijlagen is opgenomen waaruit blijkt op wiens rekeningnummers bedragen zijn overgemaakt. Gelet op de inhoud van het dossier is voldoende duidelijk waar het tenlastegelegde betrekking op heeft, terwijl bovendien niet aannemelijk is geworden dat verdachte zich niet naar behoren tegen de aanklacht heeft kunnen verdedigen.

Bewijsmotivering

Inleiding

Verdachte heeft terechtgestaan ter zake van verdenking van – kort gezegd – betrokkenheid bij het in georganiseerd verband witwassen van geldbedragen die zijn verkregen door middel van phishingfraude.

Phishing is het kort gezegd het achterhalen van iemands identiteit en bankgegevens via internet. Criminelen proberen (gewoonlijk via een e-mail) persoonlijke gegevens van iemand te achterhalen zoals bankrekeningnummers, creditcardnummers, wachtwoorden, pincodes en dergelijke, waarmee zij geld van iemands rekening kunnen halen. Omdat deze geldbedragen alleen kunnen worden overgeboekt naar andere bankrekeningnummers, hebben criminelen ook rekeningnummers nodig waarop zij die door middel van phishing ontvreemde geldbedragen kunnen wegboeken. Personen die hiertoe hun bankrekening, bankpasje en eventueel hun pincode ter beschikking stellen, worden geldezels genoemd. De criminelen storten (het door phishing verkregen gestolen geld) op de bankrekening van een geldezel en sluizen het vervolgens door naar andere rekeningen of nemen het geld contant op.

Op 29 maart 2011 werd een opsporingsonderzoek ingesteld onder leiding van de officier van justitie te Assen onder de codenaam “Dodo”. Het onderzoek richtte zich op grootschalige phishingfraude in Zuidoost Drenthe. Op 18 mei 2011 werd het dossier afgerond tegen diverse geldezels (zij stelden hun bankpassen en rekeningnummers ter beschikking) en tussenpersonen (pasjesronselaars). Het onderzoek had tot dat moment nog niet geleid tot aanhouding van verdachte. Nadat verdachte op 7 januari 2012 voor een ander feit werd aangehouden, is het onderzoek Dodo voortgezet.

Bewijsmiddelen feit 1

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Hieronder volgt de zakelijk weergegeven opsomming van de inhoud en van de vindplaats van deze bewijsmiddelen, waarbij verwezen wordt naar de paginanummering in het originele dossier (onderzijde pagina).

- de aangifte van [aangever 1] , namens de ING Groep N.V., dat op 22 december 2010 omstreeks 12:30 uur bij een postagentschap met ING-faciliteiten aan [adres], een jongeman geld wilde opnemen van zijn ING-rekening. Het ging om een bedrag van 3.500 euro. Bij controle van de bankpas en de ID-kaart van de jongen bleek dat de voorletters op de bankpas omgekeerd stonden. De bankmedewerkster nam contact op met de ING-fraudedesk in Leeuwarden, daarbij werd tevens de opname-check van bedragen boven de 1000 euro door personen jonger dan 25 jaar uitgevoerd. Uit deze laatste check bleek dat op 22 december 2011 een bedrag van 5.000 euro was ontvangen. Dit bedrag was middels phishingfraude overgeboekt van rekeningnummer […] van [benadeelde 1] op rekeningnummer […] ten name van [geldezel 1]. Van dit bedrag is een deel te weten 1.250 opgenomen bij geldautomaten van de ING en de Rabobank. De medewerkster heeft hierop de politie gebeld. De medewerkster merkt op dat de jongen tijdens het wachten op de politie veelvuldig belt en dat er tijdens het wachten een vrouw binnen komt aan wie de jongen iets afgeeft, waarna de vrouw weer vertrekt.

- de verklaring van [geldezel 1] , inhoudende dat hij door [AF] is benaderd of hij zijn rekening ter beschikking wilde stellen. [geldezel 1] verklaart: Ik wilde het niet doen maar ik werd bedreigd door [V]. Ik heb onder dwang mijn pas aan [V] gegeven. Op 22 december 2010 werd ik gebeld. Ik herkende de stem van [V]. Hij zei dat het geld op mijn rekening stond en dat ik 1000 euro moest gaan pinnen bij de ING-bank in [adres]. Vervolgens moest ik naar de ABN in [adres] gaan om 250 euro te pinnen. Dit heb ik gedaan. Ik werd steeds gebeld door [V] die mij opdrachten gaf. Zijn nummer staat nog in mijn telefoon: [telefoonnummer]. Ik moest toen naar de readshop in [adres]. Ik heb gekeken hoeveel ik nog kon opnemen van mijn ING rekening. Ik zag dat ik nog ongeveer 3.500 euro kon opnemen. Ik ben de readshop binnen gegaan om aan de balie geld op te nemen. Ik moest dat doen van [V]. Ik moest mijn ING pas en mijn ID-kaart afgeven aan de medewerkster. Zij zei toen dat de initialen niet klopten en dat zij dit moest uitzoeken. Ik had de 1.250 euro nog in mijn jaszak. Terwijl ik in de winkel stond heeft [V] mij meerdere keren gebeld. Hij vroeg waarom het allemaal zo lang duurde. Op een gegeven moment zag ik dat [V] de winkel binnen kwam lopen. Hij bleef achter in de winkel rondhangen. Hij stuurde mij een pingbericht. Ik ben toen naar [V] toe gelopen en heb hem 1200 euro gegeven. Er bleef per ongeluk 50 euro achter in mijn jaszak. [V] is een lange donkere man, hij spreekt Nederlands en Angolees, hij heeft vier gouden voortanden, in deze tanden staat iets gegraveerd, hij droeg een donkerblauwe winterjas van het merk Nickelson met een capuchon met bontkraag, een zwarte baseballcap en witte schoenen van het merk Gucci. Verder droeg hij een tas om zijn nek van het merk Gucci. Ik schat dat hij ongeveer 24 jaar is. [V] verblijft vaak in [adres].

- de aangifte van [benadeelde 2] , inhoudende dat hij op 2 september 2010 te 13:40 uur telefonisch op de hoogte is gesteld door een medewerkster van ING-beveiligingen dat van zijn rekeningnummer […] telkens geldbedragen waren afgeschreven tot een totaal bedrag van 35.900,90 euro. Aangever heeft deze bedragen niet zelf overgeboekt. Uit de als bijlage bij de aangifte gevoegde rekeningafschriften blijkt dat onder meer een bedrag van 2.500 euro is overgeboekt op rekeningnummer […] ten name van [geldezel 2].

- de verklaring van [geldezel 2] , inhoudende dat zij haar bankpas en pincode aan [HA] heeft gegeven. Zij zou geld krijgen voor het ter beschikking stellen van haar bankrekening.

- de verklaring van [HA] , inhoudende dat hij het eerst over het pasjesgebeuren hoorde van [BA]. [HA] verklaart: [BA] vroeg mij of ik een ING pasje kon regelen en hij legde mij uit hoe het werkt. [BA] vertelde dat [V] mensen kende in Amsterdam en dat er dan geld op de rekening werd gezet en ook weer afgehaald. [V] was de contactpersoon. Hij stond dicht bij de jongens in Amsterdam die het geld op de rekening zetten. Ik heb het pasje van [geldezel 2] aan [V] gegeven. Ik ben toen samen met [V] in de auto naar Amsterdam gegaan. Er was nog een andere donkere jongen bij. [V] reed in een BMW X6. Hij zei dat hij deze had gehuurd. Op een parkeerplaats in Amsterdam kwam er een negerachtige jongen naar de auto en toen gaf [V] het pasje van [geldezel 2] aan hem mee. De jongen kwam terug en zei dat het niet ging en dat wij de volgende dag terug moesten komen. Daarna hebben zij mij weer in Emmen afgezet.

Als verbalisanten hem confronteren met foto 10 herkent [HA] [V].

- de aangifte van [benadeelde 3] , inhoudende dat op 1 maart 2010 telkens geldbedragen zijn afgeschreven van zijn ING-rekeningnummer […] tot een totaal bedrag van 9.767 euro. Aangever heeft deze bedragen niet zelf overgeboekt. Uit de als bijlage bij de aangifte bijgevoegde bankafschriften van de ING bank blijkt dat onder meer een geldbedrag van 1.250 euro is overgeboekt op rekeningnummer […] ten name van [verdachte] te Amersfoort.

- de aangifte van [benadeelde 4] , inhoudende dat op 1 maart 2010 telkens geldbedragen zijn afgeschreven van zijn ING-rekeningnummer […] tot een totaal bedrag van 21.000 euro. Aangever heeft deze bedragen niet zelf overgeboekt. Uit de als bijlage bij de aangifte bijgevoegde bankafschriften van de ING bank blijkt dat onder meer tweemaal een geldbedrag van 5.500 euro is overgeboekt op rekeningnummer […] ten name van [verdachte] te Amersfoort.

- de verklaring van de verdachte , inhoudende dat hij gebruik maakt van verschillende namen zoals [naam verdachte], [A], of namen van kledingmerken. [verdachte] verklaart: Het klopt dat ik een bankrekening bij de ING heb gehad met nummer […] ten name van [verdachte]. Die rekening is geblokkeerd omdat er fraude mee is gepleegd. Ik ben benaderd door mensen uit Amsterdam. Zij vroegen of ik geld wilde verdienen. Zij vroegen of ik een pasje van de ING had. Ik heb het pasje afgegeven. Zij zeiden dat er geld op de rekening werd gezet en dat ik dat er weer af moest halen. Daarna moest ik het aan hen afstaan. Ik zou een deel van het geld krijgen. Het kan kloppen als u zegt dat het om 12.250 euro ging. De mensen uit Amsterdam hebben mij gevraagd of ik dingen kon regelen. Of ik mensen wist die pasjes hadden. Ik ben niet de hoofdman, ik ben een tussenpersoon net als [BA]. [BA] regelde de pasjes.

Het klopt dat ik een broer heb die aan vechtsport doet. Zijn naam is [naam broer]. Ik wil niet over hem praten.

Ik verblijf meestal bij mijn moeder in Amersfoort.

U toont mij een foto genummerd foto 10. Ik herken mijzelf op die foto. Het is een oude foto van vroeger.

- de aangifte van [benadeelde 5] , inhoudende dat op 12 juli 2010 telkens geldbedragen zijn afgeschreven van zijn ING-rekeningnummer […] tot een totaal bedrag van 54.250 euro. Aangever heeft deze bedragen niet zelf overgeboekt. Uit de als bijlage bij de aangifte bijgevoegde bankafschriften van de ING bank blijkt dat onder meer een geldbedrag van 6.000 euro is overgeboekt op rekeningnummer […] ten name van [geldezel 3] te Emmen.

- de verklaring van [geldezel 3] , inhoudende dat hij [V] rond april 2010 heeft ontmoet in een bar in Amsterdam. [geldezel 3] verklaart: Begin juli 2010 kwam ik hem weer tegen in Amsterdam, [V] was toen met [BA] samen. [V] vroeg mij of hij mijn rekening mocht gebruiken om geld over te laten boeken uit Congo. Op 10 juli 2010 sprak ik met [V] af in Rotterdam. Er was toen een andere man bij hem, een negroïde man van ongeveer 40 jaar oud en ongeveer 1.80 meter lang. Ik heb [V] mijn ING pasje gegeven. [V] tikte het nummer in zijn telefoon en gaf mij mijn pasje terug. [V] ging vervolgens weg en de andere man bleef bij mij. Even later belde [V] mij en zei dat het geld er was. Ik moest gaan pinnen bij een ING pinautomaat. Ik heb 1000 euro gepind en aan de man gegeven. Toen heb ik geprobeerd om 250 euro te pinnen bij een ABN pinautomaat maar dat lukte niet. Vervolgens moest ik voor 2.500 euro Engelse ponden kopen bij het GWK. Dit heb ik gedaan en ik heb het geld aan de man overhandigd. Toen moest ik naar een casino gaan op de Blaak in Rotterdam om te pinnen maar dat lukte niet.

Toen ik vervolgens probeerde te pinnen bij een automaat in Roosendaal werd mijn pasje ingeslikt. Ik heb in totaal 3.500 euro gepind. Hierna heeft de ING mijn rekening geblokkeerd.

[V] is een negroïde man, hij heeft gouden voortanden en een tatoeage van sterren op zijn rechterarm. Zijn vriendin heet [K] en zij zit bij mij in de klas. Zij heeft ook een kind van hem. Volgens [K] verblijft [V] vaak bij [BA] in Coevorden.

- de aangifte van [aangever 2] , namens de ING Groep N.V., dat (onder meer) op 30 augustus 2010 een frauduleuze overboeking heeft plaatsgevonden ten bedrage van 2.500 euro ten gunste van rekeningnummer […] ten name van [geldezel 5] te Coevorden.

- de verklaring van [geldezel 5] , inhoudende dat hij in augustus 2010 zijn bankpas en pincode aan [BA] heeft gegeven. [geldezel 5] verklaart: Er is geld op mijn rekening gestort en vervolgens heeft de ING mijn bankrekening geblokkeerd omdat er fraude mee is gepleegd. Bij [BA] logeerde een jongen met de bijnaam [V]. Zijn echte naam is [naam verdachte]. Zijn ouders wonen in Amersfoort. [verdachte] is een grote neger met gouden tanden, hij is ongeveer 25 jaar en hij draagt een Gucci jack. [geldezel 5] zegt dat [BA] de loopjongen van [verdachte] is. [geldezel 5] heeft een foto van [verdachte] die hij aan de politie toe zal mailen.

- de verklaring van [LK] , inhoudende dat zij een relatie heeft gehad met [verdachte] van medio 2010 tot december 2010. Zij kende hem eerst onder de naam [V]. Zo stelde hij zich ook aan haar voor. Op een gegeven moment heeft [V] zijn paspoort in haar woning laten liggen en toen zag zij dat daar de naam [naam verdachte] in stond. En dat hij uit Angola kwam. Zij heeft hem opgebeld en gevraagd of hij in het echt [naam verdachte] heet. Hij schrok toen maar heeft het wel bevestigd.

- de verklaring van [AA] , inhoudende: [V] sprak alle jongeren aan in Coevorden dat zij geld konden verdienen. Zij moesten oranje (ING) bankpassen bij hem brengen. Ik heb meerdere keren passen voor hem verzameld. Ik vertelde mensen dat zij geld konden verdienen door afgifte van hun bankpas en pincode. [V] werd ook wel “moneymaker” genoemd. Ik weet dat hij een vriendin had, zij heet [L]. [V] is van Afrikaanse afkomst, ongeveer 24 jaar oud, ongeveer 1.90 lang, gouden tanden, hij had altijd dure merkkleding aan en hij droeg altijd een tas van Louis Vuitton bij zich. Hij kwam een keer met [BA] in een zilverkleurige X6 naar discotheek LEF in Beilen.

U toont mij een aantal foto’s. Foto nummer 10 is [V].

- de verklaring van [SM] , inhoudende: Een tijdje geleden waren er jongens in Coevorden en die vroegen mensen om ING pasjes. Het ging om [BA] en een neger uit Amsterdam die zich [V] noemde. [BA] vroeg iedereen die hij kende om bankpassen en pincodes. Iedereen die geld wilde verdienen ging pasjes zoeken voor [BA]. De pasjes die [BA] kreeg die moesten naar [V]. [V] is ongeveer 1.90 meter lang, hij heeft vier gouden tanden, hij heeft tatoeages op de arm.

U vraagt mij wie [verdachte] is. Ik hoorde een keer dat de echte naam van die neger [naam verdachte] is. Ik hoorde dit tijdens een ruzie tussen [V] en [BA].

U toont mij een aantal foto’s. Foto nummer 10 is die neger.

- de verklaring van [DO] , inhoudende: [BA] en [V] vroegen of zij mijn bankpas mochten gebruiken. Ik had zelf geen ING pas maar ik heb wel anderen benaderd voor pasjes. [BA] en [V] zeiden dat zij zaken deden met Afrikanen uit Amsterdam. Die Afrikanen zouden bankrekeningen kopen via een internetsite. Op deze internetsite staan bankrekeningen waar geld op staat. Je zag dan een rekeningnummer, hoeveel geld er op stond en hoeveel je moest betalen om de inloggegevens van internetbankieren te kopen. [BA] en [V] vertelden dat die Afrikanen op deze site konden. [BA] regelde de pasjes. [V] sms-te of pingde het bankrekeningnummer dan naar iemand toe die het geld erop zette.

U toont mij een fotoblad voorzien van nummer 10. Dit kan [V] zijn. [V] wordt ook Gucci-man genoemd. Hij draagt hele dure kleding.

- de verklaring van [RA] , inhoudende: [BA] heeft mij gevraagd om mijn bankpas en pincode. Iemand zou er geld op storten en het weer eraf pinnen en ik zou er ook geld voor krijgen. Ik heb later ook nog een pasje van iemand anders geregeld en het afgegeven aan [AA] en [BA]. [BA] is vaak samen met [V].

U toont mij een aantal foto’s. Foto nummer 10 is [V].

- de verklaring van [BA] , inhoudende; In juni of juli 2010 ben ik naar Amsterdam gegaan. Ik was daar met [HA]. In een café kwam ik een jongen tegen die zich voorstelde als [V]. [V] vertelde dat hij mij rijk kon maken. Hij vertelde dat wij pasjes moesten regelen. Hij pingde de rekeningnummers van die pasjes dan door naar iemand die er geld op zette. Dit bedrag, 2.500 euro, pinde [V] vervolgens weer van die rekening af. [V] zou 35% van het bedrag krijgen en 5% of 10% afstaan aan degene die het pasje beschikbaar stelde. Ik zou dan met degene die het pasje afgaf moeten bespreken hoeveel geld ik zou krijgen. In eerste instantie maakte het niet uit wat voor pasjes het waren, later mochten het alleen ING pasjes zijn. De eerste paar keer heb ik zelf mensen benaderd om pasjes af te geven. Op een gegeven moment liet ik jongens die ook geld wilden verdienen pasjes halen. Om zoveel mogelijk geld te verdienen, deed ik mijn best om veel pasjes te verzamelen. Als we meerdere pasjes hadden dan nam [V] contact op met andere personen. Hij noemde deze personen “bonkers”. Dit zijn de personen die het geld overmaken. Daarna pinde hij het geld, meestal vlak vóór 24:00 uur en vlak ná 24:00 uur. Hij deed dan het geld in zijn tasje en belde met de bonkers of het gelukt was. Op een gegeven moment vertrouwde ik het niet meer en heb ik in zijn Blackberry gekeken. Ik las daar dat hij veel meer geld kreeg, 50%. [V] huurde vaak auto’s, onder andere een BMW X6 en een VW Passat.

[V] heeft zich in eerste instantie voorgesteld met de naam [V]. Zijn echte naam is [naam verdachte]. Dat heb ik van hem zelf gehoord. Hij had het vaak over zijn broer [naam broer verdachte], die zit in de vechtsport. [verdachte] noemde zichzelf ook wel [A]. Hij heeft zich ook wel eens Gucci-man of Louis Vuitton-man genoemd. [verdachte] is lang en breed en donker van kleur. Hij heeft vier gouden tanden en een diamant in het ondergebit. Er staan figuren in die tanden. Hij heeft tatoeages in zijn nek (een A) en op zijn rechterarm( sterren met een A ertussen). Hij draagt alleen merkkleding, Prada, Gucci, Louis Vuitton. Hij draagt altijd een tasje. [V] woont op verschillende plaatsen, bij zijn vriendin in Groningen, bij zijn moeder in Amersfoort of in Amsterdam bij zijn broer en de bonkers. Zijn vriendin heet [LK].

U toont mij een aantal fotobladen. Foto nummer 10 is [V].

- de waarneming van verbalisanten tijdens het verhoor van verdachte op 8 januari 2012 dat verdachte vier gouden voortanden heeft en dat in één daarvan een “a” en in één een “s” is gegraveerd en dat hij een aantal tatoeages heeft.

Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen gaat de rechtbank ervan uit dat de persoon die [V] of [A] wordt genoemd dezelfde persoon is als verdachte [naam verdachte] en de rechtbank verwerpt daarmee het verweer van verdachte dat hij zich nooit [V] heeft genoemd.

Feit 2

Verdachte wordt onder feit 2 verweten dat hij samen met anderen heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven. Hierbij gaat het -kort gezegd- om witwassen.

Onder een organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht wordt verstaan ‘een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen verdachte en tenminste één ander persoon’. Bij de beantwoording van de vraag of een dergelijk samenwerkingsverband het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft, waaronder begrepen het gedurende enige tijd misdrijven begaan van slechts één soort, zal onder meer betekenis kunnen toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of de onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van een gemeenschappelijk doel van de organisatie en, meer in het algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichtte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.

Van deelname aan een criminele organisatie is slechts dan sprake, indien de betrokkene:

1. behoort tot het samenwerkingsverband; en

2. een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in artikel 140 bedoelde oogmerk.

Voor deelneming is daarbij voldoende dat betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Er moet sprake zijn van een zodanige rol in het geheel van handelingen dat het samenwerkingsverband daardoor functioneert of functioneren kan.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem telastegelegde strafbare handelingen, tezamen met andere (deels onbekend gebleven) personen, in georganiseerd verband zoals bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht heeft gepleegd (feit 2). Zij verwijst daarbij naar de bewijsmiddelen zoals door de rechtbank beschreven ten aanzien van feit 1 primair. Gelet op de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden is voldoende aannemelijk geworden dat er sprake is geweest van een duurzame onderlinge samenwerking en een gestructureerd samenwerkingsverband tussen meerdere personen. Dat niet van alle betrokken personen de identiteit is komen vast te staan en dat binnen de organisatie sprake was van een wisselende samenstelling doet daar niet aan af.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode 1 maart 2010 tot en met 22 maart 2011, te Amsterdam en/of te Emmen en/of te Coevorden en/of te Rotterdam, telkens in vereniging met anderen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, geldbedragen, waaronder

- (zakendossier 1)

op 22 december 2010 in de gemeente Emmen, een geldbedrag van (in totaal) 1200,-- euro, dat door middel van phishingfraude van rekeningnummer […] (benadeelde [1]) op rekeningnummer […] van (geldezel) [1] was gestort

en

- (zakendossier 2)

in de periode van 1 september 2010 tot en met 2 september 2010 te Amsterdam, een geldbedragen van (in totaal) 2500,-- euro, dat door middel van phishingfraude van rekeningnummer […] (van benadeelde [2]) op rekeningnummer […] (van geldezel) [2] was gestort

en

- (zakendossier 3)

op 1 maart 2010 te Amsterdam, een geldbedragen van in totaal 12.250,-- euro, dat door middel van phishingfraude van rekeningnummers […] (benadeelde [3]) en […] (benadeelde [4] op rekeningnummer […] van verdachte was gestort

en

- (zakendossier 6)

op 12 juli 2010 te Rotterdam, geldbedragen van in totaal 1000,-- euro en 2500,-- Engelse ponden, die door middel van phishingfraude van rekeningnummer […] (benadeelde [5]) op rekeningnummer […] (van geldezel) [3] waren gestort

en

- (zakendossier 4 + oorspronkelijk dossier BVH 2011031102)

in de periode van 1 maart 2010 tot en met 22 maart 2011 in Nederland een geldbedrag, dat door middel van phishingfraude van een rekeningnummer van een ING rekeninghouder op de bankrekening van een geldezel te weten [5] was gestort

(telkens) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl hij (telkens) wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

2.

hij in de periode van 1 maart 2010 tot en met 22 maart 2011 in de gemeente Emmen en Coevorden en Amsterdam, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk vermogensdelicten die in

verband staan met phishingfraude activiteiten.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1: een gewoonte maken van witwassen,

strafbaar gesteld bij artikel 420ter van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2: deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven,

strafbaar gesteld bij artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsman van de verdachte, de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 24 mei 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van een misdrijf is veroordeeld, alsmede het over verdachte uitgebrachte reclasseringsadvies d.d. 6 februari 2012.

Verdachte is betrokken geweest bij een organisatie die zich gedurende een langere periode, op grote schaal en op professionele wijze bezig hield met “phishingfraude”. Het vertrouwen dat door consumenten in het betaalnetwerk en in het bankwezen moet kunnen worden gesteld is van groot economisch en maatschappelijk belang. Door de bewezenverklaarde feiten is een ernstige inbreuk gemaakt op het vertrouwen van consument in het betalingsverkeer en het bankwezen. Wanneer dit vertrouwen niet meer aanwezig is, bestaat het risico van een ernstige ontwrichting van het maatschappelijk en economisch verkeer. Daarnaast heeft de handelwijze van verdachte geleid tot financiële schade voor Nederlandse banken. Bovendien is aan de rekeninghouders die slachtoffer van de phishingfraude zijn geworden veel stress en overlast toegebracht.

Bij het bepalen van de strafmaat is in aanmerking genomen dat verdachte deze feiten puur uit winstbejag heeft gepleegd. Voorts heeft de rechtbank bij de straftoemeting overwogen dat verdachte een leidende rol binnen de criminele organisatie moet worden toegedicht. De rechtbank acht dit aannemelijk omdat verdachte steeds degene was die het geld ging pinnen en hij kennelijk over grote bedragen geld kon beschikken gelet op de wijze waarop hij zichzelf presenteerde (dure kleding, sieraden en auto’s) terwijl hij niet over een reguliere bron van inkomsten beschikt.

Gezien de rol van verdachte, de grote aantallen “phishing” transacties, de lange periode waarin verdachte aan de activiteiten heeft deelgenomen, alsmede de omstandigheid dat hij jonge, vaak nog minderjarige, “geldezels” betrok bij zijn activiteiten, is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf recht doet aan de aard en de ernst van de feiten, zodat de rechtbank deze zal volgen.

Nu verdachte er om hem moverende redenen voor gekozen heeft om niet ter terechtzitting te verschijnen en hij voorts bij de reclassering maar heel beperkt inzicht in zijn persoonlijke leefomstandigheden heeft gegeven, zijn er voor de rechtbank geen aanknopingspunten om andere -mogelijk ten voordele van verdachte strekkende- omstandigheden mee te laten wegen bij de strafoplegging.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 47, 57, 140, 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven zijn vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan een gedeelte groot 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter en mrs. O.J. Bosker en M. Van der Veen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.D. Vermeer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 3 juli 2012, zijnde mrs. Schoemaker en Van der Veen buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.