Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BW9331

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
26-06-2012
Datum publicatie
27-06-2012
Zaaknummer
19.830104-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

6 maanden gevangenisstraf voor fysiek en verbaal geweld tegen politieambtenaren en bedreiging van ex-partner.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummers: 19.830104-12

18.670088-10 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 26 juni 2012 in de zaken van het openbaar ministerie tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [datum] 1982,

wonende te [woonplaats], thans verblijvende in P.I. Noord, de Grittenborgh te Hoogeveen.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 12 juni 2012, na verwijzing door de politierechter in deze rechtbank op 02 mei 2012.

De verdachte is niet verschenen.

Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. U. van Ophoven, advocaat te Leek.

Deze is door de verdachte uitdrukkelijk gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 07 april 2012 te Nietap, althans in de gemeente

Noordenveld (zijn ex-parner) [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen

het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte

opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] via haar GSM (middels een whats-app berichtje)

dreigend de woorden gestuurd: "jij gaat het afleren, al moet ik jou van het

leven beroven" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 6 april 2012 tot en met 7 april 2012 te

Nietap, althans in de gemeente Noordenveld, opzettelijk en wederrechtelijk

een ruit van een woning (aan de [straat]), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar

gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 08 april 2012 te Nietap, althans in de gemeente

Noordenveld ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan

[slachtoffer 2] (medewerker van de Regiopolitie Groningen) gedurende en/of

terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die voornoemde

politieambtenaar een kopstoot heeft gegeven en/of tegen het hoofd heeft

geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 08 april 2012 te Nietap, althans in de gemeente

Noordenveld, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2] (medewerker van de

Regiopolitie Groningen) gedurende en/of ter zake de uitoefening van de

rechtmatige uitoefening van zijn bediening, een kopstoot heeft gegeven en/of

tegen het hoofd heeft geschopt, waardoor deze politieambtenaar letsel heeft

bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 08 april 2012 te Nietap, althans in de gemeente

Noordenveld, opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 3]

(medewerker van de Regiopolitie Groningen), gedurende en/of terzake van de

rechtmatige uitoefening van zijn bediening, heeft geslagen en/of gestompt,

waardoor voornoemde politie-ambtenaar letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 08 april 2012 te Nietap, althans in de gemeente

Noordenveld, [slachtoffer 4] (medewerker van de Regiopolitie Groningen) heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk tegen voornoemde [slachtoffer 4] en/of

[slachtoffer 2] dreigend gezegd: "haal je arm van mijn keel af, als je dat niet doet

dan kom ik samen met mijn vrienden uit Emmen en hak ik je hoofd eraf", althans

woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Kappeyne van de Coppello acht hetgeen onder 1, 2, 3 subsidiair, 4 en 5 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 9 maanden gevangenisstraf, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

* toewijzing van de civiele vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 2],

[slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], elk groot € 368,00, alsmede oplegging van de

schadevergoedingsmaatregel;

* toewijzing van de civiele vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5],

groot € 454,02, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

* tenuitvoerlegging van de (onder parketnummer 18.670088-10) door de meervoudige

strafkamer van de rechtbank te Groningen d.d. 19 augustus 2010 voorwaardelijk

opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 115 dagen.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

De verdachte dient van het onder 3 primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit -evenals de officier van justitie en de raadsman van verdachte- niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht met name niet bewezen, dat verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Bewijsmotivering

Nu verdachte hetgeen de rechtbank onder 1, 2, 3 subsidiair en 4 bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en zijn raadsman geen vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen:

ten aanzien van feit 1:

- de aangifte van [slachtoffer 1];1

- de bevindingen van verbalisanten [verbalisanten 1 en 2];2

- de verklaring van verdachte;3

ten aanzien van feit 2:

- de aangifte van [slachtoffer 1];4

- de bevindingen van verbalisant [verbalisant 3];5

- de verklaring van verdachte;6

ten aanzien van feit 3 subsidiair:

- de aangifte van [slachtoffer 2];7

- foto's van het letsel van aangever [slachtoffer 2];8

- de verklaring van verdachte;9

ten aanzien van feit 4:

- de aangifte van [slachtoffer 3];10

- foto's van het letsel van aangever [slachtoffer 3];11

- de verklaring van verdachte.12

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte terzake van feit 5 (de bedreiging van politieambtenaar [slachtoffer 4]) dient te worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe -kort samengevat- aangevoerd dat verdachte de bedreiging ontkent en dat er behalve de aangifte van [slachtoffer 4] geen steunbewijs in het dossier aanwezig is.

De rechtbank kan zich niet met de zienswijze van de raadsman verenigen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangever [slachtoffer 4] heeft bedreigd. Anders dan door de raadsman is betoogd is aan het bewijsminimum, gelet op artikel 344 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, voldaan. In het dossier bevindt zich namelijk het proces-verbaal (van bevindingen) van opsporingsambtenaar [slachtoffer 4]. De rechtbank heeft ook geen enkele aanleiding om aan de juistheid van het proces-verbaal te twijfelen.

De rechtbank baseert zich voor het bewijs op de navolgende bewijsmiddelen.

Verbalisant [slachtoffer 4], aspirant van de politie Groningen verklaart13 dat verdachte op 8 april 2012 te Nietap met luide keel tegen hem riep: 'Haal je arm van mijn keel af, ik krijg geen lucht. Als je dit niet doet dan kom ik samen met mijn vrienden uit Emmen en hak ik je hoofd eraf!'. Verbalisant voelde zich bedreigd door deze woorden.

[slachtoffer 4] heeft van het vorenstaande aangifte14 gedaan.

Verdachte verklaart15 dat hij niet meer precies weet wat hij op 8 april tegen de politiemensen heeft gezegd.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 subsidiair, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 07 april 2012 te Nietap, zijn ex-partner [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] via haar GSM middels een whats-app berichtje dreigend de woorden gestuurd: "jij gaat het afleren, al moet ik jou van het leven beroven" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij in de periode van 6 april 2012 tot en met 7 april 2012 te Nietap, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een woning aan de [straat], toebehorende aan [slachtoffer 1], heeft vernield;

3.

hij op 08 april 2012 te Nietap, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2] (medewerker van de

Regiopolitie Groningen) gedurende en ter zake van de uitoefening van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, een kopstoot heeft gegeven en tegen het hoofd heeft geschopt, waardoor deze politieambtenaar letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

4.

hij op 08 april 2012 te Nietap, opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 3] (medewerker van de Regiopolitie Groningen), gedurende en terzake van de

rechtmatige uitoefening van zijn bediening, heeft gestompt, waardoor voornoemde politieambtenaar letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

5.

hij op 08 april 2012 te Nietap, [slachtoffer 4] (medewerker van de Regiopolitie Groningen) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk tegen voornoemde [slachtoffer 4] dreigend gezegd: "haal je arm van mijn keel af, als je dat niet doet dan kom ik samen met mijn vrienden uit Emmen en hak ik je hoofd eraf".

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder onder 1, 2, 3 subsidiair, 4 en 5 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen,

strafbaar gesteld bij artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3 subsidiair: mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening,

strafbaar gesteld bij artikel 300 juncto artikel 304 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 4: mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening,

strafbaar gesteld bij artikel 300 juncto artikel 304 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 5: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank heeft bij de bepaling van de hierna te vermelden straf rekening gehouden met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zijn ex-partner door middel van een whats-app bericht via de GSM bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en hij heeft een ruit van haar woning vernield. Nadat de gealarmeerde politieambtenaren ter plaatse kwamen werd verdachte gewelddadig tegen hen. Hij mishandelde, bedreigde en beledigde politieambtenaren. Politieambtenaar [slachtoffer 2] werd tegen het hoofd geschopt en kreeg een kopstoot en politieambtenaar [slachtoffer 3] werd gestompt. Tevens heeft hij politieambtenaar [slachtoffer 4] met de dood bedreigd.

De rechtbank rekent verdachte met name het grove fysieke en verbale geweld tegen de politieambtenaren, die hun werk deden, zwaar aan.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging voorts rekening met eerder vermelde eis van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman van verdachte. De raadsman heeft gepleit voor het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar van beperktere duur dan door de officier is gevorderd. Tevens houdt de rechtbank rekening met de aanwezige, verdachte betreffende rapportages, en de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 23 mei 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van soortgelijke geweldsmisdrijven is veroordeeld en de erkenning door de verdachte tegenover de verhorende opsporingsambtenaren dat hij zich aan de op de dagvaarding ad-informandum gevoegde feiten onder de nummers 1 en 2 heeft schuldig gemaakt, welke feiten hiermee zijn afgedaan.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden geboden is.

Benadeelde partijen [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5]

De rechtbank acht telkens het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De gevorderde bedragen acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vorderingen zijn dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot de sub 3 subsidiair, 4 en 5 bewezen verklaarde feiten en de onder 1 en 2 vermelde ad informandum gevoegde feiten acht de rechtbank de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht tot na te noemen bedragen aansprakelijk voor de schade, die door de strafbare feiten zijn toegebracht. Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd de bedragen aan de Staat te betalen ten behoeve van de slachtoffers.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

18.670088-10

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de verdachte, eerder veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank te Groningen d.d. 19 augustus 2010, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

De rechtbank zal gelasten dat de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14g, 14j, 24c, 27, 36f, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 3 primair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1, 2, 3 subsidiair, 4 en 5 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte 1, 2, 3 subsidiair, 4 en 5 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

- een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van de som van € 368,00 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], een bedrag van € 368,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 7 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van de som van € 368,00 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], een bedrag van € 368,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 7 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van de som van € 368,00 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4], een bedrag van € 368,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 7 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, de [slachtoffer 5], van de som van € 454,02 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, de [slachtoffer 5], een bedrag van € 454,02 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 9 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormelde bedragen ten behoeve van de slachtoffers de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partijen doet vervallen, alsmede dat betaling van voormelde bedragen aan de benadeelde partijen de verplichting tot betaling aan de Staat van deze bedragen doet vervallen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18.670088-10

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 19 augustus 2010 door de meervoudige strafkamer van de rechtbank te Groningen opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 115 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, en mr. J.J. Schoemaker en

mr. J.M.M. van Woensel, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 26 juni 2012.

1 op pagina 22ev van het proces-verbaal van politie Drenthe, registratienummer: PL031W 2012025579 (het PV)

2 op pagina 25 van het PV

3 op pagina 72ev van het PV

4 op pagina 22ev van het PV

5 op pagina 27 van het PV

6 op pagina 72ev van het PV

7 op pagina 28ev van het PV

8 op pagina 34ev van het PV

9 op pagina 72ev van het PV

10 op pagina 49ev van het PV

11 op pagina 54ev van het PV

12 op pagina 72ev van het PV

13 op pagina 61 van het PV

14 op pagina 57ev van het PV

15 op pagina 74 van het PV

??

??

??

??

Parketnummer: 19.830104-12

Uitspraak d.d.: 26 juni 2012 4

vonnis