Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BW7958

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
08-05-2012
Datum publicatie
11-06-2012
Zaaknummer
330806 - CV EXPL 11-7629
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rekening courantovereenkomst. Ongeoorloofde debetstand. Derdenbeslag op en/of-rekening

De bank heeft niet onmiddellijk, maar enkele dagen later, het beslagen tegoed gereserveerd. Wel is er tijdig een brief naar de beslagdebiteur uitgegaan. Doordat er tussentijds nog betalingen zijn gedaan, is er bij reservering van het tegoed een ongeoorloofde debetstand is ontstaan. Geen schending zorgplicht. Derdenbeslag komt voor risico van de beslagdebiteur. De enkele stelling dat de debetstand ouder is dan drie maanden brengt niet mee dat sprake is van een krediet op grond van de Wet op het Consumenten Krediet. Bij een en/of-rekening zijn de rekeninghouders hoofdelijk schuldeiser. Het derdenbeslag treft het vorderingsrecht van de beslagdebiteur op de bank. Dat het saldo op de en/of-rekening mogelijk aan de partner van de beslagdebiteur toekomt, doet daaraan niet af. Dat raakt hun onderlinge draagplicht.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 74
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2013/117
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Assen

Sector kanton

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 330806 \ CV EXPL 11-7629

Vonnis van de kantonrechter van 8 mei 2012

in de zaak van

de naamloze vennootschap ING Bank N.V.,

hierna te noemen: ING Bank,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij,

gemachtigde: Tijhuis & Partners,

tegen

[gedaagde],

hierna te noemen: [gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. M. Arends.

1. De procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 7 november 2011 met producties;

- de conclusie van antwoord van 3 januari 2012 met producties;

- de nadere toelichtingen van partijen bij conclusies van repliek en dupliek.

1.2 Ten slotte is de datum voor het vonnis nader vastgesteld op vandaag.

2. De vaststaande feiten

2.1 De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

2.2 Tussen ING Bank, als rechtsopvolger door fusie met Postbank N.V., en [gedaagde] bestaat een rekening-courantovereenkomst met betrekking tot rekeningnummer [*]. Op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van ING Bank van toepassing. Het debetsaldo bedroeg per 29 oktober 2010 € 5.360,89.

Tussen ING Bank en [gedaagde] bestaat voorts een rekening-courantovereenkomst met betrekking tot rekeningnummer [*]. Op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van ING Bank van toepassing. Het debetsaldo bedroeg per 2 april 2010

€ 2.100,41.

2.3 Op 29 juni 2009 te 14.40 uur is op verzoek van Creyf's Interim B.V. ten laste van

[X] V.O.F. en haar vennoten [gedaagde] en [Y] executoriaal beslag gelegd onder ING Bank op alle tegoeden die ING Bank onder zich heeft van [gedaagde] en [Y]. Bij brief van 30 juni 2009 heeft ING Bank aan [gedaagde] bericht, voor zover hier van belang:

BES-22/3349

(…)

De volgende produkten vallen onder het beslag:

Betaalrekening : [*] tegoed: E 4.942,66

t.n.v. [gedaagde)

Betaalrekening : [*] tegoed E 9.891,39

t.n.v. [A] en/of [gedaagde]

Comfortspaarrekening: : [*] tegoed E 838,38

t.n.v. [gedaagde]

U mag, gedurende de beslagprocedure, niet over het beslagen tegoed beschikken, tenzij u toestemming krijgt van de beslaglegger.

Dit tegoed wordt, in afwachting van de verdere procedure, tijdelijk op uw naam gereserveerd op een ING Bedrijfsrekening, opdat u uw Betaalrekeningen gewoon kunt blijven gebruiken.

(…)

2.4 Bij brief van 2 juli 2009 bericht ING Bank aan [gedaagde], voor zover hier van belang:

(…)

Door een abusievelijke invoerfout zijn er gegevens door elkaar in de systemen gekomen. U heeft daardoor een foutieve brief van ons ontvangen inzake deze beslaglegging.

Het beslag met nummer BES-22/3349 is komen te vervallen.

Het beslag met nummer BES-22/3337 is juist en hier zal het beslag verder op worden afgehandeld.

(…)

2.5 Bij brief van 2 juli 2009 bericht ING Bank aan [gedaagde], voor zover hier van belang:

BES-22/3337

(…)

De volgende produkten vallen onder het beslag:

Betaalrekening : [*] tegoed: E 144,07

t.n.v. [gedaagde]

Betaalrekening : [*] tegoed: E 4.942,66

t.n.v. [gedaagde]

Betaalrekening : [*] tegoed E 9.891,39

t.n.v. [A] en/of [gedaagde]

Comfortspaarrekening: : [*] tegoed E 838,38

t.n.v. [gedaagde]

U mag, gedurende de beslagprocedure, niet over het beslagen tegoed beschikken, tenzij u toestemming krijgt van de beslaglegger.

Dit tegoed wordt, in afwachting van de verdere procedure, tijdelijk op uw naam ereserveerd op een ING Bedrijfsrekening, opdat u uw Betaalrekeningen gewoon kunt blijven gebruiken.

(…)

2.6 Bij brief van 29 juli 2009 bericht ING Bank aan [gedaagde], voor zover hier van belang:

Op 28 juli 2009 is op verzoek van BE Vloer en Visie B.V. te Oldenzaal, conservatoir beslag gelegd op uw tegoed bij de ING Bank N.V. Aangezien er op de dag van beslag geen/nauwelijks gelden zijn aangetroffen, heeft het beslag geen effect.

(…)

Het getroffen tegoed onder het eerder gelegde beslag valt wel onder dit beslag.

(…)

2.7 [gedaagde] heeft, mede name[Y] en [A], bij brief van 30 juli 2009 bij ING Bank om opheldering gevraagd en bezwaar gemaakt tegen de gang van zaken. In de kern genomen vraagt [gedaagde] hoe het kan dat, waar ING Bank in haar brieven spreekt over tegoeden, er op de verschillende bankrekeningen debetstanden zijn ontstaan, terwijl de rekening-courantovereenkomsten dergelijke debetstanden niet toestaan.

2.8 Partijen en hun gemachtigden hebben vervolgens uitgebreid gecorrespondeerd over de ontstane situatie, welke correspondentie goeddeels in het geding is gebracht.

2.9 ING Bank heeft de betreffende debetstanden als wanprestatie aangemerkt, zij heeft actie ondernomen om tot aanzuivering van de negatieve saldi te komen en zij heeft de debetstanden aangemeld bij de Stichting Bureau Krediet Registratie (BKR). ING Bank heeft de zaak op 29 oktober 2010 uit handen gegeven aan haar gemachtigde.

2.10 De gemachtigde van ING Bank heeft [gedaagde] herhaaldelijk aangemaand en gesommeerd om door middel van betaling tot aanzuivering van de debetstanden over te gaan.

2.11 Onder zaak-/rolnummer 331601 CV EXPL 11-7826 is bij de rechtbank Assen, sector kanton, een zaak aanhangig tussen enerzijds ING Bank en anderzij [Y] met betrekking tot een debetstand in een rekening-courantovereenkomst. In die zaak wordt ook vandaag uitspraak gedaan.

3. De vordering en het verweer, samengevat en zakelijk weergegeven

3.1 ING Bank vordert de veroordeling van [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad om aan ING Bank te betalen een bedrag van € 7.461,30 aan hoofdsom, € 240,17 aan rente tot en met 28 oktober 2011, buitengerechtelijke incassokosten van € 833,00 inclusief BTW, vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag van € 7.461,30 vanaf 29 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding, waaronder begrepen een bedrag aan salaris voor de gemachtigde van ING Bank.

ING Bank beroept zich voor haar vordering op de vaststaande feiten en stelt daartoe nog het volgende.

Onder het beslag vielen alle gelden, geldswaarden en/of roerende zaken die ING Bank op

29 juni 2009 te 14.40 uur onder zich had van [gedaagde]. Het beslag was dus niet beperkt tot het met name genoemde bankrekeningnummer [*]. ING Bank was verplicht alle tegoeden die onder het beslag vielen af te dragen aan de eerste beslaglegger. Door de grote hoeveelheid beslagen was het voor ING Bank niet mogelijk per 29 juni 2009 alle aanwezige saldi direct te reserveren. Hierdoor kon het gebeuren dat er nog mutaties zijn geweest nadat er beslag is gelegd. Na (interne) reservering van het beslagen tegoed is er een ongeoorloofd debetsaldo ontstaan op de betreffende bankrekeningen. [gedaagde] is er echter bij brief van

30 juni 2009 wel op gewezen dat hij niet mocht beschikken over het beslagen tegoed. Dat hij niettemin betalingen heeft laten uitvoeren, komt voor zijn rekening en risico. Onder het beslag viel een totaalbedrag van € 15.716,50. Omdat de deurwaarder - bij fax van

10 augustus 2009 - had aangegeven dat een bedrag van € 19.000,00 onder de beslagen viel, terwijl niet vaststond dat alle beslagleggers konden worden voldaan, is het totale saldo overgedragen aan de deurwaarder die het oudste executoriale beslag had gelegd. De bankrekeningen zijn niet geblokkeerd om [gedaagde] in staat te stellen de rekeningen te blijven gebruiken.

3.2 [gedaagde] heeft verweer gevoerd met als conclusie ING Bank niet ontvankelijk te verklaren in haar vordering, althans haar deze te ontzeggen, met veroordeling van ING Bank in de kosten van het geding. [gedaagde] heeft daartoe het volgende aangevoerd.

[gedaagde] erkent de rekening-courantovereenkomsten, maar wijst er op dat rekeningnummer [*] een en/of-rekening betreft met zijn partner [A]. Zijn partner is niet aansprakelijk voor schulden van de voormalige vennootschap van [gedaagde]. Bovendien kwam het saldo op die rekening aantoonbaar aan [A] toe. [gedaagde] heeft in uitgebreide correspondentie steeds om opheldering gevraagd hoe het kan dat tegoeden van [gedaagde] door fouten van ING Bank omslaan naar tekorten. [gedaagde] heeft nooit een bevredigend antwoord gekregen. [gedaagde] heeft hierover klachten ingediend bij ING Bank en de Ombudsman. ING Bank heeft een groot bedrag aan de deurwaarder overgemaakt, terwijl de vordering van Creyf's aanzienlijk lager was. Bovendien zijn door [gedaagde] diverse betalingen op de rekeningen gedaan. [gedaagde] kan geen verwijt worden gemaakt van de debetstanden. De rekening-courantovereenkomsten met ING Bank staan geen debetstanden toe. ING Bank heeft het beslag van 29 juni 2009 pas op 3 juli 2009 geëffectueerd door interne reservering. [gedaagde] heeft de brief van ING Bank van 30 juni 2009 pas op 4 juli 2009 ontvangen. Tot die datum heeft [gedaagde], niet wetende van het beslag, reguliere betalingen gedaan. ING Bank had op enig moment de mutaties niet moeten uitvoeren. Dan zouden er geen debetstanden zijn ontstaan. ING Bank heeft haar zorgplicht jegens [gedaagde] geschonden, dan wel wanprestatie gepleegd althans onrechtmatig gehandeld. De debetsaldi komen daardoor voor rekening en risico van ING Bank. ING Bank maakt niet inzichtelijk waarom de Wet op het Consumentenkrediet (WCK) niet van toepassing zou zijn. Een roodstand van langer dan drie maanden kan onder de WCK worden gebracht. ING Bank heeft onvoldoende actie ondernomen om de debetstand te voorkomen. Dit betekent dat de gevorderde rente niet toewijsbaar is. Omdat ING Bank pas bij conclusie van repliek haar vordering heeft geconcretiseerd, heeft haar wijze van procederen onnodig kostenverhogend gewerkt. Dit staat aan een kostenveroordeling van [gedaagde] in de weg.

De beoordeling

4. De kantonrechter zal eerst het verweer van [gedaagde] behandelen dat de Wet op het Consumenten Krediet (WCK) van toepassing is zodat de rente niet opeisbaar is. De kantonrechter verwerpt dit verweer. Daartoe overweegt hij het volgende.

ING Bank heeft met zoveel woorden gesteld dat zij de betreffende debetstanden als wanprestatie heeft aangemerkt, dat zij actie heeft ondernomen om tot aanzuivering van de negatieve saldi te komen en dat zij de debetstanden heeft aangemeld bij de Stichting Bureau Krediet Registratie (BKR). Daarbij heeft ING Bank erop gewezen dat op grond van de algemene voorwaarden van ING Bank [gedaagde] na drie maanden debetstand in verzuim raakte zonder dat daarvoor een ingebrekestelling nodig was. Voorts heeft ING Bank erop gewezen dat [gedaagde] via de dagafschriften herhaaldelijk is gewezen op de ongeoorloofde debetstand en is het rentepercentage vermeld dat van toepassing was op de debetstand. Dit is door [gedaagde] niet of onvoldoende tegengesproken. Het enkele verweer van [gedaagde] dat een debetstand van langer dan drie maanden onder de WCK gebracht kan worden, is ook niet voldoende. Dat (op basis van de wetsgeschiedenis) een debetstand van langer dan drie maanden onder de WCK gebracht kan worden, heeft als achtergrond de consument te beschermen, onder meer tegen hoog oplopende kosten. Daarvan kan in dit geval niet gesproken worden. [gedaagde] heeft weliswaar aangevoerd dat ING Bank onvoldoende actie heeft ondernomen om de debetstand te voorkomen, maar dat is wat anders. Dat ziet ¬- in de visie van [gedaagde] - op de zorgplicht van de ING Bank. Dat ING Bank actie heeft ondernomen om tot aanzuivering van de debetstand te komen, heeft [gedaagde] niet weersproken. Evenmin heeft [gedaagde] weersproken dat ING Bank heeft aangeboden genoegen te nemen met betaling van de kale hoofdsommen en de mogelijkheid heeft geboden om een betalingsregeling te treffen. Daarbij komt dat de nu door de ING Bank gevorderde rente slechts een fractie is van de gevorderde hoofdsom. ING Bank vordert over de hoofdsom de wettelijke vertragingsrente. In deze situatie kan niet vastgesteld worden dat er sprake is van een feitelijk toenemende debetstand zonder dat adequate actie is ondernomen door de bank. Dat betekent dat naar het oordeel van de kantonrechter niet gesproken kan worden van een kredietovereenkomst waarop de WCK van toepassing zou zijn.

5. De kantonrechter verwerpt ook het verweer van [gedaagde] dat ING Bank haar zorgplicht heeft geschonden. Daartoe overweegt de kantonrechter dat het verweer van [gedaagde] onvoldoende onderbouwd en niet toereikend is. Tussen partijen staat vast dat de betreffende rekening-courantovereenkomsten geen of een beperkte debetstand toelieten. Dat betekent dat op [gedaagde] de plicht rust om (eventueel na aanzegging van de ING Bank) een ongeoorloofde debetstand aan te zuiveren. Dat op grond van de rekening-courantovereenkomst op de ING Bank een zorgplicht rust om te voorkomen dat een debetstand ontstaat, is door [gedaagde] niet onderbouwd. Het is - bij gebreke aan deze onderbouwing - aan [gedaagde] om te voorkomen dat een debetstand ontstaat. Een door derden onder ING Bank gelegd beslag kan niet aan de ING Bank worden toegerekend en valt in de risicosfeer van [gedaagde]. De kantonrechter is verder van oordeel dat ING Bank met haar brief van 30 juni 2009 (één dag na het gelegde beslag) [gedaagde] tijdig heeft gewaarschuwd voor het gelegde beslag. Dat [gedaagde] deze brief pas op

4 juli 2009 heeft ontvangen, doet hieraan niet af. Dat ING Bank het beslag in eerste instantie onjuist heeft verwerkt, doet aan het voorgaande evenmin af. Dat betreft immers een interne administratieve vergissing die onverlet laat dat ING Bank [gedaagde] tijdig heeft gewaarschuwd dat er beslag was gelegd en dat hij niet over de tegoeden kon beschikken. Op grond van voorgaande kan evenmin worden geoordeeld dat ING Bank wanprestatie heeft gepleegd dan wel onrechtmatig jegens [gedaagde] heeft gehandeld. De slotsom is dat ING Bank met recht van [gedaagde] aanzuivering van de debetstanden vordert.

6. Op grond van de onweersproken gebleven "verklaring derdenbeslag" van de ING Bank van 7 augustus 2009 staat tussen partijen vast dat onder het beslag viel een bedrag van

€ 15.716,50. Tevens staat als onweersproken vast dat de beslagleggende deurwaarder heeft verklaard dat vorderingen waarvoor beslag is gelegd een totaalbedrag van € 19.000,00 bedroegen. Gelet hierop diende ING Bank het hele bedrag dat onder het beslag viel aan de deurwaarder af te dragen, wat zij heeft gedaan. Dat ING Bank hierin onjuist zou hebben gehandeld, is de kantonrechter niet gebleken. Ten overvloede overigens merkt de kantonrechter op, dat blijkens de specificaties bedragen van € 3.000,00 en € 1.000,00 door de deurwaarder ter zake van Creyf's naar de bankrekeningen van [gedaagde] zijn teruggeboekt.

7. Met betrekking tot het verweer van [gedaagde] dat de bankrekening met nummer [*] een "en/of"-bankrekening betreft en het saldo aan zijn partner [A] toekomt, overweegt de kantonrechter het volgende. Op grond van de rekening-courantovereenkomst hebben de beide rekeninghouders bij een positief saldo een vorderingsrecht op de bank, dus zowel [gedaagde] als zijn partner [A]. In dit geval is derdenbeslag gelegd op het vorderingsrecht van [gedaagde] op de ING Bank. Een dergelijk beslag is mogelijk en heeft in dit geval doel getroffen. Dat [gedaagde] en [A] onderling andere afspraken hebben gemaakt, en dat [A] niet aansprakelijk is voor schulden van de voormalige V.O.F., doet aan het vorderingsrecht van [gedaagde] niet af en raakt de ING Bank niet. Dit verweer van [gedaagde] slaagt dus niet.

8. Inhoudelijk dan wel cijfermatig heeft [gedaagde] de gevorderde hoofdsom niet weersproken. Gelet op het voorgaande is de vordering van ING Bank toewijsbaar. Dat geldt ook voor de gevorderde rente, zijnde op de wet gegrond.

9. Uit de overgelegde correspondentie tussen partijen blijkt dat de gemachtigde van ING Bank buitengerechtelijke incassowerkzaamheden heeft gedaan van een dusdanige omvang dat deze een vergoeding daarvoor kunnen rechtvaardigen. Het gevorderde bedrag is in overeenstemming met het rapport Voorwerk II en komt de kantonrechter niet onredelijk voor. Deze vordering wijst de kantonrechter toe.

10. Als de in het ongelijk gestelde partij wordt [gedaagde] veroordeeld in de kosten van deze procedure, zoals hierna in de beslissing is vermeld. De kantonrechter verwerpt het verweer van [gedaagde] dat ING Bank pas bij conclusie van repliek haar vorderingen heeft geconcretiseerd en daardoor nodeloos kosten heeft veroorzaakt. ING Bank heeft in haar dagvaarding uitdrukkelijk verwezen naar de bijgevoegde brieven tussen haar gemachtigde en [gedaagde]. In die brieven, met name de brief van 2 mei 2011, wordt de vordering van ING Bank uitgebreid toegelicht en gespecificeerd onderbouwd. Tevens heeft ING Bank in haar dagvaarding het verweer van [gedaagde] opgenomen en weersproken. Daarmee kon naar het oordeel van de kantonrechter voldoende duidelijk zijn voor [gedaagde] tegen welke vordering hij zich moest verweren. Dat ING Bank naar aanleiding van het antwoord van [gedaagde] nog nadere stukken heeft overgelegd, doet hieraan niet af.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan ING Bank te betalen € 8.534,47 te vermeerderen met de wettelijke rente over € € 7.461,30 vanaf 29 oktober 2011 tot aan de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van ING Bank begroot op € 94,32 aan dagvaardingskosten, € 426,00 aan vast recht en € 500,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst - voor zoveel nodig - het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. G.J.J. Smits en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2012.

typ/conc: 220 / GJJS

coll: