Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BW7857

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
08-06-2012
Datum publicatie
08-06-2012
Zaaknummer
19.605222-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor het telen van hennep, diefstal van electriciteit, beschadiging en mishandelingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummers: 19.605222-11

19.830106-10 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 08 juni 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [datum] 1971,

wonende te [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 25 mei 2012.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. P.C. van Diest, advocaat te Zuidlaren.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 12 januari 2010 en 25 mei 2010 te Assen

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval

opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres])

een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 212 hennepplanten, althans een groot

aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van

meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel

als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen

krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet

2.

hij in of omstreeks de periode van 12 januari 2010 en 25 mei 2010 te Assen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid

elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij

verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel

van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 van het Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 van het Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 12 januari 2010 tot en met 25 mei 2010 te

Assen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk, enig elektriciteitswerk heeft beschadigd en/of onbruikbaar

gemaakt, althans de stoornis in de gang voor of in de werking van enig

elektriciteitswerk heeft veroorzaakt, waardoor gemeen gevaar voor goederen te

duchten was; immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) bij/in het

perceel [adres], een hennepkwekerij aangelegd, althans laten

aanleggen en/of ten behoeve van de stroomvoorziening van die hennepkwekerij,

de verzegeling van de aansluitkast van [slachtoffer 1] verbroken en de kabel

rechtstreeks aangesloten op de rail en/of de 1x 35A (40A) zekering te

vervangen door zekeringen met een waarde van 4x 40A, waardoor de

elektriciteitsinstallatie en/of de hoofdbeveiliging werd verzwaard, ten

gevolge waarvan bij overbelasting of kortsluiting geen veilige afschakeling

kan plaats vinden en er gevaar voor de omgeving en/of zich in die omgeving

bevindende personen ontstaat;

art 161bis ahf/sub 3 van het Wetboek van Strafrecht

4.

(parketnummer 19.830333-11)

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, gelegen in of

omstreeks de periode van 11 november 2011 tot en met 22 november 2011 te

Bovensmilde, althans in de gemeente Midden-Drenthe opzettelijk mishandelend

zijn ((ex)vriendin) [slachtoffer 2], althans een persoon, heeft geslagen en/of

gestompt en/of geschopt en/of aan de haren heeft getrokken, waardoor deze

[slachtoffer 2] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf/sub 1 van het Wetboek van Strafrecht

5.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, gelegen in of

omstreeks de periode van 11 november 2011 tot en met 22 november 2011 te

Bovensmilde, althans in de gemeente Midden-Drenthe [slachtoffer 2] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden

toegevoegd :"jij maakt me zo gek dat ik straks niet meer weet wat ik doe en/of

jij bent straks onherkenbaar en/of jij kunt het niet meer navertellen" en/of

heeft [verdachte] voernoemd gezegd dat hij terug zal komen als de politie weg zou

zijn en/of heeft [verdachte] voornoemd daarbij een beweging gemaakt alsof hij met

een pistool schiet en/of daarbij de woorden gebruikt "poef poef, althans

woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging staat "verdachte en/of zijn mededader(s)" lezen alsof daar staat "verdachte en/of zijn medeverdachte(n)". De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. G. Wilbrink acht hetgeen 1, 2, 3, 4 en 5 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* een werkstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis;

* 2 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

* tenuitvoerlegging van 30 dagen gevangenisstraf, voorwaardelijk opgelegd bij vonnis

van de politierechter te Assen, d.d. 25 mei 2011 (parketnummer: 19/830106-10).

Vrijspraak

De verdachte dient van het onder 5 tenlastegelegde -bedreiging met enig misdrijf- te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht onvoldoende wettig bewijs aanwezig ten aanzien van de tenlastegelegde woorden: "jij maakt me zo gek dat ik straks niet meer weet wat ik doe en/of jij bent straks onherkenbaar en/of jij kunt het niet meer navertellen." In het dossier bevindt zich alleen de aangifte van aangeefster, terwijl verdachte ontkent de woorden te hebben gesproken.

Ten aanzien van de tenlastegelegde zinsnede, dat verdachte terug zal komen als de politie weg zou zijn en/of daarbij een beweging gemaakt alsof hij met een pistool schiet en/of daarbij de woorden gebruikt "poef poef", acht de rechtbank niet bewezen dat deze bedreiging ter kennis van het slachtoffer is gekomen, nu het dossier alleen meldt dat verbalisanten [verbalisanten 1 en 2] deze woorden en beweging hebben gehoord en waargenomen.

Bewijsmotivering

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3:

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte telkens als medepleger kan worden aangemerkt ten aanzien van -kort gezegd- de aangetroffen hennepkwekerij (feit 1), de diefstal van elektriciteit (feit 2) en de beschadiging van een elektriciteitswerk (feit 3).

De verdachte verklaart geen betrokkenheid te hebben gehad bij de aangetroffen hennepkwekerij, de weggenomen elektriciteit en de beschadiging van het elektriciteitswerk. De raadsman van verdachte concludeert ter zake van deze feiten tot vrijspraak, nu verdachte niet als medepleger kan worden aangemerkt.

De rechtbank kan zich niet met deze zienswijze van de raadsman verenigen en is van oordeel dat verdachte als medepleger dient te worden aangemerkt terzake van de feiten 1, 2 en 3, nu er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de andere medeverdachten met betrekking tot de gang van zaken rond de hennepkwekerij.

Verdachte heeft namelijk verklaard dat hij wist dat in het huis een hennepkwekerij aanwezig was en dat hij enige tijd als huurder op het adres ingeschreven heeft gestaan. Hij heeft verklaard dat hij zelf mensen heeft geregeld die de weedplantage hebben gemaakt. Verdachte heeft tevens verklaard in het hok van de plantage te zijn geweest. Hij heeft verklaard dat hij een deel van het geld van "die mensen" te (willen) krijgen, omdat hij die mensen had geregeld. Hij stond er tussen verklaarde verdachte. Tenslotte heeft verdachte verklaard dat het elektriciteitscontract met [slachtoffer 1] op zijn naam stond en dat hij de nabetaling voor zijn rekening heeft genomen.

De rechtbank baseert zich voor het bewijs op de navolgende bewijsmiddelen.

Verbalisant [verbalisant 3]1 verklaart dat er op 25 mei 2010 een zoeking heeft plaats gevonden in de woning gelegen aan de [adres]. Er was informatie dat er zich een hennepkwekerij van verdachte in de woning bevond. Het bleek dat op genoemd adres een in werking zijnde hennepkwekerij aanwezig was. Op de zolder van de woning was een hennepkwekerij ingericht. Men was bezig geweest om hennep in de hennepkwekerij te oogsten. In totaal stonden er 212 hennepplanten met een gemiddelde hoogte van ongeveer 50 a 60 cm. Er werd geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de kwekerij illegaal werd afgenomen.

Een Narcotest2 van het testmateriaal houdt in dat er een indicatie is voor opiumwetmiddel cannabis/hennep, als vermeld op lijst II van de Opiumwet.

Getuige [getuige 1]3 verklaart dat begin 2009 verdachte geregeld in de woning aan de [adres] kwam. Er werd een aantal weken flink getimmerd in de woning. Er hebben meerdere manspersonen bij hem gewoond. Er waren altijd activiteiten in de woning van verdachte. Dat was zowel overdag, maar meestal 's avonds en in de nacht. Het was als ware een komen en gaan van mensen.

Verdachte verklaart4 dat zijn huis aan de [adres]staat. Op de derde verdieping zat een wietplantage. [betrokkene] zou een gedeelte van het geld krijgen. Zij had op het geld gerekend en verdachte zei: "je krijgt niks." Zij heeft de wietplantage geregeld, maar verdachte had de personen geregeld die dat maakten. Dat was in juni. Verdachte denkt dat ze ongeveer 3 maand geleden begonnen zijn. Hij zou het geld van die mensen krijgen, omdat hij de mensen heb geregeld die voor [betrokkene] de plantage hebben gemaakt. Verdachte verklaart dat hij ertussenin stond. Hij is op zolder geweest en in het hok voor de plantage. De stroom staat ook op zijn naam. Bij energiemaatschappij [slachtoffer 1] wordt de energie afgenomen.

Namens aangeefster [slachtoffer 1] verklaart [aangeefster]5 dat [slachtoffer 1] met [verdachte] een overeenkomst heeft betreffende aansluiting en transport van elektriciteit naar perceel [adres]. Een medewerker zag dat de zegels van de huisaansluitkast waren verbroken. Rechtstreeks op de rail was een illegale elektriciteitsaansluiting gemaakt. Hij zag dat deze aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit. Uit ervaring weet hij dat door een illegale aansluiting rechtstreeks op de rail te maken, het mogelijk is meer vermogen af te nemen dan dat de contractueel overeengekomen en geïnstalleerde hoofdzekeringen zouden doorlaten. Hij weet dat daardoor schade en hinder werd veroorzaakt aan [slachtoffer 1], omdat de juiste tarievenregeling niet juist kon worden toegepast. Voorts heeft hij vastgesteld dat het gelijktijdige af te nemen vermogen van de getransporteerde elektriciteit niet meer in overeenstemming was met de installatie. De installatie van de kwekerij is nu " beveiligd" door een beveiliging in de traforuimte (max. 250 A.). Bij overbelasting vindt er geen afschakeling plaats. De leidingen worden warm en smelten en er vindt kortsluiting plaats. Bij een kortsluiting in de kwekerij lopen er stromen van honderden ampères. Als gevolg van de warmte die hierbij ontstaat brandt de woning tot de straat uit. Vindt er een kortsluiting plaats in de meterkast dan loopt er stroom van meer dan duizend ampère. Gevolg is een grote vlamboog en brand. Ook bij verwijdering van de hoofdbeveiliging blijft de installatie onder spanning. Dit kan bij bluswerkzaamheden - waarbij de installatie altijd eerst spanningsloos moet worden gemaakt - tot gevaarlijke situaties leiden. In de huisaansluitkast zijn 3 extra hoofdbeveiligingen geplaatst. Hiermee is een aansluiting gecreëerd van 4x40A. De hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie is verzwaard. Contractueel hoort er 1 x 35A in te zitten. Het gevolg van de handelwijze is dat er gevaar voor goederen te duchten is geweest.

Ten aanzien van feit 4:

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] meermalen heeft mishandeld.

De verdachte verklaart dat er wel wat is gebeurd. Hij en zijn (toenmalige) vriendin hebben ruzie gehad. Er is een beetje geduwd en getrokken. Verdachte ontkent het in het gezicht slaan en zegt niet te weten hoe ze aan de blauwe plekken komt. De raadsman van verdachte acht de mishandelingen wel bewijsbaar.

De rechtbank acht op grond van na te melden wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] meermalen heeft mishandeld.

Aangeefster [slachtoffer 2] verklaart6 dat zij tussen 12 november 2011 en 25 november 2011 te Bovensmilde, door haar vriend (verdachte) is mishandeld. De mishandeling bestond uit slaan, schoppen en aan de haren trekken. Op 12 november sloeg hij haar eerst een paar keer met de vlakke hand. Zij voelde bij elke klap een stekende pijn. Er kwam bloed uit haar oor. Hij pakte haar bij de haren en trok haar aan haar haren over de overloop heen. Zij voelde pijn aan haar hoofd en zag uitgetrokken haren liggen. Hij sloeg met zijn tot een vuist samengeknepen hand haar in het gezicht. Zij voelde pijn aan haar gezicht en voelde dat er bloed uit haar neus stroomde. Hij schopte haar en zij voelde een stekende pijn aan de rechterkant van haar hoofd. Opnieuw trok hij haar aan de haren. Hij sloeg haar met gebalde vuisten. Zij voelde stekende pijn in haar gezicht. Zij voelde dat hij haar ook weer aan de haren trok en tegelijk sloeg. Bij elke klap voelde zij pijn. Op 21 november begon hij haar weer te slaan. Bij elke klap en stoot voelde zij pijn. Op 22 november bleef de mishandeling doorgaan. Hij heeft haar die dag zeker acht keer geslagen met de vlakke hand of met de vuist. Bij elke klap voelde zij een stekende pijn en zij voelde ook dat zij een tand door de lip had.

Foto's7 betreffende de verwondingen van aangeefster.

Verbalisant [verbalisant 4] verklaart8 dat verdachte op 20 november 2011 zei: "Ik heb je maar een paar tikken gegeven".

Getuige [getuige 2] verklaart9 dat zij op 12 november 2011 zag dat het gezicht van aangeefster helemaal was opgezet. Haar beide ogen waren blauw, ze had een gescheurde onderlip, haar beide jukbenen waren blauw en de wang was blauw. Aangeefster zei dat verdachte haar vreselijk veel en hard had geslagen, eerst met de vlakke hand en toen met de vuisten. Getuige zag dat ze ook bloed in haar beide oren had. Zij zag tevens blauwe plekken achter haar oren. Ze had losse plukken haar.

Getuige [getuige 3] verklaart10 dat zij op 22 november 2011 blauwe plekken op de armen en het gezicht van aangeefster heeft gezien. Aangeefster zei dat haar vriend dat had gedaan.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat er wel wat is gebeurd. Hij en zijn (toenmalige) vriendin hebben ruzie gehad. Er is geduwd en getrokken.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 12 januari 2010 tot en met 25 mei 2010 te Assen tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld en verwerkt, in een pand aan [adres], een hoeveelheid van in totaal ongeveer 212 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij in de periode van 12 januari 2010 tot en met 25 mei 2010 te Assen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

3.

hij in de periode van 12 januari 2010 tot en met 25 mei 2010 te Assen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk enig elektriciteitswerk heeft beschadigd, waardoor gemeen gevaar voor goederen te duchten was; immers heeft verdachte en zijn medeverdachten in het perceel [adres], een hennepkwekerij aangelegd en ten behoeve van de stroomvoorziening van die hennepkwekerij, de verzegeling van de aansluitkast van [slachtoffer 1] verbroken en de kabel rechtstreeks aangesloten op de rail en de 1x 35A (40A) zekering vervangen door zekeringen met een waarde van 4x 40A, waardoor de

elektriciteitsinstallatie en de hoofdbeveiliging werden verzwaard, ten gevolge waarvan geen veilige afschakeling kan plaats vinden en er gevaar voor de omgeving ontstaat;

4.

hij op verschillende tijdstippen gelegen in de periode van 11 november 2011 tot en met 22 november 2011 te Bovensmilde, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2], heeft geslagen en gestompt en geschopt en aan de haren heeft getrokken, waardoor deze [slachtoffer 2] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking,

strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

onder 3: medeplegen van opzettelijk enig electriciteitswerk beschadigen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is,

strafbaar gesteld bij artikel 163bis juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

onder 4: mishandeling, meermalen gepleegd,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank heeft bij de bepaling van de hierna te vermelden straf rekening gehouden met de aard en de ernst van het gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft meegewerkt om een hennepkwekerij in een woning aan te (laten) leggen. De stroomvoorziening werd op een zodanige wijze illegaal afgetapt, dat door de beschadiging van het elektriciteitswerk gemeen gevaar voor goederen te duchten was.

De uit hennepplanten te verkrijgen stof is bij gebruik niet alleen schadelijk voor de

volksgezondheid, maar is daarnaast direct en indirect oorzaak van vele vormen van

criminaliteit. Bovendien heeft verdachte er met zijn handelwijze voor gezorgd dat er gevaar voor de omgeving kon worden veroorzaakt. Door het vervangen van de zekeringen ontstond de kans op brand met alle mogelijke gevolgen van dien.

Daarnaast heeft verdachte op verschillende tijdstippen zijn (toenmalige) vriendin mishandeld.

De rechtbank rekent verdachte met name het in de huiselijke omgeving -op verschillende tijdstippen- uitgeoefende forse geweld, bestaande uit stompen en slaan (in het gezicht) en het schoppen en aan de haren trekken, zwaar aan. Daarbij komt dat verdachte deze mishandelingen heeft gepleegd een half jaar nadat hij ter zake van soortgelijk huislijk geweld tot een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf is veroordeeld en nog in een proeftijd liep.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging voorts rekening met de inhoud van het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 27 april 2012, waaruit blijkt dat de verdachte meermalen ter zake van gewelds- en vermogensmisdrijven is veroordeeld en met het omtrent verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport.

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een werkstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis en 2 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren zal worden opgelegd.

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1, 2 en 3 en oplegging van een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest ter zake van de feiten 4 en 5.

De rechtbank is gelet op de hiervoor vermelde overwegingen van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, uit het oogpunt van vergelding niet alleen gerechtvaardigd, maar ook passend en geboden is. De rechtbank acht de door de officier van justitie gevorderde strafmodaliteit van een taakstraf, met name gelet op het toegepaste geweld en het feit dat verdachte relatief kort na een soortgelijke veroordeling recidiveert, in deze niet opportuun.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14g, 14i, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.830106-10

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de verdachte, eerder veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf bij vonnis van de politierechter te Assen d.d. 25 mei 2011, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

De rechtbank zal gelasten dat de niet tenuitvoergelegde gevangenisstraf, voor de duur van 30 dagen, alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 5 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

- een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, waarvan een gedeelte, groot 1 maand, voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.830106-10

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 25 mei 2011 door de politierechter te Assen opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, en mr. H.T. van Voorst en

mr. O.J. Bosker, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 08 juni 2012, zijn de mr. Van Voorst buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 op pagina 34ev van het proces-verbaal van politie Drenthe, zaaknummer PL031S 2010063956 (PV1)

2 op pagina 50 van PV1

3 op pagina 61ev van PV1

4 op pagina 68ev van PV1

5 op pagina 9ev van PV1

6 op pagina 29ev van het proces-verbaal van politie Drenthe, registratienummer PL033E 2012000507 (PV2)

7 op pagina 44-56 van PV2

8 op pagina 60 van PV2

9 op pagina 62ev van PV2

10 op pagina 65 van PV2

??

??

??

??

Parketnummers: 19.605222-11

19.830106-10 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

Uitspraak d.d.: 08 juni 2012 9

vonnis