Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BW7848

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
08-06-2012
Datum publicatie
08-06-2012
Zaaknummer
19.830056-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf en reclasseringstoezicht voor een vijftal inbraken, waaronder twee woninginbraken en twee inbraken in vakantiehuisjes.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummers: 19.830056-12

19.219189-10 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 08 juni 2012 in de zaken van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

wonende [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 25 mei 2012.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. R.J.E van Haarst, advocaat te Winschoten.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 04 maart 2012 te Coevorden, althans in de gemeente

Coevorden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand

(gelegen aan de [straat]) heeft weggenomen een kassa en/of een

fooienpot (met hierin een geldbedrag), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 04 maart 2012 te Coevorden, althans in de gemeente

Coevorden met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit woning

(gelegen aan de [straat]) heeft weggenomen een portemonnee (met hierin een

hoeveelheid geld), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij

verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel

van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 04 maart 2012 te Coevorden, althans in de gemeente

Coevorden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning

(gelegen aan de [straat]) heeft weggenomen een sleutelbos, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot

de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 31 maart 2011 te Dalen, althans in de gemeente Coevorden

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een huisje ([nummer],

staande op het park "[naam]") heeft weggenomen een laptop en/of een

portable dvd speler en/of een horloge en/of een geldbedrag, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 31 maart 2011 te Dalen, althans in de gemeente Coevorden

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een huisje ([nummer], staande op het park "[naam]", heeft weggenomen een hoeveelheid

geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. G. Wilbrink acht hetgeen onder 1, 2, 3, 4 en 5 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

Primair:

- schorsing van de behandeling voor het opmaken van een multidisciplinaire rapportage;

Subsidiair:

- 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, proeftijd 2 jaren en als bijzondere voorwaarde: reclasseringstoezicht (hetgeen mede een CoVA+-training kan inhouden);

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2], groot € 45,00, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- tenuitvoerlegging van de onder parketnummer 19.219189-10 opgelegde geldboete van € 150,00, subsidiair 3 dagen hechtenis.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmotivering

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met na te melden opgave van bewijsmiddelen:

ten aanzien van feit 1:

- de aangifte van [aangever 1]1;

- de bekennende verklaring van verdachte, ter terechtzitting afgelegd;

ten aanzien van feit 2:

- de aangifte van [slachtoffer 2]2;

- de bekennende verklaring van verdachte, ter terechtzitting afgelegd;

ten aanzien van feit 3:

- de aangifte van [slachtoffer 3]3;

- de bekennende verklaring van verdachte, ter terechtzitting afgelegd;

ten aanzien van feit 4:

- de aangifte van [slachtoffer 4]4;

- de bekennende verklaring van verdachte, ter terechtzitting afgelegd;

ten aanzien van feit 5:

- de aangifte van [slachtoffer 5]5;

- de bekennende verklaring van verdachte, ter terechtzitting afgelegd.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 04 maart 2012 te Coevorden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand gelegen aan de [straat] heeft weggenomen een kassa en een

fooienpot met hierin een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

2.

hij op 04 maart 2012 te Coevorden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit woning gelegen aan de [straat] heeft weggenomen een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

3.

hij op 04 maart 2012 te Coevorden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [straat] heeft weggenomen een sleutelbos, toebehorende aan [slachtoffer 3], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

4.

hij op 31 maart 2011 te Dalen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een huisje ([nummer], staande op het park "[naam]) heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 4], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

5.

hij op 31 maart 2011 te Dalen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een huisje ([nummer], staande op het park "[naam]"), heeft weggenomen een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer 5], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1: Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2: Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3: Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 4: Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 5: Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

Verdachte heeft een vijftal inbraken gepleegd, waaronder twee woninginbraken en twee inbraken in vakantiehuisjes.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging voorts rekening met de eis van de officier van justitie. De officier van justitie heeft primair gevorderd dat er een multidisciplinaire rapportage omtrent verdachte zal worden opgemaakt en subsidiair -indien de zaak daartoe niet wordt aangehouden- dat verdachte zal worden veroordeeld tot een 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, proeftijd 2 jaren en als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht (hetgeen mede een CoVA+-training kan inhouden).

Voorts houdt de rechtbank rekening met het pleidooi van de raadsman van verdachte. Hij heeft gepleit voor een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het voorarrest en dat aan het voorwaardelijk deel (van 6 maanden) als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht en een Cova+-training wordt verbonden. Daarnaast kan er volgens de raadsman een werkstraf van 120 uren opgelegd worden.

Tevens heeft de rechtbank rekening gehouden met de inhoud van het de verdachte betreffende voorlichtingsrapport en de daarop gegeven toelichting van de reclasseringsmedewerkster ter terechtzitting, de oriëntatiepunten voor de straftoemeting en het uittreksel uit het Justitiële Documentatie d.d. 27 april 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder terzake van soortgelijke misdrijven is veroordeeld.

De rechtbank rekent verdachte de voor eigen gewin gepleegde inbraken aan. Hij heeft zich daarbij niet bekommerd over de impact die dergelijke inbraken op de slachtoffers hebben. Nadien heeft verdachte zich dat wel gerealiseerd en hij heeft -in enkele gevallen- zijn excuses gemaakt aan de slachtoffers en heeft een bloemetje aangeboden.

De rechtbank acht het opmaken van een multidisciplinaire rapportage, zoals door de reclassering is geadviseerd en door de officier van justitie is gevorderd nu nog een brug te ver en vooralsnog niet noodzakelijk, gelet op de ernst van het bewezen geachte en de persoon van de verdachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden.

Het (primaire) verzoek van de officier van justitie om de behandeling te schorsen teneinde een rapportage op te laten maken, wijst de rechtbank daarom af.

De rechtbank is van oordeel, dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de reeds ondergane preventieve hechtenis aangewezen is. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk deel van de straf, groot van 4 maanden, als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht, een meldingsgebod en de gedragsinterventie -Cognitieve Vaardigheidstraining (CoVa+)- verbinden. Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf - in de vorm van een werkstraf - voor de duur van 120 uren opleggen.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het onder 2 bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.219189-10

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de verdachte, eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete bij vonnis van de politierechter te Assen d.d. 28 februari 2011, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

De rechtbank zal gelasten dat de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2, 3, 4 en 5 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

- een gevangenisstraf voor de duur van 161 dagen, waarvan een gedeelte groot 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, onder het stellen van na te melden voorwaarden.

De rechtbank stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

o zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

o ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

o medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

o zich binnen 10 dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis meldt bij de Reclassering Nederland aan de Nijlandstraat 147-155 te 9401 AL Assen, dan wel op een ander door de reclassering te bepalen adres. Hierna moet hij zich gedurende bepaalde perioden blijven melden zo frequent de reclassering dat nodig acht;

o zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit een Cognitieve vaardigheidstraining+ (CoVa+), aangeboden door reclassering Nederland, of soortgelijke instelling, waarbij veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventie door of namens voornoemde instelling aan veroordeelde zullen worden gegeven.

De rechtbank geeft opdracht aan de reclassering toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden, ingevolge artikel 14d lid 2 van het Wetboek van Strafrecht.

- een taakstraf bestaande uit 120 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 08 juni 2012.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van de som van € 45,00, en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], een bedrag van € 45,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.219189-10

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 28 februari 2011 door de politierechter te Assen opgelegde voorwaardelijke geldboete van € 150,00, subsidiair 3 dagen hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, en mr. H.T. van Voorst en

mr. O.J. Bosker, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 08 juni 2012.

1 op pagina 54ev van het proces-verbaal van politie Drenthe, registratienummer: PL0300 2012018435 (het PV)

2 op pagina 45 van het PV

3 op pagina 34ev van het PV

4 op pagina 90 van het PV

5 op pagina 70ev van het PV

??

??

??

??

Parketnummers: 19.830056-12

19.219189-10 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

Uitspraak d.d.: 08 juni 2012 9

vonnis