Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BW7835

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
08-06-2012
Datum publicatie
08-06-2012
Zaaknummer
19.830044-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf en ontzetting van het recht om een beroep uit te oefenen, voor het jaren lang als psychiatrisch verpleegkundige ontucht geplegen met een patiënt en/of cliënt die aan verdachtes hulp en zorg was toevertrouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830044-12

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 08 juni 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [datum] 1966,

wonende [woonadres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 25 mei 2012.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. L.H. Haarsma, advocaat te Paterswolde.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstippen, in of

omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 1 mei 2011, te Hoogeveen,

althans in de gemeente Hoogeveen, terwijl hij toen werkzaam was in de

gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met

[slachtoffer], die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachte's hulp en/of

zorg had toevertrouwd,

immers heeft hij, verdachte, in genoemde periode

- meermalen, althans eenmaal, zijn, verdachte's penis en/of (een of meer

van) zijn, verdachte's vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer]

gebracht/geduwd en/of

- meermalen, althans eenmaal, de/een borst(en) en/of de vagina van die [slachtoffer] betast en/of

- meermalen, althans eenmaal, zijn, verdachte's penis door die [slachtoffer]

laten betasten en/of vasthouden;

art 249 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. G. Wilbrink acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk,

met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht,

hetgeen mede een behandeling bij de AFPN inhoudt;

* ontzetting uit het beroep als psychiatrisch verpleegkundige voor de duur van 5 jaren;

* toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], groot

€ 10.000,00, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmotivering

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsvrouw vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen:

- het verslag van een informatief gesprek met [slachtoffer]1;

- de aangifte met [slachtoffer]2;

- de bekennende verklaring van verdachte, ter terechtzitting afgelegd.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 januari 2001 tot en met 1 mei 2011, te Hoogeveen, terwijl hij toen werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer], die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachte's hulp en/of zorg had toevertrouwd,

immers heeft hij, verdachte, in genoemde periode

- meermalen zijn penis en een of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer]

geduwd en

- meermalen de borsten en de vagina van die [slachtoffer] betast en

- meermalen zijn penis door die [slachtoffer] laten betasten en vasthouden.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezen geachte levert op:

Werkzaam in de gezondheidszorg of maatschappelijke zorg, ontucht plegen met iemand die zich als patiënt of cliënt aan zijn hulp of zorg heeft vertrouwd, meermalen gepleegd,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 249 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf rekening gehouden met de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte. De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in de periode van 1 januari 2001 tot en met mei 2011 als psychiatrisch verpleegkundige meermalen ontucht gepleegd met mevrouw [slachtoffer] die als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en zorg was toevertrouwd.

Verdachte heeft verklaard dat hij op de hoogte was van de geldende protocollen, richtlijnen en wetgeving.

De rechtbank rekent verdachte deze feiten zwaar aan, te meer omdat het slachtoffer als patiënte/cliënte in een sterke afhankelijkheidsrelatie ten opzichte van verdachte verkeerde en zij nu juist in die situatie bescherming verdiende tegen de bij haar thuis bij haar gepleegde seksuele handelingen door een werkzame hulp- en zorgverlener van de GGZ Drenthe.

Op grond van het vorenstaande -en ondanks de omstandigheid dat verdachte blijkens het zijn betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 27 april 2012 niet eerder ter zake van het plegen van zedendelicten is veroordeeld- is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde en door de raadsvrouw bepleite strafmodaliteit namelijk een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf recht doet aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de omstandigheden, waaronder die feiten zijn gepleegd.

Bij de bepaling van de duur van de op te leggen gevangenisstraf acht de rechtbank - evenals de raadsvrouw - een gevangenisstraf voor de duur van de 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk aangewezen. Daarbij neemt de rechtbank in het bijzonder in aanmerking dat verdachte een blanco strafblad heeft en hij uiteindelijk ter terechtzitting zijn verantwoordelijkheid heeft genomen door uitdrukkelijk aan te geven dat hij misbruik heeft gemaakt van het slachtoffer en daar oprecht spijt van heeft betuigd. De rechtbank zal de proeftijd op 3 jaren bepalen en bij het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, hetgeen mede een AFPN behandeling inhoudt, verbinden.

Daarnaast zal de rechtbank de ontzetting van het recht om het beroep van psychiatrisch verpleegkundige uit te oefenen voor de duur van 5 jaren uitspreken.

Benadeelde partij [slachtoffer]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot een bedrag van € 4.000,00 voldoende aannemelijk gemaakt en dit bedrag wordt door verdachte niet betwist. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot voornoemd bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige zal de rechtbank de vordering afwijzen, nu de benadeelde partij dit deel van haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd.

De rechtbank overweegt dat doorgaans als ingangsdatum van de gevorderde wettelijke rente wordt aangemerkt de datum waarop het bewezen verklaarde feit is gepleegd. Echter in onderhavige zaak, gaat het om strafbare feiten die gedurende een lange periode hebben plaatsgevonden. Uit het dossier blijkt niet van een datum waarop benadeelde partij de schade precies heeft geleden. De rechtbank zal, gelet hierop, als ingangsdatum van de wettelijke rente vaststellen de laatste dag van de bewezenverklaarde periode.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door de strafbare feiten zijn toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 28, 31, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

- een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, onder het stellen van na te melden voorwaarden.

De rechtbank stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

o zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

o ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

o medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

o zich binnen 10 dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis meldt bij de Reclassering Nederland aan de Nijlandstraat 147-155 te 9401 AL Assen, dan wel op een ander door de reclassering te bepalen adres. Hierna moet hij zich gedurende bepaalde perioden blijven melden zo frequent de reclassering dat nodig acht;

o zich onder behandeling zal stellen van de AFP(N) -buiten Drenthe- op de tijden en plaatsen als door of namens die AFP(N) aan te geven, teneinde zich te laten behandelen ten aanzien van seksueel gedrag.

De rechtbank geeft opdracht aan de reclassering toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden, ingevolge artikel 14d lid 2 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank ontzet verdachte van het recht om het beroep van psychiatrisch verpleegkundige uit te oefenen voor de duur van 5 jaren.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van de som van € 4.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 01 mei 2011 tot het tijdstip van de algehele voldoening van het bedrag, en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank wijst het overige deel van de vordering af. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], een bedrag van € 4.000,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 01 mei 2011 tot het tijdstip van de algehele voldoening van het bedrag, bij gebreke van betaling te vervangen door 50 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, mr. H.T. van Voorst en

mr. O.J. Bosker, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 08 juni 2012.

1 op pagina 119ev van het proces-verbaal van politie Drenthe, registratienummer: PL033E 2012010814 (het PV)

2 op pagina 129ev van het PV

??

??

??

??

Parketnummer: 19.830044-12

Uitspraak d.d.: 08 juni 2012 6

vonnis