Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BW4007

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
25-04-2012
Datum publicatie
25-04-2012
Zaaknummer
19.830310-11 RCNR 11-546
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art.14fa Sr. Rechter-commissaris beveelt voorlopige tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde vrijheidsstraf. Veroordeelde leeft meldingsgebod en plicht tot opname in en behandeling door FPK niet na.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer : 19/830310-11

RC-nummer : 11/546

BEVEL VOORLOPIGE TENUITVOERLEGGING

De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank;

Overweegt:

Gezien de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement van 24 april 2012, strekkende tot het verlenen van een bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging van een door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Assen d.d. 27 maart 2012 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 180 dagen, jegens:

[veroordeelde],

geboren op [datum] 1980 te gemeente [naam],

wonende te [adres]

thans verblijvende op het politiebureau te Assen.

Gehoord de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. R.J.J. Bosma.

OVERWEGINGEN

Bij onherroepelijk vonnis van 27 maart 2012 is veroordeelde door de Rechtbank Assen veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf van 180 dagen met een proeftijd van 3 jaar, welke proeftijd nog niet is geëindigd. De officier van justitie heeft op 23 april 2012 de hiervoor genoemde vordering ingediend omdat de officier van justitie meent dat de veroordeelde zich niet heeft gehouden aan de bijzondere voorwaarden, te weten: de veroordeelde moet zich gedurende de gestelde proeftijd gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, hetgeen mede inhoudt een gebod aan veroordeelde zich direct na zijn vrijlating melden bij de Verslavingszorg Noord Nederland (VNN), een verplichting voor veroordeelde om mee te werken aan een onmiddellijke opname en behandeling in de FPK te Assen of in een soortgelijke instelling voor de maximale termijn van 12 maanden en een verplichting aan veroordeelde om mee te werken aan een ambulante vervolgbehandeling. Naast de vordering heeft de officier van justitie een rapport van de VNN overgelegd, waaruit blijkt dat veroordeelde zich tot twee keer toe niet heeft gemeld bij voormelde Stichting en geen medewerking heeft verleend aan een onmiddellijke opname en behandeling binnen de FPK te Assen.

De rechter-commissaris heeft de officier van justitie, de veroordeelde en diens raadsvrouw gehoord.

De rechter-commissaris stelt, gelet op het ontbreken van een overgangsregeling, ambtshalve de vraag of in het geval van een vóór 1 april 2012 opgelegde voorwaardelijke veroordeling, de regeling van artikel 14fa Sr al dan niet buiten toepassing moet blijven wegens strijd met het legaliteitsbeginsel zoals dat is neergelegd in onder meer artikel 1 Sr en artikel 7 EVRM. De rechter-commissaris neemt in overweging dat, gezien het arrest van de Hoge Raad van 12 juli 2011 (LJN BP6878), voor regels die zowel het specifieke strafmaximum als meer algemene regels met betrekking tot de sanctieoplegging kunnen betreffen, heeft te gelden dat een sinds het plegen van het delict opgetreden verandering door de rechter met onmiddellijke ingang moet worden toegepast, indien en voor zover die verandering in de voorliggende zaak ten gunste van de verdachte werkt en dat de regel buiten toepassing blijft indien het tegendeel het geval is.

Voor de beantwoording van de hiervoor gestelde vraag is, gezien het hiervoor overwogene, van belang om vast te stellen wat het karakter van de hier in het geding zijnde regeling is. Deze regeling brengt naar het oordeel van de rechter-commissaris geen verandering in de zwaarte of de aard van de straf of de strafoplegging in andere zin met zich. Zij ziet louter op versnelling van de tenuitvoerlegging van een destijds voorwaardelijk opgelegde sanctie.

De rechter-commissaris is van oordeel dat de veroordeelde daar waar het de strafoplegging betreft, niet in een andere, meer of minder gunstige, positie is gekomen. De rechter-commissaris is dan ook van oordeel dat het legaliteitsbeginsel daarom niet in het geding is en dat er ook verder geen beletsel is om de regeling van artikel 14fa Sr in de voorliggende zaak toe te passen.

De rechter-commissaris overweegt met betrekking tot de vordering van de officier van justitie tot de voorlopige tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde vrijheidsstraf het volgende.

Namens veroordeelde is aangevoerd dat hij heeft voldaan aan de meldingsplicht. Naar zijn zeggen heeft de reclassering het in gang zetten van de bijzondere voorwaarden onvoldoende gefaciliteerd. Ook is door veroordeelde gesteld dat hij - op eigen initiatief - contact heeft gelegd met de Parnassia Bravo Groep in Den Haag. Daar zou veroordeelde een intakegesprek hebben gehad met de GGZ-instelling Mirage ten behoeve van een klinische opname aldaar. Veroordeelde heeft aangevoerd dat hij reeds op de wachtlijst van Mirage staat.

De rechter-commissaris overweegt dat het voldoen aan de door de Rechtbank Assen bij vonnis van 27 maart 2012 opgelegde voorwaarde van het meldingsgebod een verantwoordelijkheid van de veroordeelde is. Hoewel de rechter-commissaris zich niet aan de indruk kan onttrekken dat in het onderhavige geval de VNN gedurende de aanvang van de proeftijd, na ommekomst van detentie van veroordeelde, niet altijd even alert naar veroordeelde toe heeft gehandeld, is veroordeelde naar het oordeel van de rechter-commissaris lichtvaardig omgegaan met het gebod zich te melden na zijn detentie. Vaststaat dat veroordeelde enkele malen telefonisch contact heeft gehad met de VNN; onvoldoende echter staat vast dat veroordeelde VNN op de hoogte heeft gebracht en heeft gehouden van zijn initiatief om elders dan in de FPK te Assen te worden opgenomen en behandeld. Een en ander leidt tot het oordeel van de rechter-commissaris dat het meldingsgebod door veroordeelde onvoldoende is nageleefd.

Met betrekking tot het verzoek van veroordeelde om opgenomen en behandeld te worden door de instelling Mirage te Den Haag omdat de stoornis van verdachte daar beter zou kunnen worden behandeld, overweegt de rechter-commissaris het volgende. Gesteld noch gebleken is dat voornoemde instelling dezelfde mogelijkheden tot observatie en diagnostiek heeft als de FPK te Assen. Ook is niet duidelijk gemaakt of Mirage dezelfde of gelijksoortige behandelmethoden kent. Gelet op de vastgestelde stoornis bij veroordeelde en op het advies van Pro Justitia rapporteur psychiater T.S. van der Veer van 7 februari 2012 (ten behoeve van de behandeling van de strafzaak van veroordeelde) overweegt de rechter-commissaris dat aan de behandeling van veroordeelde hoge eisen gesteld worden, waaraan het FPK kan voldoen. Het staat vooralsnog niet vast dat Mirage een op veroordeeldes stoornis toegesneden behandeling kan bieden. De rechter-commissaris is dan ook van oordeel dat onvoldoende vaststaat dat de instelling Mirage te Den Haag een aan de FPK te Assen "soortgelijke instelling" is. Evenmin is komen vast te staan dat Mirage direkt met de behandeling kan beginnen, temeer niet nu veroordeelde heeft aangegeven op de wachtlijst te staan en niet op voorhand duidelijk is wanneer hij in die instelling kan worden opgenomen en wanneer met de behandeling een aanvang kan worden genomen. Dit laatste strookt niet met het door de Rb Assen in haar vonnis van 27 maart 2012 overwogene, namelijk dat "zo snel mogelijk met de geadviseerde opname en behandeling moet worden gestart".

De rechter-commissaris ziet zich voor de vraag gesteld of de door de meervoudige strafkamer opgelegde bijzondere voorwaarden in het kader van de procedure ex art. 14fa lid 4 Sr juncto art. 14fa lid 2 Sr kunnen worden gewijzigd en of de rechter-commissaris in deze procedure aan deskundigen de opdracht kan geven tot het verrichten van (contra-) onderzoek naar de geestelijke vermogens van veroordeelde. Gelet op het voorlopige karakter van deze procedure, is de rechter-commissaris van oordeel dat het wijzigen van bijzondere voorwaarden noch het geven van een opdracht aan deskundigen tot het verrichten van nader onderzoek als hierboven bedoeld, tot de mogelijkheden behoort. Het wijzigen van de bijzondere voorwaarden, waaronder begrepen het geven van opdracht tot nader onderzoek naar de geestesvermogens van veroordeelde, strookt niet met het wettelijk systeem, in het bijzonder niet met art. 14f lid 2 Sr dat voorziet in de mogelijkheid tot het onder meer wijzigen van de bijzondere voorwaarden door de rechter die haar heeft opgelegd.

overwegende, dat er ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat veroordeelde de bijzondere voorwaarden, niet nakomt, zoals omschreven in de aangehechte vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging,

Beslist als volgt:

beveelt de voorlopige tenuitvoerlegging van de rechtbank opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen met aftrek van de reeds ondergane tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, te weten: 2 dagen.

Assen, 25 april 2012

(mr. A.L.J.M.A. Janssens, rechter-commissaris)

Parketnummer : 19/830310-11

RC-nummer : 11/546

2

Beschikking art. 14a Sr 25 april 2012

beschikking

Beschikking art. 14a Sr 25 april 2012