Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BW3594

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
03-04-2012
Datum publicatie
23-04-2012
Zaaknummer
19/830355-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee woninginbraken, waarbij de slachtoffers veel nadeel is berokkend; onder andere het verlies van een grote hoeveelheid onvervangbare familiefoto’s. Daarnaast roepen woninginbraken gevoelens van onveiligheid op bij de slachtoffers in het bijzonder en bij de samenleving in het algemeen.

De landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting gaan dan ook uit van drie maanden gevangenisstraf voor één woninginbraak.

De rechtbank houdt evenwel rekening met de jeugdige leeftijd van verdachte en is mede daarom van oordeel dat aan verdachte geen langere gevangenisstraf opgelegd dient worden dan hij reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummers: 19.830355-11

19/18-174338-10 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

19/605122-10 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 april 2012 in de zaken van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

wonende [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 20 maart 2012.

Verdachte/veroordeelde is verschenen en werd bijgestaan door A. de Haan, advocaat te Heerenveen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 5 december 2011, althans in de maand december 2011, te Roden, in de gemeente Noordenveld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/vanaf een woning, (gelegen aan of bij [adres], aldaar), heeft weggenomen een laptop en/of een (digitale) camera (met toebehoren) en/of een horloge en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) (buitenlands) geld en/of een gouden tientje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;

2.

hij op of omstreeks 5 december 2011, althans in de maand december 2011, te Roden, in de gemeente Noordenveld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/vanaf een woning, (gelegen aan of bij de [adres] aldaar), heeft weggenomen een of meer gsm('s) en/of een computer (merk Medion) en/of randapparatuur (harde schijven) en/of identiteitspapier(en) en/of (bank)pas(sen) en/of een (foto)camera (met toebehoren) en/of een hoeveelheid geld en/of een (metalen) doosje en/of zilveren lepeltje(s) en/of sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging staat “verdachte en/of zijn mededader(s)” lezen alsof daar staat “verdachte en/of zijn medeverdachte(n)”. De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de

presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. A.M. de Vries, acht hetgeen onder 1. en 2. is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: acht maanden (240 dagen) gevangenisstraf, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest en de bijzondere voorwaarde van reclasserings-toezicht, inhoudende COVA+training en arbeidsvaardighedentraining en begeleid wonen. Voorts een werkstraf van honderd uren subsidiair 50 dagen hechtenis, afwijzing van de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/605122-10 en toewijzing van de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/18-174338-10.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1. en 2. tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 5 december 2011 te Roden, in de gemeente Noordenveld, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan [adres] aldaar, heeft weggenomen een laptop en een digitale camera met toebehoren en een horloge en hoeveelheden buitenlands geld en een gouden tientje, toebehorende aan [benadeelde], waarbij verdachte en zijn medeverdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

2.

hij op 5 december 2011 te Roden, in de gemeente Noordenveld, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres] aldaar, heeft weggenomen een of meer gsm' s en een computer (merk Medion) en randapparatuur (harde schijven) en identiteitspapieren en bankpassen en een fotocamera met toebehoren en een hoeveelheid geld en een metalen doosje en zilveren lepeltjes en sleutels, toebehorende aan [benadeelde], waarbij verdachte en zijn medeverdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Het in de bewijsmiddelen opgenomen andere geschrift is uitsluitend gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1. en 2. meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1.:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2.:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking: de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsman van de verdachte, de oriëntatiepunten voor de straftoemeting en de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 23 februari 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van een misdrijf is veroordeeld.

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van 240 dagen gevorderd, waarvan 120 dagen onvoorwaardelijk, en een onvoorwaardelijke taakstraf van honderd uren.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee woninginbraken, waarbij de slachtoffers veel nadeel is berokkend; onder andere het verlies van een grote hoeveelheid onvervangbare familiefoto’s. Daarnaast roepen woninginbraken gevoelens van onveiligheid op bij de slachtoffers in het bijzonder en bij de samenleving in het algemeen.

De landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting gaan dan ook uit van drie maanden gevangenisstraf voor één woninginbraak.

De rechtbank houdt evenwel rekening met de jeugdige leeftijd van verdachte en is mede daarom van oordeel dat aan verdachte geen langere gevangenisstraf opgelegd dient worden dan hij reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van verdachte ter terechtzitting van 20 maart 2012 met ingang van 21 maart 2012 geschorst.

Indien de rechtbank de eis van de officier van justitie zou volgen, zou verdachte weer terug moeten naar de gevangenis. Hij heeft immers tot aan de schorsing van zijn voorlopige hechtenis 93 dagen in detentie doorgebracht.

De rechtbank acht daarnaast, evenals de officier van justitie, een taakstraf in de vorm van een werkstraf op zijn plaats. De rechtbank zal gelasten dat een deel van deze werkstraf niet zal worden tenuitvoergelegd. Aan deze voorwaardelijke taakstraf zal de rechtbank een aantal bijzondere voorwaarden verbinden.

Motivering van de verbeurdverklaring

De rechtbank acht de hierna te vermelden in beslag genomen voorwerpen vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien het voorwerpen zijn met behulp waarvan de onder 1. en 2. bewezen verklaarde feit zijn begaan.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/605122-10

[veroordeelde] is op 28 maart 2011 bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete wegens mishandeling, begaan tegen zijn vader, gepleegd op 25 november 2009.

De officier van justitie heeft een vordering na voorwaardelijke veroordeling ingediend omdat verdachte binnen de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd.

De rechtbank acht net als de officier van justitie een bevel tot tenuitvoerlegging van de bij voormeld vonnis opgelegde voorwaardelijke geldboete niet opportuun, nu de vordering betrekking heeft op een andersoortig feit (mishandeling) dan de onderhavige feiten (diefstallen in vereniging door middel van braak).

De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke geldboete daarom afwijzen.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/18-174338-10

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de verdachte, eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke straf bij vonnis van de politierechter te Groningen d.d. 11 mei 2011, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

De rechtbank zal gelasten dat de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 14h, 14i, 14j, 22c, 22d, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1. en 2. tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1. en 2. meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot:

* gevangenisstraf voor de duur 93 dagen,

en

* een taakstraf, bestaande uit 180 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van negentig dagen zal worden toegepast, waarvan 100 uren werkstraf subsidiair vijftig dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde taakstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt,

of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens Reclassering Nederland, hetgeen mede kan inhouden dat verdachte verblijf zal houden bij zijn halfzus aan de [adres] te Roden tot het moment dat hij over zelfstandige woonruimte beschikt en zal meewerken aan de toewijzing van woonruimte in het kader van begeleid wonen, en dat verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van CURA XL. Daarnaast dient verdachte de Cognitieve vaardigheidstraining PLUS (COVA+) en de Arbeidsvaardighedentraining (ARVA) te volgen, indien en zolang de reclassering dat nodig acht.

De rechtbank draagt voornoemde reclasseringsinstelling op verdachte bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank verklaart verbeurd vier handschoenen en twee plastic tassen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/605122-10

De rechtbank wijst de vordering af.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/18-174338-10

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 11 mei 2011 door de politierechter te Groningen gewezen voorwaardelijke werkstraf voor de duur van dertig uren.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, en mr. E.C.M. Wolfert en mr. C. Brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 3 april 2012.

Mr. Brouwer is buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.