Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BW3590

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
03-04-2012
Datum publicatie
23-04-2012
Zaaknummer
19/830347-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf zoals door de raadsvrouw bepleit geen recht doet aan de ernst en het aantal van de door verdachte gepleegde misdrijven. De rechtbank acht een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur aangewezen. Hopelijk zal die strafmodaliteit verdachte doen beseffen dat hij, om inderdaad nooit meer in de gevangenis terecht te komen, moet stoppen met het plegen van strafbare feiten en hulp moet zoeken om zijn problemen op te lossen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummers: 19/830347-11

19/830266-11

19/190762-10 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

19/082531-09 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 april 2012 in de zaken van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

wonende [adres],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in [plaats van detentie].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 20 maart 2012.

Verdachte/veroordeelde is verschenen en werd bijgestaan door mr. I.M. Weijers, advocaat te Emmen.

Tenlasteleggingen

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gevoegde zaken bij dagvaardingen tenlastegelegd, dat

parketnummer 19/830347-11

1.

hij op of omstreeks 10 december 2011, te Roden, in de gemeente Noordenveld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van weder-rechtelijke toe-eigening in/uit/vanaf een woning, (gelegen aan of bij de [adres], aldaar), heeft weggenomen een of meer toiletartikel(en) en/of sigaretten en/of een etui en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een (antiek) kastslot en/of een (zilveren) speldje en/of een vuilniszak, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 10 december 2011, te Roden, in de gemeente Noordenveld, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/vanaf een woning, (gelegen aan of bij de [adres], aldaar), weg te nemen een of meer goed(eren) van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen een raam van die woning met een breekijzer heeft geforceerd en/of (vervolgens) door dat raam naar binnen is gekropen en/of (vervolgens) in de woning (met behulp van een zaklamp) zoekend heeft rondgekeken naar goederen van zijn gading, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 6 december 2011, te Leek, (in elk geval) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een gouden tientje heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat gouden tientje wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij in of omstreeks de periode van 23 juli 2011 tot en met 25 juli 2011, te Roden, in de gemeente Noordenveld, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/vanaf een pand, (gelegen aan of bij de [adres], aldaar), heeft weggenomen een cv-ketel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde(n) , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4.

hij in of omstreeks de periode van 3 augustus 2011 tot en met 8 augustus 2011, te Roden, in de gemeente Noordenveld, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/vanaf een pand, (gelegen aan of bij de [adres], aldaar), heeft weggenomen een of meer (kuip)stoeltje(s) en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) kaartje(s) en/of een koffiezetapparaat (merk Senseo) en/of een (digitale) fotolijst (merk Sony) en/of een of meer fles(sen) wijn en/of cola en/of pak(ken) jus d'orange en/of koek(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde(n), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

parketnummer 19/830266-11

hij in of omstreeks de periode van 22 september 2011 tot en met 27 september 2011, te Roden, in de gemeente Noordenveld, (in elk geval) in Nederland, en beamer en/of een geluidsbox/luidspreker heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die beamer en/of geluidsbox wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging onder parketnummer 19/8303470-11 staat “verdachte en/of zijn mededader(s)” lezen alsof daar staat “verdachte en/of zijn medeverdachte(n)”. De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de

presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. A.M. de Vries, acht hetgeen onder parketnummer 19/830266-11 en onder parketnummer 19/830347-11 onder 1. subsidiair en onder 2. en 4. is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: onvoorwaardelijke plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders en toewijzing van de vorderingen na voorwaardelijke veroordeling. Voorts verbeurd verklaring van de in beslag genomen voorwerpen en niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partijen [benadeelde partijen] in hun vorderingen en - schattenderwijs - gedeeltelijke toewijzing van de civiele vordering van [benadeelde partij] tot een bedrag van € 600,--, tevens in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel met een vervangende hechtenis van twaalf dagen.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

De verdachte dient van het onder parketnummer 19/830347-11 onder 1. primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit, evenals de officier van justitie en de raadsrouw van verdachte, niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De verdachte dient voorts van het onder parketnummer 19/830347-11 onder 3. tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit, evenals de officier van justitie en de raadsrouw van verdachte, niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Bijzondere bewijsoverweging

Met betrekking tot de inbraak in de periode van 3 augustus 2011 tot en met 8 augustus 2011 in het bedrijfspand aan de [adres] te Roden, merkt de rechtbank de verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij nooit in dit bedrijfspand is geweest aan als kennelijk leugenachtig. In het pand is immers op een geforceerde werkkastdeur een vingerafdruk aangetroffen. De leugenachtigheid van verdachtes verklaring blijkt uit het aantreffen van deze vingerafdruk en uit het dactyloscopisch sporenonderzoek dat heeft aangetoond dat het aangetroffen spoor geïdentificeerd is op naam van verdachte.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder parketnummer 19/830347-11 onder 1. subsidiair, 2. en 4. en het onder parketnummer 19/830266-11 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

parketnummer 19/830347-11

1.

hij op 10 december 2011, te Roden, in de gemeente Noordenveld, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres] aldaar, weg te nemen goederen van zijn gading, toebehorende aan [benadeelde], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak, met zijn medeverdachte een raam van die woning met een breekijzer heeft geforceerd en vervolgens door dat raam naar binnen is gekropen en vervolgens in de woning met behulp van een zaklamp zoekend heeft rondgekeken naar goederen van zijn gading, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 6 december 2011 te Leek een gouden tientje voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dat gouden tientje wist, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4.

hij in de periode van 3 augustus 2011 tot en met 8 augustus 2011, te Roden, in de gemeente Noordenveld, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand, gelegen aan de [adres] aldaar, heeft weggenomen kuipstoeltjes en een hoeveelheid kaartjes en een koffiezetapparaat (merk Senseo) en een digitale fotolijst (merk Sony) en flessen wijn en cola en pakken jus d'orange en koeken, toebehorende aan [benadeelde], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

parketnummer 19/830266-11

hij in de periode van 22 september 2011 tot en met 27 september 2011, te Roden, in de gemeente Noordenveld, een beamer en een geluidsbox/luidspreker heeft verworven, terwijl hij ten tijde van het verwerven van die beamer en geluidsbox wist, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Het in de bewijsmiddelen opgenomen andere geschrift is uitsluitend gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder parketnummer 19/830347-11 onder 1. subsidiair, 2. en 4. en onder parketnummer 19/830266-11 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

parketnummer 19/830347-11

onder 1. subsidiair:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met de artikelen 310 en 45 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2.:

opzetheling,

strafbaar gesteld bij artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 4.:

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

parketnummer 19/830266-11

opzetheling,

strafbaar gesteld bij artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsvrouw van de verdachte, de oriëntatiepunten voor de straftoemeting en de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 23 februari 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van misdrijven is veroordeeld.

De officier van justitie heeft een onvoorwaardelijke plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) gevorderd. De rechtbank acht, hoewel verdachte aan de voorwaarden voor oplegging van deze maatregel (artikel 38m, eerste lid Sr.) voldoet, een onvoorwaardelijke ISD thans (nog) niet aan de orde. Verdachte is immers niet eerder tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf veroordeeld.

De rechtbank neemt de ad-informandum gevoegde feiten niet mee bij de straftoemeting nu verdachte deze feiten heeft ontkend.

Uit het omtrent verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport en de houding van verdachte ter terechtzitting blijkt weinig toegankelijkheid voor werkelijke verandering op basis van vrijwilligheid. De rechtbank acht om die reden een voorwaardelijke ISD evenmin aangewezen. In het kader van deze maatregel immers dient de rechter ter bescherming van de veiligheid van personen of goederen voorwaarden betreffende het gedrag van verdachte te stellen, waaraan verdachte, gelet op zijn gebrek aan motivatie, niet zal (kunnen) voldoen.

De raadsvrouw van verdachte heeft onder meer aangevoerd dat de voorlopige hechtenis en de vervangende hechtenis die verdachte thans ondergaat hem niet in de koude kleren zijn gaan zitten. Verdachte wil, aldus de raadsvrouw in haar pleidooi, nooit meer in de gevangenis terecht komen.

De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf zoals door de raadsvrouw bepleit geen recht doet aan de ernst en het aantal van de door verdachte gepleegde misdrijven. De rechtbank acht een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur aangewezen. Hopelijk zal die strafmodaliteit verdachte doen beseffen dat hij, om inderdaad nooit meer in de gevangenis terecht te komen, moet stoppen met het plegen van strafbare feiten en hulp moet zoeken om zijn problemen op te lossen.

Motivering van de verbeurdverklaring

De rechtbank acht de hierna te vermelden in beslag genomen voorwerpen vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien het voorwerpen zijn met behulp waarvan het onder parketnummer 19/830347-11 onder 1. subsidiair bewezen verklaarde feit is begaan.

Benadeelde partij [benadeelde partij]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade niet bewezen. De vordering ziet immers op een in augustus/september 2011 gepleegde inbraak in het pand van de [benadeelde] te Roden, waarbij een aggregaat, een deels gevulde jerrycan en een microfoon zijn ontvreemd. Deze diefstal is echter niet tenlastegelegd. De benadeelde partij zal niet ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering en hij kan zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Benadeelde partij [benadeelde partij]

De rechtbank acht het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partij zal niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering en zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Benadeelde partij [benadeelde partij]

Verdachte heeft ter terechtzitting ontkend zich aan het op de dagvaarding onder parket-nummer 19/830347-11 ad informandum onder 2. gevoegde feit (opzetheling dan wel schuldheling van een fiets, merk Gazelle, type Chamonix Plus), te hebben schuldig gemaakt.

De rechtbank acht het causaal verband tussen het ad informandum gevoegde feit en de schade daarom niet bewezen De benadeelde partij zal niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering en zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Benadeelde partij [benadeelde partij]

De rechtbank is van oordeel dat zij over onvoldoende informatie beschikt om de hoogte van de geleden schade te kunnen beoordelen. De rechtbank zal echter niet overgaan tot schorsing van het onderzoek om de hoogte van die schade alsnog te doen aantonen. Dit zal namelijk leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/190762-10

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de verdachte, eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf bij vonnis van de politierechter te Assen d.d. 11 februari 2011, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

De rechtbank zal gelasten dat de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/082531-09

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de verdachte, eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf bij vonnis van de politierechter te Assen d.d. 8 augustus 2011, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

De rechtbank zal gelasten dat de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14g, 14h, 14i, 14j, 27, 33, 33a, en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder parketnummer 19/830347-11 onder 1. primair en onder 3. is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder parketnummer 19/830347-11 onder 1. subsidiair, 2. en 4. en het onder parketnummer 19/830266-11 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1. subsidiair, 2. en 4. en onder parketnummer 19/830266-11 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank verklaart verbeurd een breekijzer, een oranje zaklantaarn en een sigaret, merk Stuyvesant.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen [benadeelde partijen] niet ontvankelijk zijn in hun vorderingen en dat zij hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen. De benadeelde partijen en de verdachte dragen de eigen kosten.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/190762-10

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 11 februari 2011 door de politierechter te Assen gewezen voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/082531-09

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 8 augustus 2011 door de politierechter te Assen gewezen voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, en mr. E.C.M. Wolfert en mr. C. Brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 3 april 2012.

Mr. Brouwer is buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.