Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BW3208

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
06-03-2012
Datum publicatie
18-04-2012
Zaaknummer
19.670348-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak

De verdachte dient van het onder 1 en onder 2 tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank overweegt dat zich in het dossier twee aangiftes inzake feitelijke aanranding van de eerbaarheid bevinden van respectievelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].

Ter terechtzitting heeft de verdachte, evenals bij zijn eerdere verhoren bij de politie, de hem ten laste gelegde feiten stellig ontkend.

De rechtbank constateert met de officier van justitie en de raadsman dat de regels die zijn neergelegd in de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik (2010A026) niet naar behoren zijn opgevolgd. Met aangeefster [slachtoffer 1] heeft geen informatief gesprek plaatsgevonden. [slachtoffer 1] is voorts aanwezig geweest bij het eerste deel van het intake gesprek dat is gevoerd met aangeefster [slachtoffer 2]. Met [slachtoffer 2] en [getuige 1] heeft wel een informatief gesprek plaatsgevonden maar de processen-verbaal hiervan zijn niet in het dossier opgenomen.

Nu de aangiftes niet met de gebruikelijke en vereiste zorgvuldigheid tot stand zijn gekomen, weegt de noodzaak van voldoende steunbewijs des te zwaarder.

Naast de aangiftes bevindt zich in het dossier een belastende verklaring tegen verdachte van [getuige 1]. [getuige 1] heeft verklaard over haar eigen ervaringen met verdachte maar heeft geen aangifte tegen hem gedaan. Ten aanzien van beide aangiftes geldt dat [getuige 1] en de overige als getuigen gehoorde medewerkers ([getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4]) niet hebben verklaard over (ontuchtige) handelingen van verdachte ten aanzien van (één van beide) aangeefsters. De informatie die zij daarover hebben is van horen zeggen van aangeefsters zelf en niet uit eigen waarneming.

Uit de verklaring van [slachtoffer 1] blijkt niet dat zij heeft gezien dat verdachte bepaalde handelingen ten aanzien van [slachtoffer 2] zou hebben gepleegd. De enige die heeft verklaard uit eigen waarneming is [slachtoffer 2]. Zij heeft verklaard dat zij heeft gezien dat verdachte [slachtoffer 1] en [getuige 2] op de billen heeft geslagen, echter, de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn, zoals hiervoor aangegeven, niet op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Voorts wordt door [getuige 2] ontkend dat zij door verdachte op de billen is geslagen.

Al het voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat de rechtbank niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging is kunnen komen dat de verdachte het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde heeft begaan. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2012/135

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.670348-10

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 6 maart 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

wonende te [woonadres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 21 februari 2012.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. M.C. van Linde, advocaat te Groningen.

De tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2009 tot 1 februari 2010, in de gemeente [plaats delict], in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en) , (telkens) bestaande uit

- het aanraken van en/of het wrijven over en/of en klappen tegen de billen van die [slachtoffer 1] en/of

- het aanraken van en/of het wrijven over de borsten van die [slachtoffer 1] en/of

- het aanraken van de zij van die [slachtoffer 1] en/of

- het vastpakken van die [slachtoffer 1] en/of

- het met zijn (verdachtes) knie tussen de benen zitten van die [slachtoffer 1] (in de richting van het kruis van die [slachtoffer 1]),

en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) uit

- de onverhoedsheid van die beweging (en/of het door die [slachtoffer 1] kunnen voorkomen van die handeling) en/of

- het verkorten van de duur van de arbeidsovereenkomst van die [slachtoffer 1] en/of

- het verlagen van de vakantieuren van die [slachtoffer 1] en/of

- het creëren van een afhankelijkheidsrelatie;

art 246 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 8 juni 2009 tot 8 oktober 2009, in de gemeente [plaats delict], in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), (telkens) bestaande uit

- zijn (verdachtes) arm om die [slachtoffer 2] heen slaan en/of

- het masseren van die [slachtoffer 2] en/of

- het op schoot trekken en/of vastpakken en/of tegen zich aan trekken van die [slachtoffer 2] en/of

- het met zijn (verdachtes) gezicht dichtbij het gezicht van die [slachtoffer 2] komen en/of die [slachtoffer 2] daarbij de woorden toevoegen “ik vind je lekker” en/of “ik vind je benen mooi” en/of “kom bij pappie zitten” en/of

- het zoenen in de nek en/of op de mond van die [slachtoffer 2] en/of

- het aanraken van en/of knijpen in de billen van die [slachtoffer 2] en/of

- het met zijn (verdachtes) knie aanraken van het kruis van die [slachtoffer 2] en/of

- het heen en weer bewegen van zijn (verdachtes) knie, terwijl hij (verdachte) met zijn (verdachtes) knie het kruis van die [slachtoffer 2] aanraakt en/of die [slachtoffer 2] daarbij de woorden toe te voegen: "Misschien vind je het wel lekker" en/of

- het met zijn (verdachtes) hand(en) aanraken van en/of wrijven over de (blote) buik van die [slachtoffer 2] en/of

- zijn (verdachtes) gezicht in de nek/hals van die [slachtoffer 2] houden/brengen,

en bestaande dat geweld of die andere fe lijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) uit

- het vasthouden van die [slachtoffer 2], terwijl die [slachtoffer 2] op zijn (verdachtes) schoot zit en/of

- het vastpakken van het gezicht en/of de hals van die [slachtoffer 2] en/of

- de onverhoedsheid van die beweging (en/of het niet door die [slachtoffer 2] kunnen voorkomen van die handeling)

- het creëren van een afhankelijkheidsrelatie en/of

- het verkorten van de duur van de arbeidsovereenkomst van die [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 2] andere werkzaamheden laten verrichten dan waarvoor zij was aangenomen;

art 246 Wetboek van Strafrecht

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. B.G. van der Burg vordert dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van het onder 1 en 2 tenlastegelegde nu er buiten de aangiftes van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] onvoldoende steunbewijs is om tot een bewezenverklaring te komen.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

De verdachte dient van het onder 1 en onder 2 tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank overweegt dat zich in het dossier twee aangiftes inzake feitelijke aanranding van de eerbaarheid bevinden van respectievelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].

Ter terechtzitting heeft de verdachte, evenals bij zijn eerdere verhoren bij de politie, de hem ten laste gelegde feiten stellig ontkend.

De rechtbank constateert met de officier van justitie en de raadsman dat de regels die zijn neergelegd in de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik (2010A026) niet naar behoren zijn opgevolgd. Met aangeefster [slachtoffer 1] heeft geen informatief gesprek plaatsgevonden. [slachtoffer 1] is voorts aanwezig geweest bij het eerste deel van het intake gesprek dat is gevoerd met aangeefster [slachtoffer 2]. Met [slachtoffer 2] en [getuige 1] heeft wel een informatief gesprek plaatsgevonden maar de processen-verbaal hiervan zijn niet in het dossier opgenomen.

Nu de aangiftes niet met de gebruikelijke en vereiste zorgvuldigheid tot stand zijn gekomen, weegt de noodzaak van voldoende steunbewijs des te zwaarder.

Naast de aangiftes bevindt zich in het dossier een belastende verklaring tegen verdachte van [getuige 1]. [getuige 1] heeft verklaard over haar eigen ervaringen met verdachte maar heeft geen aangifte tegen hem gedaan. Ten aanzien van beide aangiftes geldt dat [getuige 1] en de overige als getuigen gehoorde medewerkers ([getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4]) niet hebben verklaard over (ontuchtige) handelingen van verdachte ten aanzien van (één van beide) aangeefsters. De informatie die zij daarover hebben is van horen zeggen van aangeefsters zelf en niet uit eigen waarneming.

Uit de verklaring van [slachtoffer 1] blijkt niet dat zij heeft gezien dat verdachte bepaalde handelingen ten aanzien van [slachtoffer 2] zou hebben gepleegd. De enige die heeft verklaard uit eigen waarneming is [slachtoffer 2]. Zij heeft verklaard dat zij heeft gezien dat verdachte [slachtoffer 1] en [getuige 2] op de billen heeft geslagen, echter, de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn, zoals hiervoor aangegeven, niet op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Voorts wordt door [getuige 2] ontkend dat zij door verdachte op de billen is geslagen.

Al het voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat de rechtbank niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging is kunnen komen dat de verdachte het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde heeft begaan. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De benadeelde partijen [slachtoffer 1 en slachtoffer 2]

De rechtbank acht het feiten waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partijen zullen niet ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen en zij kunnen hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen [slachtoffer 1 en slachtoffer 2] niet ontvankelijk zijn in hun vorderingen en dat zij hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen. De benadeelde partijen en de verdachte dragen de eigen kosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter en mrs. E.C.M. Wolfert en

C. Brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.D. Vermeer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 6 maart 2012.