Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BW0519

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
14-03-2012
Datum publicatie
02-04-2012
Zaaknummer
91178 / KG ZA 12-21
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verzenden uitnodigingen voor een netwerkborrel vanaf het zakelijke e-mailadres van gedaagde leidt niet tot schending van relatiebeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ASSEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 91178 / KG ZA 12-21

Vonnis in kort geding van 14 maart 2012

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. H.K. Beek te Zwolle,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. W.J.A. van Es te Meppel.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 8 februari 2012,

- de mondelinge behandeling, gehouden op 29 februari 2012 in de Rechtbank te Assen,

- de pleitnota van [eiser],

- de pleitnota van [gedaagde].

1.2 Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1 Qbxs is een onderneming die zich richt op het produceren, verkopen en verhuren van (beurs-)stands.

2.2 Qbxs werd tot 1 april 2011 gedreven in de vorm van een vennootschap onder firma met [eiser] en [gedaagde] als vennoten. [gedaagde] verzorgde hoofdzakelijk de acquisitie en [eiser] hoofdzakelijk de productie.

2.3 Per 1 april 2011 is de vennootschap ontbonden. [eiser] heeft [gedaagde] uitgekocht en heeft Qbxs onder dezelfde naam voortgezet in de vorm van een eenmanszaak.

2.4 De ontbinding van de vennootschap is vastgelegd in een beëindigingovereenkomst, gesloten op 16 mei 2011. Daarin is een relatiebeding opgenomen, dat luidt:

"Artikel 4 Relatiebeding

1. Het is [gedaagde] verboden relaties van Qbxs stands te benaderen ten behoeve van eigen ondernemingsactiviteiten of die van een ander, noch in de hoedanigheid van (mede-)ondernemer noch als werknemer. Bedoelde relaties worden vermeld op een aan deze beëindigingovereenkomst te hechten bijlage, welke door partijen ten blijke van hun goedkeuring voor akkoord wordt ondertekend en welke geacht wordt deel uit te maken van onderhavige overeenkomst.

2. Indien door op de bijlage genoemde relaties contact wordt opgenomen met [gedaagde], heeft deze de plicht daarvan binnen 24 uur melding te doen aan [eiser], bij voorkeur per email. [eiser] verplicht zich deze melding zo spoedig mogelijk te bevestigen, zodat [gedaagde], indien nodig, kan bewijzen dat hij zijn meldingsplicht is nagekomen. Indien [eiser] niet binnen een redelijke tijd bevestigt, komen de kosten die [gedaagde] moet maken om zijn meldingsplicht te bewijzen voor rekening van [eiser].

3. [gedaagde] is alleen dan gerechtigd een opdracht van een in de bijlage genoemde relatie te aanvaarden of bij de aanvaarding van een opdracht door een andere ondernemer betrokken te zijn, nadat hij daarvoor toestemming heeft verkregen van [eiser], derhalve ook indien het initiatief voor de opdracht is uitgegaan van de betreffende relatie. [eiser] zal de toestemming niet mogen weigeren, indien [gedaagde] kan aantonen dat bij niet-aanvaarding van zo'n opdracht de betreffende opdracht niet naar [eiser] zou zijn gegaan en dat [eiser] in alle redelijkheid geen belang bij zo'n weigering heeft.

4. Dit relatiebeding geldt voor de periode van 5 jaar na heden.

5. Voor iedere overtreding van dit relatiebeding verbeurt [gedaagde] op eerste aanmaning, derhalve zonder dat sommatie of ingebrekestelling vereist is, een boete van € 5.000,00 aan [eiser], onverminderd alle ingevolge deze overeenkomst en de wet aan [eiser] in dezen toekomende rechten."

2.5 Op de bijlage met relaties, bedoeld onder lid 1 van het relatiebeding staan -voor zover van belang- de ondernemingen Grafisch Centrum Salland en Multiline.

2.6 Qbxs is lid van de netwerkorganisatie BNI. Tijdens bijeenkomsten van BNI trad namens de toenmalige vennootschap onder firma Qbxs hoofdzakelijk [gedaagde] op als vertegenwoordiger en vertegenwoordigde [eiser] de toenmalige vennootschap wanneer [gedaagde] verhinderd was. Thans, na ontbinding van de vennootschap en voortzetting als eenmanszaak, vertegenwoordigt [eiser] Qbxs bij BNI-aangelegenheden.

2.7 [gedaagde] heeft per 19 mei 2011 de eenmanszaak Standplanner opgericht. Standplanner is een intermediair die voor bedrijven de totale beursorganisatie kan verzorgen. Standbouw is daarvan een onderdeel. Standplanner besteedt de standbouw uit aan derden.

2.8 Op 27 mei 2011 kondigt [gedaagde] vanaf zijn zakelijke e-mailadres, [mail], aan dat hij afscheid zal nemen van de BNI-leden met een

1-minuutpresentatie. De e-mail is voorzien van het logo van Standplanner.

2.9 Eveneens op 27 mei 2011 verstuurt [gedaagde] vanaf zijn zakelijke e-mailadres een bericht aan een derde-relatie dat hij vanwege het relatiebeding voornoemde aankondiging niet heeft verstuurd aan de heer [X] (company manager van Multiline) en mevrouw [Y] (directeur van Grafisch Centrum Salland). Deze e-mail is in cc aan [eiser] verstuurd.

2.10 Op 14 juli 2011 heeft [gedaagde] met toestemming van [eiser] afscheid genomen van de BNI-leden op een BNI-bijeenkomst. Hij heeft daarbij een 1-minuutpresentatie gehouden van zijn nieuwe onderneming.

2.11 [gedaagde] is doende een nieuwe netwerkorganisatie op te richten, genaamd De Firma.

2.12 Op 23 november 2011 is vanaf het zakelijke e-mailadres van [gedaagde] een uitnodiging voor een gezamenlijke eindejaarsbijeenkomst op 15 december 2011 verstuurd aan de leden en oud-leden van BNI en de aspirant-leden en bezoekers van De Firma. De

e-mail is namens BNI en De Firma, respectievelijk in de persoon van [A] en [gedaagde], verstuurd en voorzien van logo's van beide netwerkorganisaties.

2.13 Op 9 december 2011 is vanaf het zakelijke e-mailadres van [gedaagde] een vrijwel gelijkluidende uitnodiging voor dezelfde bijeenkomst verstuurd aan dezelfde geadresseerden als onder 2.12.

2.14 Beide uitnodigingen zijn onder andere verstuurd aan Multiline en Grafisch Centrum Salland. Multiline is oud-lid van BNI en Grafisch Centrum Salland is huidig lid van BNI. Beide zijn relaties als bedoeld onder lid 1 van het relatiebeding.

3 Het geschil

3.1 [eiser] vordert -samengevat- [gedaagde] te gebieden het relatiebeding voor de resterende duur volledig na te komen en het handelen in strijd met dat beding te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag(-deel) dat [gedaagde] in gebreke blijft hieraan te voldoen, alsmede om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 20.000,00, te vermeerderen met rente en kosten, en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, nakosten daaronder begrepen.

3.2 [eiser] legt daaraan ten grondslag dat [gedaagde] in strijd heeft gehandeld met het relatiebeding door twee relaties elk tweemaal te benaderen voor de ondernemingsactiviteiten van [gedaagde] in de vorm van de uitnodigingen, hierboven genoemd onder 2.12 en 2.13. Nu partijen een boete van € 5.000,00 per overtreding zijn overeengekomen, is de vordering thans (twee x twee overtredingen) € 20.000,00. Zowel naar taalkundige uitleg als op basis van de partijbedoeling moet het relatiebeding aldus worden uitgelegd dat [gedaagde] op geen enkele wijze relaties van Qbxs zou benaderen.

3.3 [gedaagde] voert verweer.

3.4 Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1 [eiser] heeft allereerst gevorderd om [gedaagde] te veroordelen tot nakoming van het relatiebeding op straffe van verbeurte van een dwangsom. Toewijzing van deze vordering heeft tot gevolg dat in geval van toekomstige overtreding van het relatiebeding [gedaagde] niet alleen de overeengekomen boete verschuldigd is, maar ook de vast te stellen dwangsom verbeurt. De voorzieningenrechter vindt dit vooralsnog te gortig omdat van het boetebeding, ook gelet op de hoogte van de overeengekomen boete, een voldoende waarschuwing uitgaat voor [gedaagde] om het verbod niet te overtreden. Bovendien geldt bij toewijzing van een dwangsom in kort geding dat deze definitief is verbeurd en dat de verschuldigdheid daarvan niet afhangt van de in hoofdzaak te geven beslissing. Gelet hier op zal de vordering tot nakoming en tot vaststelling van een dwangsom worden afgewezen.

4.2 Met betrekking tot de door [eiser] gestelde overtreding van het relatiebeding en daaruit voortvloeiende verschuldigdheid van de boete door [gedaagde] betracht de voorzieningenrechter terughoudendheid, nu het betaling tot een geldsom betreft. Niet alleen zal hij hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

4.3 Gelet op de aard van de vordering wordt het spoedeisend belang aanwezig geacht.

4.4 In dit geval dient beoordeeld te worden of het al dan niet voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat [gedaagde] de overeengekomen boete verschuldigd is wegens het schenden van het relatiebeding door het verzenden van twee uitnodigingen namens BNI en De Firma vanaf zijn zakelijke e-mailadres ten behoeve van zijn eigen ondernemingsactiviteiten. De door [eiser] overgelegde Linkedin-connecties zijn aan de vordering niet ten grondslag gelegd en blijven om die reden buiten de beoordeling.

4.5 Door [eiser] is ter onderbouwing gesteld dat 'benaderen', waarover lid 1 van het relatiebeding spreekt, ruim dient te worden uitgelegd in de zin van benaderen in welke vorm dan ook. Nu [gedaagde] heeft aangevoerd dat een engere uitleg gehanteerd moet worden, namelijk dat benaderen het aanbieden van diensten of werkzaamheden inhoudt, dient het relatiebeding te worden uitgelegd. De voorzieningenrechter overweegt dat voor de uitleg niet slechts de zuiver taalkundige betekenis doorslaggevend is, maar ook de betekenis die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars gedragingen en verklaringen mochten toekennen en wat zij wat dat betreft redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Voorts geldt dat bij de uitleg van een dergelijk geschrift telkens van beslissende betekenis zijn alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen, alsmede dat in praktisch opzicht vaak van groot belang is de taalkundige betekenis van de bewoordingen van het geschrift, gelezen in de context ervan als geheel, die deze in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben.

4.6 Aan [eiser] kan worden toegegeven dat, nu 'benaderen' niet nader is omschreven dan wel beperkt, dit begrip een ruime strekking heeft als het om de vorm gaat. Daar staat tegenover de beperking dat het moet gaan om benaderen 'ten behoeve van de eigen onderneming'.

De voorzieningenrechter ziet voor de verdere uitleg een aanknopingspunt in het derde lid van het relatiebeding. Daarin wordt een verband gelegd met 'het initiatief voor de opdracht' dat is uitgegaan. Kennelijk hebben partijen bij het beding het oog gehad op het 'benaderen' ter verkrijgen van opdrachten. Dit wordt versterkt door het beding dat [eiser] toestemming moet geven voor een opdracht van een relatie van Qbxs. Bij de uitleg betrekt de voorzieningenrechter ook het verslag van de ontbindingsgesprekken van de v.o.f., gemaakt door de accountant van de vennootschap. Daarin hebben partijen in het kader van een overeen te komen relatiebeding gesproken over 'actief benaderen' van klanten gedurende één of twee jaar. Waar het hier gaat om een overname van de activiteiten van de v.o.f. tegen betaling van goodwill, acht de voorzieningenrechter aannemelijk dat partijen het oog hebben gehad op het verkrijgen van opdrachten van relaties van Qbxs. Gelet op deze omstandig-heden, in onderling verband bezien, dient er naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter van uit te worden gegaan dat partijen de bedoeling hebben gehad om in lid 1 van het beding te verbieden dat [gedaagde] actief relaties zou benaderen met een wervend karakter gericht op het verkrijgen van opdrachten voor zijn eigen onderneming. Daaruit volgt dat de term 'benaderen' niet de ruime reikwijdte heeft die [eiser] stelt.

4.7 Met bovengenoemde uitleg als uitgangspunt dient de voorzieningenrechter te beoordelen of [gedaagde] door middel van het verzenden van de uitnodigingen aan Multiline en Grafisch Centrum Salland het beding heeft overtreden. Voorshands is hij van oordeel dat dit niet het geval is en hij overweegt daartoe het navolgende.

4.8 Aangenomen mag worden dat BNI en De Firma in het leven zijn geroepen om zakelijke contacten aan te gaan en daarvan wederzijds te profiteren. En tevens dat [gedaagde], die namens de vennootschap onder firma de acquisitie voor zijn rekening nam en initiator was van BNI, nu met deze achterliggende gedachte De Firma opricht. Dat laat onverlet dat de inhoud van de uitnodigingen geen betrekking heeft op de eigen ondernemingsactiviteiten van [gedaagde], nu de uitnodiging niet in naam van Standplanner is uitgegaan. [gedaagde] heeft naar voren gebracht dat het initiatief voor de gezamenlijke activiteit - een eindejaarsborrel - van BNI is uitgegaan. Uit pragmatische overwegingen is vanuit BNI aan [gedaagde] gevraagd de gezamenlijke uitnodigingen te versturen. Dit is door [eiser], die via Qbxs lid is van BNI, niet weersproken. Voorts kan, gelet op de

1-minuutpresentatie die [gedaagde] heeft gehouden ten overstaan van de BNI-leden en de daaraan voorafgaande aankondiging, waarmee de nieuwe onderneming van [gedaagde] alsmede het daarbij horende e-mailadres bekend zijn geraakt binnen de kring van BNI-leden, niet worden gezegd dat door het verzenden van de uitnodigingen vanaf het

e-mailadres van Standplanner sprake is van een nieuwe wervende uiting ten behoeve van [gedaagde] eigen ondernemingsactiviteiten.

4.9 Gelet op bovenstaande is het naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende aannemelijk geworden dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat [gedaagde] de overeengekomen boete verschuldigd is wegens het schenden van het relatiebeding. De vordering zal dan ook worden afgewezen.

4.10 [eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 816,00.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op

€ 816,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J.J. Smits bijgestaan door mr. E.W. Jeuring, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2012.?