Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BW0283

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
27-03-2012
Datum publicatie
29-03-2012
Zaaknummer
19.993000-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De Noordelijke Fraude Kamer acht niet wettig en overtuigend bewezen dat een verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bijstandfraude en dat de verdachte de wetenschap had van de in de tenlastelegging vermelde opbrengsten en werkzaamheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector Strafrecht

Parketnummer: 19/993000-12

datum uitspraak: 27 maart 2012

op tegenspraak

VONNIS van de rechtbank te Assen, meervoudige kamer voor strafzaken, Noordelijke Fraudekamer, zitting houdende te Assen, in de zaak tegen:

[verdachte 2],

geboren op [datum] 1963 te [plaats],

wonende te [plaats], [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 3 februari 2012 en 13 maart 2012.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij tezamen en in vereniging met [verdachte 1], althans alleen, op één of meer

tijdstippen in of omstreeks de periode 30 november 2007 tot en met 31 augustus

2010 in de gemeente Midden-Drenthe, in elk geval in Nederland,(telkens) in

strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde

verplichting, te weten krachtens artikel 17 van de Wet Werk en Bijstand,

opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens aan de gemeente

Midden-Drenthe te verstrekken, immers hebbende verdachte en/of [verdachte 1]

(telkens) niet (volledig) aan genoemde instantie gemeld - zakelijk

weergegeven - dat verdachte en/of [verdachte 1] inkomsten dan wel de

beschikking over vermogen heeft/hebben gehad door:

- de verkoop van een aardappelselektiekar aan [betrokkene] voor EUR 9.222,50,

welke opbrengst op rekeningnummer 1261.78.763 t.n.v. Lohnbetrieb Agratec

GmbH is ontvangen en over welke rekening verdachte en/of [verdachte 1] (als

enige) de beschikking had(den), en/of

- de verkoop van een aantal landbouwmachines aan de firma Hahebo voor EUR

164.696,00, welke opbrengst op rekeningnummer 1261.78.763 t.n.v. Lohnbetrieb

Agratec GmbH is ontvangen en over welke rekening verdachte en/of [verdachte 1]

(als enige) de beschikking had(den) en/of van welke opbrengst

nadien EUR 110.000,-, althans een deel, is overgeboekt naar een rekening

t.n.v. GMS AGRI, binnen welke onderneming verdachte en/of [verdachte 1] (als

enige) de beschikking had(den) over de bankrekening, en/of

- het laten betalen van een factuur van EUR 6.761,86 door de gemeente Emmen

naar rekeningnummer 1261.78.763 t.n.v. Lohnbetrieb Agratec GmbH en over

welke rekening verdachte en/of [verdachte 1] (als enige) de beschikking

had(den), terwijl deze factuur deels door een andere (failliete) onderneming

van verdachte uitgeschreven had moeten worden, en/of

- het niet melden van deelname in Lohnbetrieb Agratec GmbH en/of GMS AGRI,

althans in één of meer onderneming(en) waarbinnen verdachte en/of [verdachte 1]

als enige feitelijk de zeggenschap had(den) en/of binnen welke

onderneming(en) sprake was van actieve vermogensbestanddelen waarover

verdachte en/of [verdachte 1] de beschikking had(den), en/of

- het verkrijgen/opnemen van (contante) gelden uit/van GMS AGRI, althans één

of meer rechtsperso(o)n(en);

zulks terwijl dit/deze feit(en) kon(den) strekken tot bevoordeling van

zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijs moest

vermoeden dat dat/die gegeven(s) van belang waren voor de vaststelling van

verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, dan wel

voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming;

art 227b Wetboek van Strafrecht

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de verdachte ter zake van het haar tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

Bewijsoverwegingen

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de stukken en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte de wetenschap had van de in de tenlastelegging vermelde opbrengsten en werkzaamheden. Uit het dossier blijkt dat het gaat om opbrengsten die haar echtgenoot uit mogelijk frauduleuze handelingen heeft verkregen. Uit de verklaring van verdachte ter terechtzitting en de inhoud van het dossier blijkt onvoldoende om aan te kunnen nemen dat verdachte wetenschap heeft gehad van deze handelingen en opbrengsten, laat staan dat zij daarbij betrokken is geweest. De verdachte heeft ter zitting verkaard dat zij jarenlang heeft moeten rondkomen van de bijstanduitkering en overigens geen inkomen heeft genoten of werkzaamheden heeft verricht. Tevens heeft zij aangegeven gedurende de tenlastegelegde periode nimmer gelden van haar (ex-)man te hebben ontvangen. De verdachte zal daarom van het haar tenlastegelegde worden vrijgesproken.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. H.H.A. Fransen, voorzitter, L.W. Janssen en

J. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van A.E. Tuinstra, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 maart 2012.

Mrs. L.W. Janssen en J. van Bruggen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

3

2