Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BV9322

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
20-03-2012
Datum publicatie
20-03-2012
Zaaknummer
19.830288-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging omdat verdachte uit noodweer en noodweer-exces heeft gehandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830288-11

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 20 maart 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] [datum] 1986,

wonende [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 06 en 07 maart 2012.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. I.M. Weijers, advocaat te Emmen.

Tenlastelegging

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij of omstreeks 22 oktober 2011 te Emmen, in de gemeente Emmen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan ( een) perso(o)n(en) genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

a) die [slachtoffer 1] tegen het hoofd heeft geschopt en/of die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of gestompt en/of die [slachtoffer 1] met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp heeft gestoken en/of

b) die [slachtoffer 2] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp heeft gestoken

en/of die [slachtoffer 2] heeft geslagen en/of gestompt en/of

c) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de richting van die [slachtoffer 3]

heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij op of omstreeks 22 oktober 2011 te Emmen, in de gemeente Emmen, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft geslagen en/of gestompt en/of getrapt, tengevolge waarvan die perso(o)n(en) zwaar lichamelijk letsel, althans enig lichamelijk letsel, heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden;

2. hij op of omstreeks 22 oktober 2011 te Emmen, gemeente Emmen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten forensisch arts bij [naam instelling) [slachtoffer 4], tegen zijn (linker) elleboog heeft geschopt/getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. B.D. v.d. Burg acht hetgeen onder 1 primair en 2 is tenlaste-gelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden;

* toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

De verdachte dient van het onder 2 tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Verdachte heeft ontkend dat hij [slachtoffer 4] met zijn voet heeft geraakt.

De verbalisanten die bij het voorval aanwezig waren hebben niet in een proces-verbaal gerelateerd wat er op dat moment gebeurde. Als bewijsmiddel resteert dan alleen de aangifte van [slachtoffer 4] en dat is onvoldoende om tot wettig bewijs te komen van de verweten mishandeling.

Bewijsmotivering

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsvrouw vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen, te weten:

- de verklaring van [slachtoffer 3] 1 d.d. 22 oktober 2011;

- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam verbalisant] 2 d.d. 22 oktober 2011 met betrekking tot hetgeen [getuige 1] aan verbalisant heeft verteld over hetgeen zich op 22 oktober 2012 omtrent de vechtpartij aan de [straat 1] en [straat 2] te Emmen heeft afgespeeld;

- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam verbalisant] 3 d.d. 22 oktober 2011 met betrekking tot hetgeen getuige [getuige 2] op 22 oktober 2011 heeft waargenomen van de vechtpartij vanuit haar slaapkamer;

- de getuigenverklaring van [getuige 3] 4 d.d. 22 oktober 2011;

- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam verbalisant] 5 d.d. 28 november 2011 met betrekking tot het letsel van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1];

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 06 maart 2012.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 22 oktober 2011 te Emmen, in de gemeente Emmen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan personen genaamd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

a) die [slachtoffer 1] tegen het hoofd heeft geschopt en die [slachtoffer 1] heeft geslagen en gestompt en

b) die [slachtoffer 2] heeft geslagen en gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Nadere bewijsoverwegingen

De rechtbank acht bewezen dat het handelen van verdachte kan worden aangemerkt als een poging tot zware mishandeling. De gevolgen van het schoppen tegen het hoofd van [slachtoffer 1] zijn beperkt gebleven. In algemene zin kan gesteld worden dat het schoppen tegen het hoofd van een persoon aanzienlijke gevolgen kan hebben en wel dusdanig dat gesproken kan worden van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Ook het slaan op het hoofd van [slachtoffer 2] waarbij hij een gebroken neus opliep, merkt de rechtbank aan als een poging zware mishandeling.

Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier onvoldoende aanwijzingen dat er sprake is geweest van het hanteren van een mes door verdachte dan wel, zoals verdachte stelt, door een van de in de tenlastelegging genoemde personen. Zowel verdachte als [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ontkennen dat zij een mes bij zich hadden ten tijde van de vechtpartij en is er door de politie ook geen mes gevonden. Ook de medische rapportage in het dossier biedt geen aanknopingspunten dat er letsel is ontstaan door het steken/snijden met een mes of delen daarvan.

De rechtbank gaat er op grond van het dossier vanuit dat er geen mes in het spel is geweest.

Evenzeer is de rechtbank van oordeel dat er niet met een eind hout op het hoofd van verdachte is geslagen, zoals verdachte stelt, maar met een bierfles.

Kwalificatie

Het onder 1 primair bewezen geachte levert op:

poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 302 in verbinding met artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht.

Verweren met betrekking tot strafuitsluitingsgronden

De raadsvrouw heeft gemotiveerd aangevoerd dat verdachte met betrekking tot het toebrengen van letsel aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een beroep op noodweer toekomt en voor wat betreft het schoppen tegen het hoofd van [slachtoffer 1] een beroep op noodweerexces.

Verdachte werd -kort gezegd- steeds aangevallen door voornoemde personen waarbij hij zich moest verdedigen en op het moment dat hij voor de derde keer leek te worden aangevallen heeft verdachte als gevolg van een hevige gemoedsbeweging [slachtoffer 1] in het gezicht geschopt om weg te kunnen komen.

De rechtbank volgt de raadsvrouw in haar verweren en overweegt daartoe het volgende.

Uit de hiervoor genoemde verklaring van [slachtoffer 3] komt naar voren dat verdachte op een gegeven moment bij een groepje mensen kwam staan voor de woning van [getuige 4]. Dat groepje personen bestond onder andere uit [slachtoffer 3], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij zag dat verdachte een mes trok en daarmee zijn zoon [slachtoffer 1] wilde steken. Voordat dat kon gebeuren heeft [slachtoffer 3] verdachte 4 tot 5 keer heel hard met zijn vuist op het gezicht geslagen. Verdachte zou daardoor op de motorkap van een auto zijn terechtgekomen. [slachtoffer 3] en verdachte raakten vervolgens in een worsteling. Als [slachtoffer 3] verdachte van zich af heeft getrapt zijn zijn zonen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zich ook met de vechtpartij gaan bemoeien.

[slachtoffer 3] zag dat verdachte daarna de straat uitliep. Op het moment dat verdachte de bocht omliep werd hij nogmaals door [slachtoffer 1] aangesproken. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat verdachte op dat moment [slachtoffer 1] in het gezicht stak. [slachtoffer 3] liep vervolgens in de richting van [slachtoffer 1]. Ook zag [slachtoffer 3] dat verdachte [slachtoffer 1] in het gezicht trapte.

In zijn tweede verklaring 6 heeft [slachtoffer 3] verklaard dat hij denkt dat hij verdachte met een bierfles op het hoofd heeft geslagen.

Uit het hiervoor genoemde proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] blijkt het volgende.

[getuige 1] heeft aan verbalisant verteld wat hij van de vechtpartij heeft gezien.

Als [getuige 1] de woning van [getuige 4] uitkomt ziet hij drie mannen voor het huis van [getuige 4] staan. Ook ziet [getuige 1] dat verdachte er aan komt lopen. Er ontstaat een woordenwisseling tussen verdachte en de drie mannen. Een van de drie mannen geeft een vuistslag richting verdachte. Verdachte rent hierop achteruit weg. Verdachte wordt vervolgens gevloerd door de drie mannen en valt op de grond. De drie mannen raken met verdachte in gevecht en gebruiken daarbij hun armen en benen.

Verdachte weet op te staan en slaat een van de drie mannen in het gezicht. [getuige 1] ziet dat die persoon onder het bloed zit. [getuige 1] ziet het bloed uit de neus van die persoon spuiten en veronderstelt dat de neus van die persoon is gebroken.

[getuige 1] ziet dat verdachte opnieuw wegrent en de bocht omgaat. De drie mannen rennen achter verdachte aan richting de [straat 2].

Als [getuige 1] ook de bocht is omgelopen ziet hij een van de drie mannen op straat liggen.

[getuige 1] loopt daarna terug naar zijn woning.

Uit het hiervoor genoemde proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] blijkt het volgende.

[getuige 2] heeft aan verbalisant verteld wat zij van de vechtpartij heeft gezien.

Getuige geeft aan dat zij in haar slaapkamer stond en buiten geschreeuw hoorde. Toen zij naar buiten keek zag zij een vijftal mannen vechten. Zij zag dat vier mannen vochten tegen één man. Zij zag dat de mannen dicht bij elkaar stonden en heen en weer bewogen. Het waren allemaal blanke mannen.

Getuige [getuige 4] heeft verklaard 7 dat er voor zijn woning op de stoep is gevochten en dat daarna aan de overzijde van de straat is gevochten en dat de betrokkenen vervolgens rennend naar de [straat 2] zijn gegaan.

Getuige heeft gezien dat er geslagen werd en dat verdachte en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] daarbij betrokken waren.

Uit de hiervoor genoemde verklaring van [getuige 3] blijkt dat deze getuige gezien heeft dat [slachtoffer 1] op de [straat 2] lag. Op het met moment dat [slachtoffer 1] weer omhoog wilde komen werd hij door verdachte in het gezicht geschopt.

Verdachte heeft op de zitting verklaard -kort weergegeven- dat hij voor het huis van [getuige 4] klappen kreeg van [slachtoffer 3]. Verdachte werd door [slachtoffer 3] met een voorwerp op het hoofd geslagen. Verdachte rende weg, de hele straat uit. Die mannen kwamen echter achter hem aan. Verdachte heeft een van de zonen van [slachtoffer 3] op de grond gegooid. Toen deze zoon weer overeind kwam heeft hij die persoon een schop in het gezicht gegeven om weg te kunnen komen want op dat moment kwamen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] er ook weer aan. Verdachte is vervolgens naar huis gegaan.

Op grond van de verschillende verklaringen komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte als eerste werd geslagen door [slachtoffer 3], toen deze meende dat verdachte zijn zoon, [slachtoffer 1], aanviel. Voor een aanval van [slachtoffer 1] door verdachte op dat moment is echter geen bewijs aanwezig. Verdachte mocht zich tegen de aanval door [slachtoffer 3] verdedigen, hem komt een beroep op noodweer toe, er was op dat moment sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.

Nadat de zonen van [slachtoffer 3] zich vervolgens in het gevecht mengden heeft verdachte [slachtoffer 2] geslagen en gestompt. Op het moment dat verdachte trachtte zich daarna achterwaarts aan de vechtpartij te onttrekken werd hij wederom belaagd door [slachtoffer 3], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], al dan niet gezamenlijk. Verdachte kwam ten val en moest zich opnieuw verdedigen en sloeg daarbij [slachtoffer 1] in het gezicht die daarbij op de grond terecht kwam. Ook op dat moment was er nog sprake van noodweer. Verdachte rende daarna weg richting de [straat 2], doch werd weer achtervolgd door [slachtoffer 1]. Verdachte sloeg [slachtoffer 1] neer en schopte hem vervolgens tegen het hoofd op het moment dat [slachtoffer 1] weer overeind kwam en verdachte [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] weer op zich af zag afkomen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte op het moment dat verdachte [slachtoffer 1] tegen het hoofd schopte, mede gelet op het gevaarzettende van deze handeling, verder ging dan strikt noodzakelijk was voor zijn verdediging. Verdachte is echter tot drie maal toe belaagd door [slachtoffer 3] en/of zijn zoons, nadat hij getracht heeft zich aan het gevecht te onttrekken. Naar het oordeel van de rechtbank was er sprake van een situatie waarin verdachte ten prooi was aan een hevige gemoedsbeweging, waardoor hij in zijn verdediging verder ging dan noodzakelijk was. Naar het oordeel van de rechtbank was er op dat moment sprake van een situatie waarin verdachte een beroep op noodweer-exces toekomt.

De rechtbank komt tot het oordeel dat verdachte niet strafbaar is en moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/09.670264-10

De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie afwijzen omdat verdachte van feit 1 zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging en van feit 2 zal worden vrijgesproken.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld, verklaart de verdachte deswege echter niet strafbaar en ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/09.670264-10

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter en mr. B.I. Klaassens en mr. E.C.M. Wolfert, rechters in tegenwoordigheid van D. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 20 maart 2012.

1 pag. 83 ev van het dossier met pv.nr. PL032V 2011083168

2 pag. 31 van het dossier met pv.nr. PL032V 2011083168

3 pag. 36 van het dossier met pv.nr. PL032V 2011083168

4 pag. 50 ev van het dossier met pv.nr. PL032V 2011083168

5 pag. 12 van het dossier met pv.nr. PL032V 2011083168

6 pag. 90 ev van het dossier met pv.nr. PL032V 2011083168

7 pag. 42 ev. van het dossier met pv.nr. PL032V 2011083168

??

??

??

??

Parketnummer: 19.830288-11

Uitspraak d.d.: 20 maart 2012 6

vonnis