Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BV7874

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
28-02-2012
Datum publicatie
06-03-2012
Zaaknummer
19.830318-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt man tot een gevangenisstraf voor de duur van 106 dagen voor bedreiging van (ex-)vriendin en politieambtenaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummers: 19.830318-11

19.076431-11 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 28 februari 2012 in de zaken van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren [geboortedatum] 1967,

wonende te [adres] thans verblijvende te PI Noord -De Marwei- te Leeuwarden.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 24 februari 2012.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. S. Klomp, advocaat te Assen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 14 november 2011 te Veenoord, althans in de gemeente

Emmen, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

tegen [getuige 1] en/of [getuige 2] en/of [getuige 3]gezegd "[slachtoffer 1] verpest

alles, ze moet dood, ze moet gewoon dood, ik zie geen oplossing meer" en/of

"willen jullie dit voor mij doen", althans woorden van gelijke dreigende aard

of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 13 november 2011 te Veenoord en/of te Nieuw-Amsterdam,

althans in de gemeente Emmen, [slachtoffer 1] meermalen, althans éénmaal, heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend aan die[slachtoffer 1]

meermalen, althans éénmaal (een) sms bericht(en) verstuurd met hierin de

woorden "ik maak je dood" en/of "bekijk het maar, ik vermoor jullie toch de

13e", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

(politieregistratie-nummer: 201107661)

hij op of omstreeks 27 oktober 2011 te Veenoord en/of te Nieuw-Amsterdam,

althans in de gemeente Emmen, [slachtoffer 1] meermalen, althans éénmaal, heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend aan die[slachtoffer 1]

meermalen, althans éénmaal (een) sms bericht(en) verstuurd met hierin de

woorden "je wordt morgen niet meer wakker, ik maak je koud en maak je af. Je

wordt begraven in besloten kring" althans woorden van gelijke dreigende aard

en/of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 28 oktober 2011 te Nieuw Amsterdam, althans in de gemeente

Emmen [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk tegen

voornoemde[slachtoffer 1] gezegd dat hij haar zal vermoorden, althans heeft bedreigd met

woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 28 oktober 2011 te Nieuw-Amsterdam, althans in de gemeente

Emmen, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3](medewerkers van de Regiopolitie

Drenthe) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met

zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2]

en/of [slachtroffer 3] dreigend de woorden toegevoegd :"ik schiet je dood en/of kom

hier, dan schiet ik jullie allemaal voor de kop", althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. J.F. Severs acht hetgeen onder 1, 2, 3, 4 en 5 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 180 dagen gevangenisstraf, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht,

waarvan 64 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere

voorwaarde reclasseringstoezicht;

* onttrekking aan het verkeer van een vouwmes en een busje traangas;

* tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde werkstraf van 120 dagen, subsidiair

60 dagen hechtenis.

Bewijsmotivering

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren bij de politie heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsvrouw vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

Opgave van de bewijsmiddelen.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

- de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1]1;

- de verklaring getuige [getuige 1]2;

- de verklaring van getuige [getuige 2]3;

- de verklaring van getuige [getuige 3]4;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

Ten aanzien van feit 3:

- de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1]5;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

Ten aanzien van feit 4:

- de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1]6;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

Ten aanzien van feit 5:

- de verklaring van aangever [slachtoffer 3]7;

- de verklaring van aangever [slachtoffer 2];8

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 14 november 2011 te Veenoord, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen [getuige 1] en [getuige 2] en [getuige 3]gezegd "[slachtoffer 1] verpest alles, ze moet dood, ze moet gewoon dood, ik zie geen oplossing meer" en "willen jullie dit voor mij doen";

2.

hij op 13 november 2011 te Veenoord en te Nieuw-Amsterdam, [slachtoffer 1] meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend aan die[slachtoffer 1] sms berichten verstuurd met hierin de woorden "ik maak je dood" en "bekijk het maar, ik vermoor jullie toch de 13e";

3.

hij op 27 oktober 2011 te Veenoord en te Nieuw-Amsterdam, [slachtoffer 1] meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend aan die[slachtoffer 1] sms berichten verstuurd met hierin de woorden "je wordt morgen niet meer wakker, ik maak je koud en maak je af. Je wordt begraven in besloten kring"

4.

hij op 28 oktober 2011 te Nieuw Amsterdam, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk tegen voornoemde[slachtoffer 1] gezegd dat hij haar zal vermoorden;

5.

hij op 28 oktober 2011 te Nieuw-Amsterdam, [slachtoffer 2] en[slachtoffer 3](medewerkers van de Regiopolitie Drenthe) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd :"ik schiet je dood en kom hier, dan schiet ik jullie allemaal voor de kop".

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

strafbaar gesteld bij artikel 285 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 285 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 285 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 4: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

strafbaar gesteld bij artikel 285 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 5: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

strafbaar gesteld bij artikel 285 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychologisch rapport d.d. 13 februari 2012, opgemaakt door dr. F. Luteijn, klinisch psycholoog.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -:

"Verdachte wordt voor de tenlastegelegde feiten onder 1 tot en met 4 licht verminderd toerekeningsvatbaar geacht en ten aanzien van feit 5 wordt verdachte volledig toerekeningsvatbaar geacht."

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusie en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend, zij het ten aanzien van de tenlastegelegde feiten onder 1 tot en met 4 in licht verminderde mate. Feit 5 kan verdachte volledig worden toegerekend.

Strafmotivering

De rechtbank heeft bij de bepaling van de hierna te vermelden straf rekening gehouden met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft meermalen zijn (ex-)vriendin dan wel begeleidster [slachtoffer 1] direct en indirect bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is omschreven. Daarnaast heeft verdachte politiemedewerkers van de regiopolitie Drenthe - die verdachte wilden aanhouden in verband met een bedreiging van mevrouw[slachtoffer 1] voornoemd - met de dood bedreigd. De geuite bedreigingen (en de omstandigheden waaronder deze werden geuit) werden door de politiemedewerkers dermate serieus opgevat dat een één van hen zich genoodzaakt voelde zijn dienstpistool te trekken.

De rechtbank rekent de veelvuldigheid van de bedreigingen van mevrouw[slachtoffer 1] en met name de ernstige bedreiging ten opzichte van de politieambtenaren verdachte zeer aan. Dergelijke gebeurtenissen hebben een grote impact op de betrokkenen en creëren een gevoel van onbehagen en onveiligheid in de maatschappij.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging voorts rekening met eerder vermelde eis van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw van verdachte. De raadsvrouw heeft gepleit voor het opleggen van een gevangenisstraf gelijk aan de preventieve hechtenis en verplichte hulpverlening. Daarnaast heeft de rechtbank gelet op het verdachte betreffende reclasseringsrapport en de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 30 januari 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van geweldsmisdrijven tegen zijn levensgezel is veroordeeld.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf -gelijk aan het voorarrest- geboden is, zoals door de officier van justitie is gevorderd en door de raadsvrouw van verdachte is bepleit.

De rechtbank zal, omdat zij de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling zal afwijzen, en de proeftijd verbonden aan die voorwaardelijke veroordeling zal verlengen met wijziging van de bijzondere voorwaarde, niet een voorwaardelijke straf opleggen.

Motivering van de maatregel onttrekking aan het verkeer

De rechtbank acht de hierna te vermelden in beslag genomen voorwerpen vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, aangezien deze voorwerpen aan de verdachte toebehoren en zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten onder 4 en 5. Deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten en deze voorwerpen zijn van zodanige aard, dat het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.076431-11

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen en dat de bij vonnis van de politierechter te Assen van 30 mei 2011 bepaalde proeftijd dient te worden verlengd. Tevens is de rechtbank van oordeel dat de bij dat vonnis bepaalde bijzondere voorwaarde dient te worden gewijzigd. De rechtbank acht het aangewezen dat verdachte, zoals door de reclassering in de voorlichtingsrapportage is geadviseerd, aan een cognitieve vaardigheidstraining (CoVa+) zal deelnemen en zal worden begeleid door een instelling voor begeleid wonen (Exodus of een soortgelijke instelling).

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14f, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte 1, 2, 3, 4 en 5 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

- een gevangenisstraf voor de duur van 106 dagen.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 28 februari 2012.

De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer de navolgende in beslag genomen voorwerpen, te weten: een vouwmes en een busje traangas.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

19.076431-11

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af.

De rechtbank verlengt de bij vonnis d.d. 30 mei 2011 door de politierechter te Assen gestelde proeftijd met één jaar en wijzigt de bij dit vonnis gestelde bijzondere voorwaarde aldus, dat het bepaalde reclasseringstoezicht tevens inhoudt dat veroordeelde aan een cognitieve vaardigheidstraining (CoVa+) zal deelnemen en zal worden begeleid door een instelling voor begeleid wonen (Exodus of een soortgelijke instelling).

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, en mr. O.J. Bosker, en mr. J.G. de Bock, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken -bij vervroeging- ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 28 februari 2012.

1 op pagina 21ev van het proces-verbaal van politie Drenthe, registratienummer: PL032V 2011080991 (PV1)

2 op pagina 32ev van PV1

3 op pagina 38ev van PV1

4 op pagina 42ev van PV1

5 op pagina 15ev van het proces-verbaal van politie Drenthe, registratienummer: PL033V 2011078287 (PV2)

6 op pagina 13ev van PV2

7 op pagina 66ev van PV2

8 op pagina 71ev van PV2