Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BV6598

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
07-02-2012
Datum publicatie
22-02-2012
Zaaknummer
830226-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft ten stelligste ontkend dat hij de tenlastegelegde handelingen heeft begaan.

De rechtbank constateert dat de officier van justitie haar bewijsvoering uitsluitend heeft doen steunen op de verklaring van het vermeende slachtoffer, N van D, en de verklaringen van D K en E van D, de zus en de vader van N, die hun wetenschap enkel hebben van N.

De bron van de aangifte van E van D en de getuigenverklaring van D K is de verklaring van N zelf.

Volgens het tweede lid van art. 342 Sv kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij eraan in de weg staat dat de rechter tot een bewezenverklaring komt ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830226-11

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 7 februari 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

M L,

geboren te Groningen op 19 januari 1978,

wonende te M, K 11.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 24 januari 2012.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.P. S, advocaat te H.

Tenlastelegging

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2010 tot en met 20 september 2010 te Nieuw-Buinen, gemeente Borger-Odoorn, met N. van D (geboren op 25 april 2000), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die Van D, hebbende verdachte zijn tong in de vagina van die Van D geduwd/gebracht en/of de vagina van deze Van D gelikt en/of zijn penis (meermalen) in de onderbroek van deze Van D gebracht;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2010 tot en met 20 september2010 te Nieuw-Buinen, gemeente Borger-Odoorn, met N. van D, geboren op 25 april 2000, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig likken van de vagina van deze Van D en/of het (meermalen) brengen van zijn penis in de onderbroek van deze Van D;

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. B.D. van der Burg, acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Zij vordert een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht, waarvan een gedeelte groot 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

Voorts vordert de officier van justitie de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij N. van D tot een bedrag van € 1.212,71 en het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van deze benadeelde partij.

Vrijspraak

De verdachte zal zowel van het hem primair als subsidiair tenlastegelegde worden vrijgesproken omdat de rechtbank dat, evenals de raadsman en anders dan de officier van justitie, niet bewezen acht. De rechtbank acht onvoldoende wettig bewezen dat de verdachte de hem verweten handelingen heeft gepleegd.

De verdachte heeft ten stelligste ontkend dat hij de tenlastegelegde handelingen heeft begaan.

De rechtbank constateert dat de officier van justitie haar bewijsvoering uitsluitend heeft doen steunen op de verklaring van het vermeende slachtoffer, N van D, en de verklaringen van D K en E van D, de zus en de vader van N, die hun wetenschap enkel hebben van N.

De bron van de aangifte van E van D en de getuigenverklaring van D K is de verklaring van N zelf.

Volgens het tweede lid van art. 342 Sv kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij eraan in de weg staat dat de rechter tot een bewezenverklaring komt ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.

Vgl. o.a. NJ 2009, 495 en NJ 2010, 515.

Vordering van de benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd N. van D, voor een bedrag van

€ 1.212,71.

De rechtbank acht de feiten waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen.

De benadeelde partij zal niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering en zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij N. van D niet ontvankelijk is in haar vordering en dat zij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, mr. E.C.M. Wolfert en M. van der Veen, rechters, in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 7 februari 2012, zijnde mr. M. van der Veen buiten staat dit vonnis binnen de daartoe door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.