Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BV3572

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
10-02-2012
Datum publicatie
10-02-2012
Zaaknummer
19.830291-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

15 maanden gevangenisstraf voor beroving oudere man in eigen woning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830291-11

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 februari 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[Verdachte],

geboren [datum]1965,

wonende [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Ter Apel.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 27 januari 2012.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. R.J.J. Bosma, advocaat te Spier.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 22 oktober 2011 te Assen tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een laptop en/of een

revolveraansteker, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 2] of aan een derde,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of die mededader(s)

- de door die [slachtoffer 1] bewoonde woning zijn/is binnengedrongen/binnengegaan

en/of (vervolgens) dreigend tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd: "Ik

zweer je op mijn kinderen, als de politie er aan te pas komt, dan schiet ik

je kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- een gebaar heeft gemaakt naar zijn broeksband en/of (daarbij) dreigend

tegen die die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd: "Hij zit hier hoor", althans

woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, waardoor bij die

[slachtoffer 1] de indruk werd gewekt dat verdachte en/of zijn mededader(s) een

(vuur)wapen had(den) en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd: "Al zal het tien jaar

duren, ik schiet je toch overhoop" en/of "Als je de politie belt, dan kom ik

dwars door je voorruit met de auto" en/of dat er een motorbende door het

huis van die [slachtoffer 1] zou rijden, althans (telkens) woorden van gelijke

dreigende aard of strekking en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd: "Je kunt er wel op rekenen

dat we het doen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking

en/of

- die [slachtoffer 1] een pistool/revolver, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp hebben/heeft laten zien en/of (daarbij) dreigend tegen die [slachtoffer 1]

hebben/heeft gezegd: "Of wil je het niet geloven", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op of omstreeks 22 oktober 2011 te Assen tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een laptop en/of een revolveraansteker, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke

diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die[slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heter

daad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn

mededader(s)

- de door die [slachtoffer 1] bewoonde woning zijn/is binnengedrongen/binnengegaan

en/of (vervolgens) dreigend tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd: "Ik

zweer je op mijn kinderen, als de politie er aan te pas komt, dan schiet ik

je kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- een gebaar heeft gemaakt naar zijn broeksband en/of (daarbij) dreigend

tegen die die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd: "Hij zit hier hoor", althans

woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, waardoor bij die

[slachtoffer 1] de indruk werd gewekt dat verdachte en/of zijn mededader(s) een

(vuur)wapen had(den) en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd: "Al zal het tien jaar

duren, ik schiet je toch overhoop" en/of "Als je de politie belt, dan kom ik

dwars door je voorruit met de auto" en/of dat er een motorbende door het

huis van die [slachtoffer 1] zou rijden, althans (telkens) woorden van gelijke

dreigende aard of strekking en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd: "Je kunt er wel op rekenen

dat we het doen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking

en/of

- die [slachtoffer 1] een pistool/revolver, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp hebben/heeft laten zien en/of (daarbij) dreigend tegen die [slachtoffer 1]

hebben/heeft gezegd: "Of wil je het niet geloven", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 22 oktober 2011 te Assen, tezamen en in vereniging met een

ander, althans alleen, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een

speelgoedrevolver/revolveraansteker, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft

zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonden met (een)

vuurwapen(s) voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging staat "verdachte en/of zijn mededader(s)" lezen alsof daar staat "verdachte en/of zijn medeverdachte(n)". De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. H.H. Louwes acht hetgeen onder 1 primair en 2 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, hetgeen mede inhoudt een meldingsgebod en deelname aan gedragsinterventies (CoVa- en leefstijltraining) en mogelijk inhoudt medewerken aan nadere rapportage en behandeling.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmotivering

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsvrouw vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

Opgave bewijsmiddelen:

- de verklaring van slachtoffer [slachtoffer 1]1;

- de verklaring van aangeefster [slachtoffer 2]2;

- de verklaring van verbalisant [verbalisant]3;

- de verklaring van [betrokkene]4;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 22 oktober 2011 te Assen tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een laptop toebehorende aan [slachtoffer 2], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en die medeverdachte

- de door die [slachtoffer 1] bewoonde woning zijn binnengegaan en vervolgens dreigend tegen die [slachtoffer 1] hebben gezegd: "Ik zweer je op mijn kinderen, als de politie er aan te pas komt, dan schiet ik je kapot", en

- dreigend tegen die [slachtoffer 1] hebben gezegd: "Al zal het tien jaar duren, ik schiet je toch overhoop" en "Als je de politie belt, dan kom ik dwars door je voorruit met de auto" en

- dreigend tegen die [slachtoffer 1] hebben gezegd: "Je kunt er wel op rekenen dat we het doen";

2.

hij op 22 oktober 2011 te Assen, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een

speelgoedrevolver/revolveraansteker, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1 primair en 2 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1 primair: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 317 in verbinding met artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie,

strafbaar gesteld bij artikel 55 van die Wet.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank heeft bij de bepaling van de hierna te vermelden straf rekening gehouden met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft tezamen met een ander op 22 oktober 2011 te Assen de heer [slachtoffer 1] door bedreiging met geweld gedwongen tot afgifte van een laptop. Tevens was verdachte die dag in het bezit van een op een vuurwapen gelijkende revolveraansteker.

De rechtbank rekent verdachte met name de laffe -in vereniging gepleegde- afpersing van een oudere man in zijn eigen woning aan. Dergelijke gebeurtenissen veroorzaken een groot gevoel van onveiligheid bij betrokkenen en creëren een gevoel van onbehagen in de maatschappij. Verdachte pleegde het feit uit eigen financiële overwegingen, zonder zich te bekommeren om de gevolgen voor het slachtoffer.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging voorts rekening met eerder vermelde eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsvrouw van verdachte, het verdachte betreffende reclasseringsrapport en de inhoud van het uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 27 januari 2011, waaruit blijkt dat de verdachte eerder (zij het niet recentelijk) ter zake van vermogensmisdrijven is veroordeeld.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een deels voorwaardelijke gevangenisstraf geboden is zoals door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank is op basis van eerder vermeld reclasseringsrapport en de door verdachte ter zitting aangegeven motivatie om aan zijn problemen te werken van oordeel dat aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht dient te worden verbonden, ter ondersteuning van verdachte en ter voorkoming van recidive. Het reclasseringstoezicht houdt mede een meldingsgebod en deelname aan gedragsinterventies (CoVa- en leefstijltraining) in en kan mogelijk ook inhouden medewerking aan nadere diagnostiek en behandeling.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57, 63 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan een gedeelte groot 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt,

of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, hetgeen mede inhoudt een meldingsgebod en deelname aan een cognitieve vaardigheidstraining (CoVa) en een leefstijltraining en mogelijk inhoudt medewerking aan nadere diagnostiek en een behandelingverplichting,

met opdracht aan de reclasseringsinstelling ingevolge art. 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, en mr. O.J. Bosker en mr. C. Brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 10 februari 2012, zijnde mr. Brouwer buiten staat dit vonnis binnen de gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 Op pagina 73ev van een proces-verbaal van politie Drenthe, registratienummer: PL031V 2011075613 (het PV)

2 Op pagina 66ev van het PV

3 Op pagina 45/46 van het PV

4 Op pagina 58ev van het PV