Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BV3569

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
10-02-2012
Datum publicatie
10-02-2012
Zaaknummer
19.605650-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Werkstraf en voorwaardelijke rijontzegging voor veroorzaker ongeval waarbij motorijder om het leven is gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.605650-11

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 februari 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren [datum] 1959,

wonende [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 27 januari 2012.

De verdachte is verschenen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op of omstreeks 27 augustus 2011, te Hoogersmilde, althans in de gemeente

Midden-Drenthe, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een

motorrijtuig, een Citroën kampeerauto, daarmede rijdende over de weg, de

Rijksweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk,

onvoorzichtig en/of onoplettend, met het door hem, verdachte, bestuurde

motorrijtuig, linksaf te slaan, althans de bocht naar links in te zetten,

terwijl een tegemoetkomende motorrijder hem, verdachte, dicht was genaderd,

tengevolge waarvan een aanrijding/botsing is ontstaan tussen het door hem,

verdachte bestuurde motorrijtuig en de door [slachtoffer] bestuurde motorfiets,

waardoor die [slachtoffer] werd gedood;

art 6 Wegenverkeerswet 1994

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op of omstreeks 27 augustus 2011, te Hoogersmilde, althans in de gemeente

Midden-Drenthe, als bestuurder van een voertuig (Citroën kampeerauto), daarmee

rijdende op de weg, Rijksweg, met het door hem, verdachte, bestuurde

voertuig, linksaf is geslagen, althans de bocht naar links heeft ingezet,

terwijl een tegemoetkomende motorrijder hem, verdachte, dicht was genaderd,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. G. Wilbrink acht hetgeen primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis;

* een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor

de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaren.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmotivering

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij geen vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

Opgave bewijsmiddelen:

- de verklaring van verbalisant [verbalisant 1]1;

- de verklaring van getuige [getuige 1]2;

- de verklaring van getuige [getuige 2]3;

- de verklaring van getuige [getuige 3]4;

- de verklaring van verbalisant [verbalisant 2]5;

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 27 augustus 2011, te Hoogersmilde, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, een Citroën kampeerauto, daarmede rijdende over de weg, de

Rijksweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onoplettend, met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig, linksaf te slaan, terwijl een tegemoetkomende motorrijder hem, verdachte, dicht was genaderd, tengevolge waarvan een botsing is ontstaan tussen het door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig en [slachtoffer], waardoor die [slachtoffer] werd gedood.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht.

De verdachte zal van het primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het primair bewezen geachte levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood,

strafbaar gesteld bij artikel 175 van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking, de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 02 januari 2012, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld, voormelde eis van de officier van justitie en hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft verklaard.

Verdachte is bij het afslaan met een door hem bestuurde kampeerauto in botsing gekomen met het slachtoffer [slachtoffer], die verdachte op de dezelfde weg tijdens een toertocht tegemoet kwam op een door hem bestuurde motor. Het slachtoffer is ten gevolge van de botsing overleden.

Uit een schriftelijke (op de terechtzitting voorgelezen) verklaring van de broer van het slachtoffer, de heer [naam broer], blijkt dat het overlijden van diens broer groot onherstelbaar leed bij hem en overige nabestaanden van het slachtoffer heeft veroorzaakt.

De botsing en de gevolgen ervan hebben ook op verdachte een grote impact zoals bleek ter terechtzitting. De rechtbank waardeert het dat verdachte schriftelijk contact heeft opgenomen met de nabestaanden van het slachtoffer.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een werkstraf en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid, zoals door de officier van justitie is gevorderd recht doet aan het strafbare feit.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Daarnaast heeft de rechtbank gelet op artikel 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf bestaande uit 40 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast;

De rechtbank ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijdsduur van 3 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde bijkomende straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, en mr. O.J. Bosker en mr. C. Brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 10 februari 2012.

1 Op pagina 2ev van het proces-verbaal van politie Drenthe, proces-verbaalnummer: PL031V 2011060690 (het PV)

2 Op pagina 12ev van het PV

3 Op pagina 16ev van het PV

4 Op pagina 20ev van het PV

5 in het proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse

??

??

??

??

Parketnummer: 19.605650-11

Uitspraak d.d.: 10 februari 2012 5

vonnis