Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2011:BW9048

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
22-12-2011
Datum publicatie
21-06-2012
Zaaknummer
332511 - EJ VERZ 11-5229
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijk verzoek tot ontbinding.

Bevoegdheid rechter.

Dringende reden. Beginsel van hoor en wederhoor geschonden. Aannemelijk dat sprake is van vergissing. Omstandigheden van het geval.

Verandering in omstandigheden. Vertrouwensbreuk gebaseerd op onterechte verdenking van frauduleus handelen. Van werkgever mogen inspanningen worden verwacht om verhoudingen te herstellen.

Zie ook LJN: BW8907

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0606
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector kanton

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 332511 \ EJ VERZ 11-5229

Beschikking van de kantonrechter van 22 december 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap Alescon Cleaning B.V.,

hierna te noemen: Alescon Cleaning,

gevestigd te 9401 LB Assen, Stationsplein 10,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. M.J. Kragten,

tegen

[verwerende partij],

hierna te noemen: [verwerende partij],

wonende te 7921 CE Zuidwolde, Bernhardlaan 47,

verwerende partij,

gemachtigde: mr. E. van Dijk.

1. Procesverloop

1.1. Alescon Cleaning heeft bij verzoekschrift ex art. 7:685 BW, ingekomen ter griffie op

5 december 2011, verzocht de arbeidsovereenkomst met [verwerende partij] voorwaardelijk, indien en voorzover deze arbeidsovereenkomst niet reeds tegen een eerdere datum rechtsgeldig tot een einde is gekomen, te ontbinden, primair vanwege een dringende reden en subsidiair op grond van een verandering in de omstandigheden.

1.2. De zaak is gelijktijdig behandeld met het kort geding, dat zijdens [verwerende partij] is ingediend (zaaknummer: 89947 / KG ZA 11-280) en waarin zij onder meer wedertewerkstelling en doorbetaling van loon vordert. Tijdens deze behandeling heeft [verwerende partij] verweer gevoerd tegen het voorwaardelijk ontbindingsverzoek.

1.3. Beschikking is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1. Alescon Cleaning houdt zich bezig met het uitvoeren van schoonmaakwerkzaamheden, het detacheren en het scheppen van werkgelegenheid voor mensen met een WsW-indicatie.

2.2. [verwerende partij] is op 1 maart 2008 bij JSF, een Alescon-bedrijf, in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Op 1 maart 2009 heeft zij haar werkzaamheden in dienst van Alescon Cleaning voortgezet op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tegen een salaris van € 3.111,00 bruto per maand. Daarnaast is aan [verwerende partij] een auto ter beschikking gesteld, een VW Polo Blue Motion.

2.3. [verwerende partij] is werkzaam in de functie van werkleider. In deze functie stuurt zij de schoonmaakafdeling van Alescon Cleaning aan. Zij staat aan het hoofd van meer dan honderd medewerkers.

2.4. Op 21 oktober 2011 is [verwerende partij] op staande voet ontslagen op grond van ontoelaatbaar declaratiegedrag. Alescon Cleaning heeft een gespreksverslag opgemaakt, dat door [verwerende partij] niet is ondertekend. [verwerende partij] heeft ook zelf een verslag gemaakt.

2.5. Bij brief d.d. 22 oktober 2011 heeft [verwerende partij] verzocht het ontslag binnen zeven dagen schriftelijk in te trekken, bij gebreke waarvan zij naar de rechter zou gaan.

2.6. Bij brief d.d. 24 oktober 2011 heeft Alescon Cleaning het ontslag bevestigd.

2.7. Bij brief d.d. 31 oktober 2011 heeft Alescon Cleaning in antwoord op de brief van [verwerende partij] d.d. 22 oktober 2011 meegedeeld geen aanleiding te zien om terug te komen op het verleende ontslag.

2.8. Bij brief d.d. 9 november 2011 heeft mr. Van Dijk namens [verwerende partij] Alescon Cleaning nogmaals verzocht c.q. gesommeerd het ontslag in te trekken en [verwerende partij] tot de werkzaamheden toe te laten.

3. De grondslag van het voorwaardelijke verzoek tot ontbinding van Alescon Cleaning

Alescon Cleaning verzoekt voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair op grond van omstandigheden die een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 BW zouden hebben opgeleverd en subsidiair op grond van verandering in de omstandigheden, welke van dien aard zijn, dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Zij stelt daartoe het volgende.

Een medewerker, mevrouw [medewerker Alescon] [medewerker Alescon], had met haar team overgewerkt en in dat kader met het team bij een Chinees restaurant gegeten voor een bedrag van € 79,80. Omdat zij daarvoor van te voren geen toestemming had gevraagd, zou zij de helft van de kosten vergoed krijgen.

[verwerende partij] heeft bij het opgeven van de onkosten over de periode december 2010 tot 1 juli 2011 de totale nota van het Chinees restaurant gedeclareerd en op een later tijdtip het bedrag van

€ 40,00 aan mevrouw [medewerker Alescon] betaald. Alescon Cleaning acht dit declaratiegedrag ontoelaatbaar en aan te merken als dringende reden voor ontslag. [verwerende partij] heeft een nota, die niet van haar was en waarvan zij wist dat deze niet volledig gedeclareerd mocht worden, zonder medeweten van de rechthebbende en zonder toestemming van Alescon Cleaning, toch volledig gedeclareerd. [verwerende partij] heeft deze declaratie niet door de budgethouder laten ondertekenen. Zij heeft ongeveer de helft van het gedeclareerde bedrag uitbetaald aan de rechthebbende en het resterende deel zelf gehouden. Alescon Cleaning acht het verweer van [verwerende partij], dat er sprake is van een vergissing, niet aannemelijk. Met haar handelswijze heeft [verwerende partij] Alescon Cleaning financieel benadeeld en de eisen die Alescon Cleaning stelt aan integriteit, betrouwbaarheid en professionaliteit van haar medewerkers, miskend.

4. Het verweer van [verwerende partij]

[verwerende partij] stelt zich ten eerste op het standpunt dat deze rechter niet bevoegd is kennis te nemen van het voorwaardelijk ontbindingsverzoek, omdat het op de zitting van de voorzieningenrechter, gelijktijdig met een kort geding, is behandeld, terwijl dit bij de wet is toebedeeld aan de kantonrechter. Subsidiair betwist zij dat er sprake is van een dringende reden. Zij stelt dat er sprake is van een vergissing, die het ontslag op staande voet niet rechtvaardigt. Ook betwist zij de gestelde verandering van omstandigheden, in het bijzonder het verlies van vertrouwen. Volstrekt subsidiair vordert zij een vergoeding met een correctiefactor 2, ad € 42.465,00 bruto.

5. De beoordeling

Onbevoegdheid

5.1. De kantonrechter is van oordeel dat het beroep op onbevoegdheid niet opgaat. Het alternatief zou zijn geweest om het onderhavige verzoek onmiddellijk na het kort geding te behandelen, door dezelfde rechter. Het is immers aan de kantonrechter c.q. voorzieningenrechter dag en tijdstip voor de behandeling van een zaak te bepalen. [verwerende partij] heeft onvoldoende onderbouwd welk belang zij heeft bij gescheiden behandeling van de zaken. De kantonrechter acht gescheiden behandeling uit proceseconomische overwegingen ondoelmatig. Het is daarnaast gebruikelijk een voorlopige voorziening voor de kantonrechter en een voorlopig ontbindingsverzoek tussen dezelfde partijen gelijktijdig te behandelen. Het enkele feit dat in dit geval de voorlopige voorziening bij de kortgedingrechter van de civiele sector aanhangig is gemaakt, maakt dat niet anders. Uit de wet vloeit naar het oordeel van de kantonrechter niet voort dat niet is toegestaan deze zaken gelijktijdig te behandelen.

Opzegverbod

5.2. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

Dringende reden

5.3. Omtrent de vraag of sprake is van een dringende reden die tot een voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst moet leiden, wordt het volgende overwogen.

5.4. De kantonrechter is van oordeel dat [verwerende partij] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat in het gesprek met [verwerende partij] op 21 oktober 2011 niet voldoende is doorgevraagd naar haar verklaring voor de foutieve declaratie. Daarmee is ten eerste het beginsel van hoor en wederhoor geschonden.

5.5. Voorts acht de kantonrechter op grond van hetgeen [verwerende partij] daarover heeft verklaard voldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een vergissing. Alescon Cleaning acht dat verweer onaannemelijk. Zij stelt dat er juist over deze nota overleg was geweest met de bedrijfsleider, zodat het onbestaanbaar is dat [verwerende partij] bij het indienen van de nota korte tijd later niet meer op de hoogte was van de afspraken. Zij heeft het door haar ontvangen geld niet onmiddellijk uitbetaald aan mevrouw [medewerker Alescon]. Zij heeft bovendien de declaratie niet laten fiatteren door de budgethouder. De kantonrechter is van oordeel dat deze omstandigheden niet maken dat er geen sprake kan zijn van een vergissing. De kantonrechter acht de door [verwerende partij] geschetste gang van zaken, erop neer komende dat zij per ongeluk het totaalbedrag van de bon op de declaratie heeft gezet, voldoende aannemelijk.

In dit kader wordt nog overwogen dat Alescon Cleaning stelt dat [verwerende partij] is ontslagen wegens ontoelaatbaar declaratiegedrag, niet wegens "diefstal", zoals door [verwerende partij] is aangevoerd. Alescon Cleaning stelt dat de feiten aan het ontslag ten grondslag liggen en daaraan geen kwalificatie is gegeven. De kantonrechter acht dit standpunt voldoende onderbouwd en zal hiervan uitgaan, zodat de vraag of er sprake is van opzet niet verder aan de orde komt.

5.6. Bij het ontslag op staande voet is naar voorlopig oordeel van de kantonrechter uitsluitend gekeken naar de regels en het beleid en niet naar de omstandigheden van het geval. De kantonrechter acht de volgende omstandigheden van belang:

• Er is bij Alescon geen protocol met betrekking tot declaraties;

• Er is geen kas meer waaruit gemaakte kosten direct worden betaald;

• Er wordt gebruik gemaakt van een verwarrend declaratieformulier dat niet bestemd is voor het soort onkosten waar het in dit geding om gaat;

• Er wordt door meer leidinggevenden voor werknemers gedeclareerd, waarbij de kosten worden voorgeschoten;

• Er is nooit gevraagd om goedkeuring van de budgethouder voordat tot uitbetaling werd overgegaan;

• [verwerende partij] had de ingevulde declaratieformulieren open en bloot op haar bureau liggen;

• Op de declaratie had [verwerende partij] bijgeschreven: "€ 40,00 voor [medewerker Alescon]";

• [medewerker Alescon] heeft [verwerende partij] er niet op gewezen dat op het declaratieformulier het gehele bedrag van de Chinees stond vermeld;

• Er is niet eerder gebleken van onjuiste declaraties door [verwerende partij] of andere ontoelaatbare gedragingen.

Hieruit volgt dat er een declaratiesysteem is zonder duidelijke regels dat misverstanden in de hand kan werken. Daarbij weegt mee dat [verwerende partij] een drukke baan heeft (zij is verantwoordelijk voor meer dan honderd medewerkers). Tot slot heeft mee te wegen dat [verwerende partij] 52 jaar is en dat haar positie op de arbeidsmarkt, zeker in deze tijd, niet makkelijk is.

De kantonrechter is op grond van deze omstandigheden van oordeel dat de wijze van declareren door [verwerende partij] voor een leidinggevende met een voorbeeldfunctie weliswaar afkeurenswaardig is, maar niet kan leiden tot een zware sanctie als ontslag op staande voet. In dit geval had met een lichtere maatregel als een waarschuwing volstaan kunnen worden.

5.7. Uit het hiervoor overwogene volgt dat naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van een dringende reden die dient te leiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verwerende partij].

Verandering in omstandigheden

5.8. Met betrekking tot de subsidiair aangevoerde verandering in de omstandigheden overweegt de kantonrechter als volgt. Alescon Cleaning stelt daartoe dat terugkeer van [verwerende partij] niet mogelijk is, omdat zij op grond van het gebeurde het vertrouwen in [verwerende partij] blijvend heeft verloren. Die vertrouwensbreuk is echter gebaseerd op de verdenking van frauduleus handelen, althans onjuist declareren, waarvan de kantonrechter, zoals blijkt uit hetgeen hiervoor is overwogen, van oordeel is dat die niet terecht is. [verwerende partij] heeft altijd goed gefunctioneerd, zoals blijkt uit de verslagen van functioneringsgesprekken. Uit de overgelegde adhesiebetuigingen blijkt dat er voldoende draagvlak is op de afdeling voor terugkeer van [verwerende partij]. [verwerende partij] heeft aangegeven dat zij haar werkzaamheden voor Alescon Cleaning graag wil voortzetten, omdat dit echt "haar baan" is. Zij realiseert zich dat een aantal zaken uitgesproken moet worden, maar zij verwacht daar met betrokkenen uit te komen.

De kantonrechter wijst er voorts op, dat van de werkgever inspanningen mogen worden verwacht om de verhoudingen te herstellen en aan herstel van vertrouwen te werken. Naar het oordeel van de kantonrechter is dan ook onvoldoende aannemelijk geworden dat sprake is van een wijziging in de omstandigheden die van dien aard is dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve behoort te eindigen. Het verzoek van Alescon Cleaning zal derhalve worden afgewezen.

5.9. Gezien het vorenstaande behoeft aan Alescon Cleaning geen termijn te worden gegund om het verzoek in te trekken.

5.10. Alescon Cleaning zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Bij de berekening daarvan zal de kantonrechter rekening houden met het feit dat de behandeling gelijktijdig met het kort geding heeft plaatsgevonden.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek van Alescon Cleaning af;

veroordeelt Alescon Cleaning in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [verwerende partij] begroot op € 250,00.

Deze beslissing is gegeven door de kantonrechter mr. G.J.J. Smits, bijgestaan door

mr. A.J. Wassenburg-Hazelhoff, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2011.

typ: 186/AW

coll: