Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2011:BU9692

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
29-12-2011
Datum publicatie
29-12-2011
Zaaknummer
19.810333-11
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2013:BY9275, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overvallen in Assen en Hijken en een inbraak in Assen. Verdachte wordt betrokkenheid verweten bij een gewelddadige overval in Assen, alsmede bij wederrechtelijke vrijheidsberoving van een slachtoffer gedurende die overval en diefstal van een met de bij die overval gestolen pinpas gepind geldbedrag. Bewijsoverwegingen ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte als uitvoerder hiervan en het (voorwaardelijk) opzet van verdachte op de verrichte geweldshandelingen jegens het slachtoffer. Verdachte wordt ter zake van het medeplegen van deze feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.810333-11

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 29 december 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans gedetineerd in P.I. HvB Ter Apel, te Ter Apel.

Het onderzoek ter terechtzittingen heeft plaatsgehad op 13 december 2011 en 16 december 2011.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. D.M. Rupert, advocaat te Amsterdam.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding ten laste gelegd, dat

1.

verdachte op of omstreeks 31 mei 2011 gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd te Assen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan/nabij de [a-straat] heeft weggenomen een rijbewijs, een horloge, een bankpas, een translator, sieraden, sleutels, een gsm en/of een of meer spaarpot(ten), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waarbij verdachte en/of die medeverdachte(n) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben/heeft verschaft en/of die/dat weggenomen goed(eren) onder hun/zijn/haar bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangeefster 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heter daad aan zichzelf en/of aan die medeverdachte(n) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of die medeverdachte(n)

- met een schreeuw vanuit een toiletruimte in die woning tevoorschijn zijn/is

gesprongen/gekomen terwijl die [aangeefster 1] zojuist thuis was gekomen en/of

- zich aan die [aangeefster 1] hebben/heeft vertoond terwijl hun/zijn/haar

gezicht/hoofd (gedeeltelijk) was bedekt met een capuchon en/of een

bivakmuts, althans textiel en/of

- die [aangeefster 1] tegen de vloer hebben/heeft gegooid/gewerkt en/of

- die [aangeefster 1] hebben/heeft vastgepakt en/of

- die [aangeefster 1] (meermalen) met tape, althans met enig voor vastbinden geschikt materiaal, hebben/heeft vastgebonden over haar ogen en/of mond en/of

armen/handen en/of benen/voeten en/of

- tegen die [aangeefster 1] hebben/heeft gezegd: "Miljoen, waar is die miljoen",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- die [aangeefster 1] (meermalen) hebben/heeft gestompt en/of geslagen en/of

geschopt en/of

- op die [aangeefster 1] zijn/is gaan zitten en/of

- de borsten en/of benen en/of vagina van die [aangeefster 1] hebben/heeft betast

en/of

- die [aangeefster 1] (gedeeltelijk) van de door haar gedragen kleding hebben/heeft

ontdaan en/of

- hebben/heeft geprobeerd die [aangeefster 1] op haar buik te draaien en/of

- die [aangeefster 1] (meermalen) hebben/heeft gevraagd waar het geld lag en/of

- tegen die [aangeefster 1] hebben/heeft gezegd: "Rolex, Breitling", althans

woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- tegen die [aangeefster 1] hebben/heeft gezegd dat zij/hij haar zou(den) meenemen,

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- die [aangeefster 1] hebben/heeft gedwongen de bij haar bankpasje behorende

pincode bekend te maken en/of

- die [aangeefster 1] hebben/heeft verboden te praten en/of

- die [aangeefster 1] in een kast hebben/heeft geduwd/gelegd en/of

- die [aangeefster 1] parfum, althans een bijtende en/of benauwd makende stof, in

het gezicht hebben/heeft gespoten en/of

- (meermalen) op die [aangeefster 1] zijn/is gesprongen en/of

- die [aangeefster 1] (opnieuw) in een kast hebben geduwd/gelegd en/of (vervolgens)de deur van die kast op slot hebben/heeft gedraaid en/of

- dreigend tegen die [aangeefster 1] hebben/heeft gezegd dat er niets zou gebeuren

als zij zich twee uur stil zou houden en/of dat, als zij zich niet stil

zou houden, zij/hij terug zou(den) komen en haar dood zou(den) schieten,

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- een hard voorwerp tegen een slaap en/of de nek van die [aangeefster 1] hebben/heeft gezet/gehouden en/of (daarbij) dreigende tegen haar hebben/heeft gezegd: "We schieten je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking, en/of

- die [aangeefster 1] (meermalen) met een mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp hebben/heeft gestoken/geprikt;

2.

verdachte op of omstreeks 31 mei 2011 te Assen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [aangeefster 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden, immers hebben/heeft en/of zijn/is verdachte en/of die medeverdachte(n) met dat opzet

- die [aangeefster 1] tegen de vloer gegooid/gewerkt en/of

- die [aangeefster 1] vastgepakt en/of

- die [aangeefster 1] (meermalen) met tape, althans met enig voor vastbinden geschikt materiaal, vastgebonden over haar ogen en/of mond en/of armen/handen en/of benen/voeten en/of

- op die [aangeefster 1] gaan zitten en/of

- die [aangeefster 1] in een kast geduwd/gelegd en/of

- (meermalen) op die [aangeefster 1] gesprongen en/of

- die [aangeefster 1] (opnieuw) in een kast geduwd/gelegd en/of (vervolgens) de deur van die kast op slot gedraaid en/of

- dreigend tegen die [aangeefster 1] gezegd dat er niets zou gebeuren als zij zich

twee uur stil zou houden en/of dat, als zij zich niet stil zou houden,

zij/hij terug zou(den) komen en haar dood zou(den) schieten, althans woorden

van gelijke dreigende aard en/of strekking;

3.

verdachte op of omstreeks 31 mei 2011 te Assen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waarbij verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben/heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. S. Kromdijk, acht hetgeen aan verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen.

De officier van justitie vordert ten aanzien van deze feiten dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] vordert de officier van justitie dat de rechtbank deze vordering tot een bedrag van € 10.841,- hoofdelijk zal toewijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot hetzelfde bedrag. Met betrekking tot de in beslag genomen ringen vordert de officier van justitie dat de rechtbank hiervan de teruggave zal gelasten aan de rechthebbende, zijnde aangeefster [aangeefster 1].

Bewijsoverwegingen

Inleiding

Op 26 oktober 2010 wordt er een overval gepleegd op aangeefster [aangeefster 2] en haar 11-jarige zoon, [getuige 1], in een woning te Hijken. De politie tast wat betreft de daders hiervan in eerste instantie in het donker. Totdat uit een politieonderzoek naar aanleiding van een op 31 mei 2011 op aangeefster [aangeefster 1] in haar woning in Assen gepleegde overval blijkt van een relatie met de eerdere overval in Hijken, alsmede met een op 10 december 2010 in vorenbedoelde woning in Assen gepleegde inbraak. Deze drie feiten vormen in de kern het politieonderzoek genaamd 'Dotter'.

In dit onderzoek wordt (uiteindelijk) een twaalftal personen door het openbaar ministerie vervolgd ter zake van betrokkenheid bij een of meer van vorenstaande feiten. Naar aanleiding van in juni 2011 afgelegde getuigenverklaringen door

[getuige 2] en haar zus [verdachte 1], in dit onderzoek eveneens als verdachte aangemerkt, komt verdachte [verdachte 2] in beeld. Volgens de zussen [getuige 2 en verdachte 1] zou verdachte [verdachte 2], zijnde een goede vriendin van verdachte [verdachte 1], op enige wijze betrokken zijn bij alle in onderzoek 'Dotter' gepleegde strafbare feiten. [verdachte 2] legt vervolgens bij de politie een bekennende verklaring af ten aanzien van haar betrokkenheid bij voornoemde feiten. Zij verklaart niet alleen over haar eigen rol hierin, maar noemt ook de namen van andere personen die op enige wijze betrokken zouden zijn bij een of meer van deze feiten. De politie wordt mede hierdoor op het spoor gezet van (onder meer) de volgende personen: [verdachte 3],

[verdachte 4], [verdachte 5], [verdachte 6], [verdachte 7], [verdachte 8], [verdachte 9], [verdachte], [verdachte 11] en [verdachte 12], allen verdachten in het onderhavige onderzoek.

Ten aanzien van de toedracht van vorenbedoelde strafbare feiten valt uit het procesdossier, in grote lijnen, het volgende af te leiden.

Aanleiding voor het plegen van deze strafbare feiten vormt de bewering dat aangeefster [aangeefster 1] in het bezit is van een grote som contant geld. Er wordt in dit kader gesproken over een bedrag variërend van ongeveer € 500.000 tot € 1.000.000. Dit geld zou [aangeefster 1] volgens enkele verdachten hebben ondergebracht bij haar goede vriendin die woonachtig is in Hijken, te weten aangeefster [aangeefster 2]. Er ontstaat dan op enig moment het idee om dit geld van [aangeefster 1] af te pakken. Hiertoe wordt op 26 oktober 2010 door een aantal verdachten een overval gepleegd op de woning van [aangeefster 2] in Hijken. In de woning bevinden zich op dat moment aangeefster [aangeefster 2] en haar 11-jarige zoon. De beweerde grote som geld wordt echter niet aangetroffen. Uiteindelijk wordt een geldbedrag van € 3.000 en een kluis - zonder inhoud (van waarde) - buitgemaakt.

In de hoop dat het grote geldbedrag van aangeefster [aangeefster 1] zich toch bevindt in de woning van [aangeefster 1] zelf, wordt het plan opgevat om in haar woning in Assen in te breken. Op 10 december 2010 wordt aan dit plan uitvoering gegeven. Op het moment dat [aangeefster 1] niet in de woning aanwezig is, wordt er door een van de verdachten ingebroken en wordt het huis doorzocht. De buit is (onder meer) een bedrag van € 27.000 aan contant geld.

Als achteraf blijkt dat dit buitgemaakte geld niet van aangeefster [aangeefster 1] is maar van haar partner, wordt door enkele van de eerdergenoemde verdachten opnieuw een poging ondernomen om het vermeende geld van [aangeefster 1] afhandig te maken. Op 31 mei 2011 vindt er in de woning van [aangeefster 1] een gewelddadige overval plaats waarbij eveneens een aantal verdachten betrokken is. Ook ditmaal wordt echter niet de grote som geld aangetroffen. Er wordt nog wel met de van [aangeefster 1] bij de overval gestolen pinpas een bedrag van € 900,- gepind.

Naar aanleiding van vorenstaande is aan verdachte [verdachte] een drietal strafbare feiten ten laste gelegd. Verdachte wordt onder 1 verweten dat hij - al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen - betrokken is geweest bij de diefstal met geweld in Assen op 31 mei 2011. Onder 2 wordt verdachte verweten dat hij zich - gedurende vorenbedoelde overval en al dan niet in vereniging met zijn mededader(s) - heeft schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van [aangeefster 1]. Tot slot is onder 3 aan verdachte ten laste gelegd dat hij zich - eventueel met een of meer van zijn mededader(s) - schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de met de bij de overval gestolen pinpas gepinde € 900,-.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het aan verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, nu verdachte bij deze feiten als uitvoerder betrokken is geweest. Aan dit oordeel heeft de officier van justitie een bewijsconstructie ten grondslag gelegd die gebaseerd is op de volgende bewijsmiddelen:

- de verklaringen van aangeefster [aangeefster 1], alsmede een haar betreffende letselrapportage;

- de verklaringen van medeverdachten [verdachte 2], [verdachte 1], [verdachte 9] en [verdachte 11]; en

- de historische telefoongegevens van verdachte en voornoemde medeverdachten;

- de getapte telefoongesprekken van verdachte op 5 en 13 oktober 2011; en

- het feit dat de door verdachte ingeleverde ringen bij [bedrijf] afkomstig zijn van de op 31 mei 2011 gepleegde overval.

Standpunt van de verdediging

Verdachte ontkent, zowel ten overstaan van de politie als ter terechtzitting van de rechtbank, elke betrokkenheid bij de hem ten laste gelegde feiten. Volgens de verdediging dient verdachte dan ook - primair - integraal te worden vrijgesproken, nu er onvoldoende wettige en overtuigende bewijsmiddelen voorhanden zijn waaruit de betrokkenheid van verdachte bij de hem ten laste gelegde feiten kan blijken. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat, voor zover verdachtes strafbare betrokkenheid wel wettig en overtuigend kan worden bewezen, hij ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet kan worden aangemerkt als pleger van de geweldshandelingen jegens aangeefster [aangeefster 1]. De verdediging is ten aanzien hiervan voorts van mening dat verdachte evenmin kan worden aangemerkt als medepleger van deze gedurende de overval door de andere(n) gepleegde geweldshandelingen, nu hierbij - zo begrijpt de rechtbank - geen sprake is van nauwe en bewuste samenwerking, dan wel nu deze handelingen niet vallen binnen het gezamenlijk (voorwaardelijk) opzet van verdachte en zijn mededader(s). Gelet hierop zou verdachte van de hem onder 1 ten laste gelegde geweldshandelingen dienen te worden vrijgesproken, alsmede van het hem onder 2 ten laste gelegde, aldus de raadsvrouw.

Oordeel van de rechtbank

Uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzittingen blijkt de volgende feitelijke gang van zaken voorafgaand aan en tijdens de overval in de woning in Assen op 31 mei 2011.1

Aanleiding is, zoals reeds aangegeven, de bewering dat aangeefster [aangeefster 1] in het bezit is van een grote som contant geld. Op het moment dat dit geld niet wordt aangetroffen in de woningen in Hijken en Assen op 26 oktober 2010 respectievelijk 10 december 2010, blijft medeverdachte [verdachte 2] zich afvragen waar dit geld zich dan moet bevinden. Ze uit haar gedachten hierover tegen een vriendin, te weten medeverdachte [verdachte 9].2 Als [verdachte 9] vervolgens medeverdachte [verdachte 2] opzoekt (in haar woning) in Assen wordt een en ander in het bijzijn van medeverdachte [verdachte 1] besproken. Op verzoek van [verdachte 9] verschaft [verdachte 2] informatie over de woning van aangeefster [aangeefster 1] in Assen, het mogelijke geldbedrag van € 1.000.000 dat er zou liggen en de werktijden van [aangeefster 1]. Hierop laat [verdachte 9] aan [verdachte 2] weten dat zij "wel een paar jongens kan regelen".3 Vervolgens wordt [verdachte 2] door [verdachte 9] gebeld met de mededeling dat er jongens naar Assen komen die meer informatie wensen te ontvangen.4 Hierop wordt [verdachte 2] door een van de door [verdachte 9] bedoelde jongens gebeld met de mededeling dat zij in Assen zijn. [verdachte 2] spreekt met hen af. Medeverdachte [verdachte 1] is hierbij aanwezig. Door de jongens worden allerlei vragen gesteld over [aangeefster 1] en de door haar bewoonde woning. [verdachte 2] stapt vervolgens bij [verdachte 1] in de auto en ze rijden op verzoek van de jongens langs de betreffende woning van [aangeefster 1], terwijl ze door hen worden gevolgd. Ter hoogte van de woning remt [verdachte 1], zodat de remlichten van haar auto oplichten.5 Als achteraf blijkt dat de jongens het oplichten van de remlichten niet hebben opgemerkt, laat [verdachte 1] aan de jongens weten dat het gaat om de woning "met het witte dak".6

De dag erop komt weer een aantal jongens naar Assen. Dit betreft deels dezelfde groep jongens als de dag ervoor. Er wordt opnieuw gesproken over aangeefster [aangeefster 1] en haar woning. [verdachte 2] geeft opnieuw informatie. Ze vertelt dat er mogelijk in de auto van [aangeefster 1] een Rolex-horloge ligt.7 Als de koffer met geld niet in de woning is, dan zal deze zich wellicht eveneens in die auto bevinden.8 Later die nacht komen de jongens nog bij [verdachte 2] thuis. Op een gegeven moment gaat een deel van de jongens weg, terwijl een van de jongens, die zichtbaar in het bezit is van een wapen, bij [verdachte 2] en [verdachte 1] achterblijft. De jongens vertellen dat ze naar "de vrouw" gaan. Later keren de jongens terug naar de woning van verdachte [verdachte 2]. Ze zijn boos, omdat "de vrouw" nog steeds wakker is.9

In de vroege ochtend van 31 mei 2011 wordt (uiteindelijk) een overval op aangeefster [aangeefster 1] gepleegd. Als [aangeefster 1] rond 02.00 uur met de auto terugkeert van haar werk, stapt ze via de achterdeur haar woning aan de [a-straat] te Assen binnen. Op het moment dat ze in de keuken staat, hoort ze plotseling iemand schreeuwend uit de toiletruimte komen. Als ze zich omdraait ziet ze een persoon in het zwart gekleed met een capuchon en een bivakmuts op. Deze man benadert haar, terwijl ook twee andere personen vanuit de woonkamer en de computerkamer op haar afkomen. Ze wordt vervolgens vastgepakt en naar de grond gewerkt, waarna zowel over haar mond als ogen - de door de overvallers meegenomen - tape wordt gedaan. Ook haar handen en voeten worden middels tape vastgebonden. Er wordt haar onmiddellijk gevraagd: "Miljoen, waar is die miljoen", terwijl [aangeefster 1] meerdere malen wordt gestompt, geslagen en geschopt. Er gaat ook iemand op haar zitten. Naast het geld wordt er ook gevraagd naar de aanwezigheid van een horloge: "Rolex, Breitling." Vervolgens wordt [aangeefster 1] opgetild, waarbij aan haar wordt medegedeeld dat ze wordt meegenomen. Ze wordt naar de computerkamer in haar woning gebracht en daar wordt ze op de grond gelegd. Van haar vingers worden haar ringen verwijderd. Er wordt een hard voorwerp tegen haar slaap gehouden en daarbij wordt medegedeeld: "We schieten je dood." Ze wordt tevens geprikt met een scherp voorwerp. Ondertussen geeft ze op aandringen van de overvallers haar pincode van haar bankpasje. In de computerkamer proberen ze [aangeefster 1] in een kast te duwen, waarbij ook parfum in haar gezicht wordt gespoten en op haar wordt gesprongen. Ze wordt verboden te praten. Uiteindelijk lukt het de overvallers om [aangeefster 1] in de betreffende kast op te sluiten. Hierbij wordt tegen haar gezegd dat er niets zal gebeuren als zij zich twee uur stil zal houden. Door de overvallers wordt vervolgens gedreigd dat als [aangeefster 1] zich niet stil zal houden, dat ze dan terug zullen komen om haar dood te schieten.

Als de overvallers de woning verlaten, probeert [aangeefster 1] zichzelf te bevrijden uit de kast door met een voorwerp een gat in de kastdeur te slaan. Als ze zichzelf uiteindelijk, na ruim een uur, weet te bevrijden, belt ze om 04.37 uur de politie. Er blijkt een rijbewijs, een horloge, een bankpas, een translator, sieraden, sleutels, een gsm en een spaarpot te zijn weggenomen.10 Uit onderzoek blijkt voorts dat op 31 mei 2011 om 03.27.36 uur € 900,- is weggenomen door met de van [aangeefster 1] gestolen pinpas bij een pinautomaat in Assen te pinnen.11

Ten aanzien van de vraag of bewezen kan worden dat verdachte betrokken is geweest bij vorenbedoelde overval overweegt de rechtbank als volgt.

Naar aanleiding van de ontmoeting tussen [verdachte 9], [verdachte 2] en [verdachte 1] vertelt [verdachte 9] haar (toenmalige) partner, medeverdachte [verdachte 12], een en ander over hetgeen tussen hen is besproken. Zij verstrekt eveneens het telefoonnummer van [verdachte 2] aan medeverdachte [verdachte 12].12 [verdachte 12] benadert vervolgens op zijn beurt medeverdachte [verdachte 11] met het verhaal dat hij een tip heeft ontvangen dat er ergens veel geld te halen is. Dit geld zou in een huis in Assen liggen.13 Vervolgens reist [verdachte 11] samen met [verdachte 12] en nog een aantal jongens, in wisselende samenstellingen, tweemaal af naar Assen om "de meisjes", zijnde [verdachte 2] en [verdachte 1], te ontmoeten en een en ander te bespreken. Onder die jongens is ook verdachte aanwezig.14 Ook [verdachte 1] verklaart dat ze bij deze ontmoetingen is geweest. Zij herkent via een foto de medeverdachten [verdachte 12] en [verdachte] als de jongens die toen aanwezig waren.15 Ook [verdachte 2] verklaart over deze ontmoetingen, zij verklaart dat één van de jongens zich [naam 1] noemde en dat de andere [naam 2] werd genoemd.16 Zij herkent medeverdachte [verdachte] als degene die ze als [naam 2] kende en verdachte [verdachte 12] als degene die ze als [naam 1] kende.17 Vorenstaande vindt steun in de historische telefoongegevens waaruit blijkt dat op 24 mei 2011 de telefoon van verdachte in Assen is en dat op 25 mei 2011 de telefoons van verdachte, medeverdachte [verdachte 11] en medeverdachte [verdachte 12] in Assen zijn.18

Volgens medeverdachte [verdachte 11] zijn hijzelf, verdachte en medeverdachte [verdachte 12], tezamen met twee onbekend gebleven personen, ook degenen die uiteindelijk op 31 mei 2011 de overval - zoals hiervoor is uiteengezet - plegen. Ze gaan die nacht via een niet afgesloten balkondeur de woning binnen. Ze hebben plakband mee "voor het geval dat". Iedereen, behalve medeverdachte [verdachte 11], draagt een bivakmuts.19

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of het procesdossier voldoende wettige (en overtuigende) bewijsmiddelen bevat voor een bewezenverklaring van de diefstal met geweldpleging door verdachte, zoals onder 1 ten laste is gelegd. Deze vraag dient naar het oordeel van de rechtbank bevestigend te worden beantwoord.

Verdachte is, zo blijkt uit de verklaringen van [verdachte 2], [verdachte 1] en [verdachte 11], kort voor de overval betrokken geweest bij de voorbereidingen voor deze overval, terwijl uit de verklaringen van medeverdachte [verdachte 11] blijkt van verdachtes directe betrokkenheid bij de overval zelf op 31 mei 2011.

De rechtbank is hierbij van oordeel dat de verklaringen van medeverdachte [verdachte 11] - anders dan de raadsvrouw heeft betoogd - als betrouwbaar zijn aan te merken. [verdachte 11] heeft aanvankelijk bij de politie elke betrokkenheid bij de in onderhavige zaak ten laste gelegde feiten ontkend. Gedurende het zesde verhoor heeft [verdachte 11] echter een bekennende - en mede voor verdachte belastende - verklaring afgelegd. Na dit verhoor is [verdachte 11] nog twee maal bij de politie gehoord. De rechtbank constateert dat [verdachte 11] ook gedurende deze verhoren consistent heeft verklaard over zijn eigen betrokkenheid bij de feiten, maar ook over de betrokkenheid van anderen hierbij, zoals verdachte. Ter terechtzitting van de rechtbank is hij gebleven bij deze bij de politie afgelegde verklaringen. Bovendien vinden deze verklaringen op essentiële onderdelen, zowel ten aanzien van de fase voorafgaand aan de overval als de overval an sich, steun in andere - voornoemde - bewijsmiddelen.

Nu medeverdachte [verdachte 11] bovendien voor zichzelf belastend heeft verklaard, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat hij deze voor verdachte belastende verklaringen slechts heeft afgelegd om verdachte bij dit misdrijf te betrekken. Hieromtrent is ook overigens niets van uit het procesdossier of het verhandelde ter terechtzittingen gebleken.

Naast vorenbedoelde voor verdachte belastende verklaringen van medeverdachten [verdachte 2] en [verdachte 1] en medeverdachte [verdachte 11] baseert de rechtbank verdachtes strafbare betrokkenheid bij het hem onder 1 ten laste gelegde ook op een zich in het dossier bevindend tapgesprek van 5 oktober 2011 dat verdachte vanuit de penitentiaire inrichting heeft gevoerd. De weergave van dit gesprek bevat de volgende passage:

"[verdachte] zegt dat er niks tegen hem is. Hij zit hier omdat mensen denken dat hij wat heeft gedaan. Maar er is geen bewijs dat [verdachte] wat heeft gedaan. Maar mensen hebben dingen gezegd, maar ze kunnen het niet bevestigen. Dus ze zijn nu bezig met onderzoek om te kijken wat ze er uit kunnen halen, maar [verdachte] weet nu al honderd procent zeker, dat ze niks gaan vinden of wat uit gaan halen.

Sure, zegt NN vrouw, weet je het zeker?

[verdachte]: Kijk ik, ik, anderen zullen zeggen, als ik wat doe is het risico van het vak dat ik gepakt word of niet. Maar ik ga mezelf niet aangeven aan de politie om te zeggen van he, kijk hier, ik geef je bewijs. Begrijp je dus? Hun zeggen als er bewijs ooit was, het is weg, het is sowieso weg. Er is niks, niet eens, niet eens kleding wat ik die dag aan had, is er niet. Niks is er. Niet eens een vingerafdruk gevonden op de plaats delict. Is alleen maar vermoedens, laten we zo zeggen. En iemand die zijn fucking bek heeft open gemaakt."

"Wie? vraagt NN vrouw." (...)

"[verdachte]: Wie? niemand, hij heet [naam 3]." (...)

"Wie is dat? vraagt NN vrouw.

[verdachte]: [naam 4] man."20

Gelet op voornoemde inhoud van het gesprek kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte in dit gesprek doelt op zijn betrokkenheid bij de op 31 mei 2011 gepleegde overval. In dit kader is eveneens van belang een verslag van een door verdachte gevoerd telefoongesprek op 13 oktober 2011, onder meer inhoudende:

"NN vrouw zegt dat dat blaadje van het pandhuis getekend moet worden. Dat komt goed zegt [verdachte], hij laat iemand het wel vervalsen. Nee zegt NN vrouw. [verdachte] zegt dat niemand er door in de problemen kan komen omdat hij er toestemming voor moet geven. NN vrouw zegt dat [naam 5] het heel erg graag op wil halen. [verdachte] zegt dat hij weet waarom hij ([naam 5]) het op wil halen, het is het enigste ding wat [verdachte] kan linken aan deze hele shit. NN vrouw vraagt wat hij ([naam 5]) er mee gaat doen als hij het heeft. [verdachte] zegt dat die diamanten shit gewoon bij NN vrouw gelaten moet worden en die twee andere moet hij ([naam 5]) verkopen, maar het geld moet hij aan NN vrouw geven."21

Uit nader onderzoek blijkt ook dat verdachte kort na de overval een viertal ringen heeft ingeleverd bij [bedrijf]22, waarvan op basis van een aanvullende verklaring van aangeefster [aangeefster 1] vast staat dat deze ringen zijn buitgemaakt bij de overval.23

Gelet op vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met anderen, waaronder in ieder geval medeverdachten [verdachte 11] en [verdachte 12], heeft schuldig gemaakt aan de hem onder 1 ten laste gelegde overval. Welke van deze personen vervolgens het door aangeefster omschreven geweld heeft toegepast, laat de rechtbank in het midden nu voornoemde personen naar het oordeel van de rechtbank - en anders dan de raadsvrouw van verdachte heeft betoogd - in ieder geval als medeplegers hiervan zijn aan te merken. Dat er sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking leidt de rechtbank af uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden ten aanzien van het gezamenlijke handelen van deze verdachten zowel in de voorbereidingsfase als gedurende het plegen van het delict. Ook aan het betoog van de raadsvrouw dat er bij verdachte geen sprake is geweest van (voorwaardelijk) opzet op de geweldshandelingen, voor zover niet door hem gepleegd, gaat de rechtbank voorbij. Dit standpunt van de verdediging is gebaseerd op de verklaring van verdachte dat hij niet wist dat er zich (op enig moment) een persoon in die woning zou bevinden. De rechtbank acht deze bewering van de verdediging niet aannemelijk. De rechtbank leidt uit het procesdossier af dat verdachte op de hoogte is geweest van de werktijden van de bewoonster van de woning. Daarnaast was het de overvallers ook bekend dat aangeefster mogelijk kostbare spullen en het geld in haar auto bewaarde; alleen op het moment dat aangeefster thuis zou zijn, zouden de overvallers de beschikking hebben over deze auto, waaruit ook daadwerkelijk een goed is weggenomen. Bovendien is er door de overvallers tape mee de woning ingenomen, hetgeen duidt op het feit dat de daders daadwerkelijk rekening hebben gehouden met de mogelijke aanwezigheid of thuiskomst van een persoon in de woning, zoals ook door medeverdachte [verdachte 11] is verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte zich hiermee willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat er geweld zou worden toegepast ten opzichte van de mogelijk in de woning aanwezige bewoner, zoals zich ook heeft verwezenlijkt. Evenals de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat vorenstaande niet geldt ten aanzien van de seksuele handelingen die bij aangeefster [aangeefster 1] op enig moment zijn verricht. In zoverre zal verdachte worden vrijgesproken van het hem onder 1 ten laste gelegde.

Nu de rechtbank het verdachte onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen heeft verklaard, is - op grond van voornoemde bewijsmiddelen - eveneens wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte het hem onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde overweegt de rechtbank nog het volgende. De rechtbank constateert dat binnen een zeer kort tijdsbestek na de op aangeefster [aangeefster 1] gepleegde overval met de hierbij gestolen bankpas en de haar afgedwongen pincode in de nabijheid van de woning van aangeefster een bedrag van € 900,- is gepind. Uit de verklaring van medeverdachte [verdachte 11] blijkt bovendien dat dit buitgemaakte geldbedrag naderhand onder de bij de overval betrokken personen is verdeeld.24 Gelet hierop en op de hiervoor vastgestelde strafbare betrokkenheid van verdachte bij de hem onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte eveneens ten aanzien van het hem onder 3 ten laste gelegde als (mede)pleger is aan te merken.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het hem onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

verdachte op 31 mei 2011 gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd te Assen tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [a-straat] heeft weggenomen een rijbewijs, een horloge, een bankpas, een translator, sieraden, sleutels, een gsm en een spaarpot, toebehorende aan [aangeefster 1], waarbij verdachte en die medeverdachten zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van inklimming,

welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [aangeefster 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en die medeverdachten

- met een schreeuw vanuit een toiletruimte in die woning tevoorschijn zijn

gesprongen terwijl die [aangeefster 1] zojuist thuis was gekomen en

- zich aan die [aangeefster 1] hebben vertoond terwijl hun gezicht gedeeltelijk was bedekt met een capuchon of een bivakmuts, en

- die [aangeefster 1] tegen de vloer hebben gegooid en

- die [aangeefster 1] hebben vastgepakt en

- die [aangeefster 1] meermalen met tape hebben vastgebonden over haar ogen en mond en handen en benen en

- tegen die [aangeefster 1] hebben gezegd: "Miljoen, waar is die miljoen", en

- die [aangeefster 1] meermalen hebben gestompt en geslagen en geschopt en

- op die [aangeefster 1] zijn gaan zitten en

- die [aangeefster 1] meermalen hebben gevraagd waar het geld lag en

- tegen die [aangeefster 1] hebben gezegd: "Rolex, Breitling", en

- tegen die [aangeefster 1] hebben gezegd dat zij haar zouden meenemen en

- die [aangeefster 1] hebben gedwongen de bij haar bankpasje behorende pincode bekend te maken en

- die [aangeefster 1] hebben verboden te praten en

- die [aangeefster 1] in een kast hebben geduwd en

- die [aangeefster 1] parfum in het gezicht hebben gespoten en

- op die [aangeefster 1] zijn gesprongen en

- die [aangeefster 1] opnieuw in een kast hebben geduwd en vervolgens de deur van die kast op slot hebben gedraaid en

- dreigend tegen die [aangeefster 1] hebben gezegd dat er niets zou gebeuren als zij zich twee uur stil zou houden en dat, als zij zich niet stil zou houden, zij terug zouden komen en haar dood zouden schieten en

- een hard voorwerp tegen een slaap van die [aangeefster 1] hebben gehouden en daarbij dreigend tegen haar hebben gezegd: "We schieten je dood", en

- die [aangeefster 1] meermalen met een scherp voorwerp hebben geprikt;

2.

verdachte op 31 mei 2011 te Assen tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [aangeefster 1] wederrechtelijk van de vrijheid hebben beroofd en beroofd hebben gehouden, immers hebben verdachte en die medeverdachten met dat opzet

- die [aangeefster 1] tegen de vloer gewerkt en

- die [aangeefster 1] vastgepakt en

- die [aangeefster 1] meermalen met tape vastgebonden over haar ogen en mond en handen en benen en

- op die [aangeefster 1] gaan zitten en

- die [aangeefster 1] in een kast geduwd en

- op die [aangeefster 1] gesprongen en

- die [aangeefster 1] opnieuw in een kast geduwd en vervolgens de deur van die kast op slot gedraaid en

- dreigend tegen die [aangeefster 1] gezegd dat er niets zou gebeuren als zij zich twee uur stil zou houden en dat, als zij zich niet stil zou houden, zij terug zouden komen en haar dood zouden schieten;

3.

verdachte op 31 mei 2011 te Assen tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat hebben weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [aangeefster 1], waarbij verdachte en zijn medeverdachten zich het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het onder 1, 2 en 3 meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op:

1.

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming,

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht;

in eendaadse samenloop met:

2.

Medeplegen van opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden,

strafbaar gesteld in artikel 282 van het Wetboek van Strafrecht;

3.

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel,

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsvrouw van de verdachte;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 16 november 2011.

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het hem onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren.

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het aan verdachte ten laste gelegde.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een zeer gewelddadige overval in een woning te Assen waarvan een vrouw het slachtoffer is geworden. Verdachte en zijn mededaders zijn via een niet afgesloten balkondeur de woning binnengegaan. Op het moment dat het slachtoffer in de vroege ochtend van 31 mei 2011 haar woning heeft betreden, is ze overmeesterd door de overvallers. Haar handen en benen zijn vervolgens met tape vastgebonden. Ook haar ogen en mond zijn beplakt met tape. Ze is bont en blauw geslagen en geschopt; blijkens een omtrent het slachtoffer opgemaakt letselrapport d.d. 29 juli 2011 zijn er meer dan 50 afzonderlijke letsels geconstateerd. Ondertussen is er in de woning gezocht naar een grote som contant geld die zich, volgens van anderen vooraf verkregen informatie, in die woning zou moeten bevinden. Uiteindelijk is het slachtoffer in een kast opgesloten en aldaar hulpeloos achtergelaten door de overvallers. Het slachtoffer heeft zich pas geruime tijd na het vertrek van de overvallers uit haar benarde positie weten te bevrijden. Verdachte en zijn mededaders hebben een aantal goederen meegenomen, waaronder een kostbaar Rolex-horloge. Zij hebben voorts een geldbedrag van € 900,- gepind met de bij de overval buitgemaakte bankpas en de van het slachtoffer afgedwongen pincode.

Dat verdachte en zijn mededaders slechts voor hun eigen financiële gewin dergelijk gewelddadig gedrag hebben vertoond, rekent de rechtbank hen zwaar aan. Verdachte en zijn mededaders hebben de overval tevoren goed overdacht en voorbereid en zij hebben zich hierbij en bij de daadwerkelijke uitvoering hiervan - kennelijk - geen moment bekommerd om de gevolgen die hun handelen voor de slachtoffers zou hebben. Dat de impact van het handelen van verdachte en zijn mededaders op het slachtoffer groot is geweest, blijkt - onder meer - uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring. Verdachte en zijn mededaders hebben daarenboven de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving vergroot.

De rechtbank hanteert ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde feit (landelijke) oriëntatiepunten die in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren impliceren in het geval van "ander geweld" dan "licht geweld", waarvan in onderhavige zaak sprake is. De aard van de aan het slachtoffer toegebrachte letsels, evenals het feit dat het delict in een samenwerkingsverband is gepleegd, dienen naar het oordeel van de rechtbank echter strafverzwarend te werken.

Bij de straftoemeting houdt de rechtbank bovendien rekening met het verdachte betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister waaruit blijkt dat verdachte in 2007 is veroordeeld ter zake van een soortgelijk feit tot een onvoorwaardelijke jeugddetentie en een PIJ-maatregel. De rechtbank constateert voorts dat verdachte de onderhavige feiten heeft gepleegd, relatief kort nadat hij op vrije voeten is gesteld.

Alle hiervoor genoemde feiten en omstandigheden in ogenschouw genomen, doet de door de officier van justitie gevorderde straf onvoldoende recht aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten. De rechtbank zal alles afwegende een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren aan verdachte opleggen, met aftrek van de periode die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Benadeelde partij

De benadeelde partij, [benadeelde partij], heeft zich middels een voegingsformulier in het strafgeding gevoegd. Zij vordert wegens zowel materiële als immateriële schade een schadevergoeding van € 10.841,- te vermeerderen met de wettelijke rente, gerekend vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit. De vordering omvat de volgende kostenposten:

1. geldopname € 900,-

2. weggenomen Rolex € 5.091,-

3. verlies arbeidsvermogen € 350,-

4. immateriële schade € 4.500,-

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de vordering in zijn geheel zal toewijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsvrouw heeft - subsidiair - ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van de onder 1. opgenomen kostenpost heeft de raadsvrouw opgemerkt dat dit bedrag hoofdelijk dient te worden toegewezen. De raadsvrouw refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de onder 2. genoemde kostenpost. De benadeelde partij dient met betrekking tot de onder 3. genoemde kostenpost niet-ontvankelijk te worden verklaard nu dit deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd, aldus de raadsvrouw. Het bedrag dat is genoemd onder kostenpost 4. zou dienen te worden gematigd in verband met de rol van verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de onder 1., 3. en 4. genoemde kostenposten in zijn geheel dient te worden toegewezen, nu deze bedragen voldoende zijn onderbouwd en dit deel van de vordering de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

Ten aanzien van de waarde van de weggenomen Rolex overweegt de rechtbank het volgende. De vordering is op dit punt onderbouwd met gegevens waaruit de nieuwprijs van het betreffende goed blijkt. Rekening houdend met de afschrijving schat de rechtbank de schade van de benadeelde partij ten aanzien hiervan op

€ 4.000,-.

De vordering van de benadeelde partij zal derhalve hoofdelijk worden toegewezen tot een bedrag van € 9.750,-, te vermeerderen met de wettelijke rente, gerekend vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten acht de rechtbank de verdachte bovendien jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot het bedrag van

€ 9.750,- hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die door de strafbare feiten is toegebracht. Aan de verdachte zal derhalve tevens de verplichting worden opgelegd dit bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Beslag

Het dossier bevat een beslaglijst met hierop vier bij [bedrijf] in beslag genomen ringen. Nu deze ringen afkomstig zijn van de op 31 mei 2011 gepleegde overval (feit 1) gelast de rechtbank de teruggave hiervan aan de rechthebbende, zijnde aangeefster [aangeefster 1].

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 36f, 47, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij] van de som van € 9.750,-, vermeerderd met de wettelijke rente, gerekend vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit, te weten 31 mei 2011, en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], een bedrag van € 9.750,-, vermeerderd met de wettelijke rente, gerekend vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit, te weten 31 mei 2011, te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 83 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt voorts dat de toepassing van de vervangende hechtenis die hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan die verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat de betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank gelast de teruggave aan [aangeefster 1] van de navolgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:

- 1 goudkleurige ring;

- 1 koperkleurige ring;

- 1 dunne gouden ring;

- 1 goudkleurige ring met drie diamantjes.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, mr. J.J. Schoemaker en

mr. F. Sieders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 29 december 2011, zijnde mr. Schoemaker, voornoemd, buiten staat dit vonnis binnen de daartoe door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna een proces-verbaal wordt aangehaald, betreft dit een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal, tenzij anders vermeld. De aangehaalde processen-verbaal maken, tenzij anders vermeld, alle deel uit van een doorgenummerd dossier, d.d. 4 november 2011 op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 1].

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1162 tot en met 1169, in het bijzonder pagina 1167; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1190 tot en met 1205, in het bijzonder pagina 1191 en 1192.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 1], pagina's 1567 tot en met 1582, in het bijzonder pagina 1571.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1190 tot en met 1205, in het bijzonder pagina 1193.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1162 tot en met 1169, in het bijzonder pagina 1167; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1190 tot en met 1205, in het bijzonder pagina 1194 en 1195; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 1], pagina's 1567 tot en met 1582, in het bijzonder pagina 1574.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1190 tot en met 1205, in het bijzonder pagina 1195.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1190 tot en met 1205, in het bijzonder pagina 1197 en 1198.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 1], pagina's 1560 tot en met 1565, in het bijzonder pagina 1563.

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1190 tot en met 1205, in het bijzonder pagina 1198.

10 Proces-verbaal van aangifte, inhoudende de verklaring van aangeefster [aangeefster 1], pagina's 732 tot en met 741, in het bijzonder pagina 734 tot en met 739; proces-verbaal van verhoor aangeefster, inhoudende de verklaring van aangeefster [aangeefster 1], pagina's 744 tot en met 750, in het bijzonder pagina 749.

11 Proces-verbaal van relaas van het onderzoek, pagina 8 van het onder voetnoot 1. genoemde dossier.

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 9], pagina's 1709 tot en met 1712, in het bijzonder pagina 1711 en 1712.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 11], pagina's 1948 tot en met 1960, in het bijzonder pagina 1954.

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 12], pagina's 1821 tot en met 1832, in het bijzonder pagina 1829 en 1830; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 11], pagina's 1961 tot en met 1966, in het bijzonder 1962.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede) verdachte [verdachte 1], pagina's 1567 tot en met 1582, in het bijzonder pagina 1578.

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1162 tot en met 1169, in het bijzonder pagina 1168.

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1207 tot en met 1222, in het bijzonder pagina 1220 en 1221.

18 Proces-verbaal van bevindingen verwerking verkeersgegevens, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 2], pagina's 919 tot en met 925, in het bijzonder pagina 921.

19 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 11], pagina's 1948 tot en met 1960, in het bijzonder pagina 1958 en 1959.

20 Een schriftelijk stuk, te weten een uitwerking van een tapgesprek op 5 oktober 2011 tussen verdachte en een NN vrouw, pagina's 6825 tot en met 6827, in het bijzonder pagina 6826 en 6827.

21 Een schriftelijk stuk, te weten een uitwerking van een tapgesprek op 13 oktober 2011 tussen verdachte en een NN vrouw, pagina's 6832 tot en met 6833.

22 Proces-verbaal van verhoor getuige, inhoudende de verklaring van [getuige 3], met bijlagen, pagina's 1085 tot en met 1101, in het bijzonder pagina 1086 en 1087.

23 Proces-verbaal van verhoor benadeelde, inhoudende de verklaring van [aangeefster 1], pagina's 769 tot en met 774, in het bijzonder pagina 770.

24 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 11], pagina's 1948 tot en met 1960, in het bijzonder pagina 1958 en 1959.

??

??

??

??

Parketnummer: 19.810333-11

Uitspraak d.d.: 29 december 2011 2

vonnis