Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2011:BU9638

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
29-12-2011
Datum publicatie
29-12-2011
Zaaknummer
19.810289-11
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2013:BZ9549, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overvallen in Assen en Hijken en een inbraak in Assen. Verdachte wordt betrokkenheid verweten bij de overval in Hijken. Bewijsoverwegingen ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte als uitvoerder. Verdachte wordt veroordeeld ter zake van het medeplegen van deze overval in Hijken tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en zes maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.810289-11

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 29 december 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans gedetineerd in P.I. Arnhem - De Berg, Arnhem Noord.

Het onderzoek ter terechtzittingen heeft plaatsgehad op 9 december 2011 en 16 december 2011.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M. Schwab, advocaat te Amsterdam.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding ten laste gelegd, dat

verdachte op of omstreeks 26 oktober 2010 te Hijken, althans in de gemeente Midden-Drenthe, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan/nabij de [b-straat] heeft weggenomen een of meer geldbedrag(en) en/of een kluis, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waarbij verdachte en/of die medeverdachte(n) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of dat/die geld/goed(eren) onder hun/zijn/haar bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangeefster 2] en/of haar zoon [getuige 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heter daad aan zichzelf en/of die medeverdachte(n) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of die medeverdachte(n)

- de slaapkamer waarin die [aangeefster 2] zich bevond, zijn/is binnengegaan en/of

(daarbij) (tegen die [aangeefster 2]) heeft geroepen/gezegd: "Dit is het

arrestatieteam, u wordt gearresteerd, u moet liggen", althans woorden

van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- tegen die [aangeefster 2] hebben/heeft gezegd dat haar man op de snelweg zou

worden aangehouden, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking, en/of

- die [aangeefster 2] (terug) op bed hebben/heeft geduwd/gedrukt en/of

- de armen van die [aangeefster 2] op haar rug hebben/heeft vastgehouden en/of

- om de pols(en) van die [aangeefster 2] (een) tie-rip(s) hebben/heeft gedaan en/of

- tegen die [aangeefster 2] hebben/heeft gezegd: "Zwart geld, zwart geld, wij

zoeken zwart geld, we weten dat het er is", althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking, en/of

- een kluis (uit een nachtkastje) hebben/heeft gepakt en/of (daarbij)

tegen die [aangeefster 2] hebben/heeft gezegd: "Nummer van de kluis, nummer van

de kluis", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

en/of

- tegen die [aangeefster 2] en/of die [getuige 1] hebben/heeft gezegd dat zij/hij

niet mocht(en) kijken, althans woorden van gelijke dreigende aard

en/of strekking, en/of

- (meermalen) aan die [aangeefster 2] hebben/heeft gevraagd waar het zwarte geld

en/of de weedplantages waren/was en/of

- tegen die [getuige 1] hebben/heeft gezegd: "Liggen, liggen", althans

woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- om de pols(en) van die [getuige 1] (een) tie-rip(s) hebben/heeft gedaan en/of

- tegen die [aangeefster 2] en/of die [getuige 1] hebben/heeft gezegd dat zij/hij rustig moest(en) blijven liggen, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking, en/of

- zichtbaar voor die [getuige 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, voorhanden hebben/heeft gehad en/of

- een kussen op het hoofd/gezicht van die [aangeefster 2] hebben/heeft gelegd/geduwd en/of

- het hoofd van die [aangeefster 2] aan haar haren omhoog heeft getrokken, althans

aan de hoofdharen van die [aangeefster 2] hebben/heeft getrokken, en/of

- toen verdachte en/of die medeverdachte(n) die woning verliet(en) tegen die

[aangeefster 2] en/of die [getuige 1] hebben/heeft gezegd: "Liggen blijven", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. S. Kromdijk, acht hetgeen aan verdachte ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen.

De officier van justitie vordert ten aanzien van dit feit dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren.

Bewijsoverwegingen

Inleiding

Op 26 oktober 2010 wordt er een overval gepleegd op aangeefster [aangeefster 2] en haar 11-jarige zoon, [getuige 1], in een woning te Hijken. De politie tast wat betreft de daders hiervan in eerste instantie in het donker. Totdat uit een politieonderzoek naar aanleiding van een op 31 mei 2011 op aangeefster [aangeefster 1] in haar woning in Assen gepleegde overval blijkt van een relatie met de eerdere overval in Hijken, alsmede met een op 10 december 2010 in vorenbedoelde woning in Assen gepleegde inbraak. Deze drie feiten vormen in de kern het politieonderzoek genaamd 'Dotter'.

In dit onderzoek wordt (uiteindelijk) een twaalftal personen door het openbaar ministerie vervolgd ter zake van betrokkenheid bij een of meer van vorenstaande feiten. Naar aanleiding van in juni 2011 afgelegde getuigenverklaringen van

[getuige 2] en haar zus [verdachte 1], in dit onderzoek eveneens als verdachte aangemerkt, komt verdachte [verdachte 2] in beeld. Volgens de zussen [getuige 2 en verdachte 1] zou verdachte [verdachte 2], zijnde een goede vriendin van verdachte [verdachte 1], op enige wijze betrokken zijn bij alle in onderzoek 'Dotter' gepleegde strafbare feiten. [verdachte 2] legt vervolgens bij de politie een bekennende verklaring af ten aanzien van haar betrokkenheid bij voornoemde feiten. Zij verklaart niet alleen over haar eigen rol hierin, maar noemt ook de namen van andere personen die op enige wijze betrokken zouden zijn bij een of meer van deze feiten. De politie wordt mede hierdoor op het spoor gezet van (onder meer) de volgende personen: [verdachte 3], [verdachte 4], [verdachte 5], [verdachte 6], [verdachte], [verdachte 8], [verdachte 9], [verdachte 10], [verdachte 11] en [verdachte 12], allen verdachten in het onderhavige onderzoek.

Ten aanzien van de toedracht van vorenbedoelde strafbare feiten valt uit het procesdossier, in grote lijnen, het volgende af te leiden.

Aanleiding voor het plegen van deze strafbare feiten vormt de bewering dat aangeefster [aangeefster 1] in het bezit is van een grote som contant geld. Er wordt in dit kader gesproken over een bedrag variërend van ongeveer € 500.000 tot € 1.000.000. Dit geld zou [aangeefster 1] volgens enkele verdachten hebben ondergebracht bij haar goede vriendin die woonachtig is in Hijken, te weten aangeefster [aangeefster 2]. Er ontstaat dan op een gegeven moment het idee om dit geld van [aangeefster 1] af te pakken. Hiertoe wordt op 26 oktober 2010 door een aantal verdachten een overval gepleegd op de woning van [aangeefster 2] in Hijken. In de woning bevinden zich op dat moment aangeefster [aangeefster 2] en haar 11-jarige zoon. De beweerde grote som geld wordt echter niet aangetroffen. Uiteindelijk wordt een geldbedrag van € 3.000 en een kluis - zonder inhoud (van waarde) - buitgemaakt.

In de hoop dat het grote geldbedrag van aangeefster [aangeefster 1] zich toch bevindt in de woning van [aangeefster 1] zelf, wordt het plan opgevat om in haar woning in Assen in te breken. Op 10 december 2010 wordt aan dit plan uitvoering gegeven. Op het moment dat [aangeefster 1] niet in de woning aanwezig is, wordt er door een van de verdachten ingebroken en wordt het huis doorzocht. De buit is (onder meer) een bedrag van € 27.000 aan contant geld.

Als achteraf blijkt dat dit buitgemaakte geld niet van aangeefster [aangeefster 1] is maar van haar partner, wordt door enkele van de eerdergenoemde verdachten opnieuw een poging ondernomen om het vermeende geld van [aangeefster 1] afhandig te maken. Op 31 mei 2011 vindt er in de woning van [aangeefster 1] een gewelddadige overval plaats waarbij eveneens een aantal verdachten betrokken is. Ook ditmaal wordt echter niet de grote som geld aangetroffen. Er wordt nog wel met de van [aangeefster 1] gestolen pinpas een bedrag van € 900,- gepind.

Naar aanleiding van vorenstaande wordt aan verdachte [verdachte] verweten de betrokkenheid - al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen - bij de overval in Hijken op 26 oktober 2010.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het aan verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, nu verdachte bij dit feit als uitvoerder betrokken is geweest. De officier van justitie baseert dit oordeel op de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [aangeefster 2] en de verklaring van haar zoon, [getuige 1], waaruit blijkt hoe de overval heeft plaatsgevonden;

- de verklaringen van medeverdachten [verdachte 3] en [verdachte 2] waaruit blijkt dat verdachte aanwezig is geweest bij het plannen van de overval;

- de verklaringen van medeverdachten [verdachte 6] en [verdachte 5] over de feitelijke aanwezigheid van verdachte bij de uitvoering van de overval op 26 oktober 2010.

Als steunbewijs acht de officier van justitie nog van belang dat in de betreffende woning in Hijken een strippenkaart uit Almere is aangetroffen, zijnde de (toenmalige) woonplaats van verdachte, en de uitslag van het DNA-onderzoek op een in de buurt van vorenbedoelde aangetroffen sjaal die inhoudt dat niet kan worden uitgesloten dat het DNA van verdachte zich op die sjaal bevindt.

Standpunt van de verdediging

Verdachte ontkent, zowel ten overstaan van de politie als ter terechtzitting van de rechtbank, dat hij op 26 oktober 2010 betrokken is geweest bij de in Hijken gepleegde overval. Verdachte zou naar eigen zeggen op dat moment in het ziekenhuis in Almere zijn geweest bij zijn ernstig zieke moeder. Dat verdachte niet bij de overval is betrokken, blijkt naar de mening van de raadsvrouw eveneens uit de door getuige [getuige 1] gegeven signalementen van de daders die niet overeenkomen met verdachte. De verdediging is voorts van mening dat het procesdossier onvoldoende overtuigende bewijsmiddelen bevat waaruit, boven redelijke twijfel verheven, de betrokkenheid van verdachte bij voornoemd feit kan blijken. De voor verdachte belastende verklaringen van de medeverdachten zijn hiervoor een onvoldoende basis, aldus de raadsvrouw.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat uit van de volgende feitelijke gang van zaken.1

Het komt medeverdachte [verdachte 2] op een gegeven moment via haar oma, medeverdachte [verdachte 3], ter ore dat de nieuwe partner van haar opa, aangeefster [aangeefster 1], in het bezit zou zijn van een grote som contant geld. Het gaat dan volgens [verdachte 3] om een bedrag van ongeveer € 500.000. Dit geld zou door aangeefster [aangeefster 1] worden bewaard in een grote kist of koffer in de woning van haar vriendin in Hijken, te weten aangeefster [aangeefster 2]. [verdachte 3] en [verdachte 2] bespreken of zij een plan kunnen bedenken om dit geld van aangeefster [aangeefster 1] uit Hijken te halen. Vervolgens wordt medeverdachte [verdachte 5] ingeschakeld door voornoemde [verdachte 2] en [verdachte 3]. Na afloop van een familiefeestje gaat [verdachte 5] samen met zijn vriendin, medeverdachte [verdachte 6], naar de woning van [verdachte 3] en haar huisgenoot, medeverdachte [verdachte 4]. In de woning wordt in het bijzijn van [verdachte 3], [verdachte 2], [verdachte 5] en [verdachte 6] over het in Hijken aanwezige geld gesproken. [verdachte 3] en [verdachte 2] verschaffen aan [verdachte 5] informatie over de betreffende woning in Hijken, de bewoners ervan, namelijk een man, een vrouw en hun kind, en waar het geld in de woning zou moeten liggen, te weten in een koffer onder hun bed. Er worden eveneens afspraken gemaakt over het delen van de buit door medeverdachten [verdachte 3], [verdachte 2] en [verdachte 5].2 [verdachte 5] schakelt vervolgens verdachte in. Met verdachte en medeverdachten [verdachte 2] en [verdachte 6] gaat [verdachte 5] ook enkele keren, ongeveer vijfmaal, in de auto van verdachte bij de woning in Hijken kijken.3 Ook medeverdachte [verdachte 8] is bij een van deze voorverkenningen aanwezig.4 Hierbij wordt de woning van [verdachte 3] en [verdachte 4] steeds als uitvalsbasis gebruikt, waarbij er in die woning ook verschillende voorbesprekingen ten aanzien van de (on)mogelijkheden van het uit te voeren plan plaatsvinden in aanwezigheid van de (mede)verdachten [verdachte 3], [verdachte 2], [verdachte 5], [verdachte 6], [verdachte] en [verdachte 4]. Ook op de dag van de overval, 26 oktober 2010, wordt deze woning als uitvalsbasis gebruikt; in de vroege ochtend vertrekken verdachte en de medeverdachten [verdachte 6] en [verdachte 5], in aanwezigheid van de door verdachte meegevraagde medeverdachte [verdachte 8], vanuit de woning van [verdachte 3] in de auto van verdachte naar de woning in Hijken.5

De betreffende auto wordt vervolgens in Hijken - op aangeven van verdachte - in de nabijheid van een school geparkeerd. Op het moment dat de mannelijke bewoner de betreffende woning in Hijken verlaat, verlaten verdachte en zijn medeverdachten [verdachte 5] en [verdachte 8] de auto, met medeneming van tie-rips. Medeverdachte [verdachte 6] blijft achter in de auto; zij ziet de drie mannen in de richting van vorenbedoelde woning lopen.6 Vervolgens treden in ieder geval twee van de drie mannen, zijnde verdachte en medeverdachte [verdachte 5], de woning binnen door met een breekijzer een raam te forceren.7 Een van de mannen gaat naar de bovenverdieping van de woning gelegen aan [b-straat], naar de slaapkamer van aangeefster [aangeefster 2], waar zij op dat moment nog ligt te slapen. Er wordt onmiddellijk geroepen: "Dit is het arrestatieteam, u wordt gearresteerd, u moet liggen", waarbij eveneens wordt gezegd dat de man van aangeefster op de snelweg zal worden aangehouden. Hierop wordt [aangeefster 2], die zich inmiddels heeft opgericht, teruggeduwd in haar bed. Al liggend op haar buik worden haar armen op haar rug vastgehouden, waarna om haar polsen tie-rips worden gedaan. Vervolgens wordt er gevraagd naar het in de woning aanwezige zwarte geld: "Zwart geld, zwart geld, wij zoeken zwart geld, we weten dat het er is." De andere persoon loopt in de woning rond. Uit het nachtkastje naast het bed van [aangeefster 2] wordt vervolgens een kluis gehaald, waarna er wordt gevraagd: "Nummer van de kluis, nummer van de kluis." Door de man wordt hierop getracht met de door aangeefster gegeven combinatie de kluis te openen. Hij trekt hierbij het hoofd van [aangeefster 2] aan haar haren omhoog. Ondertussen merkt aangeefster dat ook haar 11-jarige zoon, [getuige 1], bij haar op bed is gekomen. Ook om zijn polsen worden tie-rips gedaan. Er wordt tegen hen gezegd dat ze niet mogen kijken, waarbij herhaaldelijk wordt gevraagd naar het zwarte geld en de weedplantages. Op het moment dat [getuige 1] zich opricht, wordt tegen hem gezegd: "Liggen, liggen." Er wordt ook een kussen op het hoofd van aangeefster [aangeefster 2] gelegd. Er wordt gezegd dat aangeefster en haar zoon rustig moeten blijven liggen. Dit wordt nogmaals herhaald op het moment dat de overvallers de woning verlaten. Als aangeefster [aangeefster 2] beneden komt, ziet ze dat haar woning overhoop is gehaald. Er is een geldbedrag weggenomen uit een portemonnee die op een van de keukenkastjes lag en ook vorenbedoelde kluis is door de overvallers meegenomen.8

Verdachte en medeverdachten [verdachte 5] en [verdachte 8] verlaten ondertussen met de door medeverdachte [verdachte 6] bestuurde auto Hijken om vervolgens samen met de buit naar de woning van medeverdachten [verdachte 3] en [verdachte 4] terug te keren. Aldaar wordt de buitgemaakte kluis door verdachte en medeverdachten [verdachte 5], [verdachte 8] en [verdachte 4] gekraakt. Er blijkt niets (van waarde) in te zitten. Op de terugweg naar Almere wordt de kluis weggegooid.9

Vooropgesteld moet worden dat - ondanks dit alles - voor een bewezenverklaring geen plaats is indien verdachte een (waterdicht) alibi heeft. Verdachte heeft zowel ten overstaan van de politie als ter terechtzitting van de rechtbank verklaard dat hiervan sprake is; hij zou op het moment van de overval op bezoek zijn geweest bij zijn ernstig zieke moeder in het ziekenhuis in Almere. Dit zou volgens verdachte kunnen worden bevestigd door de eveneens op dat moment aldaar aanwezige familieleden, dan wel door de door het ziekenhuispersoneel eventueel opgemaakte dagverslagen. Op verzoek van de verdediging is ten aanzien hiervan nader onderzoek verricht. De rechtbank constateert naar aanleiding hiervan dat noch uit de hieromtrent afgelegde getuigenverklaringen noch uit de dagverslagen onomstotelijk blijkt dat verdachte zich op het moment van de overval in Hijken op 26 oktober 2010 in het betreffende ziekenhuis bevond. Gelet hierop beschouwt de rechtbank de door verdachte afgelegde verklaring omtrent zijn aanwezigheid in het ziekenhuis als ongeloofwaardig.

De rechtbank is - anders dan de raadsvrouw - van oordeel dat op grond van de verklaringen van medeverdachten [verdachte 3], [verdachte 2], [verdachte 5] en [verdachte 6], in combinatie met de verklaringen van aangeefster [aangeefster 2], zoals hiervoor is uiteengezet, wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte degene is geweest die, samen met medeverdachten [verdachte 5] en [verdachte 8], in de woning in Hijken heeft ingebroken, vervolgens als (mede)pleger het door aangeefster omschreven geweld heeft toegepast en in die hoedanigheid vorenomschreven goederen heeft weggenomen.

Op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzittingen bestaat er naar het oordeel van de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen van voornoemde medeverdachten. Deze verklaringen zijn immers op essentiële onderdelen - waaronder met name de betrokkenheid van eenieder zowel vooraf, gedurende als naderhand (bij) de overval in Hijken - (onderling) consistent, zonder dat van enige afstemming van deze verklaringen uit het procesdossier is gebleken. Nu de medeverdachten bovendien belastend hebben verklaard ten aanzien van hun eigen rol hierin, acht de rechtbank het evenmin aannemelijk dat de medeverdachten met hun voor verdachte belastende verklaringen hem "erbij hebben proberen te lappen", zoals de raadsvrouw heeft betoogd.

De rechtbank heeft overigens de bij politie afgelegde getuigenverklaring van de zoon van aangeefster [aangeefster 2], [getuige 1], ten aanzien van hetgeen in de vroege ochtend van 26 oktober 2010 in de woning te Hijken is gebeurd - anders dan de officier van justitie en de raadsvrouw - bij de bewijsbeslissing buiten beschouwing gelaten. Gelet op de discrepantie op dit punt tussen de verklaring van deze getuige [getuige 1] enerzijds en de verklaringen van aangeefster [aangeefster 2] en medeverdachte [verdachte 5] anderzijds, in combinatie met de relatief jonge leeftijd van deze getuige, acht de rechtbank deze verklaring niet voldoende betrouwbaar om op grond hiervan enige (bewijs)beslissing te nemen.

Gelet op vorenoverwogene acht de rechtbank het aan verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

verdachte op 26 oktober 2010 te Hijken, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan [b-straat] heeft weggenomen een geldbedrag en een kluis, toebehorende aan [aangeefster 2], waarbij verdachte en die medeverdachten zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [aangeefster 2] en haar zoon [getuige 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte en die medeverdachten

- de slaapkamer waarin die [aangeefster 2] zich bevond, zijn binnengegaan en

daarbij tegen die [aangeefster 2] hebben gezegd: "Dit is het arrestatieteam, u wordt gearresteerd, u moet liggen", en

- tegen die [aangeefster 2] hebben gezegd dat haar man op de snelweg zou worden aangehouden en

- die [aangeefster 2] terug op bed hebben geduwd en

- de armen van die [aangeefster 2] op haar rug hebben vastgehouden en

- om de polsen van die [aangeefster 2] tie-rips hebben gedaan en

- tegen die [aangeefster 2] hebben gezegd: "Zwart geld, zwart geld, wij zoeken zwart geld, we weten dat het er is", en

- een kluis uit een nachtkastje hebben gepakt en daarbij tegen die [aangeefster 2] hebben gezegd: "Nummer van de kluis, nummer van de kluis", en

- tegen die [aangeefster 2] en die [getuige 1] hebben gezegd dat zij niet mochten kijken en

- meermalen aan die [aangeefster 2] hebben gevraagd waar het zwarte geld en de weedplantages waren en

- tegen die [getuige 1] hebben gezegd: "Liggen, liggen", en

- om de polsen van die [getuige 1] tie-rips hebben gedaan en

- tegen die [aangeefster 2] en die [getuige 1] hebben gezegd dat zij rustig moesten blijven liggen en

- een kussen op het hoofd van die [aangeefster 2] hebben gelegd en

- het hoofd van die [aangeefster 2] aan haar haren omhoog heeft getrokken en

- toen verdachte en die medeverdachten die woning verlieten tegen die

[aangeefster 2] en die [getuige 1] hebben gezegd: "Liggen blijven".

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto artikel 312 van het Wetboek van strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit feit is begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsvrouw van de verdachte;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 16 november 2011;

- de inhoud van een omtrent verdachte opgemaakt reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, d.d. 17 november 2011 opgemaakt door [getuige-deskundige].

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren.

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het aan verdachte ten laste gelegde.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een overval in een woning te Hijken waarvan een vrouw en haar 11-jarige zoon het slachtoffer zijn geworden. Verdachte is op 26 oktober 2010 samen met een mededader door het forceren van een raam de woning binnengedrongen, waarna de vrouw en de jongen op het bed zijn gekneveld door middel van tie-rips. Ondertussen is er in de woning gezocht naar een grote som contant geld die zich, volgens de van anderen vooraf verkregen informatie, in die woning zou moeten bevinden. Hiertoe is de vrouw gedwongen de code van de in haar woning aanwezige kluis af te geven. Een andere mededader heeft volgens zijn eigen verklaring steeds in de nabijheid van de woning op de uitkijk gestaan. Uiteindelijk zijn de overvallers er met een door een andere mededader bestuurde vluchtauto vandoor gegaan met voornoemde kluis, die achteraf niets van waarde bleek te bevatten, en een geldbedrag.

Dat verdachte en zijn mededaders slechts voor hun eigen financiële gewin dergelijk gewelddadig gedrag hebben vertoond, onder meer jegens een kind, rekent de rechtbank hen zwaar aan. Verdachte en zijn mededaders hebben de overval tevoren goed overdacht en voorbereid en zij hebben zich hierbij en bij de daadwerkelijke uitvoering hiervan - kennelijk - geen moment bekommerd om de gevolgen die hun handelen voor de slachtoffers zou hebben. Dat de impact van het handelen van verdachte en zijn mededaders op de slachtoffers groot is geweest, blijkt - onder meer - uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring van [aangeefster 2]. Verdachte en zijn mededaders hebben daarenboven de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving vergroot.

De rechtbank hanteert ter zake van het bewezen verklaarde feit (landelijke) oriëntatiepunten die in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren impliceren in het geval van licht geweld, zijnde volgens diezelfde oriëntatiepunten een enkele ruk/duw zonder noemenswaardig letsel. Strafverzwarend in onderhavige zaak is echter dat er naar het oordeel van de rechtbank sprake is geweest van meer dan licht geweld, tegen kwetsbare slachtoffers, in een samenwerkingsverband gepleegd. Op basis hiervan dient naar het oordeel van de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier jaren als uitgangspunt voor de straftoemeting te gelden.

Bij de straftoemeting houdt de rechtbank bovendien rekening met het verdachte betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld tot forse gevangenisstraf ter zake van strafbare feiten, waaronder vermogens- en geweldsdelicten.

De rechtbank zal alles afwegende een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en zes maanden aan verdachte opleggen, met aftrek van de periode die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De door de reclassering in het reclasseringsadvies voorgestelde interventies voor verdachte kunnen naar het oordeel van de rechtbank (eventueel) plaatsvinden in het kader van de voorwaardelijke invrijheidsstelling.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op voornoemde artikelen van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het ten laste gelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en zes maanden.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, mr. J.J. Schoemaker en

mr. F. Sieders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 29 december 2011.

1 Wanneer hierna een proces-verbaal wordt aangehaald, betreft dit een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal, tenzij anders vermeld. De aangehaalde processen-verbaal maken, tenzij anders vermeld, alle deel uit van een doorgenummerd dossier, d.d. 4 november 2011 op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant].

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1162 tot en met 1169, in het bijzonder pagina 1163 en 1166; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1170 tot en met 1180, in het bijzonder pagina 1173 en 1174; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 3], pagina's 1283 tot en met 1296, in het bijzonder pagina 1286 en 1287; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 3], pagina's 1297 tot en met 1305, in het bijzonder pagina 1300.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 5], pagina's 1365 tot en met 1372, in het bijzonder pagina 1367 en 1368.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 3], pagina's 1310 tot en met 1321, in het bijzonder pagina 1317; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 6], pagina's 1417 tot en met 1429, in het bijzonder pagina 1421.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 3], pagina's 1310 tot en met 1321, in het bijzonder pagina 1312 en 1317; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 6], pagina's 1417 tot en met 1429, in het bijzonder pagina 1422 tot en met 1426; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende een verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1207 tot en met 1222, in het bijzonder pagina 1214.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 6], pagina's 1417 tot en met 1429, in het bijzonder pagina 1424; zie voetnoot 3, in het bijzonder pagina 1379 en 1381.

7 Zie voetnoot 3, in het bijzonder pagina 1379.

8 Proces-verbaal van aangifte, inhoudende de verklaring van aangeefster [aangeefster 2], pagina's 83 tot en met 91, in het bijzonder pagina 85 en 87 tot en met 89; proces-verbaal van verhoor aangeefster, inhoudende de verklaring van aangeefster [aangeefster 2], pagina's 95 tot en met 107, in het bijzonder pagina 98.

9 proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 6], pagina's 1417 tot en met 1429, in het bijzonder pagina 1426; zie voetnoot 3, in het bijzonder pagina 1368 en 1369.

??

??

??

??

Parketnummer: 19.810289-11

Uitspraak d.d.: 29 december 2011 2

vonnis