Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2011:BU9635

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
29-12-2011
Datum publicatie
29-12-2011
Zaaknummer
19.810282-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overvallen in Assen en Hijken en een inbraak in Assen. Verdachte wordt betrokkenheid verweten bij de overval in Hijken en de inbraak in Assen. Verdachte wordt door de rechtbank van de inbraak in Assen vrijgesproken. Ten aanzien van de overval in Hijken wordt verdachte veroordeeld wegens het medeplegen van een woninginbraak, nu verdachtes (voorwaardelijk) opzet ontbreekt op de door de mededaders verrichte geweldshandelingen jegens de slachtoffers. Verdachte wordt ter zake van dit feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.810282-11

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 29 december 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven te [woonplaats en adres],

thans gedetineerd in P.I. Overijssel, PIV Zwolle, te Zwolle.

Het onderzoek ter terechtzittingen heeft plaatsgehad op 9 december 2011 en 16 december 2011.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. F. Gosselaar, advocaat te Winschoten.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding ten laste gelegd, dat

1.

verdachte op of omstreeks 26 oktober 2010 te Hijken, althans in de gemeente Midden-Drenthe, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan/nabij de [b-straat] heeft weggenomen een of meer geldbedrag(en) en/of een kluis, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar medeverdachte(n), waarbij verdachte en/of die medeverdachte(n) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of dat/die geld/goed(eren) onder hun/zijn/haar bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangeefster 2] en/of haar zoon [getuige 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heter daad aan zichzelf en/of die medeverdachte(n) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of die medeverdachte(n)

- de slaapkamer waarin die [aangeefster 2] zich bevond, zijn/is binnengegaan en/of

(daarbij) (tegen die [aangeefster 2]) heeft geroepen/gezegd: "Dit is het

arrestatieteam, u wordt gearresteerd, u moet liggen", althans woorden

van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- tegen die [aangeefster 2] hebben/heeft gezegd dat haar man op de snelweg zou

worden aangehouden, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking, en/of

- die [aangeefster 2] (terug) op bed hebben/heeft geduwd/gedrukt en/of

- de armen van die [aangeefster 2] op haar rug hebben/heeft vastgehouden en/of

- om de pols(en) van die [aangeefster 2] (een) tie-rip(s) hebben/heeft gedaan en/of

- tegen die [aangeefster 2] hebben/heeft gezegd: "Zwart geld, zwart geld, wij

zoeken zwart geld, we weten dat het er is", althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking, en/of

- een kluis (uit een nachtkastje) hebben/heeft gepakt en/of (daarbij)

tegen die [aangeefster 2] hebben/heeft gezegd: "Nummer van de kluis, nummer van

de kluis", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

en/of

- tegen die [aangeefster 2] en/of die [getuige 1] hebben/heeft gezegd dat zij/hij

niet mocht(en) kijken, althans woorden van gelijke dreigende aard

en/of strekking, en/of

- (meermalen) aan die [aangeefster 2] hebben/heeft gevraagd waar het zwarte geld

en/of de weedplantages waren/was en/of

- tegen die [getuige 1] hebben/heeft gezegd: "Liggen, liggen", althans

woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- om de pols(en) van die [getuige 1] (een) tie-rip(s) hebben/heeft gedaan en/of

- tegen die [aangeefster 2] en/of die [getuige 1] hebben/heeft gezegd dat zij/hij rustig moest(en) blijven liggen, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking, en/of

- zichtbaar voor die [getuige 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, voorhanden hebben/heeft gehad en/of

- een kussen op het hoofd/gezicht van die [aangeefster 2] hebben/heeft gelegd/geduwd en/of

- het hoofd van die [aangeefster 2] aan haar haren omhoog heeft getrokken, althans

aan de hoofdharen van die [aangeefster 2] hebben/heeft getrokken, en/of

- toen verdachte en/of die medeverdachte(n) die woning verliet(en) tegen die

[aangeefster 2] en/of die [getuige 1] hebben/heeft gezegd: "Liggen blijven", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

[verdachte 5] en/of [verdachte 7] en/of [verdachte 8] op of omstreeks 26 oktober 2010 te Hijken, althans in de gemeente Midden-Drenthe, tezamen en in vereniging, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan/nabij de [b-straat] hebben/heeft weggenomen een of meer geldbedrag(en) en/of een kluis, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] en/of aan verdachte en/of haar medeverdachte(n), waarbij die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of dat/die geld/goed(eren) onder hun/zijn/haar bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangeefster 2] en/of haar zoon [getuige 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heter daad aan zichzelf en/of (een) ander(en) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8]

- de slaapkamer waarin die [aangeefster 2] zich bevond, zijn/is binnengegaan en/of

(daarbij) (tegen die [aangeefster 2]) heeft geroepen/gezegd: "Dit is het

arrestatieteam, u wordt gearresteerd, u moet liggen", althans woorden

van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- tegen die [aangeefster 2] hebben/heeft gezegd dat haar man op de snelweg zou

worden aangehouden, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking, en/of

- die [aangeefster 2] (terug) op bed hebben/heeft geduwd/gedrukt en/of

- de armen van die [aangeefster 2] op haar rug hebben/heeft vastgehouden en/of

- om de pols(en) van die [aangeefster 2] (een) tie-rip(s) hebben/heeft gedaan en/of

- tegen die [aangeefster 2] hebben/heeft gezegd: "Zwart geld, zwart geld, wij

zoeken zwart geld, we weten dat het er is", althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking, en/of

- een kluis (uit een nachtkastje) hebben/heeft gepakt en/of (daarbij)

tegen die [aangeefster 2] hebben/heeft gezegd: "Nummer van de kluis, nummer van

de kluis", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

en/of

- tegen die [aangeefster 2] en/of die [getuige 1] hebben/heeft gezegd dat zij/hij

niet mocht(en) kijken, althans woorden van gelijke dreigende aard

en/of strekking, en/of

- (meermalen) aan die [aangeefster 2] hebben/heeft gevraagd waar het zwarte geld

en/of de weedplantages waren/was en/of

- tegen die [getuige 1] hebben/heeft gezegd: "Liggen, liggen", althans

woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- om de pols(en) van die [getuige 1] (een) tie-rip(s) hebben/heeft gedaan en/of

- tegen die [aangeefster 2] en/of die [getuige 1] hebben/heeft gezegd dat zij/hij rustig moest(en) blijven liggen, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking, en/of

- zichtbaar voor die [getuige 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, voorhanden hebben/heeft gehad en/of

- een kussen op het hoofd/gezicht van die [aangeefster 2] hebben/heeft gelegd/geduwd en/of

- het hoofd van die [aangeefster 2] aan haar haren omhoog heeft getrokken, althans

aan de hoofdharen van die [aangeefster 2] hebben/heeft getrokken, en/of

- toen die persoon/personen die woning verliet(en) tegen die [aangeefster 2] en/of

die [getuige 1] hebben/heeft gezegd: "Liggen blijven", althans woorden van

gelijke dreigende aard en/of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 26 oktober 2010 in de gemeente(n) Assen en/of Hoogezand-Sappemeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer medeverdachte(n), althans alleen, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- aan die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] te vertellen dat die [aangeefster 2] veel geld had en/of dat in de door die [aangeefster 2] bewoonde woning een koffer met geld lag en/of

- aan die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] informatie over het adres van die woning en/of de bewoners daarvan te verstrekken en/of

- aan die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] te vertellen dat in die woning het geld onder een bed lag/moest liggen en/of

- samen met die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] voorafgaand aan die diefstal (met geweld) de door die [aangeefster 2] bewoonde woning en/of de onmiddellijke omgeving daarvan af te leggen en/of

- aan die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] tips/aanwijzingen te geven over de wijze waarop dat misdrijf gepleegd zou kunnen worden en/of samen met die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] vooraf besprekingen te voeren over dat te plegen misdrijf en/of

- aan die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, ter beschikking te stellen en/of

- met een auto in de (directe) omgeving van die woning klaar te staan voor een

snelle aftocht en/of die [verdachte 5] en/of die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] onmiddellijk na het plegen van dat misdrijf met die auto te vervoeren van de plaats van het misdrijf;

2.

verdachte op of omstreeks 10 december 2010 te Assen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan/nabij de [a-straat] heeft weggenomen een geldbedrag, een tas, een of meer geldkist(en) en/of sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 1] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar medeverdachte(n), waarbij verdachte en/of haar medeverdachte(n) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben/heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

[verdachte 5] en/of een of meer ander(en) op of omstreeks 10 december 2010 te

Assen tezamen en in vereniging, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan/nabij de [a-straat] hebben/heeft weggenomen een geldbedrag, een tas, een of meer geldkist(en) en/of sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 1] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [verdachte 5] en/of die ander(en) en/of aan verdachte en/of haar medeverdachte(n), waarbij die [verdachte 5] en/of die ander(en) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben/heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder hun/zijn/haar bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 oktober 2010 tot en met 10 december 2010 in de gemeente(n) Assen en/of Hoogezand-Sappemeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer medeverdachte(n), althans alleen, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- aan die [verdachte 5] en/of die ander(en) te vertellen dat die [aangeefster 1] en/of die [slachtoffer] (veel) geld had(den) en/of

- aan die [verdachte 5] en/of die ander(en) informatie over het adres van die

woning en/of de bewoners daarvan te verstrekken en/of

- tegen die [verdachte 5] en/of die ander(en) te zeggen, althans door aan hen/hem

te sms'en dat het wel kon omdat niemand thuis was.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. S. Kromdijk, vordert vrijspraak ten aanzien van het verdachte onder 2 ten laste gelegde. De officier van justitie acht hetgeen aan verdachte onder 1 primair ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen.

Zij vordert ten aanzien van dit feit dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Gelet op de door de officier van justitie gevorderde vrijspraak ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde vordert de officier van justitie voorts de niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [benadeelde partij].

Bewijsoverwegingen

Inleiding

Op 26 oktober 2010 wordt er een overval gepleegd op aangeefster [aangeefster 2] en haar 11-jarige zoon, [getuige 1], in een woning te Hijken. De politie tast wat betreft de daders hiervan in eerste instantie in het donker. Totdat uit een politieonderzoek naar aanleiding van een op 31 mei 2011 op aangeefster [aangeefster 1] in haar woning in Assen gepleegde overval blijkt van een relatie met de eerdere overval in Hijken, alsmede met een op 10 december 2010 in vorenbedoelde woning in Assen gepleegde inbraak. Deze drie feiten vormen in de kern het politieonderzoek genaamd 'Dotter'.

In dit onderzoek wordt (uiteindelijk) een twaalftal personen door het openbaar ministerie vervolgd ter zake van betrokkenheid bij een of meer van vorenstaande feiten. Naar aanleiding van in juni 2011 afgelegde getuigenverklaringen van

[getuige 2] en haar zus [verdachte 1], in dit onderzoek eveneens als verdachte aangemerkt, komt verdachte [verdachte 2] in beeld. Volgens de zussen [getuige 2 en verdachte 1] zou verdachte [verdachte 2], zijnde een goede vriendin van verdachte [verdachte 1], op enige wijze betrokken zijn bij alle in onderzoek 'Dotter' gepleegde strafbare feiten. [verdachte 2] legt vervolgens bij de politie een bekennende verklaring af ten aanzien van haar betrokkenheid bij voornoemde feiten. Zij verklaart niet alleen over haar eigen rol hierin, maar noemt ook de namen van andere personen die op enige wijze betrokken zouden zijn bij een of meer van deze feiten. De politie wordt mede hierdoor op het spoor gezet van (onder meer) de volgende personen: [verdachte],

[verdachte 4], [verdachte 5], [verdachte 6], [verdachte 7], [verdachte 8], [verdachte 9], [verdachte10], [verdachte 11] en [verdachte 12], allen verdachten in het onderhavige onderzoek.

Ten aanzien van de toedracht van vorenbedoelde strafbare feiten valt uit het procesdossier, in grote lijnen, het volgende af te leiden.

Aanleiding voor het plegen van deze strafbare feiten vormt de bewering dat aangeefster [aangeefster 1] in het bezit is van een grote som contant geld. Er wordt in dit kader gesproken over een bedrag variërend van ongeveer € 500.000 tot € 1.000.000. Dit geld zou [aangeefster 1] volgens enkele verdachten hebben ondergebracht bij haar goede vriendin die woonachtig is in Hijken, te weten aangeefster [aangeefster 2]. Er ontstaat dan op enig moment het idee om dit geld van [aangeefster 1] af te pakken. Hiertoe wordt op 26 oktober 2010 door een aantal verdachten een overval gepleegd op de woning van [aangeefster 2] in Hijken. In de woning bevinden zich op dat moment aangeefster [aangeefster 2] en haar 11-jarige zoon. De beweerde grote som geld wordt echter niet aangetroffen. Uiteindelijk wordt een geldbedrag van € 3.000 en een kluis - zonder inhoud (van waarde) - buitgemaakt.

In de hoop dat het grote geldbedrag van aangeefster [aangeefster 1] zich toch bevindt in de woning van [aangeefster 1] zelf, wordt het plan opgevat om in haar woning in Assen in te breken. Op 10 december 2010 wordt aan dit plan uitvoering gegeven. Op het moment dat [aangeefster 1] niet in de woning aanwezig is, wordt er door een van de verdachten ingebroken en wordt het huis doorzocht. De buit is (onder meer) een bedrag van € 27.000 aan contant geld.

Als achteraf blijkt dat dit buitgemaakte geld niet van aangeefster [aangeefster 1] is maar van haar partner, wordt door enkele van de eerdergenoemde verdachten opnieuw een poging ondernomen om het vermeende geld van [aangeefster 1] afhandig te maken. Op 31 mei 2011 vindt er in de woning van [aangeefster 1] een gewelddadige overval plaats waarbij eveneens een aantal verdachten betrokken is. Ook ditmaal wordt echter niet de grote som geld aangetroffen. Er wordt nog wel met de van [aangeefster 1] gestolen pinpas een bedrag van € 900,- gepind.

Naar aanleiding van vorenstaande wordt verdachte [verdachte] strafbare betrokkenheid verweten bij de overval in Hijken op 26 oktober 2010 (feit 1), alsmede de inbraak in de woning in Assen op 10 december 2010 (feit 2). Deze betrokkenheid is steeds in twee varianten ten laste gelegd: primair als (mede)pleger en subsidiair als medeplichtige.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het aan verdachte onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De officier van justitie baseert dit oordeel, naast de (deels) bekennende verklaring van verdachte, op de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [aangeefster 2];

- de verklaring van [getuige 1], de zoon van aangeefster [aangeefster 2]; en

- de verklaringen van medeverdachten [verdachte 2], [verdachte 5] en [verdachte 6].

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het haar ten laste gelegde.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

De rechtbank gaat uit van de volgende feitelijke gang van zaken.1

Het komt medeverdachte [verdachte 2] op een gegeven moment via haar oma, verdachte [verdachte], ter ore dat de nieuwe partner van haar opa, aangeefster [aangeefster 1], in het bezit zou zijn van een grote som contant geld. Het gaat dan volgens [verdachte] om een bedrag van ongeveer € 500.000. Dit geld zou door aangeefster [aangeefster 1] worden bewaard in een grote kist of koffer in de woning van haar vriendin in Hijken, te weten aangeefster [aangeefster 2]. [verdachte] en [verdachte 2] bespreken of zij een plan kunnen bedenken om dit geld van aangeefster [aangeefster 1] uit Hijken te halen. Vervolgens wordt medeverdachte [verdachte 5] ingeschakeld door voornoemde [verdachte 2] en [verdachte]. Na afloop van een familiefeestje gaat [verdachte 5] samen met zijn vriendin, medeverdachte [verdachte 6], naar de woning van [verdachte] en haar huisgenoot, medeverdachte [verdachte 4]. In de woning wordt in het bijzijn van [verdachte], [verdachte 2], [verdachte 5] en [verdachte 6] over het in Hijken aanwezige geld gesproken. [verdachte] en [verdachte 2] verschaffen aan [verdachte 5] informatie over de betreffende woning in Hijken, de bewoners ervan, namelijk een man, een vrouw en hun kind, en waar het geld in de woning zou moeten liggen, te weten in een koffer onder hun bed. Er worden eveneens afspraken gemaakt over het delen van de buit door medeverdachten [verdachte], [verdachte 2] en [verdachte 5].2 [verdachte 5] schakelt vervolgens medeverdachte [verdachte 7] in. Met hem en medeverdachten [verdachte 2] en [verdachte 6] gaat [verdachte 5] ook enkele keren, ongeveer vijfmaal, in de auto van medeverachte [verdachte 7] bij de woning in Hijken kijken.3 Ook medeverdachte [verdachte 8] is bij een van deze voorverkenningen aanwezig.4 Hierbij wordt de woning van [verdachte] en [verdachte 4] steeds als uitvalsbasis gebruikt, waarbij er in die woning ook verschillende voorbesprekingen ten aanzien van de (on)mogelijkheden van het uit te voeren plan plaatsvinden in aanwezigheid van de (mede)verdachten [verdachte], [verdachte 2], [verdachte 5], [verdachte 6], [verdachte 7] en [verdachte 4]. Ook op de dag van de overval, 26 oktober 2010, wordt deze woning als uitvalsbasis gebruikt; in de vroege ochtend vertrekken [verdachte 5] en de medeverdachten [verdachte 6] en [verdachte 7], in aanwezigheid van de door [verdachte 7] meegevraagde [verdachte 8], vanuit de woning van [verdachte] in de auto van [verdachte 7] naar de woning in Hijken.5

De betreffende auto wordt vervolgens in Hijken - op aangeven van [verdachte 7] - in de nabijheid van een school geparkeerd. Op het moment dat de mannelijke bewoner de betreffende woning in Hijken verlaat, verlaten [verdachte 5] en zijn medeverdachten [verdachte 7] en [verdachte 8] de auto, met medeneming van tie-rips. Medeverdachte [verdachte 6] blijft achter in de auto; zij ziet de drie mannen in de richting van vorenbedoelde woning lopen.6 Vervolgens treden in ieder geval twee van de drie mannen, zijnde medeverdachten [verdachte 5] en [verdachte 7], de woning binnen door met een breekijzer een raam te forceren.7 Een van de mannen gaat naar de bovenverdieping van de woning gelegen aan [b-straat], naar de slaapkamer van aangeefster [aangeefster 2], waar zij op dat moment nog ligt te slapen. Er wordt onmiddellijk geroepen: "Dit is het arrestatieteam, u wordt gearresteerd, u moet liggen", waarbij eveneens wordt gezegd dat de man van aangeefster op de snelweg zal worden aangehouden. Hierop wordt [aangeefster 2], die zich inmiddels heeft opgericht, teruggeduwd in haar bed. Al liggend op haar buik worden haar armen op haar rug vastgehouden, waarna om haar polsen tie-rips worden gedaan. Vervolgens wordt er gevraagd naar het in de woning aanwezige zwarte geld: "Zwart geld, zwart geld, wij zoeken zwart geld, we weten dat het er is." De andere persoon loopt in de woning rond. Uit het nachtkastje naast het bed van [aangeefster 2] wordt vervolgens een kluis gehaald, waarna er wordt gevraagd: "Nummer van de kluis, nummer van de kluis." Door de man wordt hierop getracht met de door aangeefster gegeven combinatie de kluis te openen. Hij trekt hierbij het hoofd van [aangeefster 2] aan haar haren omhoog. Ondertussen merkt aangeefster dat ook haar 11-jarige zoon, [getuige 1], bij haar op bed is gekomen. Ook om zijn polsen worden tie-rips gedaan. Er wordt tegen hen gezegd dat ze niet mogen kijken, waarbij herhaaldelijk wordt gevraagd naar het zwarte geld en de weedplantages. Op het moment dat [getuige 1] zich opricht, wordt tegen hem gezegd: "Liggen, liggen." Er wordt ook een kussen op het hoofd van aangeefster [aangeefster 2] gelegd. Er wordt gezegd dat aangeefster en haar zoon rustig moeten blijven liggen. Dit wordt nogmaals herhaald op het moment dat de overvallers de woning verlaten. Als aangeefster [aangeefster 2] beneden komt, ziet ze dat haar woning overhoop is gehaald. Er is een geldbedrag weggenomen uit een portemonnee die op een van de keukenkastjes lag en ook vorenbedoelde kluis is door de overvallers meegenomen.8

Medeverdachten [verdachte 5], [verdachte 7] en [verdachte 8] verlaten ondertussen met de door medeverdachte [verdachte 6] bestuurde auto Hijken om vervolgens samen met de buit naar de woning van [verdachte] en [verdachte 4] terug te keren. Aldaar wordt de buitgemaakte kluis door medeverdachten [verdachte 5], [verdachte 7], [verdachte 8] en [verdachte 4] gekraakt. Er blijkt niets (van waarde) in te zitten. Op de terugweg naar Almere wordt de kluis weggegooid.9

De rechtbank leidt uit vorenstaande feiten en omstandigheden het volgende af. Verdachte is met het idee gekomen om het bij aangeefster [aangeefster 1] - mogelijk - aanwezige contante geld weg te nemen. Voor de uitvoering van dit plan heeft zij medeverdachten [verdachte 2] en [verdachte 5] ingeschakeld. Verdachte heeft voorts voorafgaand aan de overval (onder meer) aan medeverdachte [verdachte 5] informatie verstrekt over de vindplaats van dit geld, namelijk in de woning van aangeefster [aangeefster 2]. In de aanwezigheid van [verdachte] zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden met betrekking tot de uitvoering van het plan besproken door de medeverdachten, nadat zij de situatie ter plaatse (meerdere malen) hadden bekeken. Zij heeft hiertoe steeds haar woning beschikbaar gesteld, zo ook op de dag van de overval op 26 oktober 2010. Die dag zijn de daadwerkelijke plegers van de overval samen met de bestuurder van de vluchtauto vertrokken vanaf verdachtes woning, om hiernaar na afloop ook weer terug te keren met een buitgemaakte kluis. Bij een eventuele buit zou verdachte daarenboven - volgens vooraf gemaakte afspraken - hierin meedelen.

Op grond van vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een zodanige nauwe en bewuste samenwerking dat verdachte kan worden aangemerkt als medepleger van de diefstal met braak. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank niet wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachtes (voorwaardelijk) opzet gericht is geweest op de door de medeverdachten verrichte geweldshandelingen jegens aangeefster [aangeefster 2] en haar zoon, zodat zij in zoverre dient te worden vrijgesproken van het haar onder 1 ten laste gelegde. De rechtbank heeft dit oordeel in de eerste plaats gebaseerd op verdachtes eigen verklaring hieromtrent, inhoudende dat er vooraf is afgesproken dat er in de woning in Hijken zou worden ingebroken op een moment dat de bewoners hiervan niet thuis waren, terwijl deze verklaring op dit punt bovendien steun vindt in de verklaring van medeverdachte [verdachte 2]. Daarnaast kan uit het procesdossier niet worden opgemaakt dat verdachte op de hoogte is geweest van het feit dat de uitvoerende medeverdachten met medeneming van tie-rips, of eventuele andere attributen, de woning zouden binnengaan. Evenmin was verdachte op de hoogte van het precieze moment van binnentreden in de woning, zodat zij ook op grond hiervan niet kon vermoeden dat ingebroken zou worden bij aanwezigheid van een of meer bewoner(s).

Gelet op vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een diefstal met braak in een woning in Hijken.

Ten aanzien van feit 2

Uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzittingen blijkt de volgende feitelijke gang van zaken met betrekking tot de inbraak in de woning in Assen op 10 december 2010.

Op het moment dat het geld niet wordt aangetroffen in de woning in Hijken, wordt door medeverdachte [verdachte 5] en medeverdachte [verdachte 2] het plan opgevat om in de woning van aangeefster [aangeefster 1] zelf in te breken. Op het moment dat medeverdachte [verdachte 2] in een restaurant aan het eten is met onder meer aangeefster [aangeefster 1], laat [verdachte 2] telefonisch aan [verdachte 5] weten dat "de kust veilig is". Hierop breekt [verdachte 5] met behulp van een schroevendraaier en een bahco in de avond van 10 december 2010 in bij de woning van aangeefster [aangeefster 1] aan de [a-straat] te Assen. Op aanwijzen van medeverdachte [verdachte 2] neemt [verdachte 5] (onder meer) een geldbedrag van € 27.000 weg uit de betreffende woning.

Hoewel de rechtbank het aannemelijk acht dat verdachte op enig moment voorafgaand aan de inbraak wetenschap heeft gehad van het door medeverdachten [verdachte 2] en [verdachte 5] hieromtrent beraamde plan, is dit naar het oordeel van de rechtbank - en overeenkomstig het standpunt van de officier van justitie - onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen van het verdachte onder 2 ten laste gelegde. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van dit feit.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het haar onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

verdachte op 26 oktober 2010 te Hijken, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan [b-straat] hebben weggenomen een geldbedrag en een kluis, toebehorende aan [aangeefster 2], waarbij verdachte en die medeverdachten zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het onder 1 primair meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit feit is begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman van de verdachte;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 26 september 2011;

- de inhoud van een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, d.d. 19 oktober 2011 opgemaakt door [getuige-deskundige].

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het haar onder 1 ten laste gelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

De raadsman heeft bepleit om - in geval van een bewezenverklaring - aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de periode die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, eventueel gecombineerd met een werkstraf.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een diefstal met braak uit een woning in Hijken. De inbraak heeft op initiatief van verdachte plaatsgevonden nu zij in de veronderstelling verkeerde dat zich in deze woning een grote som geld, nota bene toebehorende aan een vriendin van verdachte, zou bevinden. Zij heeft voor de uitvoering van het plan andere personen ingeschakeld, terwijl zij zou meedelen in de buit. Van deze zucht naar geld van verdachte zijn uiteindelijk twee personen het directe slachtoffer geworden. De mededaders van verdachte zijn - anders dan de bedoeling van verdachte was - de woning binnengetreden op een moment dat zich hierin aangeefster [aangeefster 2] en haar 11-jarige zoon nog bevonden. Deze slachtoffers hebben gekneveld op het bed gelegen, terwijl de woning is doorzocht naar het volgens verdachte aanwezige geld. Hoewel verdachte niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor deze geweldshandelingen, stelt de rechtbank wel vast dat zonder verdachtes plan waarschijnlijk niks van dit alles zou zijn voorgevallen. Ter terechtzitting van de rechtbank heeft verdachte weliswaar berouw getoond voor hetgeen de slachtoffers is aangedaan, maar verdachte heeft hierbij nagelaten haar aandeel in het gebeuren te benoemen en hiervoor verantwoordelijkheid te nemen.

Gelet op vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een aantal maanden in dit geval gerechtvaardigd is.

De rechtbank heeft ten aanzien van de strafoplegging voorts acht geslagen op het verdachte betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister, waaruit blijkt dat verdachte recentelijk is veroordeeld ter zake van een overtreding.

Alles afwegende, mede hierbij in aanmerking genomen de relatief hoge leeftijd van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat aan haar een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden dient te worden opgelegd, met aftrek van de periode die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Benadeelde partij

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde feit heeft de benadeelde partij

[benadeelde partij] zich middels een voegingsformulier in het strafgeding gevoegd. Zij vordert wegens immateriële schade een schadevergoeding van € 300,-, te vermeerderen met de wettelijke rente, gerekend vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit.

Nu aan de verdachte ten aanzien van het haar onder 2 ten laste gelegde geen straf of maatregel wordt opgelegd, terwijl evenmin artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt toegepast, dient de benadeelde partij, gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op voornoemde artikelen van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2 ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 primair ten laste gelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat zij die vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, mr. J.J. Schoemaker en

mr. F. Sieders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 29 december 2011, zijnde mr. Schoemaker, voornoemd, buiten staat dit vonnis binnen de daartoe door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna een proces-verbaal wordt aangehaald, betreft dit een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal, tenzij anders vermeld. De aangehaalde processen-verbaal maken, tenzij anders vermeld, alle deel uit van een doorgenummerd dossier, d.d. 4 november 2011 op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant].

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1162 tot en met 1169, in het bijzonder pagina 1163 en 1166; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1170 tot en met 1180, in het bijzonder pagina 1173 en 1174; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van verdachte, pagina's 1283 tot en met 1296, in het bijzonder pagina 1286 en 1287; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van verdachte, pagina's 1297 tot en met 1305, in het bijzonder pagina 1300.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 5], pagina's 1365 tot en met 1372, in het bijzonder pagina 1367 en 1368.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van verdachte, pagina's 1310 tot en met 1321, in het bijzonder pagina 1317; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 6], pagina's 1417 tot en met 1429, in het bijzonder pagina 1421.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van verdachte, pagina's 1310 tot en met 1321, in het bijzonder pagina 1312 en 1317; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 6], pagina's 1417 tot en met 1429, in het bijzonder pagina 1422 tot en met 1426; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende een verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1207 tot en met 1222, in het bijzonder pagina 1214.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 6], pagina's 1417 tot en met 1429, in het bijzonder pagina 1424; zie voetnoot 3, in het bijzonder pagina 1379 en 1381.

7 Zie voetnoot 3, in het bijzonder pagina 1379.

8 Proces-verbaal van aangifte, inhoudende de verklaring van aangeefster [aangeefster 2], pagina's 83 tot en met 91, in het bijzonder pagina 85 en 87 tot en met 89; proces-verbaal van verhoor aangeefster, inhoudende de verklaring van aangeefster [aangeefster 2], pagina's 95 tot en met 107, in het bijzonder pagina 98.

9 proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 6], pagina's 1417 tot en met 1429, in het bijzonder pagina 1426; zie voetnoot 3, in het bijzonder pagina 1368 en 1369.

??

??

??

??

Parketnummer: 19.810282-11

Uitspraak d.d.: 29 december 2011 2

vonnis