Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2011:BU9627

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
29-12-2011
Datum publicatie
29-12-2011
Zaaknummer
19.810281-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overvallen in Assen en Hijken en een inbraak in Assen. Verdachte wordt betrokkenheid verweten bij de overval in Hijken. Verdachte wordt vrijgesproken van het haar onder primair ten laste gelegde medeplegen van de overval in Hijken. Verdachte wordt veroordeeld ter zake van medeplichtigheid aan de overval in Hijken, nu verdachte met een vluchtauto in de nabijheid van de woning die is overvallen heeft klaar gestaan om de plegers van de overval onmiddellijk hierna weg te voeren uit Hijken. Gelet op de medische toestand van verdachte wordt aan haar een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de periode die ze in voorarrest heeft doorgebracht, en een werkstraf opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.810281-11

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 29 december 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats en adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 16 december 2011.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. Y. Kikkert, advocaat te Assen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding ten laste gelegd, dat

verdachte op of omstreeks 26 oktober 2010 te Hijken, althans in de gemeente Midden-Drenthe, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan/nabij de [b-straat] heeft weggenomen een of meer geldbedrag(en) en/of een kluis, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar medeverdachte(n), waarbij verdachte en/of die medeverdachte(n) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of dat/die geld/goed(eren) onder hun/zijn/haar bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangeefster 2] en/of haar zoon [getuige 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heter daad aan zichzelf en/of die medeverdachte(n) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of die medeverdachte(n)

- de slaapkamer waarin die [aangeefster 2] zich bevond, zijn/is binnengegaan en/of

(daarbij) (tegen die [aangeefster 2]) heeft geroepen/gezegd: "Dit is het

arrestatieteam, u wordt gearresteerd, u moet liggen", althans woorden

van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- tegen die [aangeefster 2] hebben/heeft gezegd dat haar man op de snelweg zou

worden aangehouden, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking, en/of

- die [aangeefster 2] (terug) op bed hebben/heeft geduwd/gedrukt en/of

- de armen van die [aangeefster 2] op haar rug hebben/heeft vastgehouden en/of

- om de pols(en) van die [aangeefster 2] (een) tie-rip(s) hebben/heeft gedaan en/of

- tegen die [aangeefster 2] hebben/heeft gezegd: "Zwart geld, zwart geld, wij

zoeken zwart geld, we weten dat het er is", althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking, en/of

- een kluis (uit een nachtkastje) hebben/heeft gepakt en/of (daarbij)

tegen die [aangeefster 2] hebben/heeft gezegd: "Nummer van de kluis, nummer van

de kluis", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

en/of

- tegen die [aangeefster 2] en/of die [getuige 1] hebben/heeft gezegd dat zij/hij

niet mocht(en) kijken, althans woorden van gelijke dreigende aard

en/of strekking, en/of

- (meermalen) aan die [aangeefster 2] hebben/heeft gevraagd waar het zwarte geld

en/of de weedplantages waren/was en/of

- tegen die [getuige 1] hebben/heeft gezegd: "Liggen, liggen", althans

woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- om de pols(en) van die [getuige 1] (een) tie-rip(s) hebben/heeft gedaan en/of

- tegen die [aangeefster 2] en/of die [getuige 1] hebben/heeft gezegd dat zij/hij rustig moest(en) blijven liggen, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking, en/of

- zichtbaar voor die [getuige 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, voorhanden hebben/heeft gehad en/of

- een kussen op het hoofd/gezicht van die [aangeefster 2] hebben/heeft gelegd/geduwd en/of

- het hoofd van die [aangeefster 2] aan haar haren omhoog heeft getrokken, althans

aan de hoofdharen van die [aangeefster 2] hebben/heeft getrokken, en/of

- toen verdachte en/of die medeverdachte(n) die woning verliet(en) tegen die

[aangeefster 2] en/of die [getuige 1] hebben/heeft gezegd: "Liggen blijven", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

[verdachte 5] en/of [verdachte 7] en/of [verdachte 8] op of omstreeks 26 oktober 2010 te Hijken, althans in de gemeente Midden-Drenthe, tezamen en in vereniging, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan/nabij de [b-straat] hebben/heeft weggenomen een of meer geldbedrag(en) en/of een kluis, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] en/of aan verdachte en/of haar medeverdachte(n), waarbij die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of dat/die geld/goed(eren) onder hun/zijn/haar bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangeefster 2] en/of haar zoon [getuige 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heter daad aan zichzelf en/of (een) ander(en) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8]

- de slaapkamer waarin die [aangeefster 2] zich bevond, zijn/is binnengegaan en/of

(daarbij) (tegen die [aangeefster 2]) heeft geroepen/gezegd: "Dit is het

arrestatieteam, u wordt gearresteerd, u moet liggen", althans woorden

van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- tegen die [aangeefster 2] hebben/heeft gezegd dat haar man op de snelweg zou

worden aangehouden, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking, en/of

- die [aangeefster 2] (terug) op bed hebben/heeft geduwd/gedrukt en/of

- de armen van die [aangeefster 2] op haar rug hebben/heeft vastgehouden en/of

- om de pols(en) van die [aangeefster 2] (een) tie-rip(s) hebben/heeft gedaan en/of

- tegen die [aangeefster 2] hebben/heeft gezegd: "Zwart geld, zwart geld, wij

zoeken zwart geld, we weten dat het er is", althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking, en/of

- een kluis (uit een nachtkastje) hebben/heeft gepakt en/of (daarbij)

tegen die [aangeefster 2] hebben/heeft gezegd: "Nummer van de kluis, nummer van

de kluis", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

en/of

- tegen die [aangeefster 2] en/of die [getuige 1] hebben/heeft gezegd dat zij/hij

niet mocht(en) kijken, althans woorden van gelijke dreigende aard

en/of strekking, en/of

- (meermalen) aan die [aangeefster 2] hebben/heeft gevraagd waar het zwarte geld

en/of de weedplantages waren/was en/of

- tegen die [getuige 1] hebben/heeft gezegd: "Liggen, liggen", althans

woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- om de pols(en) van die [getuige 1] (een) tie-rip(s) hebben/heeft gedaan en/of

- tegen die [aangeefster 2] en/of die [getuige 1] hebben/heeft gezegd dat zij/hij rustig moest(en) blijven liggen, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking, en/of

- zichtbaar voor die [getuige 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, voorhanden hebben/heeft gehad en/of

- een kussen op het hoofd/gezicht van die [aangeefster 2] hebben/heeft gelegd/geduwd en/of

- het hoofd van die [aangeefster 2] aan haar haren omhoog heeft getrokken, althans

aan de hoofdharen van die [aangeefster 2] hebben/heeft getrokken, en/of

- toen die persoon/personen die woning verliet(en) tegen die [aangeefster 2] en/of

die [getuige 1] hebben/heeft gezegd: "Liggen blijven", althans woorden van

gelijke dreigende aard en/of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 26 oktober 2010 in de gemeente(n) Assen en/of Hoogezand-Sappemeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer medeverdachte(n), althans alleen, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- aan die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] te vertellen dat die [aangeefster 2] veel geld had en/of dat in de door die [aangeefster 2] bewoonde woning een koffer met geld lag en/of

- aan die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] informatie over het adres van die woning en/of de bewoners daarvan te verstrekken en/of

- aan die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] te vertellen dat in die woning het geld onder een bed lag/moest liggen en/of

- samen met die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] voorafgaand aan die diefstal (met geweld) de door die [aangeefster 2] bewoonde woning en/of de onmiddellijke omgeving daarvan af te leggen en/of

- aan die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] tips/aanwijzingen te geven over de wijze waarop dat misdrijf gepleegd zou kunnen worden en/of

- samen met die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] vooraf

besprekingen te voeren over dat te plegen misdrijf en/of

- aan die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, ter beschikking te stellen en/of

- met een auto in de (directe) omgeving van die woning klaar te staan voor een

snelle aftocht en/of die [verdachte 5] en/of die [verdachte 5] en/of die [verdachte 7] en/of die [verdachte 8] onmiddellijk na het plegen van dat misdrijf met die auto te

vervoeren van de plaats van het misdrijf.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. S. Kromdijk, acht hetgeen aan verdachte onder primair ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen.

Zij vordert ten aanzien van dit feit dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 164 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen.

Bewijsoverwegingen

Inleiding

Op 26 oktober 2010 wordt er een overval gepleegd op aangeefster [aangeefster 2] en haar 11-jarige zoon, [getuige 1], in een woning te Hijken. De politie tast wat betreft de daders hiervan in eerste instantie in het donker. Totdat uit een politieonderzoek naar aanleiding van een op 31 mei 2011 op aangeefster [aangeefster 1] in haar woning in Assen gepleegde overval blijkt van een relatie met de eerdere overval in Hijken, alsmede met een op 10 december 2010 in vorenbedoelde woning in Assen gepleegde inbraak. Deze drie feiten vormen in de kern het politieonderzoek genaamd 'Dotter'.

In dit onderzoek wordt (uiteindelijk) een twaalftal personen door het openbaar ministerie vervolgd ter zake van betrokkenheid bij een of meer van vorenstaande feiten. Naar aanleiding van in juni 2011 afgelegde getuigenverklaringen van

[getuige 2] en haar zus [verdachte 1], in dit onderzoek eveneens als verdachte aangemerkt, komt verdachte [verdachte 2] in beeld. Volgens de zussen [getuige 2 en verdachte 1] zou verdachte [verdachte 2], zijnde een goede vriendin van verdachte [verdachte 1], op enige wijze betrokken zijn bij alle in onderzoek 'Dotter' gepleegde strafbare feiten. [verdachte 2] legt vervolgens bij de politie een bekennende verklaring af ten aanzien van haar betrokkenheid bij voornoemde feiten. Zij verklaart niet alleen over haar eigen rol hierin, maar noemt ook de namen van andere personen die op enige wijze betrokken zouden zijn bij een of meer van deze feiten. De politie wordt mede hierdoor op het spoor gezet van (onder meer) de volgende personen: [verdachte 3],

[verdachte 4], [verdachte 5], [verdachte], [verdachte 7], [verdachte 8], [verdachte 9], [verdachte 10], [verdachte 11] en [verdachte 12], allen verdachten in het onderhavige onderzoek.

Ten aanzien van de toedracht van vorenbedoelde strafbare feiten valt uit het procesdossier, in grote lijnen, het volgende af te leiden.

Aanleiding voor het plegen van deze strafbare feiten vormt de bewering dat aangeefster [aangeefster 1] in het bezit is van een grote som contant geld. Er wordt in dit kader gesproken over een bedrag variërend van ongeveer € 500.000 tot € 1.000.000. Dit geld zou [aangeefster 1] volgens enkele verdachten hebben ondergebracht bij haar goede vriendin die woonachtig is in Hijken, te weten aangeefster [aangeefster 2]. Er ontstaat dan op enig moment het idee om dit geld van [aangeefster 1] af te pakken. Hiertoe wordt op 26 oktober 2010 door een aantal verdachten een overval gepleegd op de woning van [aangeefster 2] in Hijken. In de woning bevinden zich op dat moment aangeefster [aangeefster 2] en haar 11-jarige zoon. De beweerde grote som geld wordt echter niet aangetroffen. Uiteindelijk wordt een geldbedrag van € 3.000 en een kluis - zonder inhoud (van waarde) - buitgemaakt.

In de hoop dat het grote geldbedrag van aangeefster [aangeefster 1] zich toch bevindt in de woning van [aangeefster 1] zelf, wordt het plan opgevat om in haar woning in Assen in te breken. Op 10 december 2010 wordt aan dit plan uitvoering gegeven. Op het moment dat [aangeefster 1] niet in de woning aanwezig is, wordt er door een van de verdachten ingebroken en wordt het huis doorzocht. De buit is (onder meer) een bedrag van € 27.000 aan contant geld.

Als achteraf blijkt dat dit buitgemaakte geld niet van aangeefster [aangeefster 1] is maar van haar partner, wordt door enkele van de eerdergenoemde verdachten opnieuw een poging ondernomen om het vermeende geld van [aangeefster 1] afhandig te maken. Op 31 mei 2011 vindt er in de woning van [aangeefster 1] een gewelddadige overval plaats waarbij eveneens een aantal verdachten betrokken is. Ook ditmaal wordt echter niet de grote som geld aangetroffen. Er wordt nog wel met de van [aangeefster 1] gestolen pinpas een bedrag van € 900,- gepind.

Naar aanleiding van vorenstaande wordt verdachte [verdachte] strafbare betrokkenheid verweten bij de overval in Hijken op 26 oktober 2010. Deze betrokkenheid is in twee varianten ten laste gelegd: primair als (mede)pleger en subsidiair als medeplichtige.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het aan verdachte onder primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Uit het procesdossier zou ten aanzien van de rol van verdachte volgens de officier van justitie namelijk blijken dat:

- zij aanwezig is geweest bij de gesprekken waarbij de overval gepland werd;

- zij aanwezig is geweest toen de woning in Hijken werd afgelegd;

- zij tijdens de uitvoering van de overval in de auto heeft gewacht om de overvallers daarna snel van de plaats delict te kunnen wegvoeren.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het haar onder primair ten laste gelegde. Verdachte bekent dat zij medeplichtig is aan de overval in Hijken op 26 oktober 2010.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat uit van de volgende feitelijke gang van zaken.1

Het komt medeverdachte [verdachte 2] op een gegeven moment via haar oma, medeverdachte [verdachte 3], ter ore dat de nieuwe partner van haar opa, aangeefster [aangeefster 1], in het bezit zou zijn van een grote som contant geld. Het gaat dan volgens [verdachte 3] om een bedrag van ongeveer € 500.000. Dit geld zou door aangeefster [aangeefster 1] worden bewaard in een grote kist of koffer in de woning van haar vriendin in Hijken, te weten aangeefster [aangeefster 2]. [verdachte 3] en [verdachte 2] bespreken of zij een plan kunnen bedenken om dit geld van aangeefster [aangeefster 1] uit Hijken te halen. Vervolgens wordt medeverdachte [verdachte 5] ingeschakeld door voornoemde [verdachte 2] en [verdachte 3]. Na afloop van een familiefeestje gaat [verdachte 5] samen met zijn vriendin, verdachte [verdachte], naar de woning van [verdachte 3] en haar huisgenoot, medeverdachte [verdachte 4]. In de woning wordt in het bijzijn van [verdachte 3], [verdachte 2], [verdachte 5] en [verdachte] over het in Hijken aanwezige geld gesproken. [verdachte 3] en [verdachte 2] verschaffen aan [verdachte 5] informatie over de betreffende woning in Hijken, de bewoners ervan, namelijk een man, een vrouw en hun kind, en waar het geld in de woning zou moeten liggen, te weten in een koffer onder hun bed. Er worden eveneens afspraken gemaakt over het delen van de buit door medeverdachten [verdachte 3], [verdachte 2] en [verdachte 5].2 [verdachte 5] schakelt vervolgens medeverdachte [verdachte 7] in. Met hem, medeverdachte [verdachte 2] en [verdachte] gaat [verdachte 5] ook enkele keren, ongeveer vijfmaal, in de auto van medeverdachte [verdachte 7] bij de woning in Hijken kijken.3 Ook medeverdachte [verdachte 8] is bij een van deze voorverkenningen aanwezig.4 Hierbij wordt de woning van [verdachte 3] en [verdachte 4] steeds als uitvalsbasis gebruikt, waarbij er in die woning ook verschillende voorbesprekingen ten aanzien van de (on)mogelijkheden van het uit te voeren plan plaatsvinden in aanwezigheid van de (mede)verdachten [verdachte 3], [verdachte 2], [verdachte 5], [verdachte], [verdachte 7] en [verdachte 4]. Ook op de dag van de overval, 26 oktober 2010, wordt deze woning als uitvalsbasis gebruikt; in de vroege ochtend vertrekken [verdachte] en de medeverdachten [verdachte 5] en [verdachte 7], in aanwezigheid van de door [verdachte 7] meegevraagde [verdachte 8], vanuit de woning van [verdachte 3] in de auto van [verdachte 7] naar de woning in Hijken.5

De betreffende auto wordt vervolgens in Hijken - op aangeven van [verdachte 7] - in de nabijheid van een school geparkeerd. Op het moment dat de mannelijke bewoner de betreffende woning in Hijken verlaat, verlaten [verdachte 5] en zijn medeverdachten [verdachte 7] en [verdachte 8] de auto, met medeneming van tie-rips. [verdachte] blijft achter in de auto; zij ziet de drie mannen in de richting van vorenbedoelde woning lopen.6 Vervolgens treden in ieder geval twee van de drie mannen, zijnde medeverdachten [verdachte 5] en [verdachte 7], de woning binnen door met een breekijzer een raam te forceren.7 Een van de mannen gaat naar de bovenverdieping van de woning gelegen aan [b-straat], naar de slaapkamer van aangeefster [aangeefster 2], waar zij op dat moment nog ligt te slapen. Er wordt onmiddellijk geroepen: "Dit is het arrestatieteam, u wordt gearresteerd, u moet liggen", waarbij eveneens wordt gezegd dat de man van aangeefster op de snelweg zal worden aangehouden. Hierop wordt [aangeefster 2], die zich inmiddels heeft opgericht, teruggeduwd in haar bed. Al liggend op haar buik worden haar armen op haar rug vastgehouden, waarna om haar polsen tie-rips worden gedaan. Vervolgens wordt er gevraagd naar het in de woning aanwezige zwarte geld: "Zwart geld, zwart geld, wij zoeken zwart geld, we weten dat het er is." De andere persoon loopt in de woning rond. Uit het nachtkastje naast het bed van [aangeefster 2] wordt vervolgens een kluis gehaald, waarna er wordt gevraagd: "Nummer van de kluis, nummer van de kluis." Door de man wordt hierop getracht met de door aangeefster gegeven combinatie de kluis te openen. Hij trekt hierbij het hoofd van [aangeefster 2] aan haar haren omhoog. Ondertussen merkt aangeefster dat ook haar 11-jarige zoon, [getuige 1], bij haar op bed is gekomen. Ook om zijn polsen worden tie-rips gedaan. Er wordt tegen hen gezegd dat ze niet mogen kijken, waarbij herhaaldelijk wordt gevraagd naar het zwarte geld en de weedplantages. Op het moment dat [getuige 1] zich opricht, wordt tegen hem gezegd: "Liggen, liggen." Er wordt ook een kussen op het hoofd van aangeefster [aangeefster 2] gelegd. Er wordt gezegd dat aangeefster en haar zoon rustig moeten blijven liggen. Dit wordt nogmaals herhaald op het moment dat de overvallers de woning verlaten. Als aangeefster [aangeefster 2] beneden komt, ziet ze dat haar woning overhoop is gehaald. Er is een geldbedrag weggenomen uit een portemonnee die op een van de keukenkastjes lag en ook vorenbedoelde kluis is door de overvallers meegenomen.8

Medeverdachten [verdachte 5], [verdachte 7] en [verdachte 8] verlaten ondertussen met de door [verdachte] bestuurde auto Hijken om vervolgens samen met de buit naar de woning van [verdachte 3] en [verdachte 4] terug te keren. Aldaar wordt de buitgemaakte kluis door medeverdachten [verdachte 5], [verdachte 7], [verdachte 8] en [verdachte 4] gekraakt. Er blijkt niets (van waarde) in te zitten. Op de terugweg naar Almere wordt de kluis weggegooid.9

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het vorenstaande voldoende wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen oplevert, zoals de officier van justitie heeft betoogd. Voor medeplegen is een nauwe en bewuste samenwerking tussen de medeplegers vereist die - in onderhavige zaak - gericht is op - kort gezegd - de diefstal met braak en geweld. De rechtbank leidt uit vorenstaande feiten en omstandigheden ten aanzien van de rol van verdachte het volgende af. Verdachte is meerdere malen aanwezig geweest bij de (voor)besprekingen van een op handen zijnde inbraak in de woning van aangeefster [aangeefster 2]. Op het moment dat enkele van haar medeverdachten de situatie in Hijken gingen bekijken, is verdachte mee geweest. Voor de vaststelling dat verdachte gedurende deze voorbesprekingen en verkenningen een actieve rol heeft gespeeld, bevat het procesdossier echter onvoldoende (duidelijke) aanknopingspunten. Verdachte heeft daarnaast op het moment van de overval bij de "vluchtauto" gewacht op de overvallers, daarna is zij met hen teruggereden naar de woning van medeverdachten [verdachte 3] en [verdachte 4].

Uit deze vaststellingen kan op zichzelf, noch in onderlinge samenhang bezien, niet blijken van een zodanige nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar medeverdachten dat verdachte als medepleger bij de overval kan worden aangemerkt. Verdachte zal derhalve van het haar onder primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid aan - kort gezegd - diefstal met braak en geweld is vereist dat verdachte opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft tot dan wel opzettelijk behulpzaam is geweest bij het (mede)plegen van dit feit.

Door met een "vluchtauto" in de nabijheid van de woning die is overvallen klaar te staan om zodoende - naar zij wist - de plegers van de overval onmiddellijk hierna weg te voeren uit Hijken, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat zij opzettelijk middelen heeft verschaft aan de plegers van de overval. De rechtbank gaat er hierbij vanuit dat verdachte naast opzet op de diefstal met braak ook (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de door de plegers verrichte geweldshandelingen. De rechtbank leidt uit het procesdossier namelijk af dat het verdachte tevoren bekend was dat de medeverdachten een woning zouden binnengaan waarin een man, een vrouw en een kind woonachtig waren. De woning is echter betreden op een moment dat de medeverdachten zich er slechts van hadden vergewist dat een van de bewoners de woning had verlaten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte zich hiermee willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat er enig geweld zou worden toegepast ten opzichte van de nog in de woning aanwezige bewoners, zoals zich ook heeft verwezenlijkt.

Vorenstaande maakt dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte [verdachte] medeplichtig is geweest aan het haar ten laste gelegde feit.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het haar onder subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

[verdachte 5] en [verdachte 7] en [verdachte 8] op 26 oktober 2010 te Hijken, tezamen en in vereniging, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan [b-straat] hebben weggenomen een geldbedrag en een kluis, toebehorende aan [aangeefster 2], waarbij die [verdachte 5] en die [verdachte 7] en die [verdachte 8] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [aangeefster 2] en haar zoon [getuige 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte en die medeverdachten

- de slaapkamer waarin die [aangeefster 2] zich bevond, zijn binnengegaan en

daarbij tegen die [aangeefster 2] hebben gezegd: "Dit is het arrestatieteam, u wordt gearresteerd, u moet liggen", en

- tegen die [aangeefster 2] hebben gezegd dat haar man op de snelweg zou worden aangehouden en

- die [aangeefster 2] terug op bed hebben geduwd en

- de armen van die [aangeefster 2] op haar rug hebben vastgehouden en

- om de polsen van die [aangeefster 2] tie-rips hebben gedaan en

- tegen die [aangeefster 2] hebben gezegd: "Zwart geld, zwart geld, wij zoeken zwart geld, we weten dat het er is", en

- een kluis uit een nachtkastje hebben gepakt en daarbij tegen die [aangeefster 2] hebben gezegd: "Nummer van de kluis, nummer van de kluis", en

- tegen die [aangeefster 2] en die [getuige 1] hebben gezegd dat zij niet mochten kijken, en

- meermalen aan die [aangeefster 2] hebben gevraagd waar het zwarte geld en de weedplantages waren en

- tegen die [getuige 1] hebben gezegd: "Liggen, liggen", en

- om de polsen van die [getuige 1] tie-rips hebben gedaan en

- tegen die [aangeefster 2] en die [getuige 1] hebben gezegd dat zij rustig moesten blijven liggen en

- een kussen op het hoofd van die [aangeefster 2] hebben gelegd en

- het hoofd van die [aangeefster 2] aan haar haren omhoog heeft getrokken en

- toen verdachte en die medeverdachten die woning verlieten tegen die

[aangeefster 2] en die [getuige 1] hebben gezegd: "Liggen blijven"

tot welk misdrijf verdachte in de periode van 1 januari 2010 tot en met 26 oktober 2010 in Nederland, opzettelijk middelen heeft verschaft door

- samen met die [verdachte 5] en die [verdachte 7] voorafgaand aan die diefstal met geweld de door die [aangeefster 2] bewoonde woning of de onmiddellijke omgeving daarvan af te leggen en

- met een auto in de directe omgeving van die woning klaar te staan voor een

snelle aftocht en die [verdachte 5] en die [verdachte 7] en die [verdachte 8] onmiddellijk na het plegen van dat misdrijf met die auto te vervoeren van de plaats van het misdrijf.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het onder subsidiair meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het onder subsidiair bewezen verklaarde levert op:

Medeplichtigheid aan diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto artikel 312 juncto artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit feit is begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman van de verdachte;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 26 september 2011;

- de inhoud van een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, d.d. 6 december 2011 opgemaakt door [getuige-deskundige].

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het haar onder primair ten laste gelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 164 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen.

De raadsvrouw van verdachte heeft eveneens bepleit een deels voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de periode die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, alsmede een werkstraf.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een overval in een woning in Hijken. Verdachtes mededaders zijn door het forceren van een raam de woning binnengedrongen, waarna een vrouw en haar 11-jarige zoon op het bed zijn gekneveld door middel van tie-rips. Ondertussen is er in de woning gezocht naar een grote som contant geld die zich, volgens de van anderen vooraf verkregen informatie, in die woning zou moeten bevinden. Hiertoe is de vrouw gedwongen de code van de in haar woning aanwezige kluis af te geven. Uiteindelijk zijn de overvallers er met een door verdachte bestuurde vluchtauto vandoor gegaan met voornoemde kluis, die achteraf niets van waarde bleek te bevatten, en een geldbedrag.

Verdachtes mededaders hebben de overval tevoren goed overdacht en voorbereid en zij hebben zich hierbij en bij de daadwerkelijke uitvoering hiervan - kennelijk - geen moment bekommerd om de gevolgen die hun handelen voor de slachtoffers zou hebben. Dat de impact van het handelen van verdachte en haar mededaders op de slachtoffers groot is geweest, blijkt - onder meer - uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring. Door dit handelen van de mededaders zijn daarenboven de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving vergroot.

Ondanks dat het aandeel van verdachte veel minder groot is geweest dan dat van de daadwerkelijke overvallers, kan haar wel worden aangerekend - en dat doet de rechtbank ook - dat zij op geen enkel moment een einde heeft geprobeerd te maken aan de plannenmakerij van anderen, ook niet toen dit ernstig uit de hand dreigde te lopen. Verdachte heeft overigens ter terechtzitting berouw getoond over hetgeen de slachtoffers is aangedaan en met name over het feit dat zij zich niet heeft verzet tegen de plannen van haar (toenmalige) partner, eveneens een mededader.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte dient te worden opgelegd, overeenkomstig het op dit punt bestaande (landelijke) oriëntatiepunt.

De rechtbank zal echter in vergaande mate rekening houden met de medische toestand van verdachte, die in verband met ernstig nierfalen drie maal per week een behandeling in het ziekenhuis moet ondergaan. Daarnaast zal de rechtbank bij de straftoemeting ten voordele van verdachte in aanmerking nemen dat uit het verdachte betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van strafbare feiten is veroordeeld. Tevens zal de rechtbank rekening houden met de inhoud van de reclasseringsrapportage waaruit blijkt dat verdachte zich onvoldoende heeft weten te verzetten tegen de plannen van haar vriend, medeverdachte [verdachte 5], en verdachte inmiddels onder behandeling is in verband met haar persoonlijkheidsproblematiek.

Alles in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, alsmede een werkstraf, zoals de officier van justitie heeft gevorderd, een passende bestraffing. Gelet op de verslechterende medische toestand van verdachte zal de rechtbank aan verdachte - anders dan de officier van justitie heeft gevorderd - een werkstraf voor de duur van 180 dagen, subsidiair 90 dagen hechtenis, opleggen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder primair ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder subsidiair ten laste gelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen waarvan een gedeelte groot 164 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De rechtbank veroordeelt de verdachte voorts tot een taakstraf bestaande uit 180 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 90 dagen zal worden toegepast.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, mr. J.J. Schoemaker en

mr. F. Sieders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 29 december 2011, zijnde mr. Schoemaker, voornoemd, buiten staat dit vonnis binnen de daartoe door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna een proces-verbaal wordt aangehaald, betreft dit een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal, tenzij anders vermeld. De aangehaalde processen-verbaal maken, tenzij anders vermeld, alle deel uit van een doorgenummerd dossier, d.d. 4 november 2011 op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant].

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1162 tot en met 1169, in het bijzonder pagina 1163 en 1166; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1170 tot en met 1180, in het bijzonder pagina 1173 en 1174; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 3], pagina's 1283 tot en met 1296, in het bijzonder pagina 1286 en 1287; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 3], pagina's 1297 tot en met 1305, in het bijzonder pagina 1300.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 5], pagina's 1365 tot en met 1372, in het bijzonder pagina 1367 en 1368.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 3], pagina's 1310 tot en met 1321, in het bijzonder pagina 1317; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van verdachte, pagina's 1417 tot en met 1429, in het bijzonder pagina 1421.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van (mede)verdachte [verdachte 3], pagina's 1310 tot en met 1321, in het bijzonder pagina 1312 en 1317; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van verdachte, pagina's 1417 tot en met 1429, in het bijzonder pagina 1422 tot en met 1426; proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende een verklaring van (mede)verdachte [verdachte 2], pagina's 1207 tot en met 1222, in het bijzonder pagina 1214.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van verdachte, pagina's 1417 tot en met 1429, in het bijzonder pagina 1424; zie voetnoot 3, in het bijzonder pagina 1379 en 1381.

7 Zie voetnoot 3, in het bijzonder pagina 1379.

8 Proces-verbaal van aangifte, inhoudende de verklaring van aangeefster [aangeefster 2], pagina's 83 tot en met 91, in het bijzonder pagina 85 en 87 tot en met 89; proces-verbaal van verhoor aangeefster, inhoudende de verklaring van aangeefster [aangeefster 2], pagina's 95 tot en met 107, in het bijzonder pagina 98.

9 proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van verdachte, pagina's 1417 tot en met 1429, in het bijzonder pagina 1426; zie voetnoot 3, in het bijzonder pagina 1368 en 1369.

??

??

??

??

Parketnummer: 19.810281-11

Uitspraak d.d.: 29 december 2011 2

vonnis