Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2011:BU3948

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
10-11-2011
Datum publicatie
10-11-2011
Zaaknummer
11/706
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Het verzoek tot handhavend optreden wegens strijdig handelen met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is afgewezen door verweerder. Verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hangende de bezwaarprocedure is afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector Bestuursrecht

Kenmerk: 11/607 WABOA

Uitspraak van de voorzieningenrechter op de voet van het bepaalde in titel 3 van hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) d.d. 10 november 2011

in het geding tussen:

[verzoekers], gevestigd te Alteveer, verzoekers,

en

Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Noordenveld, verweerder.

I. Procesverloop

Bij besluit van 11 augustus 2011 heeft verweerder het verzoek om handhavend op te treden tegen het vermeende met de bestemming strijdig gebruik van het perceel [adres] te Alteveer, alsmede tegen mogelijke overtredingen van de Flora en Faunawet afgewezen. Eveneens is het verzoek tot handhavend optreden wegens overig strijdig handelen met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) afgewezen.

Namens verzoekers is bij brief van 31 augustus 2011 tegen dit besluit bij verweerder bezwaar gemaakt.

Bij brief van 31 augustus 2011 is tevens namens verzoekers aan de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Verweerder heeft bij brief van 7 september 2011 de op de zaak betrekking hebbende stukken alsmede een verweerschrift ingezonden. De gemachtigde van verzoekers heeft hiervan een afschrift ontvangen.

Tevens hebben zich als partij gemeld het Leger des Heils Noord en [belanghebbende]

Het verzoek is behandeld ter zitting van de rechtbank op 3 november 2011, alwaar [verzoekers] zijn verschenen, bijgestaan door mr. E.R.M. Holtz-Russel.

Voor verweerder is verschenen M. Watermulder-Kuipers en O. Horlings.

Namens het Leger des Heils is verschenen. [belanghebbende], bijgestaan door mr. dr. C.F.J. Heemskerk.

[belanghebbende] is tevens verschenen.

II. Motivering

Algemeen

Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de recht¬bank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over het geschil in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en bindt dit de rechtbank niet bij haar beslissing in die procedure.

Aangezien tijdig bezwaar is gemaakt tegen het besluit waarop het verzoek betrekking heeft en deze rechtbank in de hoofdzaak bevoegd zal zijn, is voldaan aan het connexiteitsvereiste. Ook overigens is er geen beletsel het verzoek om een voorlopige voorziening ontvankelijk te achten.

Feiten en omstandigheden

Bij brief van 30 juni 2011 hebben verzoekers verzocht om handhavend op te treden tegen het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van de PWA-Hoeve.

Bij brief van 1 juli 2011 hebben verzoekers een verzoek tot handhaving ingediend. Verzoekers menen dat het gebruik van de PWA-Hoeve in strijd is met de Flora- en Faunawet.

Bij brief van 8 juli 2011 hebben verzoekers bovengenoemde verzoeken aangevuld en tevens verzocht om handhaving wegens overtreding van artikel 2.1, eerste lid, van de Wabo.

Op 19 juli 2011 heeft er een controle plaatsgevonden door medewerkers van de gemeente Noordenveld om te bezien of er sprake was van enig strijdig handelen.

Bij het thans bestreden besluit zijn de verzoeken om handhavend op te treden afgewezen.

Toepasselijke regelgeving

Artikel 2.1, eerste lid, van de Wabo, voor zover van belang, luidt:

“1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:

a. het bouwen van een bouwwerk,

b. het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald,

c. het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet,

d. het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk in met het oog op de brandveiligheid bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën gevallen.”

Artikel 2.19 van de Wabo luidt:

“Voor zover de aanvraag ingevolge een wettelijk voorschrift tevens betrekking heeft op een andere activiteit dan bedoeld in de artikelen 2.1, eerste lid, en 2.2, kan de omgevingsvergunning voor die activiteit slechts worden verleend of geweigerd op de gronden die zijn aangegeven in het betrokken wettelijk voorschrift.”

Beoordeling

De voorzieningenrechter dient de vraag te beantwoorden of er aanleiding bestaat tot het treffen van een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter dient allereerst vast te stellen of er sprake is van een spoedeisend belang. Verzoekers hebben aangevoerd dat het spoedeisend belang is ingegeven door de overlast die verzoekers ondervinden vanwege het gedrag van de cliënten van de Hoeve.

Namens verzoekers is een lijst overgelegd van incidenten, die naar de mening van verzoekers terug te voeren zijn op de aanwezigheid van het Leger des Heils in de Hoeve. Zo is onder meer aangevoerd dat er sprake is geweest van het betreden van privéterreinen door één of meerdere personen en er vernielingen zijn aangericht. Er zou tevens een verwarde man hebben rondgelopen, bij bewoners hebben aangebeld en mensen hebben lastiggevallen. Dit zou meerdere keren hebben plaatsgevonden. Tevens is er een incident geweest met een traumahelikopter waardoor de pony’s misschien wel zo van slag zijn geraakt dat een veulen is overleden. Eveneens is eenmalig harde muziek gehoord. Ter zitting is erkend door de gemachtigde van het Leger des Heils dat er enige incidenten hebben plaatsgevonden waarop adequaat is gehandeld door het Leger des Heils. Voor het overige worden er naar de mening van het Leger des Heils ten onrechte incidenten gerelateerd aan de aanwezigheid van de opvang in de Hoeve en zijn deze ook niet nader onderbouwd. Ter zitting is voorts door mevrouw Lagas verklaard dat de afgelopen weken zich geen voorvallen hebben voorgedaan.

De voorzieningenrechter is thans van oordeel dat gelet op de aard en het verloop van de incidenten er geen sprake is van een spoedeisend belang welke maakt dat de beslissing op bezwaar niet kan worden afgewacht en er derhalve aanleiding zou zijn om over te gaan tot het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit mede is ingegeven door het feit dat namens verweerder is aangegeven dat er uiterlijk eind november begin december 2011 een beslissing op het bezwaarschrift zal worden genomen.

Gelet op het vorenoverwogene wijst de voorzieningenrechter het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van spoedeisend belang. De voorzieningenrechter acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Mulder, rechter, bijgestaan door mr. H.E. Melissen, griffier.

mr. H.E. Melissen mr. L. Mulder

In het openbaar uitgesproken op 10 november 2011.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Afschrift verzonden op: