Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2011:BU1392

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
25-10-2011
Datum publicatie
25-10-2011
Zaaknummer
19.830178-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inbreken in een woning in de nachtelijke uren terwijl de bewoners liggen te slapen is een zeer ernstig feit. Door zo te handelen wordt privacy en de veiligheid van de bewoners ernstig aangetast. Het is een feit van algemene bekendheid dat de slachtoffers daar gedurende een lange periode nog de nodige psychische gevolgen van ondervinden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830178-11

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 25 oktober 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [datum] 1969,

wonende [woonadres]

verblijvende in P.I. Noord, locatie De Grittenborgh te Hoogeveen.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 11 oktober 2011.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. H.J. Pellinkhof, advocaat te Assen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1. hij op of omstreeks 10 juli 2011 te Beilen, gemeente Midden Drenthe, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in of voor de nachtrust bestemde tijd, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de Berkenlaan (22) heeft weggenomen een navigatiesysteem en/of een laptop en/of een telefoon en/of een of meer portemonnee's met inhoud en/of autosleutels, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2. hij op of omstreeks 10 juli 2011 te Beilen, gemeente Midden Drenthe, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een aan/nabij de Berkenlaan staande auto (Toyota Corolla Verso), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die auto te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel, met dat voornemen zich tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, naar die auto heeft/hebben begeven en/of (vervolgens) zich door middel van een uit de woning weggenomen sleutel die auto heeft/hebben geopend en/of (vervolgens) in die auto is/zijn gaan zitten en/of (vervolgens) getracht heeft/hebben die auto te starten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of bedreiging hierin bestond(en), dat verdachte en/of zijn mededader een pistool, althans een vuurwapen op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht en/of in de richting van die [slachtoffer] heeft/hebben geschoten;

De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging staat "verdachte en/of zijn mededader(s)" lezen alsof daar staat "verdachte en/of zijn medeverdachte(n)". De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. I.E. de Ruijter acht hetgeen 1 en 2 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 8 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmiddelen

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen, te weten:

1. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 10 juli 2011, inhoudende de verklaring van [slachtoffer];

2. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 11 juli 2011 inhoudende de bevindingen van het door verbalisant op 10 juli 2011 ingestelde onderzoek;

3. de bekennende verklaring van verdachte afgelegd op de openbare terechtzitting van 11 oktober 2011.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. hij op 10 juli 2011 te Beilen, gemeente Midden Drenthe, tezamen en in vereniging met een ander, in voor de nachtrust bestemde tijd, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de Berkenlaan (22) heeft weggenomen een laptop en een telefoon en portemonnee's met inhoud en autosleutels, toebehorende aan anderen dan aan verdachte en zijn medeverdachte, waarbij verdachte en zijn medeverdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van inklimming;

2. hij op 10 juli 2011 te Beilen, gemeente Midden Drenthe, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een aan de Berkenlaan staande auto (Toyota Corolla Verso), toebehorende aan [slachtoffer] en zich daarbij de toegang tot die auto te verschaffen door middel van een valse sleutel, met dat voornemen zich tezamen en in vereniging met een ander naar die auto heeft begeven en vervolgens in die auto is gaan zitten en vervolgens getracht heeft die auto te starten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1 en 2 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. De rechtbank acht met name niet bewezen dat verdachte ten tijde van de poging tot diefstal van de auto wetenschap heeft gehad van het feit dat zijn medeverdachte over een wapen beschikte. Dat leidt er toe dat het tenlastegelegde geweld of bedreiging met geweld niet kan worden bewezen.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1: diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd en door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming,

strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels,

strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank heeft bewezen geacht dat verdachte en zijn medeverdachte hebben ingebroken in een woning in de nachtelijke uren. Met de gestolen sleutels hebben zij geprobeerd de bij de woning staande auto mee te nemen.

Verdachte heeft verklaard dat hij en zijn medeverdachte in Beilen waren gestrand met autopech. Het plan was om autosleutels te stelen zodat hij en zijn medeverdachte met de gestolen auto verder konden reizen. Het slachtoffer heeft dat laatste kunnen voorkomen. Hij werd wakker en zag de verdachte bij zijn auto staan. Als reactie op het willen stelen van de auto heeft het slachtoffer verdachte een trap gegeven waardoor hij kwam te vallen. Als reactie daarop heeft de medeverdachte met een alarmpistool geschoten en zijn de verdachte weggerend door het ontstane tumult.

Inbreken in een woning in de nachtelijke uren terwijl de bewoners liggen te slapen is een zeer ernstig feit. Door zo te handelen wordt privacy en de veiligheid van de bewoners ernstig aangetast. Het is een feit van algemene bekendheid dat de slachtoffers daar gedurende een lange periode nog de nodige psychische gevolgen van ondervinden.

De officier van justitie heeft de rechtbank voorgesteld om een gevangenisstraf op te leggen van 8 maanden voor de door haar bewezen geachte feiten. De verdachte heeft op de zitting aangegeven niet gemotiveerd te zijn voor een vrijwillige opname in het IMC om aan zijn verslavingsproblemen te gaan werken. Verdachte ziet het IMC als een tussenstation om voor begeleid wonen in aanmerking te komen. Dat laatste ziet verdachte als de oplossing om niet te recidiveren. De officier acht om die reden een voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden als door de reclassering voorgesteld, niet op zijn plaats.

De raadsman heeft zich bij het standpunt van de officier aangesloten en heeft de rechtbank in overweging gegeven de geëiste straf te matigen.

Aangaande de op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met de aard en ernst van het bewezen verklaarde, met de omstandigheden waaronder dit is begaan en met hetgeen de rechtbank uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte. Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 12 september 2011 waaruit blijkt dat verdachte veelvuldig tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf is veroordeeld met betrekking tot vermogensdelicten.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een gevangenisstraf geboden is van een omvang als door de officier van justitie is gevorderd.

De rechtbank acht een voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden, zoals de reclassering dat heeft voorgesteld, niet aangewezen omdat uit de documentatie naar voren komt dat de voorwaardelijk opgelegde straffen veelal ten uitvoer zijn gelegd en verdachte onvoldoende gemotiveerd is om aan de voorwaarden mee te werken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

een gevangenisstraf voor de duur van ACHT MAANDEN.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter en mr. M.C. Fuhler en mr. F. Sieders, rechters in tegenwoordigheid van D. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 25 oktober 2011.

Parketnummer: 19.830178-11

Uitspraak d.d.: 25 oktober 2011 5

vonnis