Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2011:BT6878

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
04-10-2011
Datum publicatie
06-10-2011
Zaaknummer
321052 - CV EXPL 11-4701
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kantonrechter acht zich voorshands ambtshalve niet bevoegd om kennis te nemen van een vordering strekkende tot het op een bepaalde wijze snoeien en gesnoeid houden van bomen en struiken.

Die vordering betreft het maken van een inbreuk op een eigendomsrecht en is van onbepaalde waarde. Die waarde kan niet worden gesteld op c.q. gelijk gesteld worden met de kosten van het realiseren van die inbreuk bij toewijzing van de vorderingen. Het belang is niet gelegen in de te maken snoeikosten, maar in de aanwezigheid van de bomen, met hun aard en grootte

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector kanton

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 321052 \ CV EXPL 11-4701

vonnis van de kantonrechter van 4 oktober 2011

in de zaak van

[Eiser],

hierna te noemen: [eiser],

wonende te [adres],

eisende partij,

gemachtigde: Mr. drs. J. van Wieringen,

tegen

[Gedaagde],

hierna te noemen: [gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. M.B.A. de Bruijn.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 08 juli 2011 met producties

de conclusie van antwoord van 20 september 2011, tevens houdende een verzoek om een descente, met producties.

De beoordeling

1. [Eiser] vordert, kort en zakelijk weergegeven, veroordeling van [gedaagde] tot het snoeien en jaarlijks gesnoeid houden van een aantal met name aangeduide bomen ter voorkoming van het wegnemen van licht en veroorzaken van hinder, alsmede om vast te stellen dat twee specifieke bomen (die thans circa 18 meter hoog zouden zijn) niet hoger mogen worden dan 7 meter en de lijsterbessen (die thans circa 7 meter zouden zijn) niet hoger dan 3,50 meter.

[Eiser] stelt dat [gedaagde] in strijd met artikel 5:37 BW handelt en dat de kantonrechter bevoegd is over de vorderingen te oordelen omdat 'de waarde van de vorderingen ver onder de competentiegrens van € 5.000,00 blijft en niet onbepaald zijn'. Het snoeiwerk van een hovenier zal niet meer kosten dan € 1.500,00.

2. Door [gedaagde] is bij antwoord gemotiveerd verweer gevoerd. Zij is niet ingegaan op de vraag of de kantonrechter bevoegd is.

3. De kantonrechter overweegt dat zij gehouden is ambtshalve te bezien of zij bevoegd is over de vorderingen te oordelen. Juist is dat de kantonrechter, uitgaande van het moment van dagvaarden in de onderhavige zaak, bevoegd is te oordelen over vorderingen met een beloop van ten hoogste € 5.000,00, alsmede vorderingen van onbepaalde waarde als er duidelijke aanwijzigen bestaan dat deze geen hogere waarde vertegenwoordigen dan € 5.000,00.

4. Anders dan [eiser] (veronder-)stelt kan van zijn vorderingen naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter echter niet worden gezegd dat deze ver onder de competentiegrens van € 5.000,00 blijven en niet onbepaald zijn. Daartoe overweegt de kantonrechter dat die vorderingen het maken van een inbreuk op het eigendomsrecht van [gedaagde] betreffen. Immers, gevorderd is dat [gedaagde] aan haar in eigendom toebehorende bomen op een bepaalde wijze dient te snoeien en jaarlijks gesnoeid dient te houden. Die inbreuk op dat eigendomsrecht is van onbepaalde waarde en deze kan niet -zoals [eiser] voorstaat- worden gesteld op c.q. gelijk gesteld worden met de kosten van het realiseren van die inbreuk bij toewijzing van de vorderingen. Nog daargelaten of van die kosten wel kan worden gezegd dan zij 'ver onder de competentiegrens van € 5.000,00' blijven, nu onder meer een veroordeling wordt gevorderd tot het jaarlijks onderhouden c.q. gesnoeid houden van de aangegeven bomen. Het belang is niet gelegen in de te maken snoeikosten, maar in de aanwezigheid van de bomen, met hun vorm en grootte. Dat blijkt overigens ook uit de grondslag van de vorderingen, te weten 'het onthouden van licht en lucht en veroorzaken van hinder'. Met de vorderingen is beoogd een einde te maken aan de gestelde ondervonden onthouding van licht en lucht en ondervonden overlast.

5. Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter voorshands ambtshalve van oordeel is dat zij niet bevoegd is van de vorderingen kennis te nemen en dat zij de procedure moet verwijzen naar de sector civiel, afdeling handel, van de rechtbank (zie de artikelen 93 onder a en 71 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zoals deze luidden ten tijde van het dagvaarden). Alvorens dat te doen, zal de kantonrechter partijen echter in de gelegenheid stellen zich, nu [gedaagde] over de bevoegdheid nog niets heeft gemeld, over dit punt uit te laten.

Beslissing

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rolzitting van 18 oktober 2011 voor akte uitlating door beide partijen inzake hetgeen hiervoor is overwogen in de rechtsoverwegingen 4 en 5 ;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. A.M.A.M. Kager en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2011.

typ/conc: 131ak

coll: