Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2011:BT6176

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
29-09-2011
Datum publicatie
29-09-2011
Zaaknummer
88491 - KG ZA 11-201
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot ontruiming. Nadat de huurder heeft gedreigd om de gehuurde woning op te blazen, wordt in de woning een hennepkwekerij en explosief materiaal aangetroffen. In dit geval kan gezien het gevaarzettende gedrag van gedaagde en de risico's waaraan de omwonenden zijn blootgesteld van de verhuurder niet worden verwacht dat zij een bodemprocedure afwacht. Mede gelet op de onrust die is ontstaan onder de omwonenden door hetgeen in de woning is aangetroffen, wordt de vordering tot ontruiming toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2011/267
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ASSEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 88491 / KG ZA 11-201

Vonnis in kort geding van 29 september 2011

in de zaak van

de stichting

STICHTING LEFIER,

gevestigd te Hoogezand,

eiseres,

advocaat mr. J. Dam-de Haan,

tegen

[GEDAAGDE],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. S.M. Carabain-Klomp.

Partijen zullen hierna Lefier en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding 5 september 2011;

- de mondelinge behandeling van 15 september 2011;

- de pleitnota van [gedaagde];

- de overige in het geding gebrachte bescheiden.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Lefier verhuurt aan [gedaagde] de woning staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats].

2.2. Op de huurovereenkomst zijn de zogenaamde Algemene voorwaarden van toepassing. Daarin is onder meer bepaald dat de huurder, zijn huisgenoten en zijn huisdieren aan omwonenden geen hinder of overlast mogen bezorgen.

2.3. Op maandag 22 augustus 2011 heeft [gedaagde] gedreigd om zijn woning op te blazen, waarna de politie een inval in de woning heeft gedaan. Bij die inval zijn vuurwerkbommen, althans meerdere explosieve materialen, gasflessen en de nodige illegale wapens aangetroffen. Tevens werd in de woning een in werking zijnde hennepplantage met in totaal 60 planten aangetroffen.

2.4. Bij beslissing van 24 augustus 2011 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank (zaaknummer 88328/KG-ZA 11-186) de vordering van Lefier strekkende tot het verkrijgen van toegang tot de huurwoning teneinde de woning te kunnen inspecteren op (brand)veiligheid, toegewezen.

2.5. Bij beschikking van 26 augustus 2011 heeft de burgemeester van de gemeente Emmen met verwijzing naar zijn wettelijke bevoegdheden op basis van artikel 174a Gemeentewet en artikel 13b Opiumwet besloten de woning aan de [adres] tijdelijk voor de periode van zes weken, dat wil zeggen tot en met 6 oktober 2011, te sluiten.

2.6. Lefier heeft [gedaagde] de mogelijkheid geboden om de huurovereenkomst vrijwillig op te zeggen. [gedaagde] is hiertoe niet bereid gebleken.

2.7. [gedaagde] verblijft op dit moment in voorarrest. Onlangs is gevangenhouding verleend tot aan de inhoudelijke strafzitting, die gepland staat op 12 november 2011.

2.8. Hierop heeft Lefier onderhavige procedure gestart.

3. Het geschil

3.1. Lefier vordert verkort weergegeven - ontruiming van de woning aan de [adres] te [woonplaats] door [gedaagde] binnen twee dagen na betekening van dit vonnis één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom, met machtiging van Lefier om de ontruiming zonodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

3.2. Daartoe stelt Lefier, samengevat weergegeven, dat [gedaagde] in ernstige mate toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van diens verplichtingen uit de huurovereenkomst. Gelet op het gedrag en de houding van [gedaagde] is er sprake van ernstig misdragen. [gedaagde] heeft gedreigd de woning op te blazen en er is daadwerkelijk zeer explosief materiaal en een professionele hennepkwekerij in de woning aangetroffen. Voorts weigert [gedaagde] Lefier de toegang tot de woning, hetgeen heeft geleid tot een eerdere kort geding procedure. Lefier is van mening dat gelet op het ernstige gevaarzettende karakter van zowel de aanwezigheid van explosieven als de hennepkwekerij, niet langer van haar gevergd kan worden dat zij uitvoering geeft aan de huurovereenkomst. Lefier wijst er op dat er door het gedrag van [gedaagde] en de aangetroffen materialen, hetgeen breed in de krant is uitgemeten, veel onrust is ontstaan in de omgeving en dat de tijdelijke sluiting van de woning door de burgemeester van de gemeente Emmen slechts een beperkte maatregel is.

Verder is niet zeker wanneer de detentie van [gedaagde] zal eindigen.

3.3. Het verweer van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering. Daartoe voert [gedaagde] aan, samengevat weergegeven, dat geen sprake is van spoedeisend belang. [gedaagde] betwist dat er sprake is van een zodanig ernstig bedreigende situatie dat de normale weg van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. De politie heeft de hennepkwekerij ontmanteld en de explosieven zijn opgeruimd. De rust in de omgeving wordt gewaarborgd door de sluiting van de woning door de burgemeester. Ook verblijft [gedaagde] momenteel in voorarrest. Onduidelijk is of [gedaagde] zich zelfstandig staande kan houden in de maatschappij, echter totdat duidelijk is wat in de toekomst qua huisvesting het beste voor [gedaagde] is, wenst hij zijn woning aan de [adres] te houden. Ontruiming is feitelijk ook onmogelijk omdat [gedaagde] gedetineerd zit en geen goede nieuwe woonruimte heeft waar hij zijn meubilair naar toe kan brengen.

De hennepkwekerij wordt door [gedaagde] niet betwist. Hij gebruikt zelf hennep om de pijn in zijn rug te bestrijden. De door [gedaagde] geuite dreiging wordt niet betwist, maar zou te wijten zijn aan het feit dat er mogelijk in de ontwikkeling bij [gedaagde] iets niet goed is gegaan. [gedaagde] wijst er op dat hij aan de dreiging (opblazen van de woning) ook geen gevolg heeft gegeven. [gedaagde] heeft recht op een eerlijke behandeling tijdens een bodemprocedure waarbij gedegen wordt gekeken naar zijn belangen. Dan is er ook meer duidelijk over de aard en de omvang van de vermeende gevaarzetting in de woning aan de [adres], de geïndiceerde straf en de mogelijkheden om het recidivegevaar te beperken. Als gaandeweg de bodemprocedure blijkt dat [gedaagde] zijn huurwoning dient te verlaten, dan heeft hij de tijd om samen met de hulpverlening vervangende woonruimte te zoeken, al dan niet beschermd.

4. De beoordeling

4.1. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de gevorderde ontruiming van woonruimte een vergaande maatregel is, die diep ingrijpt in het woonrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Voor de toewijsbaarheid van een dergelijke vordering dient dan ook niet alleen te worden beoordeeld of aannemelijk is dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure ontbonden zal worden, maar tevens of sprake is van een situatie die zodanig ernstig of acuut is dat van een verhuurder niet kan worden gevergd dat hij een bodemprocedure afwacht. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4.2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter handelt [gedaagde] in strijd met de tussen hem en Lefier gesloten huurovereenkomst en de op die overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden. In de woning is immers een in werking zijnde hennepkwekerij (60 planten) en explosief materiaal aangetroffen, hetgeen door [gedaagde] niet wordt betwist. Het hebben van een hennepkwekerij en explosief materiaal in de woning levert een ernstige tekortkoming op in de nakoming van zijn verplichting zich als een goed huurder te gedragen en aannemelijk is dan ook dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure ontbonden zal worden. Dat [gedaagde] zelf hennep gebruikt in verband met zijn rugklachten en dat er in zijn ontwikkeling mogelijk iets niet helemaal goed is gegaan, hij zou bepaalde copingsvaardigheden missen, maakt dat niet anders. Voorzover [gedaagde] met een beroep op deze omstandigheden betoogt dat de tekortkoming niet aan hem toerekenbaar is, geldt immers dat toerekenbaarheid van een tekortkoming geen voorwaarde is voor ontbinding van de huurovereenkomst, hetgeen eveneens geldt voor de gevorderde ontruiming. Gezien de aard en ernst van de gedragingen, is naar voorlopig oordeel evenmin sprake van een tekortkoming van geringe betekenis.

4.3. In dit geval kan gezien het gevaarzettende gedrag van [gedaagde] en de risico's waaraan de omwonenden zijn blootgesteld van Lefier niet worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Dit te meer nu Lefier ter zitting onweersproken heeft aangevoerd dat er als gevolg van berichtgeving in de krant over hetgeen door de politie in de woning is aangetroffen onrust is ontstaan in de omgeving in een zodanige mate, dat bij een eventuele terugkeer van [gedaagde] in de woning moet worden gevreesd voor de reactie van de omwonenden. De voorzieningenrechter acht de gevorderde ontruiming dan ook gerechtvaardigd, met dien verstande dat de gevorderde ontruimingstermijn wordt verlengd aldus dat [gedaagde] de woning uiterlijk dient te ontruimen voor 6 oktober 2011, zijnde de datum waarop de tijdelijke sluiting van de woning door de burgemeester van de gemeente Emmen afloopt. Lefier heeft ter zitting aangegeven dat zij reeds met de hulpverlenende instanties een traject in gang heeft gezet om goede vervangende huisvesting c.q. opvang voor [gedaagde] te realiseren zodra hij uit detentie komt, en zo nodig voor de opslag van zijn inboedel zal zorgen.

4.4. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen bewerkstelligen al dan niet met behulp van de sterke arm, zal niet worden toegewezen, nu dit

niet op de wet is gegrond.

4.5. Nu [gedaagde] in voorarrest verblijft, zodat de ontruiming niet in zijn macht ligt, zal de gevorderde dwangsom worden afgewezen.

4.6. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Lefier worden begroot op:

- dagvaarding € 90,81

- griffierecht 560,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.466,81

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

1. veroordeelt [gedaagde] om uiterlijk voor 6 oktober 2011 het pand aan de [adres] te [woonplaats] met al het zijne en de zijnen te ontruimen en te verlaten,

2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Lefier tot op heden begroot op € 1.466,81,

3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. van Rossum, bijgestaan door mr. L.A. Post, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2011.