Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2011:BT2714

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
27-09-2011
Datum publicatie
27-09-2011
Zaaknummer
19.614003-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen diefstal, deelname aan criminele organisatie, witwassen. Overwegingen ten aanzien van gebruik telecomgegevens, peilbaken, schakelbewijs. Documentatie buitenland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummers: 19.614003-11

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 september 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende te P.I. Noord, gevangenis De Marwei, Leeuwarden.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 13 september 2011.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.M. Bakx, advocaat te Heerenveen.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. V.G. Smink en van hetgeen door of namens verdachte naar voren is gebracht.

1. Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

Feit 1 (zaaksdossier 01)

hij op of omstreeks 11 oktober 2010 te Ruinerwold, gemeente De Wolden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de/het pand(en) [adres] heeft weggenomen één of meer geldbedragen en/of boormachines, slijpmachines, schuurmachines, zaagmachines, diverse handgereedschappen, schaafmachines, althans een hoeveelheid gereedschappen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) en/of geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 2 (zaaksdossier 02)

hij op of omstreeks 20 oktober 2010, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Doetinchem in de gemeente Doetinchem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de woning [adres] weg te nemen enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de

toegang tot genoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren)/geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- naar genoemde woning is gegaan, en/of

- (vervolgens) een tuinhek behorend bij die woning heeft geopend, en/of

- (vervolgens) de tuin van die woning in is gelopen, en/of

- (vervolgens) een sensor van een buitenlamp heeft afgeplakt, en/of

- (vervolgens) een schuifpui van die woning heeft verbroken en/of heeft geopend,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 3 (zaaksdossier 06)

hij op of omstreeks 07 september 2010 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand [adres] weg te nemen enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- naar dat pand is gegaan, en/of

- (vervolgens, met een breekijzer) een raam heeft opengebroken (althans heeft geprobeerd open te breken),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 4 (zaaksdossier 04)

hij op of omstreeks 25 oktober 2010 te Heeg, gemeente Wymbritseradiel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand [adres] heeft weggenomen 50 buitenboordmotoren, kleding, een portemonee en/of een generator, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of één of meer anderen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 5 (zaaksdossier 05)

hij op of omstreeks 16 september 2010 te Heerhugowaard, gemeente Heerhugowaard, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (2 schuren van) perceel [adres] heeft weggenomen 3 doorslijpers, een buitenboordmotor, een motor uit een grasmaaier, 8 motorzagen, 5 waterpompen en/of een generator, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 6 (zaaksdossier 03)

hij op of omstreeks 09 juli 2010 te Giethoorn, gemeente Steenwijkerland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand [adres] heeft weggenomen een computer en/of een geldbedrag (€ 1.000,-), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 7 (zaaksdossier 36)

hij op of omstreeks 15 augustus 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand [adres] heeft weggenomen een 3 computers, 36 telefoons, 10 fotocamera's, kantoorbenodigdheden en/of één of meer geldbedragen (totaal € 2.080,-), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of één of meer anderen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 8 (zaaksdossier 40)

hij op of omstreeks 07 juni 2010 te Witmarsum, gemeente Wûnseradiel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand [adres] heeft weggenomen een telefoon, 3 vishengels, 2 computers, één of meer geldbedragen (€ 1.435,-), tabaksartikelen, parfumerieen, een zilveren hanger, een tas en/of koffie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 9 (zaaksdossier 40)

hij op of omstreeks 07 juni 2010 te Witmarsum, gemeente Wûnseradiel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand [adres] heeft weggenomen diverse kappersbenodigdheden, haarverzorgingsproducten en/of toiletartikelen (met een totaalwaarde van € 8.141,50), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 10 (zaaksdossier 10)

hij op of omstreeks 10 september 2010 te Den Helder, gemeente Den Helder, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand [adres] heeft weggenomen een televisie, 7 flessen drank en/of een geldbedrag (€ 300,-), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 11 (zaaksdossier 20)

hij op of omstreeks 04 september 2010 te Doornspijk, gemeente Elburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand [adres] weg te nemen enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- naar dat pand is gegaan, en/of

- een hangslot van een toegangshek heeft geforceerd, en/of

- een schuttingdeur bij het pand heeft geforceerd, en/of

- een deur van het pand heeft opengebroken, en/of

- het pand binnen is gegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 12 (zaaksdossier 26)

hij op of omstreeks 28 augustus 2010 te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand [adres] heeft weggenomen één of meer geldbedragen (totaal € 5.120,-), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 14], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 13 (zaaksdossier 31)

hij in of omstreeks de periode 03 juli 2010 tot en met 05 juli 2010 te Muiden, gemeente Muiden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand [adres] heeft weggenomen 7 halsbanden, een vogel met kooi, accuschroefboormachine en/of een decoupeerzaag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 15], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 14 (zaaksdossier 32)

hij op of omstreeks 01 april 2010 te Zwanenburg, gemeente Haarlemmermeer, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de woning [adres] heeft weggenomen een geldbedrag (€ 150,-), een ANWB creditcard, een ING bankpas, een paspoort en/of autosleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 15 (zaaksdossier 33)

hij op of omstreeks 08 mei 2010 te Amsterdam, gemeente Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand [adres] heeft weggenomen een computer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 17], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 16 (zaaksdossier 34)

hij op of omstreeks 04 juni 2010 te Voorst, gemeente Voorst, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand [adres] heeft weggenomen een computer, een deel van een gokkast, een biljartklok, rookwaar en/of één of meer geldbedragen (€ 1.300,-), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 18], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 17 (zaaksdossier 34)

hij op of omstreeks 04 juni 2010 te Terwolde, gemeente Voorst, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand [adres] heeft weggenomen één of meer geldbedragen (€ 250,-) en/of parfumerieen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 19], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 18 (zaaksdossier 35)

hij op of omstreeks 17 september 2010 te Weesp, gemeente Weesp, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand [adres] heeft weggenomen 4 doppendozen, een cirkelzaag, een schroefmachine, een bandschuurmachine, 2 frezen, 2 kettingzagen, een slijper, 24 schroevendraaiers, 200 tuigjes, 1000 kunstaas-lood-haakjes, 10 visstoeltjes, 12 karpernetten, 6 paraplu's, 80 werphengels, 50 werpmolens, 20 schepnetstelen, 200 rol vislijn en/of een geldbedrag (€ 156,-), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 20], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

Feit 19 (zaaksdossier 38)

hij op of omstreeks 14 september 2010 te Holten, gemeente Rijssen-Holten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand [adres] heeft weggenomen een geldbedrag (€ 600,-) en/of een kluis, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 21], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 20 (zaaksdossier 41)

hij op of omstreeks 08 mei 2010 te Amstelveen, gemeente Amstelveen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de woning [adres] heeft weggenomen een televisie, 3 horloges, 3 ringen, 2 telefoons, 2 computers, oorbellen, een armband, een dvd-speler, een camera, een videocamera en/of 3 flessen parfum, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 22], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 21 (zaaksdossier 46)

hij op of omstreeks 08 oktober 2010 te Heemskerk, gemeente Heemskerk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de woning [adres] heeft weggenomen 9 horloges en/of een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 23], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 22 (zaaksdossier 44)

hij in of omstreeks de periode 01 april 2010 tot en met 25 maart 2011 in de gemeente(n) Midden-Drenthe, De Wolden, Amsterdam en/of elders in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie bestond uit het duurzaam samenwerkingsverband van meerdere personen te weten (naast verdachte) de personen [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en/of één of meerdere andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het

plegen van misdrijven, namelijk

- diefstal in vereniging, door middel van braak, verbreking en/of inklimming (als in

art 311 sub 3, 4 en 5, art 310 SR), en/of

- witwassen van geld en goederen (buit) (als in art 420bis lid 1, sub a en b, SR);

Feit 23 (zaaksdossier 45)

hij in of omstreeks de periode 01 juli 2010 tot en met 25 maart 2011 in de gemeente Amsterdam en/of elders in Nederland, op verschillende tijdstippen, (telkens)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meer

geldbedragen, te weten

- € 779,59 op 11 oktober 2010 (ZD 01), en/of

- € 2.226,75 op 09 juli 2010 (ZD 03)

- € 898,35 op 10 september 2010 (ZD 10), en/of

- € 1.508,08 op 12 juli 2010 (ZD 12), en/of

- € 267,90 op 04 augustus 2010 (ZD 15), en/of

- € 903,60 op 06 augustus 2010 (ZD 16), en/of

- € 490,= op 16 augustus 2010 (ZD 17), en/of

- € 1.184,50 op 21 augustus 2010 (ZD 18), en/of

- € 693,43 op 24 augustus 2010 (ZD 19), en/of

- € 396,17 op 27 augustus 2010 (ZD 22), en/of

- € 1.183,80 op 09 augustus 2010 (ZD 27), en/of

- € 744,40 op 17 september 2010 (ZD 35), en/of

- € 1.192,83 op 14 september 2010 (ZD 38), en/of

- € 1.016,10 op 30 juli 2010 (ZD 42),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet (door telkens genoemde bedragen, veelal bestaande uit munten, te storten op een bankrekening ten name van [verdachte] of [medeverdachte 1] en/of vervolgens geld op te nemen van die bankrekeningen), terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat deze geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

2. Bewijsmotivering1

2.1. Inleiding

Verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] hebben deel uitgemaakt van een grotere groep personen, van hoofdzakelijk Roemeense afkomst, die in de periode van 1 april 2010 tot en met 31 januari 2011 verbleef in de woning aan de [adres] te Amsterdam. De verdachten worden ervan verdacht in wisselende samenstellingen een groot aantal inbraken en pogingen daartoe te hebben gepleegd in bedrijven - met name horecagelegenheden - en woningen in de periode april 2010 tot en met december 2010. De inbraken waren kennelijk gericht op de diefstal van contante gelden uit gokkasten, kassa's en fooienpotten alsmede computers, gereedschappen, telefoons en andere goederen. Tevens worden verdachte en zijn medeverdachten verdacht van deelname aan een criminele organisatie en van witwassen.

2.2. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte alle hem tenlastegelegde feiten tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd.

2.3. Standpunt van de verdediging

De verdachte heeft ter terechtzitting van 13 september 2011 bekend een aantal, hierna onder 2.6. te noemen, tenlastegelegde feiten te hebben gepleegd. De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de overige, hierna te noemen, tenlastegelegde feiten. De verdediging heeft aan dat standpunt onder meer de volgende argumenten ten grondslag gelegd.

- In het algemeen geldt dat peilbakengegevens slechts informatie verschaffen over de door de auto afgelegde route en niets zeggen over de aanwezigheid van een persoon in de betreffende auto. Verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1] hadden circa tien auto's op hun naam staan, die door meerdere personen werden gebruikt. De verdediging stelt zich op het standpunt dat de peilbakengegevens die zich in het dossier bevinden in beginsel niet het bewijs leveren dat verdachte zich in de desbetreffende auto bevond die 's nachts richting de plaats delict is gereden.

- Met betrekking tot de zich in het dossier bevindende telefoongegevens stelt de verdediging zich op het standpunt dat deze telefoongegevens niet het bewijs leveren dat verdachte op het moment van aanstralen van zendmasten de gebruiker was van die telefoon, noch dat verdachte zich bevond nabij de plaats delict.

Waar nodig zullen de standpunten van de verdediging meer uitgebreid worden weergegeven en besproken.

2.4. Algemene overwegingen ten aanzien van het bewijs

2.4.1. Algemene overweging met betrekking tot telefoongegevens

De rechtbank overweegt dat het feit dat een bepaalde zendmast wordt aangestraald wel iets zegt over de positie van die telefoon op dat moment, maar niet over de vraag wie op dat moment die telefoon gebruikt. Uit de verklaringen van verdachten is echter gebleken dat elk van de telefoons daadwerkelijk werd gebruikt door degene op wiens of wier naam de betreffende telefoon stond. De rechtbank acht het dan ook niet aannemelijk dat de betreffende telefoons in gebruik waren bij een ander dan verdachte c.q. een van zijn medeverdachten. Die omstandigheid kan, in combinatie met de door technische middelen aangeduide positie van de telefoon, het bewijs opleveren dat het verdachte was die de betreffende telefoon op dat moment hanteerde. Voor zover de mogelijke betrokkenheid van verdachte ter zake een feit slechts blijkt uit de telefoongegevens en hiernaast geen ander wettig bewijs voorhanden is, zal de rechtbank verdachte van dat betreffende feit vrijspreken.

2.4.2. Algemene overwegingen met betrekking tot geplaatste peilbakens

Er zijn peilbakens geplaatst op de Mercedes C220 met kenteken [kenteken] (hierna "de Mercedes") en de BMW met kenteken [kenteken] (hierna "de BMW"). Deze auto's waren in gebruik bij verdachte en zijn medeverdachten. Uit de peilbakengegevens blijkt dat met deze auto's regelmatig grote afstanden zijn afgelegd, waarbij de betreffende auto vertrok vanaf (de omgeving van) het verblijfadres van verdachte en zijn medeverdachten te Amsterdam en ook, dat de betreffende auto op de in de tenlastelegging genoemde data en plaatsen in de directe omgeving is geweest van de verschillende plaatsen delict, op tijdstippen die veelal overeenkomen met tijdstippen waarop de inbraken en pogingen daartoe hebben plaatsgevonden.

De rechtbank overweegt dat het op zich juist is dat, zoals de verdediging heeft aangevoerd, uit het gegeven dat de van een peilbaken voorziene auto in de buurt van een plaats delict is geweest, op zichzelf niet kan worden afgeleid dat verdachte zelf bij dat feit betrokken is geweest. Wel kan dit gegeven in combinatie met een ander bewijsmiddel waaruit voortvloeit dat verdachte op dat tijdstip op een plaats delict is geweest, leiden tot de gevolgtrekking dat verdachte bij dat betreffende feit betrokken is geweest. Voor zover de mogelijke betrokkenheid van verdachte slechts blijkt uit de peilbakengegevens, zal de rechtbank verdachte van dat betreffende feit vrijspreken.

2.4.3. Algemene overwegingen met betrekking tot schakelbewijs

De officier van justitie heeft aangevoerd dat in een aantal zaken naast een aangifte alleen DNA-bewijs dan wel dactyloscopisch bewijs voorhanden is. De officier van justitie heeft gesteld dat dit in die zaken voldoende is, nu verdachte heeft laten zien dat hij in de periode waarin de delicten zijn gepleegd bereid en in staat was om inbraken in woningen en bedrijven te plegen. De officier van justitie stelt vast dat er derhalve sprake is van zeer sterk technisch bewijs in combinatie met een hoge a priori kans dat verdachte bij de betreffende feiten betrokken is en dat derhalve die feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

De rechtbank overweegt met betrekking tot het standpunt van de officier van justitie het volgende. Vooropgesteld moet worden dat, indien uit het geheel van bewijsmateriaal ter zake van een reeks delicten een herkenbaar en gelijksoortig (gedrags-)patroon kan worden vastgesteld, de rechter gebruik mag maken van zogenaamd schakelbewijs. Bewijsmiddelen die op zichzelf beschouwd redengevend zijn voor het bewijs van uitsluitend een strafbaar feit kunnen bij deze stand van zaken ook de bewezenverklaring van andere strafbare feiten, en met name de betrokkenheid van iemand daarbij, ondersteunen.

De rechtbank overweegt voorts het volgende. Met betrekking tot de serie inbraken is sprake van een grote groep verdachten, welke groep meer personen omvat dan verdachte en zijn medeverdachten. Deze groep is, voor zover dit bewezen kan worden, weliswaar steeds op min of meer dezelfde manier te werk gegaan, maar heeft ook steeds in wisselende samenstellingen geopereerd. Derhalve is in een aantal gevallen de mogelijkheid van een alternatief scenario te groot. Gelet hierop zal de rechtbank voor het bewijs geen gebruik maken van zogenaamd schakelbewijs, indien de betrokkenheid van verdachte bij een feit niet uit een ander bewijsmiddel blijkt.

2.4.4. Medeplegen

De rechtbank constateert dat de feiten tenlastegelegd zijn als medeplegen. Om vast te stellen of sprake is van medeplegen is het noodzakelijk dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en een of meer van zijn medeverdachten. De rechtbank gaat er bij de behandeling van de feiten vanuit dat steeds - in wisselende samenstellingen - werd geopereerd door leden van de al eerder genoemde groep die verbleef op het adres aan de [adres] te Amsterdam. De rechtbank zal er, indien zij de betrokkenheid van verdachte bij de volgende feiten bewezen acht, steeds vanuit gaan dat in die gevallen sprake is van een zo nauwe en bewuste samenwerking dat sprake is van medeplegen.

2.5. Vrijspraak van de feiten 4, 5, 8, 9, 14, 15, 18 en 20

De verdachte dient van de hem onder 4, 5, 8, 9, 14, 15, 18 en 20 tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank overweegt dat het dossier weliswaar aanwijzingen bevat waaruit zou kunnen blijken dat verdachte op enigerlei wijze bij deze feiten betrokken is geweest, maar dat het dossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende wettig bewijs hebben geleverd om tot een bewezenverklaring van deze feiten te komen. De rechtbank verwijst ter motivering naar hetgeen zij hiervoor onder 2.4.1., 2.4.2. en 2.4.3. heeft overwogen. De rechtbank overweegt dat met betrekking tot deze feiten de mogelijkheid van een alternatief scenario waarin sprake is van een of meer andere daders, niet is uit te sluiten.

2.6. Ten aanzien van de feiten 1, 7, 10, 12, 13, 16, 17, 19 en 21

Nu de verdachte, hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren, heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsvrouw vrijspraak heeft bepleit, zal de rechtbank ten aanzien van deze feiten volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

De rechtbank hanteert voor het bewijs de navolgende bewijsmiddelen:

1. De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 september 2011.

2. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], proces-verbaalnummer PL033L 2010063701-1, d.d. 11 oktober 2010, p. 7026 e.v.

3. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9], proces-verbaalnummer PL1251 2010089420-1, d.d. 15 augustus 2010, p. 9067 e.v.

4. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 12], proces-verbaalnummer PL10DH 2010105660-1, d.d. 10 september 2010, p. 8108 e.v.

5. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 14], proces-verbaalnummer PL0642 2010127779-1, d.d. 28 augustus 2010, p. 8639 e.v.

6. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 15], proces-verbaalnummer PL14ND 2010034721-1, d.d. 5 juli 2010, p. 8845 e.v.

7. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1], proces-verbaalnummer PL0632 2010080805-1, d.d. 4 juni 2010, p. 8938 e.v.

8. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 19], proces-verbaalnummer PL0632 2010080644-1, d.d. 4 juni 2010, p. 8946 e.v.

9. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 21], proces-verbaalnummer PL05QC 2010083314-1, d.d. 14 september 2010, p. 9209 e.v.

10. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 23], proces-verbaalnummer PL1251 2010110615-1, d.d. 9 oktober 2010, p. 13 van het aanvullend proces-verbaal inzake zaaksdossier 46.

2.7. Ten aanzien van feit 2 (poging woninginbraak d.d. 20 oktober 2010 te Doetinchem)

2.7.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem tenlastegelegde feit 2 heeft gepleegd. De officier van justitie heeft dit als volgt onderbouwd. Er is aangifte van dit feit gedaan door [slachtoffer 4]. Gebleken is dat de Mercedes op de plaats en het tijdstip van de poging inbraak in de directe omgeving van de plaats delict is geweest. Op de tape waarmee de sensor van de lamp is afgeplakt, is genetisch materiaal aangetroffen dat overeenkomt met het DNA van verdachte. Verdachte is later die avond aangehouden en heeft verklaard dat hij daar samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] was. Dit is door [medeverdachte 2] bevestigd. De telefoons van verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben die nacht een zendmast aangestraald op 500 meter van de plaats delict.

2.7.2. Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft bepleit dat er onvoldoende wettig bewijs is om te komen tot een bewezenverklaring van dit feit en dat verdachte daarom van dit feit dient te worden vrijgesproken. Zij heeft dit onderbouwd door te stellen dat verdachte weliswaar op de plaats delict is geweest, maar dat op basis van de bewijsmiddelen niet is vast te stellen dat hij ten tijde van de poging nog op de plaats delict aanwezig was, noch dat hij het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening had voor dit feit.

2.7.3. Oordeel van de rechtbank

Op 20 oktober 2010 deed [slachtoffer 4] aangifte van een poging diefstal uit zijn woning te Doetinchem. Aangever hoorde de ijzeren poort aan de voorzijde van zijn woning en hoorde vervolgens een soort plof. Gebleken is dat de schuifpui van zijn woning is beschadigd en dat de sensor van de buitenverlichting is afgeplakt.2 DNA materiaal op het stuk tape waarmee de sensor is afgeplakt komt overeen met het DNA van verdachte.3 Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting ontkend dat hij de poging inbraak heeft gepleegd. Uit de telecomgegevens blijkt dat verdachte en diens medeverdachten in de directe omgeving van de plaats delict zijn geweest op het tijdstip van de poging inbraak.4

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij wel op die plek is geweest maar dat hij de sensor alleen heeft afgeplakt om in het steegje te kunnen wildplassen, niet geloofwaardig. Gelet op de aangifte in samenhang met de aanwezigheid van verdachte op de plaats delict ten tijde van de poging is de rechtbank van oordeel dat verdachte het hem onder 2 tenlastegelegde feit heeft medegepleegd.

2.8. Ten aanzien van feit 3 (poging bedrijfsinbraak d.d. 6 september 2010 te Haaksbergen)

2.8.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem tenlastegelegde feit 3 heeft begaan. De officier van justitie heeft dit als volgt onderbouwd.

Er is aangifte van dit feit gedaan. Bij een politiecontrole in de nacht van de poging tot inbraak zijn in de buurt van de plaats delict onder andere verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] genoteerd. In de auto, die door [medeverdachte 2] werd bestuurd, zijn inbrekerswerktuigen aangetroffen. Werktuigsporen bij het breekraam matchen met het breekijzer dat in de auto van de verdachten is aangetroffen. De telefoons van verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben die nacht een zendmast aangestraald in de omgeving van de plaats delict.

2.8.2. Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft bepleit dat er onvoldoende wettig bewijs is om te komen tot een bewezenverklaring van dit feit en dat verdachte daarom van dit feit dient te worden vrijgesproken. De aanwijzingen die er zijn laten nog ruimte open voor een andere conclusie dan dat verdachte dit feit zou hebben gepleegd. De omstandigheid dat verdachte in de auto zat waarin gereedschap werd aangetroffen en dat hij die nacht contact heeft gehad met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] is onvoldoende om te komen tot een bewezenverklaring van dit feit.

2.8.3. Oordeel van de rechtbank

Op 7 september 2010 deed [slachtoffer 5] aangifte van een poging inbraak in de nacht van 5 op 6 september 2010 in café [naam]. Op 7 september 2010 werd ontdekt dat het raam en het kozijn aanzienlijk beschadigd waren door een koevoet.5 Bij een politiecontrole in de nacht van 5 op 6 september zijn drie auto's gecontroleerd, waaronder de Mercedes die bestuurd werd door [medeverdachte 2]. In de gril van de Mercedes werden twee, zo goed als nieuwe, blauwe breekijzers aangetroffen. Bij de controle werd ook een BMW gecontroleerd waarin onder andere verdachte en [medeverdachte 3] zaten. In deze BMW werden eveneens verschillende breekijzers en schroevendraaiers aangetroffen.6 Uit vergelijkend werktuigsporenonderzoek is gebleken dat de afgevormde werktuigsporen op het raamkozijn van café Dwars zijn veroorzaakt met het breekijzer dat is aangetroffen in bezit van [medeverdachte 2].7 [medeverdachte 2] heeft ter terechtzitting verklaard dat de groep op doorreis was naar Amsterdam. Hij heeft verklaard dat ze auto's waren wezen kijken in Duitsland en dat ze ongeveer tien minuten zijn gestopt.8 De rechtbank acht de verklaring van [medeverdachte 2] ongeloofwaardig nu het breekijzer waarmee dit feit is gepleegd in zijn bezit is aangetroffen.

De rechtbank overweegt dat, gelet op het voorgaande, sprake is van een poging tot inbraak, waarbij de groep waar verdachte toe behoort betrokken is geweest. De rechtbank overweegt dat weliswaar niet met zekerheid is vast te stellen dat verdachte op het moment van de poging zelf op de plaats delict aanwezig is geweest, maar de aanwezigheid van verdachte in de buurt van de plaats en het aantreffen van inbrekersgereedschap in de auto's, maken aannemelijk dat verdachte zodanig betrokken is geweest bij de poging dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten. Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit feit heeft medegepleegd.

2.9. Ten aanzien van feit 6 (woninginbraak d.d. 9 juli 2010 te Giethoorn)

2.9.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem onder 6 tenlastegelegde heeft begaan. De officier van justitie heeft dit als volgt onderbouwd. Er is aangifte van dit feit gedaan door [slachtoffer 8]. Er is bij de inbraak een laptop meegenomen. Ook heeft men geprobeerd een kluis open te breken. Gebleken is dat de BMW in de nacht van de inbraak op de plaats delict is geweest. Er is bij het kantelraam waar de inbrekers door naar binnen zijn gegaan een peuk aangetroffen met daarop DNA materiaal van [medeverdachte 3]. Verdachte staat op videobeelden van de bewakingscamera's die aan het pand van aangever hangen. De telefoon van verdachte was aanwezig en werd gebruikt op de plaats delict in de nacht van de inbraak.

2.9.2. Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft bepleit dat er onvoldoende wettig bewijs is om te komen tot een bewezenverklaring van dit feit en dat verdachte daarom van dit feit dient te worden vrijgesproken. Verdachte betwist uitdrukkelijk dat hij de persoon is die op de camerabeelden te zien is. Volgens verdachte lijkt deze persoon op de broer van [medeverdachte 2], die volgens verdachte in het bezit is van een trainingspak zoals zichtbaar is op de camerabeelden. De beelden zijn onvoldoende duidelijk om met zekerheid vast te stellen dat verdachte degene is die te zien is op de camerabeelden.

2.9.3. Oordeel van de rechtbank

Op 9 juli 2010 heeft aangever [slachtoffer 8] aangifte gedaan van een inbraak in [naam] te Giethoorn. Bij deze inbraak zijn een laptop en een geldbedrag uit een kassalade weggenomen. De daders zijn binnengekomen door een kantelraam aan de rechterzijde van de woning open te breken.9 De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij niet degene is die op de videobeelden staat, niet geloofwaardig. De rechtbank acht de camerabeelden waarop verdachte volgens [medeverdachte 1] te zien is, voldoende duidelijk.10 De rechtbank overweegt dat [medeverdachte 1] verdachte goed kent. Gelet hierop en het feit dat verdachte in de omgeving van de plaats delict is geweest, zoals blijkt uit de zendmastgegevens,11 is de rechtbank van oordeel dat het aan verdachte onder 6 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

2.10. Ten aanzien van feit 11 (poging bedrijfsinbraak d.d. 4 september 2010 te Doornspijk)

2.10.1. Standpunt van de officier van justitie

Door de eigenaar van café [naam] te Doornspijk is aangifte gedaan van een poging tot inbraak. Naast het café heeft iemand zijn behoefte gedaan. Er is een stuk papier gevonden waarmee één van de daders zich heeft afgeveegd nadat hij ter plaatse zijn behoefte heeft gedaan. Dit papier betrof een inschrijfformulier van een fitnesscentrum waarop de naam van verdachte vermeld stond. Voorts is uit zendmastgegevens gebleken dat verdachte in de nacht van de poging in de omgeving van de plaats delict is geweest.

2.10.2. Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft bepleit dat er onvoldoende wettig bewijs is om te komen tot een bewezenverklaring van dit feit en dat verdachte daarom van dit feit dient te worden vrijgesproken. Niet bewezen kan worden dat de telefoon die nacht ook daadwerkelijk door verdachte werd gebruikt. Verdachte ontkent dat hij het inschrijfformulier die nacht heeft gebruikt. Kennelijk heeft de dader - mogelijk een andere bewoner van de woning te Amsterdam - dit papier uit de auto gehaald en op de plaats delict gebruikt.

2.10.3. Oordeel van de rechtbank

Op 4 september 2010 heeft [slachtoffer 13] aangifte gedaan van een poging tot inbraak in het cafetaria [naam] te Doornspijk. Bij deze poging is het hangslot van het toegangshek geforceerd en heeft men de voordeur van het cafetaria opengebroken. Ook heeft men enkele latten van het raam ernaast weggebroken. In het cafetaria zijn duidelijke schoensporen aangetroffen. Naast het cafetaria heeft iemand zijn behoefte gedaan.12 Gebleken is dat degene die zijn behoefte heeft gedaan zich heeft afgeveegd met een stuk papier waarop de naam van verdachte vermeld stond.13 Voorts heeft de telefoon die in gebruik was van verdachte, tussen 2.22 uur en 5.24 uur onder andere een zendmast aangestraald in de omgeving van de plaats delict. De rechtbank acht de aanwezigheid van het stuk papier met daarop de naam van verdachte, in samenhang met de aanwezigheid van de telefoon van verdachte in de directe omgeving van de plaats waar de poging heeft plaatsgevonden, voldoende overtuigend om te komen tot een bewezenverklaring van dit feit. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 11 heeft medegepleegd.

2.11. Ten aanzien van feit 22 (criminele organisatie)

2.11.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend te bewijzen dat sprake is geweest van deelname aan een criminele organisatie zoals bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. De officier van justitie heeft zijn standpunt als volgt onderbouwd. Er is sprake van een duurzaam en gestructureerd verband, want:

- de verdachten hebben een langere periode met elkaar aan de [adres] te Amsterdam gewoond;

- zij betaalden gemeenschappelijk de huur van de woning en de kosten van het levensonderhoud;

- zij verwierven inkomsten uitsluitend uit de opbrengst van inbraken;

- zij verdeelden de buit van de meest recente inbraak onder de deelnemende inbrekers;

- zij verkenden de plaats waar men wilde gaan inbreken vooraf;

- zij reden vaak met meerdere voertuigen naar de plaats delict;

- vlak voor, tijdens of vlak na de inbraak hielden zij onderling contact via GSM;

- zij maakten gebruik van tips van andere groepen inbrekers;

- zij gingen bijna elke avond op pad, bij uitzondering bleven zij thuis;

- zij wisten van elkaar dat men op inbrekerspad ging, namelijk met elkaar dan wel met anderen uit het huis aan de [adres].

De officier van justitie acht binnen de criminele organisatie de volgende rollen te onderscheiden:

- auto's aanschaffen en betalen door verdachte;

- auto's op naam zetten door verdachte en [medeverdachte 1];

- verzorging en huishoudelijke taken door [medeverdachte 1];

- voorverkenningen en inbraken door verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3];

- chauffeuren naar de plaats delict en ophalen van gestolen goederen door verdachte, [medeverdachte 2] en anderen;

- omwisselen van gelden door verdachte en [medeverdachte 1];

- moneytransfer naar Roemenië door verdachte en [medeverdachte 1].

Gelet op de verklaring van [medeverdachte 1] was er een zekere hiërarchie in de groep.

De gemeenschappelijke doelstelling was om door middel van bedrijfs- en woninginbraken aan geld en goederen te komen.

2.11.2. Standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat geen sprake is geweest van een criminele organisatie. De verdediging heeft dit standpunt als volgt onderbouwd.

Uit het dossier blijkt niet dat er sprake was van een duidelijke organisatiestructuur, noch van een min of meer vaste rolverdeling of hiërarchie. Ook is er geen sprake van een unieke modus operandi. Er is slechts sprake van een min of meer toevallig samenwerkingsverband.

De omstandigheid dat een groep Roemenen elkaar kende, dat deze groep al dan niet tijdelijk in dezelfde woning verbleef en dat de inbraken volgens een bepaald patroon verliepen is onvoldoende om te spreken van een criminele organisatie. Onvoldoende is gebleken dat de samenwerking werd beheerst door onderlinge afspraken.

Wellicht is er sprake van enige vorm van organisatie, maar er is onvoldoende bewijs om tot een bewezenverklaring te komen van een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht.

Indien de rechtbank van oordeel is dat er wel sprake is van een criminele organisatie, dan stelt de verdediging zich op het standpunt dat verdachte daar niet aan heeft deelgenomen. De rol van verdachte is beperkt, aangezien hij - aldus de verdediging - maar bij ongeveer tien inbraken betrokken is geweest en slechts in beperkte mate geldstortingen heeft verricht. Verder is verdachte in verhouding tot de andere personen die deel zouden uitmaken van de criminele organisatie als laatste naar Nederland gekomen. Verdachte heeft een aantal mannen in de woning in Amsterdam betrokken, om de huurprijs te kunnen delen en heeft auto's op zijn naam gehad, als hulp aan andere Roemenen in Nederland in het algemeen. De contacten die verdachte met de groep personen heeft gehad zijn onvoldoende qua duur, intensiteit en inhoud om van deelneming aan de criminele organisatie te kunnen spreken.

2.11.3. Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt het volgende voorop. Om te kunnen spreken van een criminele organisatie moet er sprake zijn van het plegen van misdrijven in een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen verdachte en ten minste één andere persoon. De organisatie moet het oogmerk hebben om misdrijven te plegen waarbij er sprake moet zijn van een bepaalde organisatiegraad en een samenwerkingsverband waar de betrokkenen aan deelnemen of dat zij ondersteunen. Een dergelijk samenwerkingsverband kan ook min of meer toevalligerwijs in de loop van de tijd ontstaan.

Op grond van de aanzienlijke hoeveelheid inbraken en pogingen daartoe, die ten aanzien van verdachte en zijn medeverdachten bewezen kunnen worden verklaard, kan worden vastgesteld dat er gedurende enige tijd - in de periode van 1 april 2010 tot en met 31 december 2010 - een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur heeft bestaan tussen verdachte en zijn medeverdachten. Deze organisatie had het oogmerk om inbraken te plegen in met name horecagelegenheden, winkels en woningen, waarbij de diefstallen kennelijk gericht waren op het wegnemen van contante gelden uit gokkasten, kassa's en fooienpotten. Ook werden computers, telefoons en andere goederen weggenomen. De organisatie had tevens het oogmerk om de buit te witwassen, zoals ook blijkt uit het hierna onder 2.12. te bespreken feit.

De woning aan de [adres] werd vanaf 1 april 2010 gehuurd op naam van verdachte en [medeverdachte 1].14 Deze woning werd kennelijk ook als uitvalsbasis gebruikt, zoals onder andere blijkt uit de verklaring van [medeverdachte 1], die verklaard heeft dat de jongens de meeste avonden weggingen om in te breken. Het waren uitzonderingen dat ze thuis bleven. Het verschilde per week. De ene week gingen ze dagelijks en de andere week minder vaak omdat ze geen zin hadden.15 Die verklaring wordt bevestigd door de getuige [getuige 2] die verklaard heeft dat de jongens van de [adres] elke nacht van huis gingen.16 Ook werd er gebruik gemaakt van verschillende auto's die in verband kunnen worden gebracht met de diverse delicten.

Niet duidelijk is of er sprake is geweest van een zekere hiërarchie. [medeverdachte 1] heeft hierover in eerste instantie verklaard dat niet iemand specifiek de leiding had, maar dat iedereen binnen de groep wel met ideeën kwam.17 Later heeft zij verklaard dat verdachte bovenaan stond en dat zijzelf, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] daaronder kwamen.18 De verdachten gingen samen op voorverkenning en pleegden vervolgens de inbraken en pogingen daartoe, zij het in wisselende samenstellingen.19 Gelet op de telecomgegevens in het dossier onderhielden de verdachten voorafgaand en tijdens de delicten telefonisch contact met elkaar.20 De verdachten leefden met elkaar in de woning aan de [adres] te Amsterdam van onder meer de opbrengsten uit de delicten. [medeverdachte 1] stortte geregeld geld dat afkomstig was van de inbraken, op een bankrekening. Vervolgens werden deze gelden opgenomen of met moneytransfer naar Roemenië verzonden.21

Nu ten aanzien van verdachte, zoals hierna vermeld, meerdere inbraken en pogingen daartoe bewezen kunnen worden verklaard, die hij heeft gepleegd ten behoeve van de organisatie, is daarmee al zijn deelname aan de organisatie aangetoond.

Overigens overweegt de rechtbank dat ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde medeverdachte [medeverdachte 1] geen bewezenverklaring kan worden uitgesproken, nu haar zaak nog bij de rechtbank aanhangig is.

2.12. Ten aanzien van feit 23 (witwassen)

2.12.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte dit feit heeft gepleegd. De officier van justitie heeft zijn standpunt als volgt onderbouwd.

Uit de verklaringen van verdachten is gebleken dat zij geen legaal werk en/of inkomen hadden tijdens het verblijf in Nederland, noch dat zij over enig vermogen beschikten dat te gelde gemaakt kon worden. Voorts is gebleken dat de verdachten regelmatig via Western Union grote bedragen naar Roemenië overmaakten; dat verdachte en [medeverdachte 1] regelmatig kleingeld dat afkomstig was van inbraken omwisselden voor biljetten; dat er regelmatig contant geld op de gemeenschappelijke eettafel lag, dat van de inbraken afkomstig was; dat van het geld van de inbraken de huur van de woning en de gemeenschappelijke boodschappen werden betaald en dat van dat geld ook kleding werd gekocht; dat diverse auto's zijn aangeschaft, gebruikt en onderhouden van het geld dat afkomstig was van de inbraken.

2.12.2. Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich er niet van bewust was dat hij zich schuldig maakte aan witwassen. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

2.12.3. Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat uit het dossier blijkt dat de geldbedragen zoals omschreven in de tenlastelegging in de periode 1 juli 2010 tot en met 1 november 2010 gestort zijn op rekeningen op naam van verdachte en [medeverdachte 1].

De rechtbank overweegt dat deze stortingen telkens gedaan zijn op de dag na een gepleegde inbraak en dat de bedragen die gestort zijn telkens (nagenoeg) overeenkomen met de bij die inbraken weggenomen bedragen.22 De rechtbank overweegt dat [medeverdachte 1] hierover heeft verklaard dat zij telkens de (munt)gelden die bij een inbraak waren buitgemaakt op een bankrekening stortte om vervolgens dit geld weer op te nemen.23

De verklaring van [medeverdachte 1] wordt bevestigd door de getuigen [getuige 3] en [getuige 4], beiden werkzaam bij het ING bankfiliaal te Amsterdam waar de stortingen en opnames plaatsvonden. Deze getuigen herkennen [medeverdachte 1] als de vrouw die geregeld stortingen van muntgeld heeft gedaan.24,25

[medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat zij het geld nadat ze dat had gepind op tafel legde en dat de jongens het geld dan verdeelden. Ook betaalde men van dit geld de boodschappen.26 Alle bewoners van de woning aan de [adres] profiteerden op deze manier van de opbrengsten van de inbraken. Overigens is niet gebleken van andere (legale) inkomsten van verdachte. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en zijn medeverdachten door zo te handelen als hiervoor is beschreven, de herkomst van het geld dat bij inbraken is buitgemaakt, hebben verhuld en dat zij dat geld hebben overgedragen en omgezet.

2.13. Resumé

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de hem onder 1, 2, 3, 6, 7, 10, 11, 12, 13, 16, 17, 19, 21, 22 en 23 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

3. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat verdachte het hem tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1 (zaaksdossier 01)

hij op 11 oktober 2010 te Ruinerwold, gemeente De Wolden, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit de panden [adres] heeft weggenomen één of meer geldbedragen en boormachines, slijpmachines, schuurmachines, zaagmachines, diverse handgereedschappen, schaafmachines, toebehorende aan [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], waarbij verdachte en zijn medeverdachten zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen en geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

Feit 2 (zaaksdossier 02)

hij op 20 oktober 2010, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Doetinchem in de gemeente Doetinchem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit de woning [adres] weg te nemen enig goed en/of geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 4] en zich daarbij de toegang tot genoemde woning te verschaffen en dat weg te nemen goed/geld onder hun bereik te brengen door middel van braak,

met een of meer van zijn medeverdachten

- naar genoemde woning is gegaan, en

- vervolgens een tuinhek behorend bij die woning heeft geopend, en

- vervolgens de tuin van die woning in is gelopen, en

- vervolgens een sensor van een buitenlamp heeft afgeplakt, en

- vervolgens een schuifpui van die woning heeft verbroken en heeft geopend,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 3 (zaaksdossier 06)

hij op 06 september 2010 te Haaksbergen, gemeente Haaksbergen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het pand [adres] weg te nemen enig goed en/of geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 5] en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen en die/dat weg te nemen goederen/geld onder hun bereik te brengen door middel van braak, met een of meer van zijn medeverdachten

- naar dat pand is gegaan, en

- vervolgens, met een breekijzer een raam heeft opengebroken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 6 (zaaksdossier 03)

hij op 09 juli 2010 te Giethoorn, gemeente Steenwijkerland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het pand [adres] heeft weggenomen een computer en een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 8], waarbij verdachte en zijn medeverdachten zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

Feit 7 (zaaksdossier 36)

hij op 15 augustus 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het pand [adres] heeft weggenomen 3 computers, 36 telefoons, 10 fotocamera's, kantoorbenodigdheden en geldbedragen (totaal € 2.080,-), toebehorende aan [slachtoffer 9], waarbij verdachte en zijn medeverdachten zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

Feit 10 (zaaksdossier 10)

hij op 10 september 2010 te Den Helder, gemeente Den Helder, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het pand [adres] heeft weggenomen een televisie, 7 flessen drank en een geldbedrag (€ 300,-), toebehorende aan [slachtoffer 12], waarbij verdachte en zijn medeverdachten zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

Feit 11 (zaaksdossier 20)

hij op 04 september 2010 te Doornspijk, gemeente Elburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het pand [adres] weg te nemen enig goed en/of geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 13], en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen en dat weg te nemen goed/geld onder hun bereik te brengen door middel van braak, met een of meer van zijn medeverdachten

- naar dat pand is gegaan, en

- een hangslot van een toegangshek heeft geforceerd, en

- een schuttingdeur bij het pand heeft geforceerd, en

- een deur van het pand heeft opengebroken, en

- het pand binnen is gegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 12 (zaaksdossier 26)

hij op 28 augustus 2010 te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het pand [adres] heeft weggenomen één of meer geldbedragen (totaal € 5.120,-), toebehorende aan [slachtoffer 14], waarbij verdachte en zijn medeverdachten zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

Feit 13 (zaaksdossier 31)

hij in de periode 03 juli 2010 tot en met 05 juli 2010 te Muiden, gemeente Muiden, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het pand [adres] heeft weggenomen 7 halsbanden, een vogel met kooi, accuschroefboormachine en een decoupeerzaag, toebehorende aan [slachtoffer 15], waarbij verdachte en zijn medeverdachten zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

Feit 16 (zaaksdossier 34)

hij op 04 juni 2010 te Voorst, gemeente Voorst, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het pand [adres] heeft weggenomen een computer, een deel van een gokkast, rookwaar en geldbedragen (€ 1.300,-), toebehorende aan [slachtoffer 18], waarbij verdachte en zijn medeverdachten zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

Feit 17 (zaaksdossier 34)

hij op 04 juni 2010 te Terwolde, gemeente Voorst, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het pand [adres] heeft weggenomen geldbedragen (€ 250,-) en parfumerieen, toebehorende aan [slachtoffer 19], waarbij verdachte en zijn medeverdachten zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

Feit 19 (zaaksdossier 38)

hij op 14 september 2010 te Holten, gemeente Rijssen-Holten, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het pand [adres] heeft weggenomen een geldbedrag (€ 600,-) en een kluis, toebehorende aan [slachtoffer 21], waarbij verdachte en zijn medeverdachten zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

Feit 21 (zaaksdossier 46)

hij op 08 oktober 2010 te Heemskerk, gemeente Heemskerk, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit de woning [adres] heeft weggenomen 9 horloges en een telefoon, toebehorende aan [slachtoffer 23], waarbij verdachte en zijn medeverdachten zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

Feit 22 (zaaksdossier 44)

hij in de periode 01 april 2010 tot en met 31 december 2010 in de gemeenten Midden-Drenthe, De Wolden, Amsterdam en elders in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie bestond uit het duurzaam samenwerkingsverband van meerdere personen te weten naast verdachte de personen [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- diefstal in vereniging, door middel van braak, verbreking en inklimming (als in

art 311 sub 3, 4 en 5, art 310 SR), en

- witwassen van geld en goederen (buit) (als in art 420bis lid 1, sub a en b, SR);

Feit 23 (zaaksdossier 45)

hij in de periode 01 juli 2010 tot en met 1 november 2010 in de gemeente Amsterdam en elders in Nederland, op verschillende tijdstippen, telkens tezamen en in vereniging met anderen, één of meer geldbedragen, te weten

- € 779,59 op 11 oktober 2010 (ZD 01), en

- € 2.226,75 op 09 juli 2010 (ZD 03), en

- € 898,35 op 10 september 2010 (ZD 10), en

- € 1.508,08 op 12 juli 2010 (ZD 12), en

- € 267,90 op 04 augustus 2010 (ZD 15), en

- € 903,60 op 06 augustus 2010 (ZD 16), en

- € 490,= op 16 augustus 2010 (ZD 17), en

- € 1.184,50 op 21 augustus 2010 (ZD 18), en

- € 693,43 op 24 augustus 2010 (ZD 19), en

- € 396,17 op 27 augustus 2010 (ZD 22), en

- € 1.183,80 op 09 augustus 2010 (ZD 27), en

- € 744,40 op 17 september 2010 (ZD 35), en

- € 1.192,83 op 14 september 2010 (ZD 38), en

- € 1.016,10 op 30 juli 2010 (ZD 42),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en omgezet (door telkens genoemde bedragen, veelal bestaande uit munten, te storten op een bankrekening ten name van [verdachte] of [medeverdachte 1] en vervolgens geld op te nemen van die bankrekeningen), terwijl hij, verdachte, en zijn medeverdachten wisten dat deze geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

4. Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op:

Ter zake feiten 1 en 3

Poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, door twee of meer verenigde personen, die zich aldaar tegen de wil van de rechthebbende bevinden, waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben willen verschaffen door middel van braak, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 311 lid 1 onder 4 en 5 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht.

Ter zake feit 2

Poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door twee of meer verenigde personen, die zich aldaar tegen de wil van de rechthebbende bevinden, waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben willen verschaffen door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 lid 1 onder 3, 4 en 5 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht.

Ter zake feiten 6, 7, 10, 11, 12, 13, 16, 17, 19 en 21

Diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd door twee of meer verenigde personen die zich aldaar tegen de wil van de rechthebbende bevinden, waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 311 lid 1 onder 4 en 5 van het Wetboek van Strafrecht.

Ter zake feit 22

Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven,

strafbaar gesteld bij artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht.

Ter zake feit 23

Witwassen,

strafbaar gesteld bij artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

5. Strafbaarheid

De rechtbank acht verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

6. Strafmotivering

6.1. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gevorderd voor de duur van 48 maanden.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering zal worden gebracht van de op te leggen gevangenisstraf.

6.2. Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd.

6.3. Oordeel van de rechtbank

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: de aard en de ernst van de gepleegde feiten; de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan; hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte; de eis van de officier van justitie; het pleidooi van de raadsvrouw en de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 17 augustus 2011, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder ter zake een misdrijf is veroordeeld. De rechtbank houdt ook rekening met het feit dat verdachte in Roemenië meerdere malen is veroordeeld ter zake vergelijkbare misdrijven.

Bij het bepalen van de straf zal de rechtbank rekening houden met de omstandigheden en achtergronden van verdachte zoals omschreven in het voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland van 17 juni 2011, waaruit blijkt dat het recidiverisico als hoog wordt ingeschat.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan een groot aantal inbraken en pogingen hiertoe, gepleegd in een langere periode en verspreid over een groot gedeelte van Nederland. Ook hebben zij zich schuldig gemaakt aan witwassen en hebben zij deelgenomen aan een criminele organisatie. Verdachte is bij een groot deel van de inbraken betrokken. Bij de inbraken is een aanzienlijke hoeveelheid geldbedragen en goederen weggenomen. Bovendien hebben de verdachten grote vernielingen aangericht bij de panden waar zij hebben ingebroken. De betrokkenen zullen de nodige kosten hebben moeten maken om de ontstane braakschade te repareren. Doordat de inbraken door de organisatie midden in de nacht in horecagelegenheden, winkels en woningen hebben plaatsgevonden, hebben de bewezenverklaarde feiten ook psychische en emotionele gevolgen gehad voor de benadeelden. Dit blijkt ook duidelijk uit de verschillende verklaringen van aangevers en benadeelde partijen. Verdachte en zijn medeverdachten hebben door hun handelen, naast materiële schade en overlast, ook grote gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving veroorzaakt. De rechtbank rekent dit de verdachten zwaar aan.

De rechtbank is op grond van de ernst van de onderhavige zaak, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden is voor deze verdachte.

Nu de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie, zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank zal voorts uitgaan van de oriëntatiepunten voor straftoemeting. De rechtbank weegt verzwarend mee de schade en vernielingen die bij het plegen van de feiten zijn aangericht, de grote rol die verdachte in de organisatie heeft gespeeld en de frequente recidive van verdachte gezien zijn Roemeense documentatie. Voor zover de op te leggen gevangenisstraf betrekking heeft op het witwassen en de deelname aan een criminele organisatie zal de rechtbank volstaan met een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.

7. Benadeelde partijen

7.1. Gevoegde benadeelde partijen

Als benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd:

1. [b.p. 1], voor een bedrag van € 2.810,- (ZD 15);

2. [b.p. 2], voor een bedrag van € 472,25 (ZD 4A);

3. [b.p. 3], voor een bedrag van € 3.924,40 (ZD 43);

4. [b.p. 4], voor een bedrag van € 5.120,- (ZD 26);

5. [b.p. 5], voor een bedrag van € 2.484,07 (ZD 03);

6. [b.p. 6], voor een bedrag van € 3.990,- (ZD 27);

7. [b.p. 7], voor een bedrag van € 1.857,08 (ZD 19);

8. [b.p. 8], voor bedragen van € 540,- en € 2.857,05 (ZD 17);

9. [b.p. 9], voor een bedrag van € 26.450,- (ZD 41);

10. [b.p. 10], voor een bedrag van € 1.980,70 (ZD 13);

11. [b.p. 11], bedrag onbekend;

12. [b.p. 12], voor een bedrag van € 38.323,- (ZD 04);

13. [b.p. 13], voor een bedrag van € 2.268,- (ZD 30);

14. [b.p. 14], voor een bedrag van € 295,-;

15. [b.p. 15], voor een bedrag van € 5.326,- (ZD 35);

16. [b.p. 16], voor een bedrag van € 2.865,- (ZD 34);

17. [b.p. 17], voor een bedrag van € 1.229,- (ZD 46);

18. [b.p. 18], voor een bedrag van € 6.317,- (ZD 4A);

19. [b.p. 19], voor een bedrag van € 550,- (ZD 24);

20. [b.p. 20], voor een bedrag van € 1.800,- (ZD 42);

21. [b.p. 21], voor een bedrag van € 1.605,- (ZD 01);

22. [b.p. 22], voor een bedrag van € 1.250,- (ZD 01);

23. [b.p. 23], voor een bedrag van € 6.241,87 (ZD 40).

De benadeelde partijen hebben schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vorderingen en van de gronden waarop deze berusten.

7.2. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat de ontstane schade van de benadeelde partijen in zodanig verband staat met de verweten deelname aan een criminele organisatie dat de vorderingen van alle benadeelde partijen behandeld dienen te worden.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen [b.p. 23], [b.p. 5], [b.p. 8] (voor een bedrag van € 2.857,-), [b.p. 9], [b.p. 12], [b.p. 15] en [b.p. 16] hoofdelijk zullen worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd de vorderingen van de benadeelde partijen [b.p. 21], [b.p. 22] en [b.p. 4] niet ontvankelijk te verklaren nu deze niet voldoende zijn onderbouwd.

7.3. Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de verweten deelname aan een criminele organisatie en de gepleegde diefstallen niet in zodanig verband met elkaar staan dat hierdoor de hiervoor genoemde schade is ontstaan. Om die reden dienen de vorderingen van de benadeelde partijen die niet in verband kunnen worden gebracht met een expliciet in de dagvaarding opgenomen feit, niet ontvankelijk te worden verklaard.

De verdediging sluit zich voor het overige aan bij het standpunt van de officier van justitie, met dien verstande dat zij voor wat betreft de vordering van de benadeelde partij [b.p. 23] geen causaal verband ziet met het feit en dat de vorderingen van de benadeelde partijen [b.p. 9] en [b.p. 15] niet voldoende zijn onderbouwd.

7.4. Beoordeling

7.4.1.

De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat de bewezenverklaarde deelname van verdachte aan een criminele organisatie en de gepleegde diefstallen in zodanig verband met elkaar staan dat hierdoor door verdachte aan de benadeelde partijen rechtstreeks schade is toegebracht.

De rechtbank zal de benadeelde partijen genoemd onder nummer 1, 2, 3, 6, 7, 8 (voor zover de vordering betrekking heeft op de inbraak van 22 juli 2010), 10, 11, 13, 14, 18, 19 en 20 dan ook niet ontvankelijk verklaren. Zij kunnen hun vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

7.4.2.

Met betrekking tot de volgende benadeelde partijen acht de rechtbank het causaal verband tussen het bewezenverklaarde en de schade bewezen. De rechtbank acht deze vorderingen (tot na te noemen bedrag) voldoende aannemelijk gemaakt. Deze civiele vorderingen zijn dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

- [b.p. 5], voor een bedrag van € 1.802,20. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering nu vermoed wordt dat dubbel arbeidsloon á 9 uur in rekening is gebracht, voor dit deel kan de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen;

- [b.p. 16], voor een bedrag van € 2.865,-.

7.4.3.

Met betrekking tot de volgende benadeelde partijen acht de rechtbank het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partijen zullen niet ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen en zij kunnen hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

- [b.p. 9];

- [b.p. 12];

- [b.p. 15];

- [b.p. 23].

7.4.4.

Met betrekking tot de benadeelde partijen [b.p. 4], [b.p. 17], [b.p. 21] en [b.p. 22] acht de rechtbank het causaal verband tussen het bewezenverklaarde en de schade bewezen. De rechtbank acht de gevorderde bedragen echter onvoldoende aannemelijk gemaakt. De benadeelde partijen zullen niet ontvankelijk worden verklaard in de vorderingen en zij kunnen de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

7.4.5. Motivering hoofdelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verdachte de strafbare feiten samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn medeverdachten samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd jegens de onder 7.4.2. genoemde benadeelde partijen, zijn zij jegens die benadeelde partijen hoofdelijk aansprakelijk.

7.4.6. Schadevergoedingsmaatregel

Aan verdachte zal de verplichting worden opgelegd de onder 7.4.2. genoemde bedragen aan de Staat te betalen ten behoeve van de slachtoffers.

8. Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 27, 36f, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

9.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 4, 5, 8, 9, 14, 15, 18 en 20 is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1, 2, 3, 6, 7, 10, 11, 12, 13, 16, 17, 19, 21, 22 en 23 zoals hierboven is omschreven, door verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Benadeelde partijen

De rechtbank veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partijen:

- [b.p. 5], voor de som van € 1.802,20;

- [b.p. 16], voor de som van € 2.865,-.

De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partijen tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil, met dien verstande dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door (een van) zijn mededader(s) is betaald, verdachte in zoverre is bevrijd.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [b.p. 5] voor het overige deel niet ontvankelijk is in de vordering.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen:

- [b.p. 1];

- [b.p. 2];

- [b.p. 3];

- [b.p. 6];

- [b.p. 7];

- [b.p. 8];

- [b.p. 9];

- [b.p. 11];

- [b.p. 10];

- [b.p. 12];

- [b.p. 13];

- [b.p. 14];

- [b.p. 15];

- [b.p. 17];

- [b.p. 18];

- [b.p. 19];

- [b.p. 20];

- [b.p. 21];

- [b.p. 22];

- [b.p. 23],

niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen en dat de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht;

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank legt aan verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de slachtoffers:

- [b.p. 5], voor de som van € 1.802,20, bij gebreke van betaling te vervangen door 28 dagen vervangende hechtenis;

- [b.p. 16], voor de som van € 2.865,-, bij gebreke van betaling te vervangen door 38 dagen vervangende hechtenis,

met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichtingen niet opheft, en dat indien genoemd bedragen geheel of gedeeltelijk door (een van) zijn mededader(s) zijn betaald, verdachte in zoverre is bevrijd en verstaat dat voldoening aan de verplichtingen tot betaling aan de Staat van voormelde bedragen ten behoeve van de slachtoffers de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partijen doet vervallen, alsmede dat betaling van voormelde bedragen aan de benadeelde partijen de verplichtingen tot betaling aan de Staat van deze bedragen doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter, mr. A.L.J.M.A. Janssens en mr. H. de Wit, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Ariese, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 27 september 2011, zijnde mr. H. de Wit buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna een proces-verbaal wordt aangehaald, betreft dit steeds een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal met nummer 04BMC100014, dat betrekking heeft op het onderzoek "[naam]", met bijlagen en aanvullingen, d.d. 6 juli 2011.

2 P-V aangifte [slachtoffer 4], nummer PL0641 2010154848-1, d.d. 20 oktober 2010, p. 7232 e.v.

3 Proces-verbaal van sporenonderzoek proces-verbaalnummer PL0660 2010154848-17, d.d. 20 oktober 2010, p. 7264 e.v. en NFI-Rapport DNA-onderzoek aan een referentiemonster van verdachte, d.d. 10 mei 2011, p. 7310 e.v.

4 Proces-verbaal Zaaksdossier ZD-002, d.d. 15 april 2011, p. 7172 e.v., in het bijzonder p. 7180-7186.

5 P-V aangifte [slachtoffer 5], nummer PL05FA 2010081123-1, d.d. 7 september 2010, p. 7915 e.v.

6 P-V bevindingen, nummer PL05GH 2010080578-2, d.d. 6 september 2010, p. 7923 e.v.

7 P-V bevindingen, nummer PL10RO 2010076416-5, d.d. 15 maart 2011, p. 7983 e.v.

8 Verklaring verdachte [medeverdachte 2] ter terechtzitting van 13 september 2011.

9 P-V van aangifte [slachtoffer 8], proces-verbaalnummer PL0400 2010065947-1, d.d. 9 juli 2010, p. 7621 e.v.

10 P-V van verhoor verdachte [medeverdachte 1], proces-verbaalnummer 04BMC10014-V002-14, d.d. 21 april 2011, p. 1695 e.v., in het bijzonder p. 1703 en 1704.

11 Proces-verbaal zaaksdossier 003, proces-verbaalnummer 04BMC10014 ZD-003, d.d. 16 mei 2011, p. 7603 e.v., in het bijzonder p. 7608-7609.

12 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 13], proces-verbaalnummer PL0617 2010131492-1, d.d. 4 september 2010, p. 8514 e.v.

13 Proces-verbaal van sporenonderzoek, proces-verbaalnummer PL0660 2010131492-2, .d.d. 6 september 2010, p. 8522-8524.

14 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], proces-verbaalnummer GET-027, p. 10562 e.v.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], proces-verbaalnummer 04BMC10014-V002-10, d.d. 6 april 2011, p. 1657 e.v., in het bijzonder p. 1662.

16 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], proces-verbaalnummer GET-023. p. 10581 e.v., in het bijzonder p. 10584.

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], proces-verbaalnummer 04BMC10014-V002-04, p. 1598 e.v., in het bijzonder p. 1602.

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], proces-verbaalnummer 04BMC10014-V002-15, d.d. 17 mei 2011, p. 1717 e.v., in het bijzonder p. 1722.

19 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], proces-verbaalnummer 04BMC10014-V002-15, d.d. 17 mei 2011, p. 1717 e.v., in het bijzonder p. 1721 tot en met 1723.

20 Proces-verbaal betreffende contacten vanuit historische gegevens, proces-verbaalnummer 04BMC10014-104, d.d. 20 juni 2011, houdende de bevindingen van de verbalisant [verbalisant], p. 10611 tot en met 10634.

21 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], proces-verbaalnummer 04BMC10014-V002-04, d.d. 30 maart 2011, p. 1598 e.v., in het bijzonder p. 1600 en 1601.

22 Proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnummer AF-098, d.d. 14 juni 2011, p. 10865 e.v.

23 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], proces-verbaalnummer 04BMC10014-V002-04, p. 1598 e.v., in het bijzonder p. 1600 en 1601.

24 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], proces-verbaalnummer GET-014-01, d.d. 8 december 2010.

25 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4], proces-verbaalnummer GET-07, d.d. 18 november 2010.

26 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], proces-verbaalnummer 04BMC10014-V002-04, p. 1598 e.v., in het bijzonder p. 1600 en 1601.

??

??

??

??

Parketnummer: 19.614003-11

Uitspraak d.d.: 27 september 2011 2

vonnis