Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2011:BR5600

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
16-08-2011
Datum publicatie
23-08-2011
Zaaknummer
19.830072-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte een ongeval heeft veroorzaakt waardoor het slachtoffer dat bij verdachte in de vrachtauto zat, zwaar lichamelijk letsel is toegebracht.

Verdachte is tijdens het besturen van het voertuig in slaap gevallen. Hij is vervolgens van de weg geraakt en heeft een aantal bomen geraakt. Verdachte heeft aangeven dat hij maatregelen had genomen om de slaperigheid te verdrijven maar dat dat kennelijk niet voldoende is geweest.

Verdachte kan verweten worden dat hij niet tijdig rust heeft genomen. Verdachte heeft zich laten leiden door het feit dat hij bijna thuis was en dacht dat hij het laatste stukje nog wel in staat was de auto te besturen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830072-11

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 16 augustus 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te Apeldoorn op [geboorte datum] 1991,

wonende [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 02 augustus 2011.

De verdachte is verschenen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op of omstreeks 22 augustus 2010, te Hollandscheveld, althans in de gemeente Hoogeveen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), daarmede rijdende over de weg Riegshoogtendijk zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend

- genoemd motorrijtuig te besturen, terwijl verdachte (zeer) vermoeid en/of slaperig was en/of

- (vervolgens) tijdens het besturen van dat motorrijtuig in slaap te vallen/raken en/of

- (vervolgens) met het door hem bestuurde motorrijtuig van de rijbaan af te wijken en/of in de (rechter-)berm te gaan rijden, waarna het motorrijtuig in aanraking is gekomen met drie, althans een aantal, althans een, bomen/boom,

tengevolge waarvan aan [slachtoffer], inzittende van genoemd motorrijtuig zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken been en/of een gebroken pols, werd toegebracht of zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij op of omstreeks 22 augustus 2010, te Hollandscheveld, althans in de gemeente Hoogeveen, als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg, Riegshoogtendijk,

- tijdens het besturen van dat voertuig/motorrijtuig in slaap is gevallen/geraakt en/of

- (vervolgens) met het door hem bestuurde voertuig/motorrijtuig van de rijbaan is afgeweken en/of in de (rechter-)berm is gaan rijden, waarna het voertuig/ motorrijtuig in aanraking is gekomen met drie, althans een aantal, althans een, bomen/boom, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. J. Eland acht hetgeen primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 40 uren werkstraf subsidiair 20 dagen hechtenis;

* 6 maanden rijontzegging, voorwaardelijk, proeftijd 2 jaren.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmiddelen

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij geen vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen die het volgende inhouden:

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal Aanrijding 1 van politie Drenthe, inhoudende het relaas van verbalisant [naam verbalisant];

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal verhoor getuige 2 van politie Drenthe, houdende de verklaring van [slachtoffer];

- een geneeskundige verklaring 3 d.d. 08 oktober 2010, betreffende [slachtoffer];

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 02 augustus 2011.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 22 augustus 2010, te Hollandscheveld, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), daarmede rijdende over de weg Riegshoogtendijk zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsge-vonden door aanmerkelijk onvoorzichtig

- genoemd motorrijtuig te besturen, terwijl verdachte vermoeid en slaperig was en

- vervolgens tijdens het besturen van dat motorrijtuig in slaap te vallen en

- vervolgens met het door hem bestuurde motorrijtuig van de rijbaan af te wijken en in de rechterberm te gaan rijden, waarna het motorrijtuig in aanraking is gekomen met drie bomen,

tengevolge waarvan aan [slachtoffer], inzittende van genoemd motorrijtuig zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken been en een gebroken pols, werd toegebracht.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht.

De verdachte zal van het primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het primair bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht,

strafbaar gesteld bij artikel 175 van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte een ongeval heeft veroorzaakt waardoor [slachtoffer] die bij verdachte in de vrachtauto zat, zwaar lichamelijk letsel is toegebracht.

Verdachte is tijdens het besturen van het voertuig in slaap gevallen. Hij is vervolgens van de weg geraakt en heeft een aantal bomen geraakt. Verdachte heeft aangeven dat hij maatregelen had genomen om de slaperigheid te verdrijven maar dat dat kennelijk niet voldoende is geweest.

Verdachte kan verweten worden dat hij niet tijdig rust heeft genomen. Verdachte heeft zich laten leiden door het feit dat hij bijna thuis was en dacht dat hij het laatste stukje nog wel in staat was de auto te besturen.

Bij de op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met de aard en ernst van het bewezen verklaarde, met de omstandigheden waaronder dit is begaan en met hetgeen de rechtbank uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte. Voorst houdt de rechtbank rekening met de inhoud van het uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 05 juli 2011 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld en met de inhoud van de reclasseringsrapport.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval kan worden volstaan met het opleggen van een taakstraf van een omvang als door de officier van justitie is gevorderd.

Motivering ontzegging van de rijbevoegdheid

De rechtbank is van oordeel dat verdachte, als verkeersdeelnemer, een aan zijn schuld te wijten ernstig verkeersongeval heeft veroorzaakt, hetgeen een ontzegging van de rijbevoegdheid in beginsel rechtvaardigt.

Door de verdachte is aangevoerd dat een ontzegging van de rijbevoegdheid hem onevenredig zwaar zal treffen omdat hij zijn rijbewijs voor zijn beroepsuitoefening nodig heeft en hij in geval van een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid zijn baan zal kwijtraken.

In de gegeven omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de verdachte onevenredig zwaar in zijn belangen zou worden getroffen door een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid, zodat zij zal volstaan met het opleggen van een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht.

Daarnaast heeft de rechtbank gelet op de artikelen 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

* een taakstraf bestaande uit 40 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast;

De rechtbank ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijdsduur van ZES MAANDEN geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde bijkomende straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter en mr. J.J. Schoemaker en mr. E.C.M. Wolfert, rechters in tegenwoordigheid van D. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 16 augustus 2011 zijn de mr. Wolfert en de griffier buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 pag. 2 ev van proces-verbaal nummer PL033k 2010051950-1

2 pag. 15/16 van voormeld dossier

3 pag. 10 van voormeld dossier

??

??

??

??

Parketnummer: 19.830072-11

Uitspraak d.d.: 16 augustus 2011 4

vonnis