Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2011:BR3584

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
23-06-2011
Datum publicatie
29-07-2011
Zaaknummer
10/466
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2012:BY0983, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Met het voorgenomen dance-event wordt de grondslag van de milieuvergunning verlaten omdat daarbij muziek met het housespectrum ten gehore zal worden gebracht terwijl het akoestisch onderzoek behorende bij de milieuvergunning uitgaat van muziek overeenkomstig het popspectrum. Verweerder heeft dan eigen verantwoordelijkheid ingevolge de Algemene Plaatselijke Verordening. De bevoegdheid om de evenementenvergunning te weigeren kan door de rechtbank slechts terughoudend getoetst worden. Het bestreden besluit kan deze toets doorstaan. Uit onderzoek is gebleken dat bij muziek met het housespectrum de geluidsgrenzen worden overschreden ondanks dat werd voldaan aan de voorwaarden van de vergunning. Niet gebleken is van aanvullende maatregelen. Geen strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector Bestuursrecht

Kenmerk: 10/466 BESLU

Uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken d.d. 23 juni 2011

in het geding tussen

[eiser], wonende te Dordrecht, eiser,

en

De burgemeester van de gemeente Assen, verweerder.

I. Procesverloop

Bij besluit van 10 juni 2010 heeft verweerder de bezwaren van eiser tegen het besluit van 23 december 2009 ongegrond verklaard en laatstgenoemd besluit gehandhaafd, inhoudende de weigering van een vergunning voor het organiseren van het hardstyle evenement Sector 01 in [evenementenhal] op 22 mei 2010.

Namens eiser is bij brief van 24 december 2009 tegen dit besluit bij de rechtbank beroep ingesteld.

Verweerder heeft bij brief van 7 september 2009 de op de zaak betrekking hebbende stukken alsmede een verweerschrift ingezonden. De gemachtigde van eiser heeft hiervan een afschrift ontvangen.

Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank op 4 april 2011, alwaar eiser in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. E. Nijhof.

Voor verweerder zijn verschenen A.J. Pronk en W.A. Britstra

II. Motivering

Feiten en omstandigheden

Voor [evenementenhal] in Assen is een milieuvergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een evenementenhal op het perceel [perceel] te Assen.

Op 7 augustus 2009 heeft eiser een aanvraag ingediend voor een evenementenvergunning voor het Dance Event Sector 01 op 22 mei 2010 in [evenementenhal]. Het evenement wordt gehouden van 22.00 uur tot 07.00 uur en er worden maximaal 8000 bezoekers verwacht.

Bij besluit van 23 december 2009 is de aanvraag door verweerder geweigerd. Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 24 december 2009 een bezwaarschrift ingediend.

Bij brief van 22 januari 2010 heeft eiser een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter is daarbij verzocht om te bepalen dat verweerder per ommegaande, danwel binnen 7 dagen na 10 februari 2010 een beslissing neemt op het bezwaarschrift.

Bij uitspraak van 11 februari 2010 heeft de voorzieningenrechter het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.

Op 23 februari 2010 heeft de hoorzitting van de Algemene Commissie Bezwaarschriften (hierna: de commissie) plaatsgevonden. Op 1 maart 2010 heeft de commissie verweerder geadviseerd het bezwaar gegrond te verklaren.

Bij het thans bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Toepasselijke regelgeving

Ingevolge artikel 2:18, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Assen (APV) is het verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

Ingevolge artikel 1:8 van de APV kan de vergunning door het bevoegd bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van

a. de openbare orde

b. de openbare veiligheid

c. de volksgezondheid

d. de bescherming van het milieu.

Beoordeling

Ter beoordeling aan de rechtbank ligt de vraag voor of de weigering om een evenementenvergunning te verlenen voor het evenement Dance Event Sector 01 op 22 mei 2010 in [evenementenhal] in Assen de toets in rechte kan doorstaan.

Verweerder heeft het evenement geweigerd in verband met de bescherming van het milieu, in het bijzonder om geluidsoverlast te voorkomen.

Verweerder heeft de weigering om een vergunning te verlenen in het primaire besluit als volgt gemotiveerd:

“Op 7 augustus 2006 heeft het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Assen een aanvraag voor een vergunning in het kader van de Wet milieubeheer ontvangen voor het oprichten van een evenementenhal. Bij deze aanvraag is een rapport gevoegd aangaande een akoestisch onderzoek. Eén van de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek was het plaatsvinden van muziekevenementen. Gebleken is dat bij het onderzoek er van uit is gegaan dat er tijdens deze evenementen muziek ten gehore wordt gebracht die past binnen het popspectrum. Bij het evenement dat u wilt organiseren wordt muziek ten gehore gebracht die overeenkomt met het housespectrum. Hierdoor wordt de grondslag van eerder genoemde aanvraag verlaten en zou [evenementenhal] in werking zijn strijdig met eerder genoemde vergunning.

Recentelijk akoestisch onderzoek heeft uitgewezen dat de muzieksoort die u tijdens het evenement ten gehore wilt brengen niet kan voldoen aan de geluidsvoorschriften zoals deze zijn opgenomen in milieuwet- en regelgeving.

Tijdens eerder gehouden evenementen met een soortgelijk karakter zijn door de gemeente Assen geluidsmetingen uitgevoerd. Hierbij is gebleken dat de geluidsvoorschriften met betrekking tot het maximaal toelaatbare langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de omgeving van [evenementenhal] fors werd overschreden. Het terugbrengen van het binnenniveau in [evenementenhal] tot een niveau waarbij werd voldaan aan alle geluidsvoorschriften zou de openbare orde teveel in gevaar brengen. Taxatie is namelijk dat bezoekers erg ontevreden zullen zijn over het evenement als gevolg van het verminderde geluidsniveau. Gezien het te verwachten aantal bezoekers vrees ik dat de uitingen van onvrede de openbare orde zullen kunnen verstoren.

In september 2008, september 2009 en november 2009 hebben wij wel evenementenvergunningen verleend voor soortgelijke evenementen. Deze evenementen hebben voor veel burgers geluidsoverlast veroorzaakt. Door metingen die hebben plaatsgevonden is gebleken dat deze klachten terecht waren. Uit uw aanvraag blijkt niet dat u kunt waarborgen dat u het ondervinden van geluidsoverlast kunt voorkomen.

Uit recentelijk gevoerde gesprekken met de eigenaar en de exploitant van [evenementenhal] is gebleken dat er op korte termijn geen zicht is op het verbeteren van de akoestische situatie van [evenementenhal]. Hetgeen betekent dat onder gelijkblijvende omstandigheden evenementen waarbij muziek ten gehore wordt gebracht met het housespectrum geluidsvoorschriften niet worden nageleefd. Zolang de akoestische situatie van [evenementenhal] niet verbetert of zolang er geen technische mogelijkheden worden toegepast waarbij onomstotelijk is aangetoond dat aan de geluidsvoorschriften wordt voldaan, zullen dergelijke evenementen geen doorgang kunnen vinden.”

In het bestreden besluit heeft verweerder daar nog aan toegevoegd:

“De commissie stelt dat in het rapport aangaande een akoestisch onderzoek dat bij de milieuvergunning hoort de termen pop- en housespectrum niet worden genoemd. De commissie heeft, wanneer men zich richt op de terminologie, op zich gelijk, echter er is in het akoestisch onderzoek wel degelijk alleen, voor wat betreft muziekgeluid, gerekend met het popspectrum. Dit is terug te vinden in bijlage II “Berekeningen geluidvermogenniveaus” van het rapport. Uit deze berekeningen blijkt dat hiervoor het popspectrum is toegepast. (…) Het argument van de commissie dat er bij de aanvraag om een milieuvergunning geen rekening is gehouden met de verschillende spectra waarin muziek ten gehore wordt gebracht, gaat derhalve niet op.

Het weigeren van de evenementenvergunning acht de commissie een te zwaar middel. Met minder verstrekkende maatregelen had eveneens beperking van geluidsoverlast kunnen worden bereikt. Voorafgaand aan het dance event Master of Hardcore pole position lap 2, dat gehouden is in de nacht van 7 op 8 november 2009, zijn door de gemeente Assen diverse maatregelen geëist en door [evenementenhal] uitgevoerd. Bovendien is er, om zorg te dragen voor het gesloten houden van deuren en ramen, een preventieve last onder dwangsom opgelegd. Tijdens het evenement is het niet nodig geweest om de last te verbeuren. De genomen maatregelen en de preventieve last onder dwangsom hebben een lichte vermindering laten zien van de overschrijdingen van de geluidsnormeringen. De vermindering is echter niet dusdanig dat het de geluidsnormeringen benadert. Uit de aanvraag om een evenementenvergunning en het daarbij gevoegde draaiboek blijkt niet dat er door Digital Attack Events verregaande maatregelen zijn genomen die de geluidsuitstraling naar de omgeving dermate reduceren dat de geluidsnormeringen worden benaderd. Ook door [evenementenhal] zijn geen maatregelen genomen of gepland te worden genomen ter vermindering van de overschrijdingen. Doordat de reeds doorgevoerde maatregelen niet hebben geleid tot benadering van de geluidsnormeringen en er zowel door DAE als door [evenementenhal] geen maatregelen worden voorgesteld om dit wel te bewerkstelligen acht ik weigering van de vergunning de enige mogelijkheid om de bescherming van het milieu te waarborgen. Het argument dat de weigering een te zwaar middel is, houdt gelet op hetgeen hierboven is verwoord, mijns inziens dan ook geen stand. ”

Eiser stelt zich op het standpunt dat het bestreden besluit een deugdelijke motivering ontbeert. Volgens eiser is niet gebleken dat de milieuvergunning van [evenementenhal] een beperking in de muzieksoort bevat. Dat in het kader van de aanvraag om de milieuvergunning een onderzoek is verricht, waarbij de geluidsvolumeniveaus zijn getoetst en waarbij gebruik is gemaakt van muziek overeenkomstig het popspectrum, doet daaraan niet af. Aan [evenementenhal] is vergunning verleend voor het houden van 12 muziekevenementen terwijl daarbij geen onderscheid is gemaakt in de soort muziek. Daarbij is van belang dat vergunning wordt verleend voor bepaalde activiteiten en niet voor de milieubelasting ervan. De grondslag van de vergunning is met het voorgenomen dance-event niet verlaten.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende. Uit het bij de stukken gevoegde ontwerpbesluit betreffende de te verlenen milieuvergunning (welk ontwerpbesluit ongewijzigd is vastgesteld) blijkt dat een vergunning is aangevraagd voor 12 muziekevenementen per jaar. Ook blijkt daaruit dat de gehele aanvraag alsmede de daarbij behorende bijlagen – zoals het akoestisch onderzoek dat ten behoeve van de aanvraag is opgemaakt – deel uitmaken van de vergunning. Partijen zijn het erover eens dat in het akoestisch onderzoek gebruik is gemaakt van muziek overeenkomstig het popspectrum. Op grond van het akoestisch onderzoek bij de aanvraag staat vast dat wanneer muziek overeenkomstig het popspectrum wordt gedraaid in [evenementenhal] de gehanteerde grenswaarden voor geluid niet worden overschreden. Dit zou dus anders kunnen zijn als het gaat om muziek overeenkomstig het housespectrum. In de praktijk is dat ook gebleken, niet alleen door klachten van omwonenden, maar ook uit verschillende onderzoeken. Na het verlenen van de milieuvergunning en vóór de weigering van de evenementenvergunning zijn er drie dance-party’s georganiseerd waarbij muziek ten gehore werd gebracht die overeenkomt met het housespectrum, te weten op 13 september 2008, 19 september 2009 en 7 november 2009. Op verzoek van verweerder zijn drie onderzoeken verricht door Cauberg Huygen. Uit de conclusies van het rapport van Cauberg van 30 september 2009 met betrekking tot het evenement Evolution (19 september 2009) blijkt dat dit evenement niet conform de uitgangspunten beschreven in de akoestische onderzoeken en conform de vergunning is georganiseerd. Ter plaatse van enkele beoordelingspunten is een overschrijding van ten hoogste 18 dB geconstateerd. Uit de conclusie van het rapport van Cauberg van 12 november 2009 naar aanleiding van het evenement Masters of Hardcore pope position 2 (7 nov 2009) blijkt dat dit evenement conform de eisen van de vergunning is georganiseerd, terwijl ter plaatse van de omliggende woningen het geluidvoorschrift met 20 dBA (44 ipv 24) is overschreden en op een afstand van 200 meter van de hal het geluidvoorschrift met 15 dBA (55dBA ipv 40 dBA) is overschreden. Naar aanleiding van de aanvraag voor de evenementenvergunning voor het onderhavige evenement heeft verweerder Stroop raadgevende ingenieurs gevraagd nader onderzoek te verrichten naar het dossier van [evenementenhal]. De resultaten zijn neergelegd in de nota van 11 december 2009. In dit onderzoek staat dat wordt getwijfeld aan de juistheid van het onderzoek behorende bij de milieuvergunning, onder meer vanwege de reden dat het popspectrum is gehanteerd en niet het housespectrum. Uit het voorgaande blijkt naar het oordeel van de rechtbank voldoende dat de grondslag van de milieuvergunning met het voorgenomen dance-event is verlaten. Verweerder heeft dan gelet op de APV een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om mogelijke milieuschade, in dit geval mogelijke geluidsoverlast. Naar het oordeel van de rechtbank is de bevoegdheid van verweerder een evenementenvergunning te weigeren in het belang van het milieu een discretionaire bevoegdheid. De houdbaarheid in rechte van het bestreden besluit is dus slechts onderworpen aan een terughoudende toets. Dat wil zeggen dat de bestuursrechter zich moet beperken tot de vraag of verweerder in redelijkheid, onder afweging van de betrokken belangen, heeft kunnen komen tot de weigering een vergunning te verlenen. Naar het oordeel van de rechtbank kan het bestreden besluit deze toets doorstaan.

Ter zitting heeft eiser zich nog op het standpunt gesteld dat de soort muziek nooit per definitie een overtreding van de geluidsvoorschriften met zich meebrengt. Eiser had naar zijn zeggen diverse plannen klaarliggen om ervoor te zorgen dat de geluidsnormeringen niet zouden worden overschreden.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. Uit de vergunningaanvraag, noch uit de daarbij behorende bijlage (het draaiboek), blijkt van voorgenomen maatregelen van eiser om de geluidsoverlast te beperken. Nu de bij het laatste evenement, op 7 november 2009, getroffen maatregelen niet het gewenste effect hadden, en eiser tot op heden niet aan verweerder kenbaar heeft gemaakt welke andere, betere maatregelen door hem getroffen zouden worden, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank de vergunning kunnen weigeren.

Eiser heeft zich voorts nog op het standpunt gesteld dat verweerder in strijd handelt met het gelijkheidsbeginsel nu in het verleden vaker muziekevenementen zijn toegestaan waar andere muziek dan popmuziek werd gedraaid.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende. Omdat naar aanleiding van de in het verleden gehouden muziekevenementen is gebleken dat er sprake was van geluidsoverlast, heeft verweerder het evenement op 7 november 2009 als testcase beschouwd. Eiser was daarvan op de hoogte. Bij laatstgenoemd evenement was ondanks allerlei maatregelen toch sprake van overschrijding van de geluidsvoorschriften, zodat verweerder zich genoodzaakt zag het hardstyle evenement Sector 01 te weigeren. Verweerder heeft daarbij nog vermeld ook een evenementenvergunning voor het evenement Ravers Religion dat op 2 oktober 2010 zou plaatsvinden in [evenementenhal] te hebben geweigerd op dezelfde gronden. Van handelen in strijd met het gelijkheidsbeginsel is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake.

De beroepsgronden slagen gelet op het vorenstaande geen van alle. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren. Voor een proceskostenveroordeling ziet de rechtbank geen aanleiding.

III. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Mulder, rechter, bijgestaan door mr. F.K. Heiting, griffier.

F.K. Heiting mr. L. Mulder

In het openbaar uitgesproken op 23 juni 2011

Tegen deze uitspraak kunnen partijen, alsmede iedere andere belanghebbende, hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te 's-Gravenhage. Het hoger beroep dient ingesteld te worden door het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019 te 2500 EA 's-Gravenhage binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.

Afschrift verzonden op: