Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2011:BQ7365

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
07-06-2011
Datum publicatie
07-06-2011
Zaaknummer
19.810006-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte had zich op meerdere momenten kunnen onttrekken, maar heeft dit niet gedaan.

Tijdens de uitvoering van het feit stond verdachte bij de deur van het tankstation. Gezien het effect dat hiervan uit kon gaan op de medeverdachte en op het slachtoffer, kan niet gesproken worden van een zodanig kleine rol dat geen sprake zou zijn van medeplegen. Verdachte versterkte door zijn handelen de positie van zijn medeverdachte.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. De rechtbank acht derhalve medeplegen wettig en overtuigend bewezen.

Verdachte heeft door zijn handelen de positie van de medeverdachte, die het delict feitelijk heeft gepleegd, aanzienlijk versterkt. Anderzijds is niet gebleken dat verdachte een organiserende of leidende rol had, maar dat hij zich meer ondergeschikt heeft opgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.810006-11

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 7 juni 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte 1],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum[ 1994,

wonende te [woonadres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 24 mei 2011.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.B. Pieters, advocaat te Hoogeveen.

Tenlastelegging

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op of omstreeks 27 december 2010, te Assen, althans in de gemeente Assen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten

dele toebehorende aan [tankstation], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

[slachtoffer 1], medewerker van het [tankstation] aan de [adres],

te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,

- de situatie rond dat tankstation heeft verkend en/of afspraken heeft gemaakt

over de aanpak en de uitvoering van de te plegen diefstal (met geweld) en/of

- kleding en/of een masker en/of een (vuur-)wapen heeft verstrekt, althans

beschikbaar gesteld voor het gebruik bij de te plegen diefstal met geweld en/of

- naar de ingang van dat tankstation is gelopen, en/of

voorzien van een (scream-)masker dat tankstation is binnengegaan en/of

(vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

ter hand heeft genomen en/of op het hoofd, althans het lichaam van die

[slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of (daarbij) heeft

geroepen/gezegd: "dit is een overval" en/of "geld",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 27 december 2010, te Assen, althans in de gemeente Assen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1], werknemer bij een [tankstation] aan de [adres], te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [tankstation], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,

- de situatie rond dat tankstation heeft verkend en/of afspraken heeft gemaakt over de aanpak en de uitvoering van het te plegen misdrijf en/of

- kleding en/of een masker en/of een (vuur-)wapen heeft verstrekt, althans beschikbaar gesteld voor het gebruik bij het te plegen misdrijf en/of

- met een (scream-)masker dat tankstation is binnengegaan en/of

(vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp ter hand heeft genomen en/of op het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of (daarbij) heeft geroepen/gezegd: "dit is een overval" en/of "geld",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

[verdachte 2] en/of [verdachte 3] en/of [verdachte 4] op of omstreeks 27 december 2010, te Assen, althans in de gemeente Assen, ter uitvoering van het door die [verdachte 2] en/of die

[verdachte 3] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg

te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [tankstation], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan die [verdachte 2] en/of die

[verdachte 3] en/of [verdachte 4],

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

[slachtoffer 1], medewerker van het [tankstation] aan de [adres],

te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

tezamen en in vereniging, althans alleen,

- de situatie rond dat tankstation heeft/hebben verkend en/of afspraken

heeft/hebben gemaakt over de aanpak en de uitvoering van de te plegen diefstal

(met geweld) en/of

- kleding en/of een masker en/of een (vuur-)wapen heeft/hebben verstrekt,

althans beschikbaar gesteld voor het gebruik bij de te plegen diefstal met

geweld en/of

waarna genoemde [verdachte 2]

- voorzien van een (scream-)masker dat tankstation is binnengegaan en/of

(vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

ter hand heeft genomen en/of op het hoofd, althans het lichaam van die

[slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of (daarbij) heeft

geroepen/gezegd: "dit is een overval" en/of "geld",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte op of omstreeks 27 december

2010, te Assen, althans in de gemeente Assen opzettelijk behulpzaam is geweest

door op de uitkijk te staan;

en/of

[verdachte 2] en/of [verdachte 3] en/of [verdachte 4] op of omstreeks 27 december 2010 te Assen, althans in de gemeente Assen, ter uitvoering van het door die [verdachte 2] en/of die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1], werknemer bij een [tankstation] aan de [adres], te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [tankstation], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

tezamen en in vereniging met zijn/hun mededader(s), althans alleen,

- de situatie rond dat tankstation heeft/hebben verkend en/of afspraken heeft/hebben gemaakt over de aanpak en de uitvoering van het te plegen misdrijf en/of

- kleding en/of een masker en/of een (vuur-)wapen heeft/hebben verstrekt, althans beschikbaar gesteld voor het gebruik bij de het plegen misdrijf en/of

(waarna) genoemde [verdachte 2]

- naar de ingang van dat tankstation is gelopen en/of

- met een (scream-)masker dat tankstation is binnengegaan en/of

(vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp ter hand heeft genomen en/of op het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of (daarbij) geroepen/gezegd: "dit is een overval" en/of "geld", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte op of omstreeks 27 december 2010 te Assen opzettelijk behulpzaam is geweest door op de uitkijk te staan

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. A.M. de Vries acht hetgeen primair aan de verdachte is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen.

De officier van justitie vordert:

- jeugddetentie voor de duur van 365 dagen, waarvan 313 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met de bijzondere voorwaarde van toezicht door de Jeugdreclassering; en

- een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 160 uren, bij niet naar behoren verrichten van deze werkstraf te vervangen door 80 dagen vervangende hechtenis

en toezicht door de Jeugdreclassering, hetgeen mede inhoudt ambulante behandeling door Accare of een soortgelijke instelling en ITB CRIEM.

De officier van justitie vordert tevens opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis.

De officier van justitie vordert verder, dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij onherroepelijk geworden vonnis van 27 oktober 2010 van de kinderrechter in het arrondissement Assen opgelegde werkstraf van 40 uren, ten aanzien waarvan bevel was gegeven dat deze voorwaardelijk niet zou worden tenuitvoergelegd.

De officier van justitie vordert verder hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] en hoofdelijke oplegging van een schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

Bewijsverweer

De raadsvrouw van verdachte heeft gesteld dat niet bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van het tenlastegelegde feit. Zij heeft haar standpunt onderbouwd door te betogen dat de rol van verdachte in het geheel zeer klein was en dat hij geen gelijkwaardige deelnemer in de voorbereiding en uitvoering van het feit is geweest. Bovendien zou verdachte zijn taak, het op de uitkijk staan, slecht hebben uitgevoerd. Er zou hooguit sprake kunnen zijn van een "poging tot medeplichtigheid", maar dit is niet strafbaar.

De rechtbank verwerpt het standpunt van de raadsvrouw van verdachte. Verdachte heeft bekend dat hij bij de voorbereidingen voor het feit aanwezig is geweest. Verdachte had zich op meerdere momenten kunnen onttrekken, maar heeft dit niet gedaan.

Tijdens de uitvoering van het feit stond verdachte bij de deur van het tankstation. Gezien het effect dat hiervan uit kon gaan op de medeverdachte en op het slachtoffer, kan niet gesproken worden van een zodanig kleine rol dat geen sprake zou zijn van medeplegen. Verdachte versterkte door zijn handelen de positie van zijn medeverdachte.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. De rechtbank acht derhalve medeplegen wettig en overtuigend bewezen.

Bewijsmotivering

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het hem primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 27 december 2010, te Assen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1], werknemer bij een [tankstation] aan de [adres], te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan [tankstation],

tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten

- de situatie rond dat tankstation heeft verkend en afspraken heeft gemaakt

over de aanpak en de uitvoering van het te plegen misdrijf en

- kleding en een masker en een wapen heeft verstrekt voor het gebruik bij het te plegen misdrijf en

- naar de ingang van dat tankstation is gelopen en

- met een (scream-)masker dat tankstation is binnengegaan en

vervolgens een op een vuurwapen gelijkend voorwerp ter hand heeft genomen en op het hoofd van die

[slachtoffer 1] heeft gericht en gericht gehouden en daarbij heeft

geroepen: "dit is een overval" en "geld",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het primair bewezenverklaarde levert op:

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen,

strafbaar gesteld bij artikel 317 junctis artikelen 312 lid 2 en 45 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman van de verdachte;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 19 april 2011.

De raadsvrouw van verdachte heeft een onvoorwaardelijke straf bepleit voor het gedeelte dat verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en voor wat betreft het overige heeft zij bepleit te volstaan met een voorwaardelijke straf met de voorwaarde van reclasseringstoezicht. De raadsvrouw heeft verder verzocht de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen.

Bij het bepalen van de straf zal de rechtbank rekening met het advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 17 mei 2011 en het voorlichtingsrapport van de Jeugdreclassering van 17 mei 2011 en de door een raadsmedewerker en medewerker van de Jeugdreclassering gegeven toelichting daarop ter terechtzitting. Daaruit blijkt onder andere dat het onwenselijk is het ingezette ambulante traject thans te onderbreken door een onvoorwaardelijke jeugddetentie.

Vooropgesteld moet worden dat het gaat om zeer ernstige feiten die zowel voor de direct betrokkenen als voor de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid met zich meebrengen. Het optreden met meerdere personen, voorzien van vermomming en wapens levert een zeer bedreigende situatie op. Verdachte heeft zijn eigen belang vooropgesteld zonder rekening te houden met de gevolgen van zijn gedrag voor anderen.

Verdachte heeft door zijn handelen de positie van de medeverdachte, die het delict feitelijk heeft gepleegd, aanzienlijk versterkt. Anderzijds is niet gebleken dat verdachte een organiserende of leidende rol had, maar dat hij zich meer ondergeschikt heeft opgesteld.

De rechtbank is op grond van de ernst van de onderhavige zaak, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat een passende bestraffing voor deze verdachte is:

jeugddetentie voor de duur van 240 dagen waarvan 188 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met de bijzondere voorwaarde van toezicht door de Jeugdreclassering hetgeen mede zal inhouden ITB Criem en dat verdachte zich ambulant doet behandelen bij Accare of een soortgelijke instelling;

en een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.700353-10

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar, nu de verdachte, eerder bij vonnis van 27 oktober 2010 van deze rechtbank is veroordeeld tot een werkstraf van 80 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, en hij zich tijdens de gestelde proeftijd, heeft schuldig gemaakt aan de strafbare feiten zoals hiervoor bewezen is verklaard.

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte bewezen. Het gevorderde bedrag acht de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank zal de vordering toewijzen voor het deel waarvoor de rechtbank de verdachte aansprakelijk acht.

De rechtbank merkt hierbij op dat zij het in dit specifieke geval niet wenselijk acht dat verdachte en zijn medeverdachten op enige wijze contact moeten hebben over de verdeling van de schade. Om die reden zal de vordering niet hoofdelijk worden toegewezen.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer [slachtoffer 1] naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd een bedrag van € 187,50, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77o, 77x, 77y en 77dd van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot:

jeugddetentie voor de duur van 240 dagen waarvan een gedeelte groot 188 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

en

een taakstraf bestaande uit 160 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 80 dagen zal worden toegepast.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Jeugdreclassering Nederland, arrondissement Assen, welke voorschriften en aanwijzingen mede zullen inhouden ITB Criem en dat verdachte zich ambulant verder zal doen behandelen door Accare

met opdracht aan de reclasseringsinstelling ingevolge artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.700353-10

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van een gedeelte, te weten 40 uren van de bij vonnis d.d. 27 oktober 2010 door de rechtbank te Assen opgelegde voorwaardelijke werkstraf, met bevel dat, voor het geval de verdachte deze taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast.

Benadeelde partij

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van de som van € 187,50 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], een bedrag van € 187,50 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 3 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. J.G. de Bock en mr. E.C.M. Wolfert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Ariese, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 7 juni 2011.

Parketnummer: 19.810006-11

Uitspraak d.d.: 7 juni 2011