Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2011:BQ7355

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
07-06-2011
Datum publicatie
07-06-2011
Zaaknummer
19.700088-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

medeplegen en medeplichtigheid poging afpersing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.700088-11

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 7 juni 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte 1],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

wonende te [woonadres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 24 mei 2011.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.J. Pellinkhof, advocaat te Assen.

Tenlastelegging

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 24 december 2010, te Assen, althans in de gemeente

Assen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om

zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer 1], althans een werknemer van de [supermarkt Y] aan de [adres], te dwingen tot de afgifte van een

hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [supermarkt X], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met zijn

mededader(s)

- de situatie rond en/of in de winkel heeft verkend en/of afspraken heeft

gemaakt over de aanpak en de uitvoering van het te plegen misdrijf en/of

- kleding en/of een masker en/of een (vuur-)wapen heeft verstrekt, althans

beschikbaar gesteld voor het gebruik bij het te plegen misdrijf en/of

- (een) fiets(en) heeft klaargezet, die gebruikt konden worden om van de

plaats van het misdrijf te vluchten en/of

- op de uitkijk heeft gestaan en/of

- voorzien van een (gezichtsbedekkend) masker en/of een vuurwapen, althans een

op een vuurwapen gelijkend voorwerp, dat winkelpand is binnengegaan en/of

- het vuurwapen, althans het op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die

[slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of

- (daarbij) heeft gezegd/geroepen: "doe je la open en geef me geld", althans

woorden van soortgelijke aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 24 december 2010, te Assen, althans in de gemeente Assen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand aan de [adres] weg te

nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt X], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

[slachtoffer 1], (althans een) medewerker van genoemde supermarkt, te plegen

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s)

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,

- de situatie rond de winkel heeft verkend en/of afspraken heeft gemaakt over

de aanpak en de uitvoering van de te plegen diefstal (met geweld) en/of

- kleding en/of een masker en/of een (vuur-)wapen heeft verstrekt, althans

beschikbaar gesteld voor het gebruik bij de te plegen diefstal met geweld en/of

- (een) fiets(en) heeft klaargezet, die gebruikt konden worden om van de

plaats van het misdrijf te vluchten en/of

- voorzien van een (gezichtsbedekkend) masker en/of een vuurwapen, althans een

op een vuurwapen gelijkend voorwerp, dat winkelpand is binnengegaan en/of

- het vuurwapen, althans het op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die

[slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of

- (daarbij) heeft gezegd/geroepen: "doe je la open en geef me geld", althans

woorden van soortgelijke aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 27 december 2010, te Assen, althans in de gemeente

Assen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om

zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer 2], (althans een) werknemer bij een [tankstation] aan de [adres], te dwingen tot de afgifte van een

hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [tankstation], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,

- de situatie rond dat tankstation heeft verkend en/of afspraken heeft gemaakt

over de aanpak en de uitvoering van het te plegen misdrijf en/of

- kleding en/of een masker en/of een (vuur-)wapen heeft verstrekt, althans

beschikbaar gesteld voor het gebruik bij het te plegen misdrijf en/of

- voorzien van een (scream-)masker dat tankstation is binnengegaan en/of

- (vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

ter hand heeft genomen en/of op het hoofd, althans het lichaam van die

[slachtoffer 2] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of

- (daarbij) heeft geroepen/gezegd: "dit is een overval" en/of "geld",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 27 december 2010, te Assen, althans in de gemeente Assen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten

dele toebehorende aan [tankstation], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

[slachtoffer 2], (althans een) medewerker van het [tankstation] aan de

[adres], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden

en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf

en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het

bezit van het gestolene te verzekeren, tezamen en in vereniging met zijn

mededader(s), althans alleen,

- de situatie rond dat tankstation heeft verkend en/of afspraken heeft gemaakt

over de aanpak en de uitvoering van de te plegen diefstal (met geweld) en/of

- kleding en/of een masker en/of een (vuur-)wapen heeft verstrekt, althans

beschikbaar gesteld voor het gebruik bij de te plegen diefstal met geweld en/of

(waarna (een van) zijn mededader(s))

- voorzien van een (scream-)masker dat tankstation is binnengegaan en/of

- (vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

ter hand heeft genomen en/of op het hoofd, althans het lichaam van die

[slachtoffer 2] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of

- (daarbij) heeft geroepen/gezegd: "dit is een overval" en/of "geld",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Althans indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen terzake dat

[verdachte 2] en/of [verdachte 3] en/of [verdachte 4] op of omstreeks 27 december 2010 te Assen, althans in de gemeente Assen, ter uitvoering van het door die [verdachte 2] en/of die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2], werknemer bij een [tankstation] aan de [adres], te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [tankstation], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

- met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld, toebehorende aan [tankstation], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [verdachte 2] en/of die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4],

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], medewerker van het [tankstation] aan de [adres], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

tezamen en in vereniging met zijn/hun mededader(s), althans alleen,

- de situatie rond dat tankstation heeft/hebben verkend en/of afspraken heeft/hebben gemaakt over de aanpak en de uitvoering van het te plegen misdrijf en/of

- kleding en/of een masker en/of een (vuur-)wapen heeft/hebben verstrekt, althans beschikbaar gesteld voor het gebruik bij het te plegen misdrijf en/of

(vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp ter hand heeft genomen en/of op het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of (daarbij) heeft geroepen/gezegd: "dit is een overval" en/of "geld",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte op of omstreeks 27 december 2010 te Assen opzettelijk behulpzaam is geweest door zijn jas te verstrekken aan genoemde [verdachte 2] of [verdachte 4].

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. A.M. de Vries acht hetgeen onder 1 primair en onder 2 primair aan de verdachte is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen.

De officier van justitie vordert:

- Jeugddetentie voor de duur van 12 maanden, geheel voorwaardelijk;

- een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 200 uren, bij niet naar behoren verrichten van deze werkstraf te vervangen door 100 dagen vervangende hechtenis;

met een proeftijd van 2 jaren en met de bijzondere voorwaarde van toezicht door de Jeugdreclassering, hetgeen mede zal inhouden ITB CRIEM en dat verdachte zich zal doen behandelen bij Accare of een soortgelijke instelling.

De officier van justitie vordert verder:

- hoofdelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2];

- hoofdelijke oplegging van een schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van genoemde benadeelde partijen.

Vrijspraak

De verdachte dient van het onder 2 primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht met name niet bewezen, dat verdachte dit feit heeft medegepleegd. Niet bewezen kan worden dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met de medeverdachten tot het verrichten van het feit. De rechtbank baseert haar overtuiging hierop dat verdachte voorafgaand aan het feit niet actief heeft deelgenomen aan de besprekingen, dat hij toen hem dat werd gevraagd slechts zijn jas heeft verstrekt en dat hij tijdens de overval verder geen rol heeft gehad. Hij is slechts behulpzaam geweest bij de onderhavige overval. Dit blijkt naast de eigen verklaring van verdachte ook uit de verklaringen van zijn medeverdachten.

Bewijs

Nu verdachte, hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren, heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsvrouw vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank ten aanzien van deze feiten volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

De rechtbank hanteert voor het bewijs de navolgende bewijsmiddelen:

Ten aanzien van feit 1 primair en 2 subsidiair

1. De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 mei 2011;

2. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie Drenthe, District Noord, nummer: 2010081000, met bijlagen, d.d. 9 maart 2011,1 onder meer inhoudende:

- het proces-verbaal van aangifte, nummer: PL031H 2010082339-1, d.d. 27 december 2010, houdende de aangifte van [slachtoffer 1] (p. 112-118), in het bijzonder p. 113;

- het proces-verbaal van aangifte, nummer: PL031E 2010082820-1, d.d. 28 december 2010, houdende de aangifte van [slachtoffer 2] (p. 215-223), in het bijzonder p. 217 en 218.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de onder 1 primair en onder 2 subsidiair tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het hem onder 1 primair en onder 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 24 december 2010, te Assen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1], te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan [supermarkt X], tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten

- de situatie rond en in de winkel heeft verkend en afspraken heeft gemaakt over de aanpak en de uitvoering van het te plegen misdrijf en

- kleding en een masker en een wapen heeft verstrekt voor het gebruik bij het te plegen misdrijf en

- op de uitkijk heeft gestaan en

- voorzien van een gezichtsbedekkend masker en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, dat winkelpand is binnengegaan en

- het op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] heeft gericht en gericht gehouden en

- daarbij heeft geroepen: "doe je la open en geef me geld",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

[verdachte 2] en [verdachte 3] en [verdachte 4] op 27 december 2010 te Assen, ter uitvoering van het door die [verdachte 2] en die [verdachte 3] en die [verdachte 4] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen,

- met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 2], werknemer bij een [tankstation] aan de [adres], te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan [tankstation],

en

- met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld, toebehorende aan [tankstation],

tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten,

- de situatie rond dat tankstation hebben verkend en afspraken hebben gemaakt over de aanpak en de uitvoering van het te plegen misdrijf en

- kleding en een masker en een wapen hebben verstrekt voor het gebruik bij het te plegen misdrijf en

vervolgens een op een vuurwapen gelijkend voorwerp ter hand heeft genomen en op het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft gericht en gericht gehouden en daarbij heeft geroepen: "dit is een overval" en "geld",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte op of omstreeks 27 december 2010 te Assen opzettelijk behulpzaam is geweest door zijn jas te verstrekken aan genoemde [verdachte 2] of [verdachte 4].

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1 primair en onder 2 subsidiair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het onder 1 primair en onder 2 subsidiair bewezenverklaarde levert respectievelijk op:

1.

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen,

strafbaar gesteld bij artikel 317 junctis artikelen 312 lid 2 en 45 van het Wetboek van Strafrecht.

en

2.

medeplichtigheid aan poging tot afpersing,

strafbaar gesteld bij artikel 317 junctis artikelen 312 lid 2 en 45 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychologisch rapport d.d. april/mei 2011, opgemaakt door A.N. Hoogland, psycholoog en tevens gerechtelijk deskundige.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie:

Er is bij verdachte sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van zwakbegaafdheid/LVG. De problematiek was ook aanwezig ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde.

Op grond van zijn verstandelijke beperking (LVG met een disharmonisch profiel) kan verdachte de gevolgen van zijn daden niet goed overzien. Tevens kende verdachte geen veilige thuisbasis en is hij beïnvloedbaar voor anderen die hem mee hebben gesleept in het plegen van delicten. Verdachte had geen veilige basis en was in veel opzichten afhankelijk van de (rand) criminele vrienden. Hierdoor is verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar geweest bij het plegen ervan.

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusies van voornoemde psycholoog en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte enigszins verminderd kan worden toegerekend.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman van de verdachte;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 19 april 2011.

De raadsman van verdachte heeft een deels voorwaardelijke werkstraf bepleit in plaats van een voorwaardelijke jeugddetentie. Verdachte is detentieongeschikt. De positieve ontwikkeling die verdachte nu doormaakt moet voortgezet worden. Voorts heeft de raadsman gesteld dat ITB CRIEM mogelijk niet noodzakelijk is, nu de pleegmoeder van verdachte in deze extra begeleiding kan voorzien.

Vooropgesteld moet worden dat het gaat om zeer ernstige feiten die zowel voor de direct betrokkenen als voor de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid met zich brengen. Het optreden met meerdere personen, voorzien van vermomming en wapens levert een zeer bedreigende situatie op. Verdachte heeft zijn eigen belang vooropgesteld zonder rekening te houden met de gevolgen van zijn gedrag voor anderen.

Bij het bepalen van de straf zal de rechtbank rekening houden met de omstandigheden en achtergronden van verdachte zoals omschreven in het psychologisch rapport van april/mei 2011 en het voorlichtingsrapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 19 mei 2011 en de toelichting daarop van de raadsmedewerker ter zitting.

Ook houdt de rechtbank rekening met de ongelijkwaardige verhouding die verdachte ten opzichte van de feitelijke plegers heeft ingenomen en de meer ondergeschikte rol die hij heeft gespeeld.

De rechtbank zal naast verplichte jeugdreclassering geen ITB CRIEM opleggen nu de pleegmoeder van verdachte deze taak ook op zich kan nemen.

De rechtbank is op grond van de ernst van de onderhavige zaak, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat een passende bestraffing voor deze verdachte is:

- jeugddetentie voor de duur van 8 maanden, geheel voorwaardelijk,

met een proeftijd van 2 jaren en met de bijzondere voorwaarde van toezicht door de Jeugdreclassering, hetgeen mede zal inhouden dat verdachte zich ambulant doet behandelen bij Accare of een soortgelijke instelling; en

- een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis.

Benadeelde partijen

De rechtbank acht het causaal verband tussen de bewezen verklaarde feiten en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte bewezen. De gevorderde bedragen acht de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vorderingen zijn dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank zal de vorderingen toewijzen voor het deel waarvoor de rechtbank de verdachte aansprakelijk acht.

De rechtbank merkt hierbij op dat zij het in dit specifieke geval niet wenselijk acht dat verdachte en zijn medeverdachten op enige wijze contact moeten hebben over de verdeling van de schade. Om die reden zal de vordering niet hoofdelijk worden toegewezen.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd aan de Staat te betalen een bedrag van € 125,- ten behoeve van [slachtoffer 1] en een bedrag van € 187,50 ten behoeve van [slachtoffer 2].

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77o, 77x, 77y en 77dd van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 primair en onder 2 subsidiair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en onder 2 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot:

jeugddetentie voor de duur van 8 maanden geheel voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren;

en

een taakstraf bestaande uit 160 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 80 dagen zal worden toegepast.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een ander strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Jeugdreclassering Nederland, arrondissement Assen, welke voorschriften en aanwijzingen mede zullen inhouden dat verdachte zich ambulant doet behandelen bij Accare of een soortgelijke instelling,

met opdracht aan de reclasseringsinstelling ingevolge artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren arbeid per dag voor de in verzekering doorgebrachte dagen.

Benadeelde partijen

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van de som van € 125,- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van de som van € 187,50 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], een bedrag van € 125,- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 2 dagen hechtenis

en ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], een bedrag van € 187,50 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 3 dagen hechtenis,

met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichtingen niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormelde bedragen ten behoeve van de slachtoffers de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partijen doet vervallen, alsmede dat betaling van voormelde bedragen aan de benadeelde partijen de verplichting tot betaling aan de Staat van deze bedragen doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. J.G. de Bock en mr. E.C.M. Wolfert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Ariese, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 7 juni 2011.

1 Wanneer hierna een proces-verbaal wordt aangehaald, betreft dit een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal.

??

??

??

??

Parketnummer: 19.700088-11

Uitspraak d.d.: 7 juni 2011 10

vonnis