Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2011:BP8543

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
09-02-2011
Datum publicatie
21-03-2011
Zaaknummer
82527
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij verzoekschrift heeft de vrouw gevraagd om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud vast te stellen. In het convenant hebben partijen reeds afspraken gemaak tover de kinder- en partneralimentatie. Uit de stukken en uit hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, heeft de rechtbank geen argumenten kunnen afleiden op grond waarvan het verzoek zou moeten of kunnen worden verstaan als een verzoek tot wijziging van de in het convenant overeengekomen alimentatie zoals bedoeld in artikel 1:401 BW.

De tussen partijen gemaakte afspraken zijn dan ook nog immer van kracht. Hiervan is geen wijziging gevraagd, zodat de rechtbank de vrouw niet-ontvankelijk zal verklaren in haar verzoeken. Mochten partijen zich niet (kunnen) houden aan het convenant dan ligt het op de weg van partijen die middelen in te schakelen om er voor te zorgen dat de afspraken zoals zijn opgenomen in het convenant wel uitgevoerd worden dan wel dat hiervan wijziging wordt gevraagd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector Civiel

Beschikking d.d. 9 februari 2011

Zaaknummer 82527 / FA RK 10-2858

Beschikking van de tweede enkelvoudige kamer in de zaak van:

[de vrouw],

wonende te [adres],

verzoekster, hierna te noemen de vrouw,

toegevoegd advocaat mr. J.G. Besling,

-- en --

[de man],

wonende te [adres],

gerekwestreerde, hierna te noemen de man,

advocaat mr. J.M. van Duursen.

1. Verloop van de procedure

1.1 Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 12 oktober 2010, heeft de vrouw verzocht tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw.

1.2 Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 7 december 2010, heeft de man verweer gevoerd.

1.3 De rechtbank heeft kennis genomen van de brief (met bijlagen) van mr. J.M. van Duursen d.d. 13 januari 2011 en van de brief (met bijlagen) van mr. J.G. Besling d.d. 13 januari 2011.

1.4 De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting van 24 januari 2011. Partijen zijn vergezeld van hun raadslieden ter zitting verschenen.

2. Gronden van de beslissing

2.1 Vaststaande feiten

2.1.1 Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit hun huwelijk is het navolgende, thans nog minderjarige kind geboren:

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [geboorteplaats]. De echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] op [datum].

2.2 Beoordeling

2.2.1 De vrouw heeft verzocht te bepalen dat de man gehouden is ingaande 1 juni 2010 met

€ 150,- per maand bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van der partijen [minderjarige], een en ander bij vooruitbetaling te voldoen, dan wel een andere beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren. De vrouw heeft tevens verzocht te bepalen dat de man met € 420,- per maand dient bij te dragen in de kosten van levensonderhoud van de vrouw, een en ander bij vooruitbetaling te voldoen, dan wel een andere beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.

2.2.2 De man heeft verzocht de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken, althans haar verzoeken af te wijzen.

2.2.3 De rechtbank overweegt als volgt.

Bij convenant, dat door partijen op 22 juni 2009 is ondertekend, zijn partijen onder punt 2.3 overeengekomen dat de man gezien het overeengekomene ten aanzien van de lasten van de echtelijke woning over onvoldoende draagkracht beschikt om daarnaast nog bij te kunnen dragen in de kosten van verzorging en opvoeding. Partijen spreken af dat zij voor de periode dat nog geen bijdrage is afgesproken in de kosten van verzorging en opvoeding zij extra kosten met betrekking tot [de minderjarige] in de zin van schoolgeld, boekengeld, excursies etc. bij helfte zullen dragen.

Onder punt 3.5 zijn partijen overeengekomen dat de echtelijke woning onverdeeld blijft. De man zal de hypothecaire verplichtingen blijven voldoen en draagt eveneens de overige lasten (conform de aangehechte lijst). De man vrijwaart de vrouw voor eventuele aanspraken verband houdende met haar hoofdelijke aansprakelijkheid als mede-eigenaar van de woning aan de [adres echtelijke woning]. Partijen zijn onder punt 3.6 overeengekomen dat zij al het nodige zullen doen om de woning aan de [adres echtelijke woning] te verkopen, waarna zij, zodra een verkoopovereenkomst tot stand is gekomen en het transport kan worden geëffectueerd, de opbrengst (na aflossing van de hypotheek) bij helfte zullen verdelen. Onder punt 3.7 zijn partijen overeengekomen dat zij daarna nadere afspraken zullen maken over de alimentatie en deze dan alsnog zullen laten vastleggen in een rechterlijke beschikking.

2.2.4 Bij verzoekschrift heeft de vrouw gevraagd om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud vast te stellen. In het convenant hebben partijen afspraken gemaakt over de kinder- en partneralimentatie. Uit de stukken en uit hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, heeft de rechtbank geen argumenten kunnen afleiden op grond waarvan het verzoek zou moeten of kunnen worden verstaan als een verzoek tot wijziging van de in het convenant overeengekomen alimentatie zoals bedoeld in artikel 1:401 BW. Evenmin is thans de situatie aan de orde waarin partijen zich verplicht hebben onder punt 3.7 van het convenant om nadere afspraken te maken over de alimentatie om deze alsdan in een rechterlijke beschikking vast te doen leggen.

De tussen partijen gemaakte afspraken zijn dan ook nog immer van kracht. Hiervan is geen wijziging gevraagd, zodat de rechtbank de vrouw niet-ontvankelijk zal verklaren in haar verzoeken. Mochten partijen zich niet (kunnen) houden aan het convenant dan ligt het op de weg van partijen die middelen in te schakelen om er voor te zorgen dat de afspraken zoals zijn opgenomen in het convenant wel uitgevoerd worden dan wel dat hiervan wijziging wordt gevraagd.

2.2.5 Partijen zijn voormalige echtelieden. De rechtbank zal daarom de proceskosten compenseren, zoals in het dictum bepaald.

3. Beslissing

De rechtbank

- verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en in haar verzoek tot vaststelling van een bijdrage in haar levensonderhoud;

- verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

- compenseert de proceskosten aldus dat elke partij de eigen kosten draagt.

Beslist door mr. A.L.J.M.A. Janssens en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 februari 2011 in tegenwoordigheid van mr. A.B. Koster, griffier, en door de rechter en de griffier voornoemd ondertekend.-

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daaromtrent nader informeren.