Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2011:BP3487

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
24-01-2011
Datum publicatie
18-04-2011
Zaaknummer
84270 KG ZA 11-4
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Kort geding.

Op grond van een vaststellingsovereenkomst zijn vader en moeder overeengekomen dat hun kind de hoofdverblijfplaats bij moeder heeft. Vader brengt de minderjarige niet terug naar moeder. Moeder verzoekt afgifte van haar ind. Vader verzet zich daartegen en verzoekt tevens dat de minderajrige bij hem komt wonen. Hiertoe voert hij aan dat de moeder zich onder meer schuldig zou maken aan een aantal (ernstige) feiten, waaronder prostitutie. Nu de man in het geheel deze beschuldigingen niet kan staven, is de voorzieningenrechter niet van oordeel dat de thuissituatie van de minderjarige bedreigend voor haar is. Het verzoek van moeder wordt toegewezen ende eis in reconventie wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ASSEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 84270 / KG ZA 11-4

Vonnis in kort geding van 24 januari 2011

in de zaak van

[de vrouw],

wonende te [adres],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

toegevoegd advocaat mr. D. Jakobs te Emmen,

tegen

[de man],

wonende te [adres],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. T. Meier te Assen.

Partijen zullen hierna [de vrouw] en [de man] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- het schrijven namens [de man] met als bijlage de conclusie van eis in reconventie;

- het schrijven met bijlagen d.d. 19 januari 2011 namens [de vrouw];

- het schrijven met bijlage d.d. 19 januari 2011 namens [de man];

- de mondelinge behandeling d.d. 20 januari 2010;

- de pleitnota van [de vrouw];

- de pleitnota van [de man] en de overgelegde productie (verklaring [basisschool]).

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen hebben gedurende circa vijf jaren een affectieve relatie gehad.

2.2. Uit de relatie van partijen zijn de navolgende, thans nog minderjarige, kinderen geboren:

[A], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], en

[B], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] (hierna: de minderjarigen).

2.3. [de man] heeft de minderjarigen erkend en partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over de minderjarigen uit.

2.4. Partijen hebben ten aanzien van de gevolgen van het verbreken van hun relatie op 21 maart 2007 een vaststellingsovereenkomst getekend.

2.5. Nadat de relatie is hersteld, en partijen uiteindelijk in 2009 definitief uit elkaar zijn gegaan, geldt de destijds opgestelde vaststellingsovereenkomst weer als basis.

2.6. Blijkens artikel 1.5. van de vaststellingsovereenkomst hebben de minderjarigen hun hoofdverblijf bij [de vrouw]. Met [de man] wordt een omgangsregeling nagekomen.

2.7. Op 5 januari 2011 heeft [de man], nadat hij met de minderjarige [A] omgang had gehad, geweigerd om [A] weer bij de vrouw terug te brengen. Sindsdien verblijft [A] bij [de man]

3. Het geschil in conventie

3.1. [de vrouw] vordert samengevat – [de man] te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, de minderjarige [A] af te geven aan [de vrouw], onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dan wel gedeelte daarvan dat [de man] in gebreke blijft aan de veroordeling te voldoen, en tevens te bepalen dat indien [de man] blijft weigeren aan het vonnis te voldoen, [de vrouw] gemachtigd is de afgifte van [A] te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie, en voorts [de man] te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2. [de man] voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. [de man] vordert samengevat -[de vrouw] te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, de minderjarige [B] af te geven aan [de man], zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag dan wel gedeelte daarvan dat [de vrouw] in gebreke blijft aan de veroordeling te voldoen, zonodig af te dwingen met behulp van de sterke arm van politie en/of justitie.

4.2. Ter zitting vordert [de man] subsidiair dat zal worden bepaald dat de huidige situatie zal worden gehandhaafd.

4.3. [de vrouw] voert verweer.

4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

5.1. Tussen partijen staat vast dat de tussen partijen in de op 21 maart 2007 gesloten vaststellingsovereenkomst gemaakte afspraken als basis gelden. Uitgangspunt voor de beoordeling van de voorliggende vorderingen is derhalve dat de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst wordt nageleefd, tenzij bijzondere omstandigheden aan nakoming daarvan in de weg zouden staan.

5.2. [de man] heeft aangevoerd dat hij de minderjarige [A] bij zich heeft gehouden omdat hij zorg heeft over de opvoedingssituatie bij [de vrouw] thuis. [de man] heeft deze zorg trachten te onderbouwen door het uiten van (ernstige) beschuldigingen jegens [de vrouw] en/of haar echtgenoot. [de man] heeft daarbij aangevoerd dat hij ten aanzien van deze beschuldigingen relevante informatie heeft verkregen van de politie nadat hij op 5 januari 2011 als verdachte door de politie is verhoord naar aanleiding van een incident tussen partijen waarbij [A] aanwezig was.

5.3. [de vrouw] heeft alle beschuldigingen van [de man] ontkend. [de vrouw] is op de hoogte van het feit dat bij de politie eerder (stelselmatig) anonieme meldingen zijn gedaan over aangelegenheden bij [de vrouw] thuis. Deze meldingen leidden vervolgens tot bezoek(en) van de politie aan [de vrouw], die vervolgens niets noemenswaardigs heeft/hebben opgeleverd. [de vrouw] is stellig van mening dat [de man] zelf de anonieme melder bij de politie is.

5.4. Nu [de vrouw] de door [de man] geuite beschuldigingen met klem heeft weersproken, en [de man] op geen enkele wijze zijn beschuldigen heeft onderbouwd, is de voorzieningenrechter van oordeel dat niet is komen vast te staan dat bij [de vrouw] thuis sprake is van een situatie die bedreigend is voor (het welzijn van) de minderjarigen.

5.5. Nu de procedure in kort geding zich niet leent voor nadere bewijslevering zal het bewijsaanbod van [de man], om de politiefunctionarissen Sulman en Meijer als getuige te doen horen, worden gepasseerd.

5.6. Onder de hiervoor vermelde omstandigheden mag het naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet zo zijn dat [de man], in afwijking van hetgeen rechtens tussen partijen geldt, zelfstandig het hoofdverblijf van [A] wijzigt.

5.7. Nu partijen gezamenlijk het gezag uitoefenen is de geëigende weg om de gewenste wijziging in het hoofdverblijf te bewerkstelligen, het voorleggen van een gezagskwestie aan de rechtbank ex artikel 1:253a B.W., welke kwestie op grond van de wet (artikel 1:253a lid 6 B.W.) binnen zes weken door de rechtbank dient te worden behandeld.

5.8. Op grond van het vorenstaande zal de vordering van [de vrouw] tot afgifte van [A] (desnoods te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en/of justitie) worden toegewezen.

5.9. Nu geen afzonderlijk verweer is gevoerd tegen de gevorderde dwangsom zal deze eveneens worden toegewezen maar worden beperkt als na te melden.

5.10. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6. De beoordeling in reconventie

6.1. Gelet op hetgeen in conventie is overwogen en beslist zal de vordering van [de man] zonder nadere bespreking daarvan worden afgewezen.

6.2. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1. veroordeelt [de man] om de minderjarige [A] binnen 24 uur na betekening van dit vonnis aan [de vrouw] af te geven;

7.2. bepaalt dat [de man] voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [de man] in strijd handelt met het onder 7.1. bepaalde, aan [de vrouw] een dwangsom verbeurt van € 250,00, tot een maximum van € 2.500 is bereikt,

7.2. machtigt [de vrouw] om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen, indien [de man] in gebreke blijft aan het onder 7.1. van dit vonnis bepaalde te voldoen,

7.3. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.4. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

7.5. wijst het meer of anders gevorderde af

in reconventie

7.6. wijst de vorderingen af,

7.7. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.L.J.M.A. Janssens en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2011.