Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2010:BP3524

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
30-08-2010
Datum publicatie
08-02-2011
Zaaknummer
81343-2010
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Hoewel de psychiater die de geneeskundige verklaring heeft opgesteld meent dat geen sprake is van gevaar, is de verzochte machtiging tot voortgezet verblijf wèl verleend.

Betrokkene, zijn advocaat, alsmede de behandelaar in de instelling waar betrokkene verblijft (Duurzaam Verblijf) zijn het er roerend over eens dat de psychiater die de verklaring opstelde is uitgegaan van een onjuist uitgangspunt, te weten dat betrokkene zich vrijwillig in de instelling zou willen en kunnen blijven. Het is zeer onzeker of het wel mogelijk is om betrokkene anders dan met een RM in de betreffende instelling te laten verblijven. Betrokkene en zijn advocaat hebben geen behoefte aan een nieuw onderzoek van een onafhankelijk psychiater.

De geneeskundige verklaring ziet wel de mogelijkheid van gevaar (terugval in verslaving, teloorgang van betrokkene) als betrokkene de intstelling zou verlaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector Civiel

Zaaknummer 81343-2010

Beschikking d.d. 30 augustus 2010

Verlenging voortgezet verblijf

Beschikking van de tweede enkelvoudige kamer

Ontstaan en loop van het geding

Op 3 augustus 2010 is ter griffie van de rechtbank ingekomen een verzoekschrift van de officier van justitie te Assen, dat betrekking heeft op:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] (betrokkene).

Betrokkene verblijft gedwongen in het psychiatrisch ziekenhuis GGZ Drenthe te Beilen, op grondslag van de door de rechtbank Assen op 13 augustus 2009 afgegeven machtiging voortgezet verblijf ingevolge de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).

De officier van justitie verzoekt de rechtbank te beslissen dat een machtiging tot voortzetting van het verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis wordt verleend voor de duur van een jaar.

Bij het verzoek is gevoegd:

- een geneeskundige verklaring die is afgegeven door de geneesheer-directeur W. v.d. Plas op 26 juli 2010;

- een afschrift van de aantekeningen als bedoeld in artikel 37a Wet Bopz;

- een afschrift van het behandelplan als bedoeld in artikel 38 van de Wet Bopz.

De rechtbank heeft last gegeven tot toevoeging van een advocaat aan betrokkene. Het verzoekschrift en de bijlagen zijn in afschrift aan die persoon gezonden.

De rechtbank heeft betrokkene en diens advocaat mr. K.B. Brouwer-Porte ter terechtzitting van 30 augustus 2010, gehouden in het psychiatrisch ziekenhuis, gehoord over het verzoek.

Betrokkene heeft onder meer verteld dat het goed met hem gaat en dat hij graag in de instelling wil blijven. Als hij er niet kan blijven wonen, dan zou hij er toch graag blijven werken.

De rechtbank heeft zich, alvorens te beslissen op het verzoek, nog doen voorlichten door

W. Mulder, psychiater.

Van het horen door en de voorlichting aan de rechtbank is proces-verbaal opgemaakt door de griffier.

Overwegingen

Het gedwongen verblijf van betrokkene in het psychiatrisch ziekenhuis berust op toepassing van de artikelen 15, 16 en 17 van de Wet Bopz.

Artikel 18 van de Wet Bopz bepaalt dat de rechtbank op verzoek van de officier van justitie telkens een nieuwe machtiging tot voortzetting van het gedwongen verblijf kan verlenen. In dat hier aan de orde zijnde geval moet de rechtbank op het verzoek de bepalingen van de artikelen 15, 16 en 17 van de Wet Bopz toepassen.

Artikel 15, eerste lid, van de Wet Bopz bepaalt -voor zover hier van belang en toegepast op de onderhavige rechtsfiguur- dat de rechter op verzoek van de officier van justitie met betrekking tot een persoon, die ingevolge een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, aansluitend een nieuwe machtiging tot voortgezet verblijf kan verlenen als er naar het oordeel van de rechter sprake van is dat:

a. de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens die betrokkene gevaar doet veroorzaken ook na verloop van de geldigheidsduur van de vigerende machtiging aanwezig zal zijn, en

b. het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend, en

c. de betrokkene geen blijk geeft van de nodige bereidheid tot voortzetting van het verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis op vrijwillige basis.

De rechtbank heeft op grond van de overgelegde stukken en gehoord de standpunten en mededelingen ter zitting geen reden om de inhoud van de geneeskundige verklaring met betrekking tot de aanwezigheid van een stoornis van de geestmogens onjuist te achten of daaraan te twijfelen.

Uit die inhoud leidt de rechtbank af dat er sedert de verstrekking van de vigerende machtiging voortgezet verblijf geen sprake is van een wezenlijke wijziging in de gezondheidstoestand en situatie van betrokkene. Bij het einde van de geldigheidsduur van die machtiging, is er nog steeds sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens van betrokkene. Het gaat al een tijdje heel goed met betrokkene, maar schizofrenie is een chronische ziekte. In het verleden is frequent sprake geweest van psychotische episodes.

De rechtbank heeft op grond van de overgelegde stukken en gehoord de standpunten en mededelingen ter zitting wel reden om de inhoud van de geneeskundige verklaring met betrekking tot de aanwezigheid van gevaar te nuanceren.

De geneeskundige verklaring is afgegeven en ondertekend door de geneesheer-directeur W. van der Plas. Die schrijft in een begeleidend schrijven bij de geneeskundige verklaring dat de RM wordt aangevraagd vanwege de inschatting dat betrokkene buiten deze setting snel zal terugvallen en de intensieve bescherming vooralsnog nodig heeft. De geneesheer directeur heeft op 26 juli 2010 haar handtekening gezet onder de afsluitende tekst dat de ondergetekende verklaart “van oordeel te zijn dat voornoemd persoon […] en als gevolg daarvan ook dan gevaar zal veroorzaken dat niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrische ziekenhuis kan worden afgewend.”

Het onderzoek is verricht door psychiater R. Matheron. Uit hetgeen bij de verschillende vragen is aangekruist en vermeld blijkt dat Matheron er bij zijn onderzoek en beoordeling vanuit is gegaan dat betrokkene vrijwillig zou blijven en dat dit ook zou kunnen. Zijn conclusie is dan dat er op dit moment geen gevaren aanwezig zijn. Zoals ter zitting nogmaals is vastgesteld, is die invalshoek – geen gevaar, want vrijwillig voortzetten verblijf – niet juist. Betrokkene verblijft op de afdeling Duurzaam Verblijf en doet het daar goed. Hij wil ook inderdaad graag blijven. Op vrijwillige basis blijven kan echter (nog) niet binnen de setting van Duurzaam Verblijf. Er wordt wel gedacht aan mogelijkheden als een “halfwayhouse” maar die ideeën zij nog niet uitgewerkt. Natuurlijk heeft de instelling een zorgplicht ten opzichte van betrokkene en betrokkene zal bij niet verlenging van de machtiging niet op straat gezet worden, maar dan moet er ad hoc iets worden bedacht. Op dit moment voorziet de afdeling niet in het verblijf op vrijwillige basis.

Ter zitting is door de behandelaar nog aangegeven wat de risico’s zijn bij vertrek van betrokkene, zonder dat de gelegenheid heeft bestaan om een goede nieuwe plek voor hem te zoeken en hem daarin te begeleiden. Betrokkene heeft zich in twee jaar enorm positief ontwikkeld, maar ook hij loopt een groot risico dan terug te vallen.

Betrokkene en zijn advocaat hebben aangegeven dat het niet in het belang van betrokkene is dat het verzoek wordt afgewezen op basis van een beoordeling waarbij van een verkeerde invalshoek is uitgegaan. Behoefte aan een nieuwe beoordeling door een psychiater die niet bij de behandeling is betrokken, bestaat er niet.

De rechtbank is van oordeel dat, gezien de toelichting ter zitting, uitgegaan kan worden van de aanwezigheid van gevaar (op maatschappelijke teloorgang van betrokkene) bij het aflopen van de huidige machtiging, nu vrijwillig verblijf (nog) niet tot de mogelijkheden behoort. De discrepantie tussen de uitlatingen van de geneesheer-directeur en de psychiater die het onderzoek heeft verricht zijn afdoende verklaard.

Dit gevaar kan op dit moment nog niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis worden afgewend.

Vrijwillig verblijf behoort nog niet tot de mogelijkheden. Overplaatsing naar een andere instelling waar dat wèl kan, is nog niet aan de orde.

Tezamen leidt het voorgaande er toe dat het verzoek wordt toegewezen en dat een machtiging wordt verstrekt voor de duur van een jaar.

Daarbij geldt dat die geldigheidsduur wordt verlengd ingevolge en naar de duur die artikel 48 Wet Bopz toestaat, indien de officier van justitie voor de afloop van voornoemd jaar bij de rechtbank een verzoek indient tot het verlenen van een aansluitende rechterlijke machtiging.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek toe, met dien verstande dat de machtiging tot voortzetting van het gedwongen verblijf van betrokkene heden ingaat en voortduurt tot en met 29 augustus 2011.

Gegeven op 30 augustus 2010

de griffier, de rechter,

A.G. Kiewiet-de Klerk mr. T.M. L. Veen

Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open met inachtneming en volgens de regels van de artikelen 426, 426a en 426b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Verzonden op:

Afschrift aan:

(x) betrokkene

(x) advocaat

(x) inspectie

(x) officier van justitie