Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2010:BO2780

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
02-03-2010
Datum publicatie
03-11-2010
Zaaknummer
19.830253-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf gevorderd voor de duur van 4 jaar met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

De rechtbank overweegt dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan zeer ernstige strafbare feiten, waarbij de slachtoffers van het hiervoor onder 1 en onder 2 bewezenverklaarde, onder bedreiging van een vuurwapen, bij het pinnen bij een pinautomaat op brute wijze zijn afgeperst.

Nog afgezien van het gevaar dat dergelijk handelen met zich meebrengt, wekt dergelijk gedrag ernstige gevoelens van angst en onveiligheid op bij degenen die op deze wijze worden bedreigd.

Verdachte heeft het niet bij bedreigen alleen gelaten. Toen één van de slachtoffers niet aanstonds op zijn eis inging en verzet bood heeft verdachte zijn pistool dicht langs het hoofd van het slachtoffer afgevuurd en hem vervolgens met dat wapen op zijn hoofd geslagen. Bij technisch onderzoek van het onderhavige pistool concludeerde de technisch opsporings-ambtenaar dat indien met het gebezigde pistool, een gaspistool, in combinatie met een knalpatroon een opgelegd schot wordt gelost op bepaalde delen van het lichaam, onder andere hoofd en nek, dodelijk letsel kan ontstaan. Verdachte heeft louter en alleen uit winstbejag gehandeld en heeft daarbij op geen enkele wijze rekening gehouden met de gevolgen die zijn handelingen voor de slachtoffers konden hebben en hebben gehad. Verdachte heeft op geen enkele wijze berouw getoond, ook niet ter terechtzitting van 16 februari 2010.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830253-09

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 2 maart 2010 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

Verdachte,

geboren te C (Frankrijk) op datum in 1973,

adres,

verblijvende in het Huis van Bewaring Doetinchem,

te Doetinchem, Hogenslagweg 8.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 16 februari 2010.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.W. Syrier, advocaat Utrecht.

Tenlastelegging

De verdachte is bij ter terechtzitting gewijzigde dagvaarding tenlastegelegd, dat

1. hij op of omstreeks 28 oktober 2009 te Assen op de openbare weg de Nobellaan, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld slachtoffer 1 heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die slachtoffer 1 of aan een derde, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- die slachtoffer 1 een pistool, althans een op een pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp heeft laten zien en/of dat pistool/voorwerp tegen het lichaam van die slachtoffer 1 heeft gezet en/of (daarbij) dreigend tegen die slachtoffer 1 heeft gezegd: "Give me your money, then nothing happens", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- nadat die slachtoffer 1 een geldbededrag aan verdachte had gegeven dreigend tegen die slachtoffer 1 heeft gezegd: "Again, again" en/of "Twohundred and fifty", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- nadat die slachtoffer 1 (voor de tweede keer) een geldbedrag aan verdachte had gegeven, dreigend tegen die slachtoffer 1 heeft gezegd: "Again" en/of "Twohundred and fifty", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- dreigend tegen die slachtoffer 1 heeft gezegd: "I want your phone", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 28 oktober 2009 te Assen op de openbare weg de Nobellaan, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan slachtoffer 1, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die slachtoffer 1, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heter daad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- die slachtoffer 1 een pistool, althans een op een pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp heeft laten zien en/of dat pistool/voorwerp tegen het lichaam van die slachtoffer 1 heeft gezet en/of (daarbij) dreigend tegen die slachtoffer 1 heeft gezegd: "Give me your money, then nothing happens", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- nadat die slachtoffer 1 een geldbededrag aan verdachte had gegeven dreigend tegen die slachtoffer 1 heeft gezegd: "Again, again" en/of "Twohundred and fifty", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- nadat die slachtoffer 1 (voor de tweede keer) een geldbedrag aan verdachte had gegeven, dreigend tegen die slachtoffer 1 heeft gezegd: "Again" en/of "Twohundred and fifty", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- dreigend tegen die slachtoffer 1 heeft gezegd: "I want your phone", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- dreigend tegen die slachtoffer 1 heeft gezegd: "Forget me" en/of "I am Johnny, forget me", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2. hij op of omstreeks 05 november 2009 te Assen op de openbare weg de Nobellaan, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld slachtoffer 2 heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die slachtoffer 2 of aan een derde, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- een pistool, althans een op een pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp, op die slachtoffer 2 heeft gericht, althans dat pistool/voorwerp zichtbaar voor die slachtoffer 2 heeft vastgehouden en/of

- (in de directe nabijheid van het hoofd van die slachtoffer 2) met dat pistool/voorwerp een schot heeft gelost en/of

- met die slachtoffer 2 in gevecht/worsteling is gegaan/geraakt en/of

- met dat pistool/dat voorwerp, in ieder geval met een hard en/of zwaar voorwerp, die slachtoffer 2 (meermalen) op/tegen het hoofd heeft geslagen en/of

- dat pistool/voorwerp (opnieuw) op die slachtoffer 2 heeft gericht en/of

- dreigend tegen die slachtoffer 2 heeft gezegd: "I want fivethousand euro", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- nadat die slachtoffer 2 een geldbedrag aan verdachte had gegeven, althans een geldbedrag voor verdachte had gepind bij een geldautomaat, dreigend tegen die slachtoffer 2 heeft gezegd: "Come again", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 05 november 2009 te Assen op de openbare weg de Nobellaan, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan slachtoffer 2, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die slachtoffer 2, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- een pistool, althans een op een pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp, op die slachtoffer 2 heeft gericht, althans dat pistool/voorwerp zichtbaar voor die slachtoffer 2 heeft vastgehouden en/of

- (in de directe nabijheid van het hoofd van die slachtoffer 2) met dat pistool/voorwerp een schot heeft gelost en/of

- met die slachtoffer 2 in gevecht/worsteling is gegaan/geraakt en/of

- met dat pistool/dat voorwerp, in ieder geval met een hard en/of zwaar voorwerp, die slachtoffer 2 (meermalen) op/tegen het hoofd heeft geslagen en/of

- dat pistool/voorwerp (opnieuw) op die slachtoffer 2 heeft gericht en/of

- dreigend tegen die slachtoffer 2 heeft gezegd: "I want fivethousand euro",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- nadat die slachtoffer 2 een geldbedrag aan verdachte had gegeven, althans een geldbedrag voor verdachte had gepind bij een geldautomaat, dreigend tegen die slachtoffer 2 heeft gezegd: "Come again", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

3. hij in of omstreeks de periode van 28 oktober 2009 tot en met 29 oktober 2009 te Assen een medewerkster van Verslavingszorg Noord Nederland heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen getuige 1, zijnde een collega van die medewerkster, gezegd: "I kill that fucking bitch", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of (daarbij) met een hand een snijbeweging langs zijn keel/hals gemaakt, welke woorden en/of welk gebaar die medewerkster naderhand ter ore zijn/is gekomen en met welke woorden verdachte die medewerkster bedoelde, naar zij begreep;

4. hij op of omstreeks 09 november 2009 in de gemeente Assen een vuurwapen van categorie III, te weten een gaspistool, en/of munitie van categorie III, te weten een aantal patronen, voorhanden heeft gehad;

5. hij op of omstreeks 09 november 2009 in de gemeente Assen een wapen van categorie I, onder 3, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad;

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. C. Westerling acht hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, onder 2 primair, onder 3, onder 4 en onder 5 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen.

Zij vordert een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

Zij vordert verder de onttrekking aan het verkeer van een doos met 25 platspatronen 9mm, 7 platspatronen 9mm, een gaspistool van het merk Umarex Walther P22 met metalen opzetstuk (schietbeker), 64 knalpatronen, en een ploertendoder in een hoesje.

Voorts vordert de officier van justitie de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij slachtoffer 1 tot een bedrag van € 250,00 en de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij slachtoffer 2 tot een bedrag van € 3.105,52, alsmede het opleggen van schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van genoemde benadeelde partijen.

Beoordeling tenlastelegging

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat de tenlastelegging met betrekking tot het onder 3 tenlastegelegde onvoldoende feitelijk is geformuleerd, nu in de tenlastelegging slechts gewag wordt gemaakt van het feit dat verdachte een medewerkster zou hebben bedreigd, hetgeen naar de mening van de raadsman (partiële) nietigheid van de dagvaarding als gevolg heeft.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De tenlastelegging voldoet, naar het oordeel van de rechtbank aan de vereisten die de wet daaraan in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering stelt. De dagvaarding rept over de bedreiging van een medewerkster van Verslavingszorg Noord Nederland en blijkens het onderzoek ter terechtzitting heeft de verdachte zich naar behoren tegen deze aanklacht kunnen verdedigen en gaf hij er blijk van te weten om welke medewerkster het ging.

Bewijsverweer

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat de verdachte van het hem onder 1, 2, 4 en 5 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Verdachte is aangehouden op 10 november 2009, na een bevel tot aanhouding van de verdachte d.d. 6 november 2009. Een machtiging tot binnentreden van een tent voor die aanhouding dateert van 9 november 2009.

Naar de mening van de raadsman was er geen sprake van een redelijk vermoeden van schuld.

Aanhouding zonder redelijk vermoeden van schuld levert een onherstelbaar vormverzuim in het vooronderzoek op. Volgens vaste jurisprudentie levert zulks bewijsuitsluiting als consequentie op. Naar de mening van de raadsman kan worden gesproken van een willekeurige aanhouding. Er is sprake van schending van belangrijke strafvorderlijke voorschriften en rechtsbeginselen in aanzienlijke mate.

Naar de mening van de raadsman worden niet alleen de verklaringen getroffen die de verdachte aflegde maar ook al hetgeen tijdens zijn aanhouding werd aangetroffen. De raadsman merkt nog op dat de machtiging tot binnentreden van de tent van verdachte werd afgegeven ten behoeve van zijn aanhouding voor de overval op slachtoffer 1 en niet (bijvoorbeeld) voor de inbeslagneming van wapens, waarover in de eerste CIE-informatie (19-10-2009) wordt gesproken.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Op 28 oktober 2009 doet slachtoffer 1 aangifte van een gewapende roofoverval en geeft daarbij een gedetailleerde beschrijving van het voorval en een signalementsomschrijving van de verdachte (blz. 125 t/m 130 van het proces-verbaal van politie). Op 19 oktober 2009 (blz. 13) was bij de politie betrouwbare CIE-informatie binnengekomen over een man die in een bosperceel verblijft nabij de Haarweg te Assen en die de beschikking heeft over een vuurwapen. Opgemerkt in deze informatie wordt dat met deze man mogelijk werd bedoeld verdachte, geboren op een datum in 1973 te C (Frankrijk), ingeschreven staand te plaats, adres, huisnummer.

Vervolgens komt op 4 november 2009 (blz. 14) bij de politie CIE-informatie binnen dat verdachte vorige week een bedrag van € 600,00 van iemand heeft afgetroggeld bij een pinautomaat te Assen en dat hij Engels als voertaal gebruikte. Op 5 november 2009 vindt een identieke overval op slachtoffer 2 plaats.

De aard en de ernst van de overvallen waren zodanig dat actie van de politie verwacht mocht en zelfs moest worden. De politie verzocht toestemming om verdachte buiten heterdaad aan te houden, welke toestemming op 6 november 2009 door de officier van justitie werd gegeven (blz. 81 en 82). Op 9 november 2009 doet een politieagent naar aanleiding van de CIE-informatie onderzoek in het bos en treft een tent aan waarin iemand verblijft (blz 15 en 16).

Verdachte wordt vervolgens op 10 november 2009 op bevel van de officier van justitie door een arrestatieteam aangehouden. Hoewel er over de tweede CIE-informatie geen betrouwbaarheidsoordeel kon worden gegeven, blijkt uit de stukken en zoals hiervoor weergegeven dat de politie voorafgaand aan de aanhouding wel enig onderzoek heeft verricht. Alles bijeen is de rechtbank van oordeel dat er sprake was van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, zodat de aanhouding buiten heterdaad alleszins gerechtvaardigd was. De rechtbank merkt verder op dat bij de veiligheidsfouillering (blz. 83) in de rugzak van de verdachte een okseltas is aantroffen met daarin een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, merk Walther P22, voorzien van een houder met zes patronen waarvan één in de kamer zat en nog een 23-tal losse patronen. Direct na zijn aanhouding heeft de verdachte toestemming verleend tot doorzoeking van zijn tent in het bosperceel (blz. 18), daarbij werden onder meer de overige munitie, een opzetstuk voor een pistool en een ploertendoder aangetroffen (blz. 38 t/m 40).

Nu er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is van enig vormverzuim in het vooronderzoek gaat het verweer van de raadsman op dit punt niet op.

Voorts heeft de raadsman - met een beroep op de zogenaamde Salduz-jurisprudentie van de Hoge Raad - betoogd dat verdachte voorafgaande aan zijn eerste verhoor niet is gewezen op het feit dat hij alvorens verhoord te worden kon overleggen met een advocaat. In ieder geval is naar de mening van de raadsman de verdachte niet gewezen op zijn consultatierecht en heeft hij van dat recht niet ondubbelzinnig afstand gedaan.

Nu dat niet is gebeurd, moet één en ander volgens de raadsman leiden tot bewijsuitsluiting van alle verklaringen van zijn cliënt afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen en ook die zijn afgelegd na het bezoek door de piketadvocaat op 10 november 2009.

Ook om die reden moet de verdachte worden vrijgesproken van het onder 1, 2, 4 en 5 tenlastegelegde.

De rechtbank passeert ook dit verweer. Verdachte heeft reeds bij aanvang van de voorgeleiding op 10 november 2009, omstreeks 00.30 uur, verklaard: "I did it, I need Money tot eat, I did the robbery, I did it alone." (blz. 24.). Bij zijn verhoor op 10 november 2009 te 11.17 uur (blz. 91 van het proces-verbaal van politie) is de verdachte gevraagd of hij voor het eerste verhoor een advocaat wilde spreken. Op de vraag van de politie of het klopte dat de verdachte heeft gezegd dat hij daar geen behoefte aan had, heeft de verdachte geantwoord wat voor zin dat had. Bij dat verhoor legde de verdachte bekennende verklaringen af. Bij het verhoor tot de inverzekeringstelling van de verdachte op 10 november 2009 (blz. 87 en 88) gaf de verdachte aan, toen hij hoorde dat op de delicten 9 tot 12 jaar gevangenisstraf stond, nu wel een advocaat nodig te hebben. Op 11 november 2009 te 09.35 uur (blz. 96 t/m 103) vond het volgende verhoor plaats. De piketadvocaat, mr. M. Alta, advocaat te Hoogeveen, werd op 10 november 2009 te 18.11uur, in kennis gesteld van dat voorgenomen verhoor. Verdachte verklaarde bij dat verhoor gisteravond (10 november 2009) bezoek te hebben gehad van zijn advocaat. Ook bij dit verhoor legde de verdachte bekennende verklaringen af. Ook bij de volgende verhoren, waaronder bij de rechter-commissaris op 13 november 2009 en ter raadkamer van de rechtbank op 26 november 2009 heeft verdachte zijn eerder afgelegde verklaringen niet herroepen. Ter terechtzitting van 16 februari 2009 wenste de verdachte niet te verklaren.

Er is derhalve geen grond voor de stelling dat de verklaringen die verdachte heeft afgelegd voordat hij een advocaat heeft geraadpleegd, van het bewijs zouden moeten worden uitgesloten.

De raadsman bepleitte vervolgens nog vrijspraak van het onder 3 tenlastegelegde, omdat, nog afgezien van het feit dat er geen aangifte is gedaan, onvoldoende blijkt dat er sprake is van een indirecte bedreiging en dat de bedreigde op de hoogte is geweest van de bedreiging.

De rechtbank acht anders dan de raadsman dit feit wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna zal blijken.

De raadsman van verdachte verzocht tenslotte de opheffing van de voorlopige hechtenis, omdat naar zijn mening geen der feiten tot een veroordeling kan leiden.

De rechtbank zal het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afwijzen nu de rechtbank wel tot een bewezenverklaring komt van de feiten.

Bewijsmotivering

De rechtbank acht hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, onder 2 primair, onder 3, onder 4 en onder 5 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank baseert zich daarbij op de volgende bewijsmiddelen.

ten aanzien van feit 1:

1. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van politie Drenthe, district

Noord, Basiseenheid Assen Centrum Zuid, registratienummer 2009059744-42 d.d.

29 december 2009, onder meer inhoudende:

- het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van politie Drenthe, district Noord, Bureau Noordenveld/Tynaarlo Locatie Roden, proces-verbaalnummer 2009050800-1 d.d. 28 oktober 2009, inhoudende de aan de verbalisant D afgelegde verklaring van de aangever slachtoffer 1 (pagina's 125 t/m 129), waarbij aangever onder meer verklaart:

"Ik ben op woensdag 28 oktober 2009 te 21.06 uur slachtoffer geworden van een

straatroof. Ik bevond mij op de parkeerplaats Nobellaan te Assen, ter hoogte van de

pinautomaat van de Rabobank. Aldaar ben ik beroofd, waarbij ik door geweld of

bedreiging met geweld werd gedwongen om de volgende goederen, te weten een

bedrag van 600 euro aan de dader af te geven. Ik ben eigenaar van genoemde

goederen. Ik heb vlak voor de beroving gebruik gemaakt van een geldautomaat,

namelijk een geldautomaat van de Rabobank, Nobellaan te Assen.

Bij de beroving was, voor zover ik heb gemerkt, 1 dader betrokken. Deze zei tegen

mij: "Give me youre money, then notting happens." Vervolgens gebeurde het

volgende: Ik had net 50 euro gepind bij de Rabobank. Ik haalde het briefje van 50

uit de automaat en wilde deze in mijn portemonnee stoppen. Ik voelde een hand op

mijn linkerschouder. Ik zag direct aan de rechterzijde van mij een donkergekleurd

persoon staan. Ik zag ook meteen een donkerkleurig pistool. Deze liet hij mij direct

zien. Ik zag dat de man het pistool in zijn rechterhand hield. Het pistool was

donkergrijs. Ik keek naar het pistool en ik zag dat de man het pistool naar mijn

rechterzij bracht. Ik hoorde dat de man in het Engels tegen mij zei: "Give me youre

money, then notting happens." Ik voelde in mijn rechterzij een hard voorwerp. Dit

was zijn pistool. Ik zag dat de loop van het pistoool in mijn rechterzij werd geprikt.

Ik had mijn portemonnee nog in mijn hand. Ik gaf hem 100 euro. Dit waren twee

briefjes van 50 euro. Ik had namelijk ook nog 50 euro in mijn portemonnee zitten.

Ik hoorde de man zeggen: "Again again". Ik deed mijn bankpas weer in de automaat

en toetste mijn pincode in. Hierna krijg je een menu te zien. Omdat de man mij

tegen zich aantrok kon hij meekijken. Ik hoorde dat de man wederom in het Engels

zei: "Twohunderd and fifty". Ik drukte op de knop met tweehonderd en vijftig euro.

Ondertussen zei de man nog tegen mij "Relax relax". Ik voelde mij bijzonder

bedreigd. Ik pinde alleen maar omdat hij een pistool op mij gericht hield. Ik pakte

het geld uit de automaat. Ik gaf het geld aan de man. Hij pakte het geld met zijn

linkerhand aan. Ik voelde dat hij zijn hand vervolgens weer op mijn linkerschouder

deed. Wederom hoorde ik de man zeggen: "Again". Ik pinde weer opnieuw. Bij het

keuzemenu zei de man opnieuw: "Twohunderd and fifty". Ik gaf nogmaals 250 euro

aan de man. Ik zag dat de man het geld weer aanpakte met zijn linkerhand.

Vervolgens hoorde ik de man zeggen: "Forget me". Ook hoorde ik de man tijdens

de overval tegen mij zeggen: "I want youre telephone".";

- het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Assen Noord/Aa en Hunze, proces-verbaalnummer 2009050800-22 d.d. 11 november 2009, inhoudende de aan de verbalisanten V en D afgelegde verklaring van de verdachte (pagina's 96 t/m 103 en met name de pagina's 97 t/m 99), waarbij verdachte onder meer verklaart:

"Een week voor vorige week op een woensdag heb ik nog een tweede overval

gepleegd. Dat is heel goed verlopen. Er waren geen problemen, er was geen geweld

het ging prima. Ik heb zomaar een geldautomaat uitgezocht. Dat was bij een parkeerplaats, daar heb ik de auto geparkeerd. Ik ben uit de auto gestapt zodat mensen niet konden zien dat ik met de auto was. Ik moest er zeker van zijn dat het om één enkel persoon ging. Ik stond op een afstand van 10 à 15 meter opgesteld vanaf de automaat. Wie ik daar heb overvallen is iemand met blond kort haar, van ongeveer mijn leeftijd. Die man kwam bij de automaat, er was niemand anders daar. Vanaf de plek waar ik stond, ben ik direct naar hem toegegaan. Ik ben linkshandig dus ik ga altijd rechts staan van de persoon. Ik leg dan mijn linkerhand op de schouder van degene die ik overval. Het wapen houd ik in mijn rechterhand. Ik ben er naar toegegaan en toen ik daar aankwam sprak ik Engels. Ik heb de loop van het wapen wat ik bij mij had op borsthoogte gehouden. Ik zei in het Engels: "Don't move, don't scream, do what I say, everything will be fine, I just want the money". Toen heeft de man laten zien wat hij aan cash bij zich had, het was 120 of 105 euro, dat weet ik niet meer. Ik wilde meer omdat ik dan niet nog een keer een overval hoefde te doen. Ik zei tegen die man: "Oke, we stoppen de kaart in de automaat". De man zei dat hij rood stond en toch niet meer kon pinnen. Ik zei tegen hem; "Laten we dat maar even samen bekijken", dat heb ik heel rustig gezegd. Toen hebben we de eerste transactie gedaan. Dat was 250 euro. Toen wist ik zeker dat er wel wat mogelijk was. De tweede transactie was hetzelfde bedrag. Totaal was het 620 of 605 euro. Ik ben weggereden met 140 kilometer per uur. Heel snel.";

ten aanzien van feit 2:

2. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van politie Drenthe, district

Noord, Basiseenheid Assen Centrum Zuid, registratienummer 2009059744-42 d.d.

29 december 2009, onder meer inhoudende:

- het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van politie Drenthe, districtsrecherche Noord, proces-verbaalnummer 2009052642-1 d.d. 6 november 2009, inhoudende de aan de verbalisant O afgelegde verklaring van de aangever slachtoffer 2 (pagina's 143 t/m 149), waarbij aangever onder meer verklaart:

"Ik doe aangifte van diefstal met geweld. Er is diefstal gepleegd van goed wat mij

geheel in eigendom toebehoort. Niemand had het recht of de toestemming dit goed

weg te nemen, noch om dit te doen voorafgaan, te vergezellen, of te doen volgen van geweld / bedreiging met geweld. Ik was gisteravond 5 november 2009 bij mijn ouders in de woning aan de Picardtstraat 6 te Assen. Ik weet niet precies hoe laat ik naar buiten liep. Ik denk dat het ergens rond 21:00 uur was. Ik liep de Picardtstraat uit en via de Maria in Campislaan in de richting van de rotonde. Bij de rotonde ben ik de Nobellaan ingelopen en vervolgens richting het winkelcentrum. Over dat stukje vanaf de Picardtstraat tot aan het winkelcentrum heb ik denk ik ongeveer tien minuten gedaan. Ik bedacht mij eigenlijk ongeveer op dat moment van ik kan wel even kijken of ik geld heb. Dus ik liep richting de pinautomaat van de Rabobank. Onderweg daarnaar toe kruiste mijn pad dat van een onbekende man. Op het moment dat hij mij passeerde zak ik dat hij een hoedje op had. Het was een donker hoedje. Nadat ik de man was gepasseerd had ik het idee dat hij omkeek naar mij. Toen ben ik doorgelopen naar de pinautomaat van de Rabobank. Ik heb toen mijn pasje gepakt en ben gaan pinnen. Het pinnen ging als volgt. Ik had mijn portemonnee in mijn linkerhand en die hield ik boven mijn rechterhand, waarmee ik de pincode intoetste. Ik koos voor de optie saldo opvragen en op het moment dat ik die knop indrukte, voelde ik de aanwezigheid van iemand achter mij. Ik dacht toen eigenlijk gelijk aan die onbekende man die ik zojuist had gepasseerd. Ik voelde de aanwezigheid aan mijn rechterkant. Ik draaide tegen de klok in naar achteren en op het moment dat ik omkeek zie ik een pistool op mij gericht. Ik zag ook dat de man die het pistool op mij richtte eenzelfde hoedje op had als de man die ik zojuist was gepasseerd. Mijn reactie was om het pistool af te pakken of weg te duwen van mijn gezicht af. Het pistool werd heel dicht tegen mijn hoofd aan gericht. Er zaten ongeveer twee vingers tussen denk ik. Ik pakte met mijn linkerhand het pistool en probeerde die van mij af te duwen. Op het moment dat ik met mijn linkerhand het pistool vast had, pakte ik ook direct met mijn rechterhand het pistool vast. Daarna draaide ik met de klok mee en probeerde ik mij af te wenden. Het ging heel snel allemaal. Ongeveer toen ik mij indraaide hoorde ik gelijk een harde knal en ik voelde dat de zijkant van mijn gezicht werd geraakt door branderige stukken. Ik voelde op dat moment veel pijn en ik had een piep in mijn linkeroor. Ik had een branderig gevoel aan de linkerkant van mijn gezicht. Ik dacht dat ik geraakt was en ik verwachtte dat ik zou gaan vallen. Dit gebeurde niet. Ik ben toen verder gegaan om de handen van die man met het pistool naar beneden te duwen. Toen raakten wij in een worsteling waarbij ik probeerde om hem weg te duwen en hem het pistool afhandig te maken. Op een gegeven moment kwam de man vrij en op dat moment sloeg hij mij op mijn hoofd. Ik denk drie keer. Ik heb twee kleine wondjes bovenop mijn hoofd in de buurt van mijn kruin. En ik heb ook een grote wond die gelijmd is achter op mijn hoofd. Nadat de man mij had geslagen richtte hij het pistool op mij en toen zei ik: "Oké ik geef mij over" en iets in de trant van "pak maar mijn geld". Op het moment dat ik mij had overgegeven begon de man Engels tegen mij te praten. Hij zei "I want five thousand euro". Ik zei toen in het Engels tegen hem terug: "I don't have that, I only have twohundred". Ik liet hem dat zien op de pinautomaat, want ik had de knop ingedrukt voor saldo-informatie. Ik heb toen maar 200 euro ingetoetst om te pinnen. Mijn saldo was 246 euro. Vervolgens heb ik mijn pas gepakt en achteruit gestapt en zei in het Engels tegen hem: "Take it". Toen ben ik weggelopen. Toen zei hij tegen mij: "Come again." Toen ben ik weer gaan pinnen en toen kreeg ik de snelle optie van de automaat om veertig euro te pinnen. Tussendoor zat hij te schelden in termen als "Fuck" en dergelijke. Hij kwam heel pissig over. Al die tijd dat ik aan het pinnen was richtte hij het wapen op mij met zijn arm gebogen voor hem, verborgen als het ware. Hij had het pistool in zijn rechterhand. Nadat ik voor de tweede keer had gepind, stapte ik opnieuw achteruit en de man pakte weer zelf het geld uit de automaat. Ik hoorde hem weer wat zeggen, maar ik weet niet meer wat. Ondertussen voelde ik aan mijn hoofd en ik voelde en zag dat ik bloed had aan mijn hoofd. Ik raakte daardoor wat in paniek. Ik zag de man weglopen richting de C1000 in de richting van de parkeerplaats achter de C1000. De overvaller had een pistool. Het was een beetje aan de grijze kant.";

- het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Assen Centrum Zuid, proces-verbaalnummer 2009050800-15 d.d. 11 november 2009, inhoudende de aan de verbalisanten D en V afgelegde verklaring van de verdachte (pagina's 90 t/m 95 en met name de pagina's 91 en 92), waarbij verdachte onder meer verklaart:

"Ik heb ook in andere Europese landen, heb ik geldautomaten gedaan. Ik heb

ervaring. Voor mij is met een wapen rondlopen normaal. Die overval was op donderdag als ik me het goed herinner, afgelopen donderdag. Ik ben bij een geldautomaat gaan staan die mij een goede positie leek te hebben. De eerste persoon die ik zag, ging naar een andere geldautomaat, die heb ik niet aangevallen. Die was enorm groot en sterk. De tweede persoon dacht ik, ik ga er nu voor het kan me niets meer schelen. Ik heb wel ervaring met vechten en met wapens, dus ik heb die tweede persoon gepakt. De tweede persoon was ook groot en fors, maar die heb ik aangevallen. Die persoon wou met mij vechten. Hij pakte mij bij mijn armen, maar zoals ik al zei heb ik wel vechterservaring. Ik kon zien dat hij niet echt een gevaar was voor vechten. Fysiek was hij wel sterk. Ik had geen keuze en daarom moest ik langs zijn gezicht schieten. In dat wapen wat ik had zaten traangaskogels. Ik heb er ook voor gezorgd dat ik de huls heb opgepakt. Ik heb die man beroofd van 240 euro. Daarna was de persoon heel aardig voor mij. De eerste transactie was 200 euro. De tweede transactie is daarna samen gedaan, dat was 40 euro. Die persoon wilde zich toen weer op mij gooien, ik zei toen dat hij dat maar niet moest doen. Ik heb gezegd dat hij zich rustig moest houden. Maar ik hou er niet van om mensen pijn te doen, dus ik pakte dat geld van die man. Mijn volgende slag heb ik gepland voor vanavond.";

ten aanzien van feit 3:

3. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van politie Drenthe, district

Noord, Basiseenheid Assen Centrum Zuid, registratienummer 2009059744-42 d.d.

29 december 2009, onder meer inhoudende:

- het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Assen Centrum Zuid, proces-verbaalnummer 2009053357-2 d.d. 9 november 2009, inhoudende de aan de verbalisante S afgelegde verklaring van de getuige 1 (pagina's 185 t/m 187), waarin getuige verklaart:

"Verdachte heeft op 29 oktober 2009 tegen mij gezegd dat hij van die

fucking bitch niet meer mocht eten aan de Havenkade. Verdachte zegt vervolgens:

"I kill that fucking bitch"en ik zag dat verdachte een snijbeweging met zijn hand bij

zijn keel maakte;

- het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Assen Noord/Aa en Hunze, proces-verbaalnummer 2009050800-31 d.d. 17 november 2009, inhoudende de bevindingen van de verbalisant V (pagina 188) waarin de verbalisant relateert dat hij op 13 november 2009 een gesprek heeft gehad met N, een medewerkster van VNN. Nelleke verklaart tegen de verbalisant dat zij indirect is bedreigd door een cliënt, verdachte, en zij verwijst daarbij naar het gesprek tussen verdachte en haar collega getuige 1.

- het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Assen Noord/Aa en Hunze, proces-verbaalnummer 2009050800-26 d.d. 12 november 2009, inhoudende de aan de verbalisanten V en F afgelegde verklaring van de verdachte (pagina's 105 t/m 112 en met name de pagina's 106 t/m 108), waarbij verdachte onder meer verklaart, zakelijk weergegeven:

"Ik heb die persoon niet rechtstreeks bedreigd. Het is maar goed dat degene tegen wie ik de bedreiging heb geuit er niet was, want ik was werkelijk woedend. Ze hebben mij eruit gegooid. Ze beloofden me van alles, maar ze hebben niets gedaan. Ik heb ook heel lang voor niets zitten wachten. Ik heb hun duidelijk gemaakt dat ik geen tijd had om nog langer te wachten. Ik heb gesproken met en contactpersoon, die heet getuige 1, dat is een man. Ik was echt woedend en het was dezelfde dag als toen ik een overval had gepleegd en ik heb gezegd dat ik de vrouw zou pakken. Ze was in ieder geval heel gemeen tegen mij. Ze is de baas van iets waarbij mensen die op straat leven voor 5,00 euro kunnen werken. Mij hebben ze daar geweigerd, terwijl het hun taak is mensen zoals ik, die op straat leven, zulk werk te bezorgen. Ja dat is waar Kommaarin is gevestigd. Ze hebben gewoon recht in mijn gezicht gezegd, dat ik daar niet meer mocht komen. Ik heb gezegd tegen getuige 1 "I kill that fucking bitch". Ik bedoel daarmee de bazin van de arbeidsplaatsen. Ik heb gezegd: "Jullie willen me niet helpen en nu is het oorlog. Ik bedoel daarmee, nu ga ik weer het criminele pad op, omdat ik geen keuze heb. Als ik zeg het is oorlog, dan is het ook echt oorlog en daarom heb ik de huls daar op tafel gezet. Wat ik toen heb gezegd, dat was maar een bedreiging. De oorlogsverklaring is geen bedreiging, maar dat doe ik ook echt.";

ten aanzien van feit 4 en feit 5:

4. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van politie Drenthe, district

Noord, Basiseenheid Assen Centrum Zuid, registratienummer 2009059744-42 d.d.

29 december 2009, onder meer inhoudende:

- het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van politie Drenthe,

Noordelijke Recherche Eenheid, Unit Tactische Uitvoering/ Team Vuurwapens en Munitie, proces-verbaalnummer 20090500800-1 d.d. 12 november 2009, houdende de eigen waarneming, wetenschap en bevinding van de verbalisant B (pagina's 30 en 31);

- het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van politie Drenthe,

Noordelijke Recherche Eenheid, Unit Tactische Uitvoering/ Team Vuurwapens en

Munitie, proces-verbaalnummer NRE/PL0300/20090500800 d.d. 2 december 2009,

Met 2 fotobladen met afbeeldingen van de wapens en munitie, houdende de eigen

waarneming, wetenschap en bevinding van de verbalisant B2 (pagina's

32 t/m 37);

- het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Assen Noord/Aa en Hunze, proces-verbaalnummer 2009050800-22 d.d. 11 november 2009, inhoudende de aan de verbalisanten V en D afgelegde verklaring van de verdachte (pagina's 96 t/m 103 en met name pagina 99 en 101)waarbij verdachte onder meer verklaart, zakelijk weergegeven:

"U vraagt hoe ik in het bezit ben gekomen van dat vuurwapen, waarvan ik

gebruik heb gemaakt bij de beide overvallen. Het was een alarmpistool. Speciale categorie. Ik ben gewoon naar een winkel gegaan in Frankrijk. Het was niet mijn bedoeling om daar mensen mee te overvallen. Als ik mensen overval neem ik altijd een revolver. Ik had nu alleen maar dit automatisch wapen. Ik bewaar mijn wapen in mijn zwarte tas. Als ik het wapen bij mij draag is het wapen geladen. Dat is om mezelf te beschermen. Toen de politie mij aanhield, was dat de eerste keer dat ik mijn wapen niet direct bij me had. Anders had ik geschoten op de politie. Ik had naast het wapen een ploertendoder en een mes. Ik heb een ploertendoder omdat die gevaarlijker is dan een pistool.";

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 primair, het onder 2 primair, het onder 3, het onder 4 en het onder 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. hij op 28 oktober 2009 te Assen op de openbare weg de Nobellaan, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld slachtoffer 1 heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen, toebehorende aan die slachtoffer 1, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

- die slachtoffer 1 een pistool heeft laten zien en dat pistool tegen het lichaam van die slachtoffer 1 heeft gezet en daarbij dreigend tegen die slachtoffer 1 heeft gezegd: "Give me your money, then nothing happens", en

- nadat die slachtoffer 1 een geldbedrag aan verdachte had gegeven dreigend tegen die slachtoffer 1 heeft gezegd: "Again, again" en "Twohundred and fifty", en

- nadat die slachtoffer 1 voor de tweede keer een geldbedrag aan verdachte had gegeven, dreigend tegen die slachtoffer 1 heeft gezegd: "Again" en "Twohundred and fifty", en

- dreigend tegen die slachtoffer 1 heeft gezegd: "I want your phone";

2. hij op 05 november 2009 te Assen op de openbare weg de Nobellaan, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld slachtoffer 2 heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen, toebehorende aan die slachtoffer 2, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte

- een pistool op die slachtoffer 2 heeft gericht, en

- in de directe nabijheid van het hoofd van die slachtoffer 2 met dat pistool een schot heeft gelost en

- met die slachtoffer 2 in gevecht is gegaan en

- met dat pistool die slachtoffer 2 op het hoofd heeft geslagen en

- dat pistool opnieuw op die slachtoffer 2 heeft gericht en

- dreigend tegen die slachtoffer 2 heeft gezegd: "I want fivethousand euro", en

- nadat die slachtoffer 2 een geldbedrag aan verdachte had gegeven, dreigend tegen die Pasjaqa heeft gezegd: "Come again";

3. hij in de periode van 28 oktober 2009 tot en met 29 oktober 2009 te Assen een medewerkster van Verslavingszorg Noord Nederland heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen getuige 1, zijnde een collega van die medewerkster, gezegd: "I kill that fucking bitch", en daarbij met een hand een snijbeweging langs zijn keel gemaakt, welke woorden en welk gebaar die medewerkster naderhand ter ore zijn gekomen en met welke woorden verdachte die medewerkster bedoelde, naar zij begreep;

4. hij op 09 november 2009 in de gemeente Assen een vuurwapen van categorie III, te weten een gaspistool, en/of munitie van categorie III, te weten een aantal patronen, voorhanden heeft gehad;

5. hij op 09 november 2009 in de gemeente Assen een wapen van categorie I, onder 3, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1 primair, het onder 2 primair, het onder 3, het onder 4 en het onder 5 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

1. Afpersing,

strafbaar gesteld bij artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht;

2. Afpersing,

strafbaar gesteld bij artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht;

3. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht;

4. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet Wapens en Munitie;

5. Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie,

strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet Wapens en Munitie.

Strafbaarheid

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychiatrisch rapport d.d. 19 januari 2010, opgemaakt door drs. H.E.M. van Beek, psychiater en vast gerechtelijk deskundige.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie:

Verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van ADHD, gecombineerde type en cannabisafhankelijkheid. Tevens is de verdachte lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis Niet Anderszins Omschreven met antisociale en schizoïde trekken. Ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde was dit hetzelfde. De ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens beïnvloedden verdachtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde zodanig dat het tenlastegelegde daaruit mede verklaard kan worden. Door zijn persoonlijkheidsstoornis en zijn ADHD-aandoening is verdachte impulsiever dan een persoon zonder deze aandoeningen. Verdachte is daarbij minder gewetensvol en heeft minder grip op zijn gedrag en gevoelens. Dit vond in enigerlei mate plaats.

De psychiater adviseert om verdachte voor het hem tenlastegelegde, voor zover dat kan worden bewezen, in licht verminderde mate toerekeningsvatbaar te achten.

De rechtbank heeft verder kennis genomen van een psychologisch rapport d.d. 31 januari 2010, opgemaakt door drs. N.A. Schoenmaker, GZ-psycholoog en vast gerechtelijk deskundige.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie:

Bij verdachte is sprake van een gebrekkige ontwikkeling in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en schizoïde trekken. Zo is verdachte opportunistisch, impulsief, egocentrisch, is er sprake van onverschilligheid, onverantwoordelijkheid, en is hij solitair, eenzelvig, berekenend en alleen opererend. Verder kent verdachte een gebrek aan empathie, bestaat er een gebrekkige gewetensfunctie en is de agressieregulatie niet adequaat. Daarnaast bestaat er een ziekelijke stoornis in de vorm van een cannabis afhankelijkheid. De gebrekkige ontwikkeling was ook aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde. De persoonlijkheidsstoornis met antisociale en schizoïde trekken beïnvloedde de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde. Het tenlastegelegde kan verklaard worden vanuit deze persoonlijkheidsstoornis. De cannabisafhankelijkheid zoals die bij verdachte bestaat, had geen invloed op het tenlastegelegde. Het tenlastegelegde kan daarom niet verklaard worden uit de effecten van het gebruik van cannabis. Verdachte zal door zijn persoonlijkheidstrekken die voortvloeien uit zijn persoonlijkheidsstoornis veel sneller dan een gemiddeld mens komen tot grensoverschrijdende gedragingen zoals het tenlastegelegde. Verdachte besefte wel het ongeoorloofde van zijn handelingen ten tijde van het tenlastegelegde. Hij wist zich echter tengevolge van zijn persoonlijkheidstrekken niet te begrenzen, kende onvoldoende copingsmechanismen om zijn problemen op een andere, maatschappelijk acceptabele wijze, het hoofd te bieden en kende derhalve een beperking in zijn wils- en handelingsbekwaamheid.

Gelet op de ernst van de persoonlijkheidsstoornis kan verdachte, volgens de psycholoog, als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd worden.

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusies van de psychiater en de psycholoog en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend, zij het in licht dan wel enigszins verminderde mate.

Strafmotivering

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf gevorderd voor de duur van 4 jaar met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

De rechtbank overweegt dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan zeer ernstige strafbare feiten, waarbij de slachtoffers van het hiervoor onder 1 en onder 2 bewezenverklaarde, onder bedreiging van een vuurwapen, bij het pinnen bij een pinautomaat op brute wijze zijn afgeperst.

Nog afgezien van het gevaar dat dergelijk handelen met zich meebrengt, wekt dergelijk gedrag ernstige gevoelens van angst en onveiligheid op bij degenen die op deze wijze worden bedreigd.

Verdachte heeft het niet bij bedreigen alleen gelaten. Toen één van de slachtoffers niet aanstonds op zijn eis inging en verzet bood heeft verdachte zijn pistool dicht langs het hoofd van het slachtoffer afgevuurd en hem vervolgens met dat wapen op zijn hoofd geslagen. Bij technisch onderzoek van het onderhavige pistool concludeerde de technisch opsporings-ambtenaar dat indien met het gebezigde pistool, een gaspistool, in combinatie met een knalpatroon een opgelegd schot wordt gelost op bepaalde delen van het lichaam, onder andere hoofd en nek, dodelijk letsel kan ontstaan. Verdachte heeft louter en alleen uit winstbejag gehandeld en heeft daarbij op geen enkele wijze rekening gehouden met de gevolgen die zijn handelingen voor de slachtoffers konden hebben en hebben gehad. Verdachte heeft op geen enkele wijze berouw getoond, ook niet ter terechtzitting van 16 februari 2010.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank verder rekening gehouden met de omstandigheden en achtergronden van de verdachte zoals omschreven in voormelde rapporten van de psychiater Van Beek van 19 januari 2010 en van de psycholoog Schoenmaker van 31 januari 2009, alsook in het voorlichtingsrapport van het Leger des Heils, afdeling Jeugdzorg & Reclassering van 12 februari 2010.

Voornoemde gedragsdeskundigen Van Beek en Schoenmaker achten de kans op recidive groot.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een hogere gevangenisstraf dient te worden opgelegd dan door de officier van justitie geëist en meent dat in dit geval een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren een passende bestraffing is.

Motivering van de maatregel onttrekking aan het verkeer

De rechtbank acht de hierna te vermelden in beslag genomen voorwerpen/goederen vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, aangezien deze voorwerpen bij een veiligheidsfouillering van de verdachte en bij onderzoek naar de feiten waarvan hij verdacht werd bij hem zijn aangetroffen en van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet.

Benadeelde partij slachtoffer 1

De rechtbank acht het causaal verband tussen het onder 1 bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het ter terechtzitting gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar.

Schadevergoedingsmaatregel slachtoffer 1

Met betrekking tot de in het onder 1 bewezen verklaarde acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door dat strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partij slachtoffer 2

De rechtbank acht het causaal verband tussen het onder 2 bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het ter terechtzitting gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar.

Schadevergoedingsmaatregel slachtoffer 2

Met betrekking tot de in het onder 2 bewezen verklaarde acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door dat strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 36f, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 primair, het onder 2 primair, het onder 3, het onder 4 en het onder 5 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en onder 2 primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer de navolgende in beslag genomen voorwerpen, te weten een doos met 25 platspatronen 9mm, 7 platspatronen 9mm, een gaspistool van het merk Umarex Walther P22 met metalen opzetstuk (schietbeker), 64 knalpatronen, en een ploertendoder in een hoesje.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij,

slachtoffer 1, van een bedrag van € 250,00 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer slachtoffer 1, voornoemd, een bedrag van € 250,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 5 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij,

slachtoffer 2, van een bedrag van € 3.105,52, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade, en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer slachtoffer 2, voornoemd, een bedrag van € 3.105,52 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 41 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter, mr. C.P. van Gastel en mr. B.I. Klaassens, rechters in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 2 maart 2010.