Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2010:BO2613

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
02-11-2010
Datum publicatie
02-11-2010
Zaaknummer
19.830138-10; 19.605028-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte zich aan een groot aantal vermogensdelicten heeft schuldig gemaakt.

Het hoeft geen betoog dat verdachte met het plegen van de feiten grote onrust en gevoelens van onveiligheid in de maatschappij teweeg heeft gebracht in het bijzonder bij de slachtoffers. Zij hebben grote hinder ondervonden van het handelen van verdachte. De rechtbank rekent verdachte aan dat hij zijn persoonlijk welzijn heeft laten prevaleren boven dat van zijn slachtoffers die ongewild worden geconfronteerd met financiële en emotionele schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830138-10; 19.605028-10; 19.830291-08 (vord. na vv)

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 02 november 2010 in de ter terechtzitting gevoegde zaken van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op geboortedatum] 1978,

verblijvende P.I. HvB Ter Apel te Ter Apel

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 19 oktober 2010.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.R. Eising, advocaat te Assen.

Tenlastelegging

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gevoegde zaken bij dagvaardingen tenlastegelegd, dat

Parketnummer 19.830138-10

1. hij op of omstreeks 09 mei 2010 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een auto (Subaru Forester), staande aan/nabij de De Vallei, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen auto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

2. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 17 mei 2010 tot en met 23 juni 2010 te Vries, gemeente Tynaarlo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit de brandstofvoorraad van na te noemen rechthebbende(n) heeft weggenomen een hoeveelheid motorbrandstof, in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of die mededader(s);

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 17 mei 2010 tot en met 23 juni 2010 te Vries, gemeente Tynaarlo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk een hoeveelheid motorbrandstof, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of die mededader(s), en welke motorbrandstof verdachte en/of die mededader(s) (telkens) bij een brandstofpompinstallatie had(den) getankt onder gehoudenheid daarvoor te betalen en welke motorbrandstof verdachte en/of die mededader(s) aldus, in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3. hij op of omstreeks 30 juni 2010 te Gieten, gemeente Aa en Hunze, op de openbare weg de Oelenboom, althans op een openbare weg, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid motorbrandstof, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heter daad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte, toen die [aangever] verdachte en/of de door verdachte bestuurde auto had vastgegrepen om te voorkomen dat verdachte met die auto en die weggenomen motorbrandstof zou wegrijden zonder voor die motorbrandstof te betalen en die [aangever] zich (daartoe) nog voor een deel in die auto bevond, met die auto is weggereden, daarmee/daarbij die [aangever] over enige afstand meesleurend/meetrekkend, terwijl vorenomschreven feit zwaar lichamelijk letsel van die [aangever] ten gevolge heeft gehad;

4. hij op of omstreeks 05 juli 2010 te Gieten, gemeente Aa en Hunze, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bedrijfs)pand aan/nabij de Bloemakkers weg te nemen enig goed van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan C1000/Schuitema, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, een rond/bij dat pand staand hekwerk heeft doorgeknipt/ vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij op of omstreeks 05 juli 2010 te Gieten, gemeente Aa en Hunze, opzettelijk en wederrechtelijk een hekwerk rond/bij een (bedrijfs)pand aan/nabij de Bloemakkers, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan C1000/Schuitema, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

5. hij op of omstreeks 05 juli 2010 te Drouwen, althans in de gemeente Borger-Odoorn, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

parketnummer 19.605028-10

1. hij op of omstreeks 17 november 2009 te en in de gemeente Assen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets (merk Beta), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die weg te nemen bromfiets onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2. hij op of omstreeks 26 november 2009 te en in de gemeente Assen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets/snorfiets (merk: Tomos), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de weg te nemen brom/snorfiets onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

3. hij op of omstreeks 24 november 2009 te Gieten, althans in de gemeente Aa en Hunze tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets (merk: Cita), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

4. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip gelegen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2009 tot 3 december 2009 te Eext, althans in de gemeente Aa en Hunze, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit twee, althans een caravan(s) (caravan(s) nrs 93 en/of 73 staande op camping de Schoapvolte) heeft weggenomen: diverse etenswaren en/of een fiets en/of een hoeveelheid koper in elk geval enige goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever] en/of [aangever], althans aan de eigena(a)r(en) van de caravans nr 93 en/of 73) in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar

mededader(s), waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip gelegen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2009 tot 3 december 2009 te Gasselte, althans in de gemeente Aa en Hunze, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit twee, althans een stacaravan(s) (caravan(s) nrs 385 en/of 111 en/of C106, staande op camping de Kremmer) heeft weggenomen: een (auto)sleutel (van een Toyota) en/of diverse etenswaren en/of een sleutelbos en/of een flatscreen en/of een laptop en/of een laptopstandaard, in elk geval enige goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever] en/ [aangever] en/of [aangever] en/of uit een schuurtje behorende bij caravan nummer C106 een gereedschapskist (met hierin diverse gereedschappen), toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de caravan(s) en/of het schuurtje heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

Het tenlastegelegde met betrekking tot parketnummer 19.830138-10 zal hierna worden aangeduid met zaak A.

Het tenlastegelegde met betrekking tot parketnummer 19.605028-10 zal hierna worden aangeduid met zaak B.

De rechtbank zal, waar in de tenlasteleggingen staat "verdachte en/of zijn mededader(s)" lezen alsof daar staat "verdachte en/of zijn medeverdachte(n)". De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaken, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. C. Westerling acht de feiten die aan de verdachte zijn tenlastege-legd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 24 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met de bijzondere voorwaarden toezicht van de reclassering en een klinische opname in een FPK voor de duur van maximaal 12 maanden;

* toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

* teruggave aan verdachte van een in beslag genomen telefoon.

Bewijsmotivering

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsmiddelen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het in zaak A onder 1, 2 primair, 3, 4 primair, 5 en in zaak B onder 1 tot en met 5 tenlastege-legde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak A.

1. hij op 09 mei 2010 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto Subaru Forester, staande aan de De Vallei, toebehorende aan [aangever] waarbij verdachte die weg te nemen auto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

2. hij op verschillende tijdstippen in de periode van 17 mei 2010 tot en met 23 juni 2010 te Vries, gemeente Tynaarlo telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit de brandstofvoorraad van na te noemen rechthebbende heeft weggenomen een hoeveelheid motorbrandstof toebehorende aan [aangever];

3. hij op 30 juni 2010 te Gieten, gemeente Aa en Hunze, op de openbare weg de Oelenboom, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid motorbrandstof toebehorende aan [aangever], welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [aangever], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat verdachte, toen die [aangever] verdachte had vastgegrepen om te voorkomen dat verdachte met die auto en die weggenomen motorbrandstof zou wegrijden zonder voor die motorbrandstof te betalen en die [aangever] zich daartoe nog voor een deel in die auto bevond, met die auto is weggereden, daarbij die [aangever] over enige afstand meesleurend,

terwijl vorenomschreven feit zwaar lichamelijk letsel van die [aangever] ten gevolge heeft gehad;

4. hij op 05 juli 2010 te Gieten, gemeente Aa en Hunze, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand aan de Bloemakkers weg te nemen enig goed van zijn gading, toebehorende aan C1000/Schuitema en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen en die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door een rond dat pand staand hekwerk door te knippen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5. hij op 05 juli 2010 te Drouwen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets toebehorende aan [aangever];

Zaak B.

1. hij op 17 november 2009 te en in de gemeente Assen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets merk Beta, toebehorende aan [aangever], waarbij verdachte die weg te nemen bromfiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

2. hij op 26 november 2009 te en in de gemeente Assen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets/snorfiets (merk: Tomos), toebehorende aan [aangever], waarbij verdachte de weg te nemen bromfiets/snorfiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

3. hij op 24 november 2009 te Gieten tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets (merk: Cita), toebehorende aan [aangever];

4. hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 oktober 2009 tot 3 december 2009 te Eext, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit twee caravans nrs 93 en 73 staande op camping de Schoapvolte heeft wegge-nomen: diverse etenswaren en een fiets en een hoeveelheid koper, toebehorende aan [aangever] en [aangever], waarbij verdachte en zijn medeverdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

5. hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 oktober 2009 tot 3 december 2009 te Gasselte, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit de caravans nrs 385 en/of 111 en/of C106, staande op camping de Kremmer) heeft weggenomen: een autosleutel van een Toyota en diverse etenswaren en een sleutelbos en een flatscreen en een laptop en een laptopstandaard toebehorende aan [aangever] en/ [aangever] en/of L. Dokter en uit een schuurtje behorende bij caravan nummer C106 een gereedschapskist met daarin diverse gereedschappen, toebehorende aan [aangever], waarbij verdachte en zijn medeverdachte zich de toegang tot die caravans en het schuurtje hebben verschaft door middel van braak;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Nadere bewijsoverweging zaak A feit 3

Met betrekking tot feit 3 acht de rechtbank bewezen dat verdachte geweld heeft gebruikt tegen [aangever].

Verdachte had het voornemen om benzine te tanken zonder daarvoor te betalen. Op het moment dat hij door [aangever] wordt aangesproken geeft verdachte aan dat hij wel wil betalen voor de benzine en wil daartoe in de auto zijn portemonnee pakken. Als [aangever] dat voor hem wil doen en verdachte wil weerhouden in de auto te stappen glipt verdachte achter [aangever] langs de auto in. [aangever] grijpt verdachte vast om te beletten dat verdachte wegrijdt. Ondanks dat vastgrijpen van verdachte door [aangever] lukt het verdachte om de auto te starten en weg te rijden. Bij dat wegrijden sleurt verdachte [aangever] gedurende een aantal meters mee voordat [aangever] verdachte loslaat.

De rechtbank is van oordeel dat uit deze handelwijze van verdachte blijkt dat hij niet van plan was te betalen voor de getankte brandstof en dat hij het oogmerk had met behulp van geweld de vlucht mogelijk te maken, hetzij zich het bezit van de brandstof te verzekeren.

Door op deze wijze en onder voornoemde omstandigheden de auto binnen te gaan en weg te rijden wilde verdachte kennelijk aan [aangever] ontkomen.

De stelling van verdachte dat hij, nadat [aangever] hem had vastgepakt, alsnog wilde betalen en in paniek heeft gehandeld toen hij, terwijl [aangever] hem nog vast had, is weggereden, doet hieraan - als dit al het geval is - niet af. Verdachte had op het moment dat hij door [aangever] in zijn auto werd vastgehouden zijn portemonnee kunnen pakken om [aangever] te betalen. In plaats daarvan is hij weggereden. Zijn intentie om toch te betalen is niet gebleken. Ook niet nadien, nu verdachte na het voorval de brandstof niet alsnog heeft betaald.

Kwalificaties

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

Zaak A.

onder 1: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel,

strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2: diefstal, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3: diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld zwaar lichamelijk letstel ten gevolge heeft gehad.

strafbaar gesteld bij artikel 312 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 4: poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met de artikelen 45 en 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 5; diefstal,

strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Zaak B.

onder 1, 2, telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3: diefstal door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 4 en 5, telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid Zaak B.

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafbaarheid Zaak A.

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychologisch rapport d.d. 16 september 2010 opgemaakt door E. de Vrij, klinisch psycholoog.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -:

" Bij verdachte kan gesproken worden van een gemengde persoonlijkheidsstoornis met borderline en antisociale kenmerken. Hiervan was ook sprake ten tijde van de tenlastegelegde feiten. De delicten kunnen deels worden gezien als impulsieve reacties vanuit een op dat moment -ervaren- labiele en (snel)gefrustreerde gemoedstoestand, iets wat in het verlengde ligt van de geconstateerde beperkte draagkracht en persoonlijkheids-problematiek, maar ook als een min of meer doordachte, functionele vorm van onmaatschappelijke keuzes of misschien zelfs wel 'gewoontegedrag'. De gewetensontwikkeling is kennelijk onvoldoende toereikend om deze specifieke dissociale keuzes te kunnen beteugelen.

Daarnaast kan worden opgemerkt dat verdachte over voldoende verstandelijke vermogens beschikte om de wederrechtelijkheid van zijn keuzes in te kunnen zien.

Geadviseerd wordt om verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te achten."

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusie en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend, zij het in enigszins verminderde mate.

Strafmotivering

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte zich aan een groot aantal vermogensdelicten heeft schuldig gemaakt. Een aantal daarvan heeft verdachte gepleegd met een medeverdachte.

Het hoeft geen betoog dat verdachte met het plegen van de feiten grote onrust en gevoelens van onveiligheid in de maatschappij teweeg heeft gebracht in het bijzonder bij de slachtoffers.

Zij hebben grote hinder ondervonden van het handelen van verdachte.

De rechtbank rekent verdachte aan dat hij zijn persoonlijk welzijn heeft laten prevaleren boven dat van zijn slachtoffers die ongewild worden geconfronteerd met financiële en emotionele schade. De rechtbank rekent het verdachte in het bijzonder aan dat hij bij één van de gepleegde feiten geweld heeft gebruikt dat voor het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel ten gevolg heeft gehad, namelijk een gebroken pols en een gebroken enkel.

De rechtbank houdt bij de bepaling van de op te leggen straf rekening met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, met de omstandigheden waaronder dit is begaan, met hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte en met de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 06 oktober 2010, waaruit blijkt dat de verdachte eerder tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf is veroordeeld ter zake vermogensdelicten.

Ook houdt de rechtbank rekening met de op de terechtzitting gedane erkenning door verdachte dat hij zich aan de op de dagvaarding ad-informandum gevoegde feiten onder de nummers 1 en 2 heeft schuldig gemaakt, welke feiten hiermee zijn afgedaan;

De rechtbank heeft acht geslagen op het pleidooi van de raadsvrouw en de over verdachte uitgebrachte rapporten. Hieruit komt naar voren dat verdachte zijn leven een positieve wending wil geven en dat hij gemotiveerd is om aan zijn verslavingsproblematiek te gaan werken ook als dit een klinische behandeling inhoudt. De rechtbank zal daarmee bij de op te straf rekening houden. De hoogte van de op te leggen straf verenigt zich echter niet met een opname in het IMC te Eelde reeds per 8 november 2010, zoals door de raadsvrouw is verzocht. Evenmin met een onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de bewezen verklaarde feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen doch niet van een omvang als door de officier van justitie is gevorderd.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan een gedeelte van 4 maanden voorwaardelijk, geboden is.

Benadeelde partijen

Zaak A.

1. [naam slachtoffer].

Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd blijkt uit de brief van Univé Verzekeringen voldoende dat de dagwaarde van de auto € 8250,-- bedroeg. Uit coulance heeft de verzekeringsmaatschappij € 2500,-- aan de benadeelde partij uitgekeerd.

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade bewezen en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

2. [naam slachtoffer].

De vordering is niet betwist, de rechtbank acht deze dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

3. [naam slachtoffer].

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte geweld heeft gebruikt tegen [naam slachtoffer] waarbij er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is van medeschuld.

De vordering wordt in dat geval niet betwist door verdachte. De rechtbank acht de vordering dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

4. [naam slachtoffer].

De raadsvrouw heeft de vordering met betrekking tot de gemaakte treinkosten en benzinekosten betwist. De benadeelde partij heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat die kosten rechtstreeks verband houden met de diefstal van de fiets.

Naar het oordeel van de rechtbank is de onderbouwing van bedoelde kosten door de benadeelde partij onvoldoende om te kunnen spreken van rechtstreekse schade met betrekking tot het bewezen verklaarde feit. De rechtbank zal de benadeelde partij [naam slachtoffer] voor dit deel van zijn vordering niet ontvankelijk verklaren, voor dit deel kan de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De vordering is voor het overige niet betwist, de rechtbank acht de vordering in zoverre gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Zaak B.

1. [naam slachtoffer].

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering, die door de verdediging voor een deel is betwist, niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

Het deel dat door de verdediging wordt erkend, namelijk de schade als gevolg van de plaatsing van een ander zadel op de bromfiets, stelt de rechtbank naar redelijkheid en billijkheid vast op € 100,--.

De benadeelde partij [naam slachtoffer] zal voor het overige deel niet ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering en hij kan zijn vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

2. [naam slachtoffer], 3. [naam slachtoffer] en 4. [naam slachtoffer].

De vorderingen zijn niet betwist, de rechtbank acht deze dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Voor zover voormelde vorderingen zijn voldaan door de medeverdachte is verdachte niet gehouden deze vorderingen nogmaals te voldoen.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten acht de rechtbank de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht tot na te noemen bedragen aansprakelijk voor de schade, die door de strafbare feiten is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd die bedragen aan de Staat te betalen ten behoeve van de slachtoffers.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.830291-08

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de verdachte, eerder is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke straf bij vonnis van de meervoudige strafkamer in deze rechtbank d.d. 27 februari 2009 voor soortgelijke feiten en zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het in zaak A onder 1, 2 primair, 3, 4 primair, 5 en in zaak B onder 1 tot en met 5 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

* gevangenisstraf voor de duur van TWAALF MAANDEN waarvan een gedeelte groot VIER MAANDEN voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoer-gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, hetgeen mede kan inhoud dat de verdachte zich klinische zal laten behandelen met betrekking tot zijn verslavingsproblematiek, echter maximaal voor de duur van 12 maanden, met opdracht aan de reclasseringsinstelling ingevolge art. 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank gelast de teruggave aan verdachte van het navolgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp:

- 1 GSM van het merk Samsung.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam slachtoffer] van de som van € 5750,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 5750,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 63 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam slachtoffer] van de som van € 144,95 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 144,95 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 2 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam slachtoffer] van de som van € 1411,80 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 1411,80 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 24 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam slachtoffer] van de som van € 11,95 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 11,95 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [naam slachtoffer] voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat hij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam slachtoffer] van de som van € 100,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 100,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 2 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [naam slachtoffer] voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat hij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam slachtoffer] van de som van € 62,25 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 62,25 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam slachtoffer] van de som van € 97,55 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 97,55 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam slachtoffer] van de som van € 786,71 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 786,71 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 15 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormelde bedragen ten behoeve van de slachtoffers de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partijen doet vervallen, alsmede dat betaling van voormelde bedragen aan de benadeelde partijen de verplichting tot betaling aan de Staat van deze bedragen doet vervallen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.830291-08

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 27 februari 2009 door de meervoudige strafkamer van deze rechtbank gewezen voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter en mr. P.J. Duinkerken en E.C.M. Wolfert, rechters in tegenwoordigheid van D. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 02 november 2010, zijnde mr. Duinkerken buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

Parketnummer: 19.830138-10; 19.605028-10

Uitspraak d.d.: 02 november 2010 13

vonnis