Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2010:BO2608

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
02-11-2010
Datum publicatie
02-11-2010
Zaaknummer
19.810250-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte zich aan een tweetal zedendelicten heeft schuldig gemaakt en dat verdachte het minderjarige slachtoffer zonder toestemming en medeweten van haar ouders bij zich heeft laten verblijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK [PLAATSNAAM], zittinghoudende te Assen

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.810250-10

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 02 november 2010 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

wonende [adres]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 19 oktober 2010.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.P. Eckert, advocaat te [plaatsnaam].

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 7 augustus 2009 tot en met 9 augustus 2009 te [woonplaats verdachte], gemeente [naam gemeente], (telkens) met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1993, die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige

handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens)

-zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

-zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

-zijn penis door die [slachtoffer] laten vastpakken;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 7 augustus 2009 tot en met 9 augustus 2009 te [woonplaats verdachte], gemeente [naam gemeente], (telkens) met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1993, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, (telkens) bestaande in het ontuchtig

-laten vastpakken/betasten van zijn penis door die [slachtoffer] en/of

-betasten van de vagina van die [slachtoffer] en/of

-brengen van zijn penis tegen/nabij de vagina van die [slachtoffer] en/of

-brengen van zijn penis tegen/nabij de mond van die [slachtoffer];

2. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 1 mei 2009 tot en met 6 augustus 2009 te [woonplaats slachtoffer] en/of te [woonplaats verdachte], gemeente [naam gemeente], althans in Nederland, (telkens) een afbeelding en/of een voorwerp waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, (telkens) heeft verstrekt en/of aangeboden en/of vertoond aan de minderjarige [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1993, van wie verdachte (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze jonger was dan zestien jaar, hebbende verdachte (telkens) met behulp van een webcam en/of het internet zijn ontblote penis laten zien aan die [slachtoffer] en/of zich ten overstaan van die [slachtoffer] afgetrokken;

3. hij in of omstreeks de periode van 7 augustus 2009 tot en met 9 augustus 2009 in de gemeente(n) [naam gemeente] en/of [naam gemeente], althans in Nederland, opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1993, heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag (te weten de ouderlijke macht) of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, immers heeft verdachte toen aldaar die [slachtoffer], zonder toestemming en buiten medeweten van degene(n) die het wettig gezag over die [slachtoffer] uitoefende(n), vanuit haar woonplaats naar de door verdachte bewoonde woning te [woonplaats verdachte] laten komen en haar daar (gedurende langer dan een dag) laten verblijven/logeren;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij in of omstreeks de periode van 7 augustus 2009 tot en met 9 augustus 2009 in de gemeente(n) [naam gemeente] en/of [naam gemeente], althans in Nederland, opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1993, die zich onttrokken had aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag (te weten de ouderlijke macht) of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, heeft verborgen en/of aan de nasporing van de ambtenaren van de justitie en/of politie heeft onttrokken, immers heeft verdachte toen aldaar die [slachtoffer], die aan haar

ouders had verteld dat ze (enkele dagen) zou gaan logeren bij een vriendin en daartoe de ouderlijke woning had verlaten, zonder toestemming en buiten medeweten van die ouders, althans van degene(n) die het wettig gezag over die [slachtoffer] uitoefende(n), vanuit haar woonplaats naar de door verdachte bewoonde woning te [woonplaats verdachte] laten komen en haar daar (gedurende langer dan een dag) laten verblijven/logeren;

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. E.H.G. Kwakman acht hetgeen onder 1 primair, 2 en 3 subsidiair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met de bijzondere voorwaarden toezicht van de reclassering en een behandeling bij de AFPN;

* toewijzing van de vordering van de benadeelde partij met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Vrijspraak

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat verdachte van het onder 3 primair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Bewijsmiddelen

Nu verdachte hetgeen de rechtbank 3 subsidiair bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte 1 van [aangeefster] d.d. 01 september 2009;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte 2 van [slachtoffer] d.d. 01 september 2009;

- de verklaring van verdachte afgelegd op de openbare terechtzitting van 19 oktober 2010.

Met betrekking tot het onder 1 primair tenlastegelegde feit gaat de rechtbank van de volgende bewijsmiddelen uit.

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte 3 van [aangeefster] d.d. 01 september 2009, dat -zakelijk weergegeven- ondermeer het volgende inhoudt.

"Zondagmiddag 23 augustus 2009 heb ik [slachtoffer] nog herhaaldelijk gebeld doch ze gaf toen geen gehoor. Hierna heb ik haar vriendin [naam vriendin] gebeld doch deze nam ook niet op. Toen kreeg ik echter die zondagmiddag omstreeks 16.00 uur de moeder van [naam vriendin] aan de telefoon die mij even vertelde dat mijn dochter [slachtoffer] haar dochter [naam vriendin] gebruikte als alibi. Ze gaf me ook te kennen dat zij wist dat [slachtoffer] kennelijk afspraken had met een man die ze heeft leren kennen via het internet.

De volgende dag heb ik met [slachtoffer] hier over gesproken. Toen kwam er ook uit dat ze in het weekeinde van 7 augustus 2009 bij ene [verdachte], in [plaatsnaam] was geweest. Ze vertelde dat dit een 44 jarige man was.

[slachtoffer] vertelde dat ze bij [verdachte] een dag opgevangen was en dat hij goed luisterde. [slachtoffer] gaf aan dat [verdachte] goed met haar kon praten. [slachtoffer] gaf aan dat die [verdachte] lief was en voor haar gekookt had en de kamer van zijn dochter in orde had gemaakt zodat [slachtoffer] daar kon slapen. Ik heb zelfs van [slachtoffer] zijn nummer gekregen en heb hem gebeld.

Hij vertelde verder dat hij het profiel van [slachtoffer] had geblokkeerd op internet. Hij wilde ook zijn eigen relatie met een nieuwe vriendin niet op het spel zetten door met [slachtoffer] contact te blijven houden. Hij vertelde dat [slachtoffer] niet meer bij hem mocht komen omdat hij anders in zijn dorp praat zou krijgen als er een jong meisje bij hem aan de deur zou zijn. Hij vertelde dat hij [slachtoffer] geld had gegeven om met de trein terug te gaan.

Op woensdagavond heb ik enkele chatlogs gelezen kennelijk afkomstig van deze [verdachte] waarin hij middels de computer meerdere gesprekken met [slachtoffer] heeft gehad.

Vervolgens heb ik [slachtoffer] met deze gesprekken geconfronteerd en uiteindelijk gaf zij toe dat zij in het weekeinde van 7 augustus 2009 bij deze [verdachte] is geweest voor een nacht en dat zij toen samen seksuele gemeenschap met elkaar hebben gehad.

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte 4 van [slachtoffer] d.d. 01 september 2009, dat -zakelijk weergegeven- ondermeer het volgende inhoudt.

Ik ben nu nog 15 jaar oud en komende [datum] 2009 word ik 16 jaar oud.

Ik zal u nu verklaren omtrent het contact dat ik met [verdachte] heb gehad. Ongeveer drie maanden terug heb ik met [verdachte] via een website contact gekregen. Ik weet dat ik al vrij snel met hem aan het communiceren was via deze site.

Via msn zijn we verder gegaan en we hebben elkaar minder via de chatsite gesproken vanaf het moment dat we met elkaar konden msn-en.

U toont mij een kleine foto met daarop een manspersoon. Ik kan u verklaren dat dit de [verdachte] is waarmee ik gechat heb op die site zoals genoemd en ook via msn. Tijdens het chatten denk ik dat ik al wist dat hij 44 jaar oud was. Ik vond dat niet erg omdat hij een luisterend oor had voor mijn verhaal en mijn problemen. Ik ben achteraf van mening dat hij mijn vertrouwen heeft gewonnen door goed naar me te luisteren en vervolgens zijn de gesprekken na verloop van tijd begonnen over sex en dergelijke. Ik kwam erachter dat ik meer dan genoeg aandacht kon krijgen van [verdachte] als ik maar inging op zijn gesprekken veelal over seks.

U toont mij verder de gesprekken die uitgewerkt zijn. Als u zegt dat dit vanaf de 23e juli is verwerkt dan kan dit juist zijn.

Ik vermoed dat de datum en tijd van mijn computer goed staan. Ik denk dat die gesprekken qua datum en tijd dan ook wel kloppen omdat ik me kan herinneren dat ik de 17e juli ben gaan werken.

U vraagt mij of het is voorgekomen dat [verdachte] zijn webcam had ingeschakeld en dat ik hem wel eens naakt op de webcam heb gezien. Ik kan u daarop antwoorden dat dit wel eens is voorgekomen. Ik denk dat het meer dan zes keer is voorgekomen dat [verdachte] wel eens naakt voor zijn webcam zat en dat ik door zijn webcam te accepteren dit ook kon zien. Ik heb ook gezien dat [verdachte] hierbij meerdere malen aan zijn piemel zat te rukken.

Ik heb zelf niet naakt achter de webcam gezeten. Ik heb wel zinnen gebruikt waarin over seks gesproken is.

Ik ben tevens naar [plaatsnaam] naar [verdachte] gegaan omdat ik dacht met hem over mijn problemen te kunnen praten.

Ik kan niet ontkennen dat ik die teksten binnen msn samen met [verdachte] heb gehad en dat ik ook daar grof over seks met [verdachte] gesproken heb.

Ik weet het niet zeker of ik op vrijdag 7 augustus naar [plaatsnaam] ben vertrokken. Ik denk dat het wel die datum en dag is geweest. Ik ben vanuit Best met de trein naar [plaatsnaam] geweest.

Ik dacht dat ik rond 19.00 uur in [woonplaats slachtoffer] vertrokken ben en ik ben in [plaatsnaam] rondom 22.00 uur 's-avonds aangekomen. [verdachte] zou me op komen halen. We zijn naar [woonplaats verdachte] gereden. Ik moest van [verdachte] achterom komen omdat hij een nieuwsgierige buurvrouw heeft.

Mijn spullen werden neergezet op de slaapkamer van [verdachte].

Hierna kwam [verdachte] bij me op de bank zitten.

Hier hebben we bij elkaar gezeten. Hierna zei [verdachte] dat hij het warm had en deed hij zijn shirt uit. [verdachte] deed ook mijn shirt uit en mijn bh. We hebben vervolgens met elkaar gekust en hebben elkaar gestreeld. [verdachte] vroeg ook telkens of hij het een en ander bij me mocht doen. Hij vroeg me of ik dingen wilde doen. Hij deed dan zelf zijn broek ook uit en kwam dan voor me staan. Hij pakte mijn hoofd en hield zijn penis voor mijn mond en gezicht. Ik heb toen zelf zijn piemel in mijn mond genomen en toen kwam het zover dat hij in mijn mond klaarkwam. Ik ben echter niet door hem gedwongen om dit te doen. Ik deed dit vrijwillig.

Hierna zijn we naar de slaapkamer van [verdachte] gegaan en zijn het bed in gegaan.

In bed hebben we ook nog gemeenschap met elkaar gehad. Ik kan u verklaren dat ook deze gemeenschap geheel op vrijwillige basis was.

Ik kan u verder verklaren dat ik samen met [verdachte] de zaterdagavond en nacht en mogelijk ook in de vroege ochtend seks heb gehad.

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige 5 van [getuige] d.d. 24 oktober 2009, dat -zakelijk weergegeven- ondermeer het volgende inhoudt.

Ik begrijp waarover u mij wenst te horen. Ik ben [getuige] en ben de beste vriendin van [slachtoffer]. We kennen elkaar inmiddels een jaar of vier.

Ik weet ook dat ze verder nog contact heeft gehad met ene [verdachte].

Ik weet dat [verdachte] en [slachtoffer] de 06 nummers uitgewisseld hebben en dat ze ook telefonisch contact hebben gehad.

Toen [slachtoffer] echter in een weekend naar die [naam vriendin] zou gaan kreeg ik van [slachtoffer] een berichtje dat ze tegen mij gelogen had. Ik kreeg te horen dat die [naam vriendin] niet echt was maar dat ze daarmee die [verdachte] bedoelde. Ik was wel blij en verrast dat [slachtoffer] tegen mij uiteindelijk de waarheid vertelde maar tegelijk boos en ongerust. Ik heb nog geprobeerd om [slachtoffer] tegen te houden maar uiteindelijk is ze toch naar die [verdachte] in [woonplaats verdachte], ([plaatsnaam]) gegaan.

[slachtoffer] heeft me op die zaterdag dat ze bij die [verdachte] was nog wel gebeld. Later die week toen ze weer terug was hoorde ik van [slachtoffer] dat ze met die [verdachte] naar bed is geweest. [slachtoffer] vertelde me ook dat ze zich schaamde dat ze dit gedaan had. [slachtoffer] heeft me pas het volledig verhaal verteld nadat ze bij de politie was geweest. Ze had ook niet gedacht bij die [verdachte] in bed te belanden. Ook vertelde [slachtoffer] me dat ze dit ook een manier vond om die [verdachte] te bedanken voor zijn gesprekken via internet en ik begreep ook van [slachtoffer] dat [verdachte] graag wilde dat ze met hem naar bed ging.

- een in de wettelijke vorm proces-verbaal van bevindingen 6 van de politie Brabant Noord d.d. 01 september 2009 waarin verbalisant op 31 augustus 2009 de simkaart van de telefoon van aangeefster heeft uitgelezen met betrekking tot sms-berichten. Het betreffen ondermeer de navolgende sms-berichten.

Nummer: +316[nummer]

Naam [[verdachte]]

Bericht: Mama wil belle, onthou ik heb op [naam dochter] kamer geslapen!

Map: verstuurde

Nummer: +316[nummer]

Naam [[verdachte]]

Bericht: Oké heeft ze alleen dit nummer

Tijd: 25-8-09 21:06:51

Map: Inbox

Nummer: +316[nummer]

Naam [[verdachte]]

Bericht: Ja

Map: verstuurde

Nummer: +316[nummer]

Naam [[verdachte]]

Bericht: Ging goed en blijf met je ouders praten

Tijd: 25-8-09 21:36:15

Map: Inbox

Nummer: +316[nummer]

Naam [[verdachte]]

Bericht: Dankje schat, bedankt voor alles!! X

Map: verstuurde

Nummer: +316[nummer]

Naam [[verdachte]]

Bericht: Graag gedaan meid. Doe er je voordeel mee

Tijd: 25-8-09 21:38:15

Map: Inbox

- de in bijlage 4 van het dossier weergegeven MSN-gesprekken tussen verdachte en het slachtoffer die ondermeer het volgende inhouden -zakelijk weergegeven-:

Op 24 juli 2009 7schrijft verdachte aan het slachtoffer: "nee niet verliefd maar het voelt wel erg goed ondanks dat je zo jong bent".

Op 24 juli 2009 schrijft verdachte aan het slachtoffer: "lijkt me erg lekker het met een jonge meid te doen zoals jij" en "je hebt me al naakt gezien immers".

Op 03 augustus 2009 8 schrijft het slachtoffer aan verdachte: "ik heb mijn vriendje uitgenodigd voor mn sweet 16".

Op 03 augustus 2009 9 schrijft het slachtoffer aan verdachte: "papa en mama moge nergens achterkome, dan geve ze je zeker aan".

Op 03 augustus 2009 antwoordt verdachte aan het slachtoffer: "ja dat weet ik ook wel".

Op 04 augustus 2009 10 schrijft verdachte aan het slachtoffer: "ik moet je zowieso verstoppen dit weekend" en "voor iedereen" en "de buren zijn nieuwsgierig"en "als ze zien dat jij hier bent zien ze ook dat je minderjarig bent".

Op 04 augustus 2009 11 schrijft het slachtoffer aan verdachte: "anders geef ik je alsnog aan".

Op 04 augustus 2009 antwoord de verdachte aan het slachtoffer: "hahaha doe je niet".

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang beschouwd acht de rechtbank bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde feit heeft begaan.

Verdachte heeft ontkend seksuele handelingen te hebben verricht bij aangeefster. Hij heeft daarbij gesteld dat hij, toen hij haar zag op het station, heeft gedacht dat zij daarvoor te jong was, hij schatte haar toen op 14, 15 jaar oud. Tevoren wist hij niet dat ze zo jong was. Zij heeft dat weekend wel bij hem verbleven maar er hebben geen seksuele handelingen plaatsgevonden. De rechtbank volgt verdachte hierin niet. De verklaring van aangeefster is consistent en in overeenstemming met de tussen verdachte en aangeefster gevoerde MSN-gesprekken en in overeenstemming met hetgeen zij direct na het betreffende weekend aan haar vriendin heeft verteld en met hetgeen zij later aan haar moeder heeft verteld.

Uitgaande van de lezing van verdachte is het bovendien bevreemdend dat hij aangeefster toch nog het hele weekend bij zich heeft gehouden. Het had voor de hand gelegen dat verdachte aangeefster dezelfde avond of in ieder geval de volgende dag weer naar huis had gestuurd toen hij -zoals verdachte heeft verklaard- het slachtoffer op het station zag en zich realiseerde dat het slachtoffer veel te jong was. Gelet op de inhoud van de hierboven weergegeven MSN-gesprekken acht de rechtbank het bovendien onaannemelijk dat verdachte niet vóór de komst van aangeefster al wist dat ze jonger was dan zestien. Ook de na het betreffende weekend gewisselde sms-berichten, zoals hierboven vermeld, passen in de verklaring van aangeefster en niet in de verklaring van verdachte.

Met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde feit gaat de rechtbank van de volgende bewijsmiddelen uit.

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte 12 van [slachtoffer] d.d. 01 september 2009, dat -zakelijk weergegeven- ondermeer het volgende inhoudt.

U vraagt mij of het is voorgekomen dat [verdachte] zijn webcam had ingeschakeld en dat ik hem wel eens naakt op de webcam heb gezien. Ik kan u daarop antwoorden dat dit wel eens is voorgekomen. Ik denk dat het meer dan zes keer is voorgekomen dat [verdachte] wel eens naakt voor zijn webcam zat en dat ik door zijn webcam te accepteren dit ook kon zien. Ik heb ook gezien dat [verdachte] hierbij meerdere malen aan zijn piemel zat te rukken.

- de in bijlage 4 van het dossier weergegeven MSN-gesprekken tussen verdachte en het slachtoffer die ondermeer het volgende inhouden -zakelijk weergegeven-:

Op 24 juli 2009 13 om 21:53:20 verschijnt het bericht "[verdachte] is inviting you to start viewing webcam. Do you want to Accept or Decline the invitation?" op het computerscherm van het slachtoffer.

Op 24 juli 2009 om 21:53:23 verschijnt het bericht "You have accepted the invitation to start viewing webcam" op het computerscherm van het slachtoffer.

Op 24 juli 2009 14schrijft verdachte aan het slachtoffer: "nee niet verliefd maar het voelt wel erg goed ondanks dat je zo jong bent".

Op 24 juli 2009 schrijft verdachte aan het slachtoffer: "lijkt me erg lekker het met een jonge meid te doen zoals jij" en "je hebt me al naakt gezien immers".

Op 02 augustus 2009 15 schrijft verdachte aan het slachtoffer: of ben je al weer nieuwsgierig hoe mijn lul er uit ziet".

Op 02 augustus 2009 schrijft het slachtoffer aan verdachte: "tuurlijk" en "dus wat ga je doen".

Op 02 augustus 2009 schrijft verdachte aan het slachtoffer: "rukken" en "wil je kijken".

Op 02 augustus 2009 schrijft het slachtoffer aan verdachte: "tuurlijk !"

Op 02 augustus 2009 om 11:37:56 verschijnt het bericht "[verdachte] is inviting you to start viewing webcam. Do you want to Accept or Decline the invitation?" op het computerscherm van het slachtoffer.

Op 02 augustus 2009 om 11:38:01 verschijnt het bericht "You have accepted the invitation to start viewing webcam" op het computerscherm van het slachtoffer.

Op 02 augustus 2009 schrijft het slachtoffer aan verdachte: ik zie het".

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte 16 d.d. 16 april 2010, dat -zakelijk weergegeven- ondermeer het volgende inhoudt.

U leest mij een stukje voor van het chatgesprek op 2-8-2009 om 11.28.06

Ze vraagt wat ik ga doen en ik geef aan dat ik ga rukken. Ik vraag haar of ze dat wil zien. Zij wil dat. Dan volgt er een stukje dat het bellen van skype niet lukt. Dan vertelt u mij, dat ik mijn webcam aan zet. Ik kan hierop zeggen dat ik dus wel mijn webcam heb aangehad.

U leest mij het volgende stukje voor, dat [slachtoffer] mij kan zien. [slachtoffer] geeft aan dat ze het kan zien. U vraagt mij wat er op dat moment gebeurt. Ik ben met mezelf aan het spelen. Ik bedoel daarmee; aan het rukken.

Op grond van vorenstaande acht de rechtbank niet alleen bewezen dat verdachte zich met behulp van een webcam zijn ontblote geslachtsdeel heeft laten zien aan aangeefster en zich ten overstaan van haar heeft afgetrokken. Tevens blijkt dat verdachte, gelet op zijn uitlatingen over de leeftijd van aangeefster op zijn minst vermoedde dat zij beneden de zestien was.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. hij op verschillende tijdstippen in de periode van 7 augustus 2009 tot en met 9 augustus 2009 te [woonplaats verdachte], gemeente [naam gemeente], telkens met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1993, die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

-zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en

-zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en

-zijn penis door die [slachtoffer] laten vastpakken;

2. hij op verschillende tijdstippen in de periode van 23 juli 2009 tot en met 6 augustus 2009 te [woonplaats slachtoffer] en/of te [woonplaats verdachte], gemeente [naam gemeente], telkens een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft vertoond aan de minderjarige [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1993, van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze jonger was dan zestien jaar, hebbende verdachte telkens met behulp van een webcam en het internet zijn ontblote penis laten zien aan die [slachtoffer] en/of zich ten overstaan van die [slachtoffer] afgetrokken;

3. hij in de periode van 7 augustus 2009 tot en met 9 augustus 2009 in de gemeente [naam gemeente] opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1993, die zich onttrokken had aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag (te weten de ouderlijke macht), heeft verborgen, immers heeft verdachte toen aldaar die [slachtoffer], die aan haar ouders had verteld dat ze enkele dagen zou gaan logeren bij een vriendin en daartoe de ouderlijke woning had verlaten, zonder toestemming en buiten medeweten van die ouders, vanuit haar woonplaats naar de door verdachte bewoonde woning te [woonplaats verdachte] laten komen en haar daar gedurende langer dan een dag laten verblijven;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1 primair, 2 en 3 subsidiair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

onder 1: met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

strafbaar gesteld bij artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2: een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaren, vertonen aan een minderjarige van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 240a van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3: opzettelijk een minderjarige, die zich onttrokken heeft aan het wettig over haar gesteld gezag, verbergen,

strafbaar gesteld bij artikel 280 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte zich aan een tweetal zedendelicten heeft schuldig gemaakt en dat verdachte het minderjarige slachtoffer zonder toestemming en medeweten van haar ouders bij zich heeft laten verblijven.

Het hoeft geen betoog dat het handelen van verdachte zoals dat uit het dossier naar voren komt uiterst verwijtbaar is te noemen te meer gelet op het grote leeftijdsverschil tussen hem en het slachtoffer. Daaraan doet de houding van het slachtoffer ten opzichte van verdachte niets af. De bescherming van het slachtoffer staat voorop en verdachte heeft zich moeten realiseren dat zijn handelen in strijd is met de sociaal-ethische normen in zaken als onderhavige. De rechtbank rekent verdachte aan dat hij zijn persoonlijk belangen heeft laten prevaleren boven de te beschermen belangen van het slachtoffer. Uit de in het dossier opgenomen msn-berichten komt naar voren dat verdachte daarbij het initiatief heeft genomen om het slachtoffer bij hem thuis te laten komen.

De rechtbank houdt bij de bepaling van de op te leggen straf rekening met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, met de omstandigheden waaronder dit is begaan, met hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte en met het blanco strafblad van verdachte.

Anderzijds houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte hoogst waarschijnlijk zijn baan zal verliezen. Ook neemt de rechtbank in ogenschouw de rol van het slachtoffer en het moment waarop zij 16 jaar zou worden.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een voorwaardelijke gevangenisstraf geboden is en daarbij een werkstraf van het maximaal op te leggen aantal uren.

Benadeelde partij [slachtoffer]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade bewezen. De rechtbank acht verdachte aansprakelijk voor die schade. De rechtbank acht de opgevoerde reiskosten niet toewijsbaar nu die kosten niet door het slachtoffer zijn gemaakt maar door haar ouders.

De rechtbank acht de vordering tot na te noemen bedrag voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank zal de vordering voor het overige afwijzen.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het bewezen verklaarde acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door de strafbare feiten is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 3 primair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het 1 primair, 2 en 3 subsidiair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte 1 primair, 2 en 3 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

* gevangenisstraf voor de duur van ZES MAANDEN geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoer-gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

* een taakstraf bestaande uit 240 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren arbeid per dag voor de in verzekering doorgebrachte dagen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van de som van € 1150,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank wijst de vordering voor het overige af.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], een bedrag van € 1150,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 21 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en

verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter en mr. P.J. Duinkerken en mr. E.C.M. Wolfert, rechters in tegenwoordigheid van D. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 02 november 2010, zijnde mr. Duinkerken buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 dossierpagina 70 ev.

2 dossierpagina 78 ev.

3 dossierpagina 70 ev.

4 dossierpagina 78 ev.

5 dossierpagina 86 ev.

6 bijlage 1 pagina 24 ev

7 bijlage 4 pagina 105

8 bijlage 4 pagina 139

9 bijlage 4 pagina 149

10 bijlage 4 pagina 182

11 bijlage 4 pagina 188

12 dossierpagina 78 ev.

13 bijalge 4 pagina 112

14 bijlage 4 pagina 105

15 bijlage 4 pagina 125 ev

16 dossierpagina 138 ev.

??

??

??

??

Parketnummer: 19.810250-10

Uitspraak d.d.: 02 november 2010 12

vonnis