Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2010:BO0968

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
05-10-2010
Datum publicatie
18-10-2010
Zaaknummer
288105 - CV EXPL 10-4078
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betreft een vordering tot vernietiging van de beslissing van de geschillencommissie. De kantonrechter wijst de vordering af. Niet gezegd kan worden dat gebondenheid aan die beslissing in verband met inhoud of wijze van totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Daarnaast is de beslissing -marginaal getoetst- voldoende gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2010/260
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Assen

Sector kanton

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 288105 \ CV EXPL 10-4078

vonnis van de kantonrechter van 5 oktober 2010

in de zaak van

De besloten vennootschap Auto Verhuur Bedrijf Groningen B.V.,

h.o.d.n. Stuur Auto verhuur,

hierna te noemen: Stuur ,

gevestigd te Groningen,

eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie,

gemachtigde: mr. J. Doornbos,

tegen

[Gedaagde]

hierna te noemen: [gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde partij in conventie, eisende partij in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde: mr. A.F. Smid.

Het verloop van de procedure

De partijen hebben de volgende stukken in het geding gebracht c.q. proceshandelingen verricht:

de dagvaarding van 07 mei 2010;

de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie;

de nadere toelichtingen van partijen.

De vaststaande feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

1. [gedaagde] heeft van 13 mei 2009 tot 14 mei 2009 te 7.30 uur een auto gehuurd van Stuur.

2. Stuur heeft € 60,00 exclusief BTW op de waarborgsom ingehouden wegens een zwarte veeg op de auto.

3. [gedaagde] was het daar niet mee eens en heeft de kwestie voorgelegd aan Bovag Bemiddeling.

4. Bovag Bemiddeling heeft aangegeven dat het niet mogelijk is om een standpunt in te nemen in een ja/nee discussie over de mondelinge communicatie. Zij moet uitgaan van de door Stuur overgelegde foto's. Zij is tot het oordeel gekomen dat de herstelkosten terecht in rekening zijn gebracht.

5. [gedaagde] heeft het geschil vervolgens aanhangig gemaakt bij de geschillencommissie Autoverhuur (verder: de geschillencommissie). Stuur heeft een schriftelijk verweerschrift ingediend. Op de vervolgens door de geschillencommissie belegde zitting is [gedaagde] wel, maar Stuur niet verschenen. In haar verweerschrift had Stuur aangegeven een zitting, gelet op het geringe belang en de tijd- en reiskosten, niet opportuun te achten.

6. Bij beslissing van 19 februari 2010 heeft de commissie de klacht gegrond geoordeeld en Stuur onder meer opgedragen € 71,40 aan [gedaagde] terug te betalen. Daartoe is onder meer overwogen:

"Als een verhuurder aan de huurder een vergoeding in rekening wenst te brengen wegens schade aan de huurauto dient hij te bewijzen dat de schade tijdens de huurperiode is ontstaan. In dit verband is het volgende van belang. De ondernemer heeft niet betwist dat hij de afrekening pas twee weken na de beëindiging van de huurovereenkomst aan de consument heeft verzonden. Het valt niet aan te nemen dat de auto gedurende die periode in de garage heeft gestaan. Het is dus alleszins mogelijk dat de door de ondernemer bedoelde streep, die niet dezelfde behoeft te zijn als die waarvan de consument zegt melding te hebben gemaakt bij het aangaan van de huurovereenkomst, gedurende die twee weken is ontstaan. De overgelegde foto's bieden daarover geen uitsluitsel, omdat deze niet zijn gedateerd. Naar het oordeel van de commissie heeft de ondernemer dus onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de streep op de auto is ontstaan gedurende de tijd dat de consument de auto in gebruik heeft gehad. De ondernemer had zich dit bewijs kunnen verschaffen door de auto op het moment waarop deze werd teruggebracht in aanwezigheid van de consument te inspecteren of dat direct de volgende ochtend vroeg te doen. Nu de ondernemer dat heeft nagelaten dient hij zelf de kosten van het verwijderen van de streep te dragen, daargelaten of een streep als de onderhavige moet worden gewaardeerd als op geld waardeerbare schade, nu een auto van tijd tot tijd pleegt te worden gewassen en gepoetst en een huurder in het algemeen niet verplicht is de auto gepoetst terug te brengen."

De vorderingen en de verweren

In conventie

7. Stuur vordert vernietiging van de beslissing van de geschillencommissie met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

Stuur stelt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat zij aan die beslissing gehouden zou zijn. De beslissing vertoont volgens haar ernstige inhoudelijke gebreken en is gebrekkig gemotiveerd. In de wet en algemene voorwaarden is bepaald dat de huurder aansprakelijk is voor schade aan het gehuurde. Daarnaast volgt uit de wet het bewijsvermoeden dat de huurder het gehuurde in onbeschadigde toestand heeft ontvangen. De geschillencommissie is daar aan voorbij gegaan. Dat de schade ook buiten de huurperiode kan zijn ontstaan is door geen van beide partijen naar voren gebracht en daarmee treedt de geschillencommissie buiten de omvang van het geschil. In tegenstelling tot de conclusie van de geschillencommissie heeft Stuur de auto de volgende ochtend gecontroleerd en de schade geconstateerd.

8. [gedaagde] heeft verweer gevoerd. Daarop wordt bij de beoordeling, voor zover aangewezen, nader ingegaan

In voorwaardelijke reconventie

9. [gedaagde] vordert voor het geval de vordering in conventie zou worden toegewezen, betaling van € 60,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2010 en met de proceskosten. Zij stelt -zo begrijpt de kantonrechter- dat Stuur dat bedrag ten onrechte op de waarborgsom heeft ingehouden omdat zij de auto onbeschadigd heeft ingeleverd, althans dat er geen sprake is van een schade groot € 60,00.

10. Stuur heeft verweer gevoerd. Daarop wordt bij de beoordeling, voor zover aangewezen, nader ingegaan

De beoordeling

In conventie

11. De kantonrechter stelt voorop dat op grond van artikel 7:904 BW vernietiging van de beslissing van de geschillencommissie slechts kan plaatsvinden indien gebondenheid aan die beslissing in verband met inhoud of wijze van totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dit criterium vraagt terughoudendheid van de rechter, in die zin dat de vernietigingsprocedure niet kan worden benut als een vorm van (verkapt) hoger beroep. Het gaat er niet om dat de rechter haar oordeel in de plaats stelt van het oordeel van de geschillencommissie. Een inhoudelijke toetsing is in beginsel niet aan de orde. Gebondenheid is regel en strijd met de redelijkheid en billijkheid vormt een uitzondering. De beslissing is slechts dan aantastbaar indien de geschillencommissie, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, in redelijkheid niet tot haar beslissing heeft kunnen komen. Voor vernietiging is geen ruimte indien de grenzen waarbinnen redelijk denkende mensen van mening kunnen verschillen, niet zijn overschreden. Ook eventuele strijd met het (dwingend) recht maakt de beslissing nog niet onaanvaardbaar.

12. De kantonrechter is van oordeel dat uitgaande van voormeld toetsingskader, de vordering tot vernietiging van de beslissing van de commissie niet toewijsbaar is. Niet gezegd kan worden dat gebondenheid aan die beslissing van Stuur in verband met inhoud of wijze van totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Gesteld, noch gebleken is dat de beslissing is gebaseerd op een ondeugdelijk onderzoek. Na het aanhangig maken van de zaak is er een verweerschrift ingediend en vervolgens heeft er een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarnaast is de beslissing -marginaal getoetst- voldoende gemotiveerd.

13. De kantonrechter kan niet inzien dat de geschillencommissie voorbij zou zijn gegaan aan de algemene voorwaarden. Uit de beslissing van de geschillencommissie kan -anders dan Stuur (veronder)stelt- niet worden afgeleid dat de geschillencommissie niet van oordeel is dat een huurder gehouden is schade die tijdens de huurperiode ontstaat te vergoeden.

Uit de motivering van de beslissing blijkt dat de commissie van oordeel is dat Stuur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de door haar gestelde schade is ontstaan tijdens de huurperiode en dat Stuur gelet daarop geen aanspraak kan maken op het bedrag groot

€ 60,00. De kantonrechter is van oordeel dat niet gezegd kan worden dat de geschillencommissie niet in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat dit op de weg van Stuur lag.

14. Dit, mede gelet op alle bij de geschillencommissie door partijen gestelde feiten en omstandigheden. Zo is door [gedaagde] in het 'beroepschrift' gesteld dat zij 'het voertuig in dezelfde staat op het terrein van stuur verhuur heeft neergezet als bij het begin van de huurovereenkomst' en dat zij het zeer vreemd vindt dat Stuur haar pas na 14 dagen op de hoogte stelt van "de schade", via de nota.

Deze stellingen zijn door Stuur in het verweerschrift van 26 oktober 2009 niet weersproken, noch wat betreft de staat waarin de auto door [gedaagde] op het terrein was geparkeerd, noch wat betreft het eerst na 14 dagen via een nota door Stuur kenbaar maken dat er schade zou zijn geconstateerd. Ook op de zitting is, zo blijkt uit de beslissing van de geschillencommissie, door [gedaagde] expliciet herhaald dat zij pas op 27 mei 2009 een afrekening kreeg waarop tot haar verbazing een extra bedrag van € 71,40 inclusief BTW was ingehouden. Omdat Stuur -om haar moverende redenen- niet naar de zitting is gegaan, heeft zij dit ook toen niet weersproken.

15. Uit de motivering van de beslissing volgt dat de geschillencommissie het verweer van [gedaagde] gelet daarop mede aldus heeft verstaan en -marginaal toetsend- redelijkerwijs ook heeft kunnen verstaan dat [gedaagde] betwist dat de schade waarvan Stuur vergoeding verlangt er op het moment van het einde van de huur (14 mei 2009 te 7.30 uur) was en om die reden geoordeeld dat het op de weg van Stuur lag dat aannemelijk te maken. Dit volgt mede uit de overweging dat 'de door de ondernemer bedoelde streep, die niet dezelfde behoeft te zijn als die waarvan de consument zegt melding te hebben gemaakt bij het aangaan van de huurovereenkomst..'. Door aldus te overwegen heeft de geschillencommissie wellicht anders geoordeeld dan Stuur verwachtte en juist acht, maar dat betekent niet dat de geschillencommissie buiten het geschil is getreden. Daarbij wijst de kantonrechter er op dat in dit verband evenmin aan de orde is de vraag of de kantonrechter het oordeel van de geschillencommissie in alle facetten onderschrijft. De te beantwoorden vraag is immers of de geschillencommissie, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, in redelijkheid tot haar beslissing heeft kunnen komen. Dat is, gezien hetgeen hiervoor is overwogen, naar het oordeel van de kantonrechter het geval.

16. Door Stuur is tevens nog aangegeven dat de geschillencommissie van een aantal onjuiste feiten zou zijn uitgegaan. Zo stelt zij dat zij de auto direct op de morgen van 14 mei 2009 heeft gecontroleerd, alsmede aan [gedaagde] bij brief van 14 mei 2009 hebben gemeld dat er schade was geconstateerd die doorberekend zou worden. Dit kan echter evenmin tot vernietiging leiden. Omdat dit niet in de procedure bij de geschillencommissie naar voren is gebracht, kon de geschillencommissie deze stellingen niet bij haar beoordeling betrekken. Zoals hiervoor reeds is aangegeven, is de weg van artikel 7:904 BW, niet bedoeld als een soort hoger beroep.

17. Uit het voorgaande volgt dat de vordering van Stuur zal worden afgewezen. Omdat zij ongelijk krijgt zal zij tevens de proceskosten van [gedaagde] moeten vergoeden. Door [gedaagde] is mede aanspraak gemaakt op vergoeding van nakosten. Deze zullen worden afgewezen omdat niet (voldoende deugdelijk) is onderbouwd dat deze kosten zullen moeten worden gemaakt.

In voorwaardelijke reconventie

18. Nu de voorwaarde waaronder deze vordering is ingesteld niet is vervuld, komt de kantonrechter niet toe aan een beoordeling van deze vordering.

De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

wijst de vordering van Stuur af;

veroordeelt Stuur in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. A.M.A.M. Kager en in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2010.

typ/conc: 131/ak

coll: