Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2010:BN9935

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
06-10-2010
Datum publicatie
08-10-2010
Zaaknummer
76647 - HA ZA 09-904
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Maatstaf bestuurdersaansprakelijkheid wegens onbetaald en onverhaald blijven van een vordering van een crediteur van een Stichting. De (oud) bestuursleden kan van hun handelen of nalaten niet een zodanig ernstig verwijt worden gemaakt dat zij persoonlijk aansprakelijk zijn.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 9
Burgerlijk Wetboek Boek 2 23
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JRV 2010, 869
JIN 2010/805
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ASSEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 76647 / HA ZA 09-904

Vonnis van 6 oktober 2010

in de zaak van

de vennootschap onder firma

LOGO PRODUCTS V.O.F.,

gevestigd te Sevenum,

eiseres,

advocaat mr. B.C. Doolaard,

tegen

1. [GEDAAGDE SUB 1],

wonende te [woonplaats],

2. [GEDAAGDE SUB 2],

wonende te [woonplaats],

3. [GEDAAGDE SUB 3],

wonende te [woonplaats],

4. [GEDAAGDE SUB 4],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. L.H. Haarsma.

Partijen zullen hierna Logo Products en de bestuursleden genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 27 januari 2010, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd;

- het proces-verbaal van comparitie van 13 september 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De rechtbank zal bij de beoordeling uitgaan van de navolgende feiten die tussen partijen, als enerzijds gesteld en anderzijds niet of niet voldoende gemotiveerd betwist, vaststaan.

2.2. Logo Products heeft samen met een derde van de Stichting Racing Team Drenthe (hierna: Racing Team Drenthe) een racemotor gekocht. Gedaagden zijn de (oud) bestuurders van deze stichting.

2.3. De koopovereenkomst is ontbonden. Er is vervolgens tussen Logo Products en Racing Team Drenthe een geschil ontstaan over de wijze waarop Racing Team Drenthe al dan niet correct uitvoering heeft gegeven aan haar uit de ontbinding van de koopovereenkomst ontspruitende verbintenis tot ongedaanmaking. Dat geschil heeft geleid tot een procedure bij deze rechtbank.

2.4. Op 25 februari 2009 heeft deze rechtbank tussen Logo Products en Racing Team Drenthe een vonnis gewezen. Dat vonnis brengt met zich dat Logo Products een opeisbare vordering kreeg op Racing Team Drenthe. Racing Team Drenthe heeft deze vordering niet voldaan.

2.5. Op 20 april 2009 is in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken geregistreerd dat de ontbonden rechtspersoon Racing Team Drenthe is opgehouden te bestaan.

2.6. Bij brief van 30 juni 2009 heeft Logo Products de bestuursleden van Racing Team Drenthe hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor door haar geleden schade, op de grond dat de bestuursleden ten opzichte van Logo Products onrechtmatig hebben gehandeld.

Logo Products begroot haar schade op een bedrag dat overeenkomt met de hoogte haar vordering op Racing Team Drenthe.

2.7. De bestuursleden wijzen iedere aansprakelijkheid af.

3. Het geschil

3.1. Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten vordert Logo Products, verkort weergegeven, hoofdelijke veroordeling van ieder bestuurslid tot betaling van een bedrag ter grootte van € 11.927,01 vermeerderd met rente en kosten. Daartoe stelt Logo Products, samengevat weergegeven, dat de bestuursleden jegens haar onrechtmatig hebben gehandeld.

Logo Products verwijt de bestuursleden dat zij hebben nagelaten een door Racing Team Drenthe op 12 april 2006 verzonden creditfactuur aan Logo Products te betalen. Logo Products stelt dat zij daardoor in rechte nakoming heeft moeten vorderen van de aan die creditnota ten grondslag liggende verbintenis tot ongedaanmaking. Volgens Logo Products hadden de bestuursleden er rekening mee moeten houden dat Racing Team Drenthe die procedure zou verliezen. Racing Team had voor dat geval voorzieningen moeten treffen of fondsen moeten werven, maar dat heeft zij niet gedaan. Het een en ander kan volgens

Logo Products voortkomen uit betalingsonwil. In dat verband wijst Logo Products erop dat, twee weken nadat de rechtbank haar vonnis wees, de Stichting [naam] in het handelsregister is ingeschreven. [naam] betreft de zoon van één van de bestuursleden. Volgens Logo Products is Racing Team Drenthe “verhangen” naar de nieuwe stichting. De website van de nieuwe stichting betreft een regelrechte kopie van de oude stichting en 20 van de 23 sponsoren van de oude stichting zijn naar de nieuwe stichting overgegaan. Dat is een aanwijzing dat Racing Team Drenthe of in ieder geval haar activa zijn verhangen. Logo Products houdt de bestuursleden ook aansprakelijk voor haar schade op de grond dat de bestuursleden tekort zijn geschoten in de vereffening en liquidatie van Racing Team Drenthe.

3.2. Het verweer van de bestuursleden strekt tot niet-ontvankelijkheid van

Logo Products, althans afwijzing van haar vordering en veroordeling van Logo Products in de kosten van de procedure. Daartoe voeren de bestuursleden aan, samengevat weergegeven, dat Racing Team Drenthe niet in staat was om de vordering van

Logo Products te betalen. Daarom heeft het bestuur besloten om over te gaan tot ontbinding en vereffening van de stichting. Van enig onrechtmatig handelen van de bestuursleden is geen sprake geweest. De creditfactuur van Logo Products is niet betaald, omdat

Racing Team Drenthe de gehoudenheid tot betaling betwiste en omdat zij meende dat zij bevoegd was de vordering van Logo Products met haar eigen vordering op Logo Products te verrekenen. De bestuursleden stellen dat zij niet voorzagen dat Racing Team Drenthe de procedure zou kunnen verliezen, zodat het niet aanhouden van een voorziening of het niet werven van fondsen niet onrechtmatig was. In dat verband wijzen de bestuursleden erop dat het vonnis werd gewezen drie en een half jaar nadat de overeenkomst tussen partijen tot stand kwam. Er is volgens de bestuursleden ook geen sprake van betalingsonwil. De bestuursleden betwisten dat Racing Team Drenthe is “verhangen” naar een andere stichting. Een coureur en een deel van de sponsoren hebben heil gezocht in een andere stichting. Die stichting kent andere bestuurders. De bestuursleden bestrijden dat zij tekort zijn geschoten in de vereffening en dat zij op die grond aansprakelijk zijn voor de door Logo Products gestelde schade.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het geschil tussen partijen komt, samengevat weergegeven, op het volgende neer. Deze rechtbank heeft Racing Team Drenthe veroordeeld tot betaling van een vordering van Logo Products. Betaling van die vordering vindt niet plaats en Racing Team Drenthe biedt geen verhaal. Logo Products zoekt daarom verhaal op de individuele (oud) bestuursleden van Racing Team Drenthe.

4.2. Te beoordelen staat of de individuele (oud) bestuursleden van Racing Team Drenthe persoonlijk aansprakelijk zijn voor het onbetaald en onverhaald blijven van de vordering van Logo Products.

4.3. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 8 december 2006 (NJ 2006, 659) voor de benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaald blijven van diens vordering, de maatstaf ontwikkeld dat naast de aansprakelijkheid van de vennootschap er ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond kan zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (i) namens de vennootschap heeft gehandeld dan wel (ii) heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. In beide gevallen mag in het algemeen alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld waar hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in artikel 2:9 BW, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Als maatstaf geldt in de onder (i) bedoelde gevallen of de betrokken bestuurder bij het namens de vennootschap aangaan van verbintenissen wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden, en in de onder (ii) bedoelde gevallen of het handelen of nalaten als bestuurder van de betrokken bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

4.4. De rechtbank acht deze maatstaf passend en toepasbaar in het geval een schuldeiser van een stichting een bestuurder persoonlijk wil aanspreken wegens het onbetaald en onverhaald blijven van zijn vordering. De rechtbank zal daarom bij de beoordeling van het geschil de hiervoor gegeven maatstaf hanteren. Dat leidt tot de navolgende overwegingen.

4.5. De rechtbank stelt in de eerste plaats vast dat Logo Products niet stelt dat de individuele bestuursleden ten tijde van de ontbinding van de koopovereenkomst en dus ten tijde van het ontstaan van de verbintenis tot ongedaanmaking van die koopovereenkomst, wisten of redelijkerwijs behoorden te begrijpen dat de Racing Team Drenthe haar verplichtingen niet zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden. Aldus komt de rechtbank voor de vraag te staan of (is gesteld dat) de bestuursleden hebben bewerkstelligd of hebben toegelaten dat Racing Team haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt èn het handelen of nalaten van de bestuursleden ten opzichte van Logo Products in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hen daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

4.6. Als de rechtbank aanneemt dat de bestuursleden in ieder geval hebben toegelaten dat Racing Team Drenthe haar verplichting ten opzichte van Logo Products niet is nagekomen, komt het er op aan of de verwijten die Logo Products de bestuursleden maakt in de gegeven omstandigheden ten opzichte van Logo Products zodanig onzorgvuldig zijn dat hen daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

4.7. Kort en goed verwijt Logo Products de bestuursleden: (i) dat het hen is aan te rekenen dat zij hebben nagelaten de creditfactuur aan Logo Products te betalen (randnummer 12 van de dagvaarding); (ii) de bestuursleden, gezien het verloop van de procedure er terdege rekening mee hadden moeten houden dat zij de procedure konden verliezen en de bestuursleden daarom een voorziening hadden moeten treffen of fondsen hadden moeten werven (randnummer 16 van de dagvaarding) en (iii) Logo Products niet uitsluit dat er sprake is van betalingsonwil, wat volgens Logo Products blijkt uit de opmerking dat er onvoldoende middelen zouden zijn om de statutaire doelstelling te behalen en het bestuur geen verplichtingen mag aangaan wetende dat zij deze niet kan nakomen (randnummers 17 tot en met 19 van de dagvaarding).

4.8. De rechtbank is van oordeel dat ieder van deze verwijten afzonderlijk, maar evenmin alle verwijten tezamen genomen, een handelen of nalaten betreft van individuele bestuursleden waarvan hen een zodanig ernstig verwijt kan worden gemaakt dat dit kan leiden tot hun persoonlijke aansprakelijkheid. De rechtbank komt tot dit oordeel op grond van de navolgende overwegingen.

4.9. Racing Team Drenthe heeft de creditnota niet betaald, omdat zij de gehoudenheid daartoe heeft betwist en zij zichzelf bevoegd achtte de vordering van Logo Products te verrekenen. Dit heeft geleid tot een procedure. Niet gesteld noch overigens kan blijken dat de vordering van Logo Products in die procedure tegen beter weten is bestreden of dat de reconventionele vordering van Racing Team Drenthe tegen beter weten in is ingesteld. In dit licht bezien komt de vraag op of er bijkomende omstandigheden zijn gesteld om de individuele bestuursleden een zodanig verwijt te kunnen maken dat zij persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gehouden. Die bijkomende feiten zijn door Logo Products niet gesteld.

4.10. De overige verwijten die Logo Products de bestuursleden maakt, hebben betrekking op de periode die aanvangt op het moment dat Logo Products Racing Team Drenthe dagvaardt. Ten aanzien van deze periode kan de hiervoor gegeven maatstaf een nadere invulling krijgen aan de hand van de criteria die de Hoge Raad in zijn arrest van

8 februari 2002 (NJ 2002, 196) geeft voor een persoonlijk verwijt aan een bestuurder. Die criteria komen hierop neer dat de persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder alleen dan kan worden aangenomen als: (i) de bestuurder met de vaststelling of het ontstaan van de vordering door een rechterlijke uitspraak ernstig rekening had moeten houden; (ii) de bestuurder ernstig rekening had moeten houden met het feit dat de vennootschap bij een voor haar nadelig vonnis niet in staat zou zijn de vordering van haar wederpartij te voldoen en (iii) het in de gegeven omstandigheden aan de bestuurder is te verwijten dat hij de belangen van de betreffende crediteur heeft verwaarloosd.

4.11. De rechtbank is van oordeel dat wat Logo Products stelt tekort schiet om een persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuursleden aan te kunnen nemen. Een redelijk bekwaam en redelijk handelend bestuurder zal bij de beslissing om een geschil te laten uitmonden in een procedure de kwade kans in ogenschouw moeten nemen dat de rechtspersoon die hij (mede) bestuurt, die procedure verliest. Voor een eventuele persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder is echter vereist dat hij met die kwade kans ernstig rekening had te houden. Dat individuele bestuursleden in deze zaak met die kwade kans ernstig rekening hadden moeten houden, is gesteld noch gebleken. Dat laatste geldt ook ten aanzien van de uiteindelijke mogelijkheden van Racing Team Drenthe om de vordering van Logo Products te voldoen. Zonder nadere toelichting, die Logo Products niet geeft, valt niet in te zien op grond van welke feiten en omstandigheden in dit verband de individuele bestuursleden een ernstig verwijt kan worden gemaakt. In dit verband oordeelt de rechtbank dat het bestaan van een rechtsregel die een bestuur van een rechtspersoon in het algemeen verplicht om een voorziening te treffen of fondsen te werven voor het geval een procedure wordt verloren, niet kan worden aangenomen. Bijzondere feiten en/of omstandigheden waarom een dergelijke regel in dit concrete geval wel geldt voor de in deze procedure aangesproken bestuursleden, zijn door Logo Products niet gesteld.

4.12. Dat Racing Team Drenthe uiteindelijk een procedure heeft verloren en dit ertoe heeft geleid dat Logo Products een zodanige opeisbare vordering verkreeg dat deze niet kon worden betaald en het bestuur om die reden besloot de stichting te ontbinden, is op zichzelf genomen ook onvoldoende grond om aan te nemen dat sprake is van betalingsonwil en vormt evenmin overigens een toereikend argument om een bestuurslid persoonlijk aansprakelijk te houden voor de onbetaald en onverhaald gebleven vordering.

4.13. Tot slot kan de rechtbank Logo Products niet in haar gedachtegang volgen dat het ontstaan van een andere Stichting waarin bestuursleden, een coureur en bepaalde of wellicht alle sponsoren van Racing Team Drenthe deelnemen, een relevant verwijt betreft dat aan de in deze procedure betrokken (oud) bestuursleden kan worden gemaakt en op grond waarvan de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders kan worden aangenomen.

4.14. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de bestuursleden op grond van de door Logo Products gestelde feiten niet aansprakelijk kunnen worden gehouden voor de schade die Logo Products leidt doordat haar vordering op Racing Team Drenthe onbetaald en onverhaald blijft.

4.15. Aldus komt de rechtbank voor de vraag te staan of de vordering van Logo Products op de subsidiaire grondslag kan worden toegewezen. Die subsidiaire grondslag komt hierop neer dat Logo Products stelt dat de bestuursleden tekort zijn geschoten in de fase van de vereffening van Racing Team Drenthe en dat zij op die grond gehouden zijn de schade te vergoeden die Logo Products stelt te hebben geleden. Logo Products voert aan dat indien de vereffenaar - de bestuursleden - blijkt dat de schulden de baten vermoedelijk zullen overtreffen hij een aangifte tot faillietverklaring doet, tenzij alle bekende schuldeisers instemmen met voortzetting buiten faillissement. Logo Products stelt dat het faillissement niet is aangevraagd en zij neemt daarom aan dat er meer baten dan schulden waren, terwijl Logo Products daarvan niet heeft geprofiteerd. Logo Products stelt dat het één en ander met zich brengt dat de bestuursleden jegens haar onrechtmatig hebben gehandeld.

4.16. De rechtbank stelt voorop dat een vereffenaar die de plicht om aangifte te doen niet nakomt op grond van onrechtmatig handelen jegens een crediteur persoonlijk aansprakelijk is. Of die plicht bestaat en meer in het algemeen of een vereffenaar in de zin van artikel 2:23 lid 1 BW aansprakelijk is jegens een crediteur moet worden vastgesteld aan de hand van dezelfde criteria die de rechtbank hiervoor in rov. 4.10 heeft weergegeven (vergelijk

Hof ’s-Hertogenbosch 22 november 2005, JOR 2006, 118). Het komt er daarom -opnieuw- op aan of Logo Produts concrete feiten stelt die een ernstig verwijt inhouden ten aanzien van het handelen of nalaten van individuele (oud) bestuurders als vereffenaars van de ontbonden rechtspersoon. Dat doet Logo Products niet, zodat haar vordering evenmin op de daaraan gegeven subsidiaire grondslag kan worden toegewezen.

4.17. De rechtbank overweegt verder, maar ten overvloede, dat het besluit van het bestuur op het tijdstip van de ontbinding vatbaar is voor toetsing door de rechter als een schuldeiser, die daartoe stelt dat er nog baten zijn, het faillissement van de ontbonden (en vereffende) rechtspersoon aanvraagt. Als in die procedure voldoende aannemelijk wordt dat er nog baten zijn kan in beginsel het faillissement worden uitgesproken (HR 27 januari 1995, NJ 1995,579). In dit licht bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat voor zover Logo Products meent dat er nog baten zijn de hier bedoelde weg openstaat om het belang bij de vereffening daarvan (al dan niet in faillissement) vorm en inhoud te geven.

4.18. Het één en ander brengt met zich dat de rechtbank de vordering zal afwijzen. Als de in het ongelijk te stellen partij zal de rechtbank Logo Products in de kosten van deze procedure veroordelen. De proceskosten aan de zijde van de bestuursleden worden begroot op

- vast recht € 316,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.220,00.

BESLISSING

De rechtbank

1. wijst de vorderingen af,

2. veroordeelt Logo Products in de proceskosten, aan de zijde van de bestuursleden tot op heden begroot op € 1.220,00,

3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.R. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2010.