Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2010:BN1461

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
22-06-2010
Datum publicatie
16-07-2010
Zaaknummer
80562 - HA RK 10-80
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. Het feit dat verzoeker in een eerdere civiele zaak door dezelfde rechter in het ongelijk is gesteld maakt niet dat deze in de zaak die nu behandeld wordt niet onpartijdig /onafhankelijk zou kunnen optreden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ASSEN

zaaknummer / rekestnummer: 80562 / HA RK 10-80

Beschikking van de meervoudige kamer op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:15 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht van 22 juni 2010

in de zaak van

[VERZOEKER],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

verschenen in persoon

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van wraking d.d. 22 juni 2010 in de zaak met zaaknr. 273310 MB VERZ 09-285, waaruit blijkt dat verzoeker [de rechter], rechter in deze rechtbank, wenst te wraken;

- de brief van [de rechter], waaruit blijkt dat de rechter niet berust in de wraking en geen behoefte heeft nader te worden gehoord;

- de mondelinge behandeling van de wrakingskamer d.d. 22 juni 2010.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Het standpunt van [verzoeker]

[verzoeker] heeft meegedeeld dat hij twijfelt aan de onafhankelijkheid van de rechter. Dit is gebaseerd op een andere zaak. Ter zitting van de wrakingskamer heeft [verzoeker] toegelicht dat [de rechter] in een andere (civiele) zaak een beslissing heeft genomen waar hij het niet mee eens is. Daarnaast heeft hij meegedeeld dat hij slechte ervaringen heeft met andere Asser rechters, waardoor hij naar zijn oordeel ten onrechte is veroordeeld dan wel in het ongelijk is gesteld. Mede daardoor twijfelt hij aan de onafhankelijkheid van politie en justitie.

2. Het standpunt van [de rechter]

[de rechter] heeft aangegeven dat de zitting is aangevangen op het geplande tijdstip en een voortzetting betreft van een eerdere zitting van d.d. 19 januari 2010, die door een collega kantonrechter is voorgezeten. Zij heeft bij aanvang van de zitting desgevraagd haar achternaam genoemd. Nadat hij haar voorletters had geverifieerd, heeft hij haar gewraakt. De inhoudelijke behandeling had nog geen aanvang genomen. [verzoeker] is haar niet bekend.

3. De beoordeling

3.1. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van art. 6, eerste lid, EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt.

3.2. De door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden zoals hiervoor onder r.o. 2 weergegeven leveren niet een uitzonderlijke omstandigheid op die zodanige vrees ten aanzien van deze rechter kan rechtvaardigen. Evenmin geven zij grond te vrezen dat het de gewraakte rechter aan onpartijdigheid ontbreekt noch is ten aanzien van verzoekende partij de schijn van partijdigheid gewekt.

3.3. De wrakingskamer is van oordeel dat hetgeen is aangevoerd over [de rechter] met name ziet op de eerdere civiele zaak, die is geƫindigd met een vonnis. Het feit dat [verzoeker] in die zaak in het ongelijk is gesteld maakt niet dat de rechter in de zaak die nu behandeld wordt niet onpartijdig/onafhankelijk zou kunnen optreden. Hetgeen [verzoeker] heeft aangevoerd over andere zaken heeft betrekking op andere rechters en kan daarom in deze wrakingszaak geen rol spelen.

3.4. Op grond van het vorenstaande zal de wrakingskamer van de rechtbank het wrakingsverzoek afwijzen.

4. De beslissing

De rechtbank

1. Wijst het verzoek tot wraking af.

2. Bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.

3. Beveelt dat de griffier onverwijlde mededeling van deze beslissing doet aan verzoeker, de rechter [de rechter] en de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie.

Deze beschikking is gegeven door mr. H. Wolthuis, mr. H.J. ter Schegget en mr. P.L.M.J. Rooijakkers, bijgestaan door mr. A.J. Wassenburg-Hazelhoff, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2010, en door de mr. H. Wolthuis en de griffier ondertekend.?