Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2010:BM7068

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
08-06-2010
Datum publicatie
08-06-2010
Zaaknummer
¨19.830273-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte kan het verwijt worden gemaakt dat hij de afstand en de snelheid van de naderende motorrijders, waaronder de slachtoffers, verkeerd heeft ingeschat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830273-09

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 08 juni 2010 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te Renkum op [geboortedatum] 1952,

wonende [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 25 mei 2010.

De verdachte is verschenen.

Tenlastelegging

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op of omstreeks 25 juni 2009, in de gemeente Assen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, Witterzomer zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, met het/de door hem bestuurde motorrijtuig/personenauto, waar een caravan aan/achter was gekoppeld, linksaf te slaan, terwijl een motorfiets, bestuurd door [slachtoffer 1], aan welke

motorfiets verdachte vrije doorgang diende te verlenen, dicht was genaderd, tengevolge waarvan een botsing/aanrijding tussen het/de door verdachte bestuurde motorrijtuig/ personenauto met daaraan die caravan gekoppeld, en de door [slachtoffer 1] bestuurde motorfiets heeft plaatsgevonden, waardoor aan de opzittende(n) van genoemde motorfiets [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten respectievelijk een gebroken lendenwervel en/of een gebroken onderarm, of zodanig lichamelijk letsel werd

toegebracht, dat daaruit voor die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij op of omstreeks 25 juni 2009, in de gemeente Assen, als bestuurder van een voertuig (personenauto), waar een caravan aan/achter was gekoppeld, daarmee rijdende op de weg, Witterzomer, linksaf is geslagen, terwijl een motorfiets, bestuurd door [slachtoffer 1], aan welke motorfiets verdachte vrije doorgang diende te verlenen, dicht was genaderd, tengevolge waarvan een botsing/aanrijding heeft plaatsgevonden tussen het/de door verdachte bestuurde motorrijtuig/personenauto met daaraan die caravan gekoppeld en de door [slachtoffer 1] bestuurde motorfiets, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

Tengevolge van een kennelijke vergissing staat in de tenlastelegging zowel in het primair als in het subsidiair ten laste gelegde in respectievelijk de tiende en zevende regel "[slachtoffer 2]" in plaats van “[slachtoffer 1]”. De rechtbank herstelt deze vergissing door het laatste te lezen in plaats van het eerste. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Voorts worden kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging geacht te zijn verbeterd.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. B.D. van der Burg acht hetgeen primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 40 uren werkstraf, subsidiair 20 dagen hechtenis;

* zes maanden rijontzegging, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Bewijsmotivering

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij geen vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

1. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van politie Drenthe d.d. 21 juli 2009, inhoudende als bijlage een proces-verbaal van aanrijding 1;

2. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor 2 d.d. 29 juni 2009, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2];

3. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor 3 d.d. 29 juni 2009, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1];

4. een geneeskundige verklaring 4 d.d. 20 augustus 2009 opgemaakt door de betreffende arts met betrekking tot het geconstateerde letsel van [slachtoffer 2];

5. een geneeskundige verklaring 5 d.d. 20 augustus 2009 opgemaakt door de betreffende arts met betrekking tot het geconstateerde letsel van [slachtoffer 1];

6. de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 25 mei 2010.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 25 juni 2009, in de gemeente Assen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, Witterzomer, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsge-vonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend, met de door hem bestuurde personenauto, waar een caravan aan/achter was gekoppeld, linksaf te slaan, terwijl een motorfiets, bestuurd door [slachtoffer 1], aan welke motorfiets verdachte vrije doorgang diende te verlenen, dicht was genaderd,

tengevolge waarvan een botsing tussen de door verdachte bestuurde personenauto met daaraan die caravan gekoppeld, en de door [slachtoffer 1] bestuurde motorfiets heeft plaats-gevonden, waardoor aan de opzittenden van genoemde motorfiets, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], zwaar lichamelijk letsel, te weten respectievelijk een gebroken lendenwervel en een gebroken onderarm, werd toegebracht.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het primair bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, meermalen gepleegd,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 175 van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank houdt bij de bepaling van de op te leggen straf rekening met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, met de omstandigheden waaronder dat is begaan, met hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte en met de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 07 mei 2010, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit met justitie in aanraking is gekomen. De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het rapport d.d. 07 mei 2010 dat de Stichting Reclassering Nederland over verdachte heeft opgesteld.

De rechtbank neemt in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Op 25 juni 2009 naderde verdachte met zijn auto waaraan zijn caravan was gekoppeld de camping Witterzomer. Toen verdachte bij de camping was aangekomen wilde hij linksaf slaan om de weg naar de ingang in te kunnen rijden. Verdachte zag een groepje motorrijders naderen en heeft die voor laten gaan. Op enige afstand zag verdachte nog een aantal motorrijders naderen. Verdachte verkeerde in de veronderstelling dat hij voldoende tijd had om nog, voordat die motorrijders hem te dicht waren genaderd, af te kunnen slaan. Verdachte is vervolgens met een lage snelheid de inrit naar de camping ingereden. De bestuurder van de motor was verdachte echter dusdanig dicht genaderd dat hij de caravan van verdachte die zich nog op de weg, Witterzomer, bevond, niet meer kon ontwijken. [slachtoffer 1] is vervolgens tegen de zijkant van het achterste gedeelte van de caravan gebotst. Zowel [slachtoffer 1] als zijn medeopzittende zijn bij het ongeval gewond geraakt.

Verdachte kan het verwijt worden gemaakt dat hij de afstand en de snelheid van de naderende motorrijders, waaronder de slachtoffers, verkeerd heeft ingeschat. Verdachte is er daarbij ten onrechte van uitgegaan dat op de weg ‘Witterzomer’ een maximumsnelheid van 60 km per uur gold.

Verdachte heeft zich voorts onvoldoende gerealiseerd dat hij met een caravan achter zijn auto en met de door hem gereden snelheid, meer tijd nodig had voor het afslaan naar de camping.

Verdachte heeft op de zitting beaamd dat hij de situatie verkeerd heeft ingeschat en zich onvoldoende heeft gerealiseerd dat de afstand te kort was om af te kunnen slaan zonder daarbij het overige verkeer in gevaar te brengen.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke werkstraf geboden is van een omvang als door de officier van justitie gevorderd.

Motivering ontzegging van de rijbevoegdheid

De rechtbank is van oordeel dat aan de verdachte in beginsel de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen moet worden ontzegd omdat de verdachte, als verkeersdeel-nemer, een aan zijn schuld te wijten ernstig verkeersongeval heeft veroorzaakt.

Door de verdachte is aangevoerd dat een ontzegging van de rijbevoegdheid hem oneven-redig zwaar zal treffen omdat hij zijn rijbewijs voor zijn beroepsuitoefening nodig heeft en hij in geval van een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid zijn werk niet volledig zal kunnen verrichten.

Verdachte heeft verder verklaard dat het ongeval een grote impact op hem heeft gehad en dat hij sindsdien zijn verkeersgedrag heeft aangepast.

Gelet op deze omstandigheden en het standpunt van de officier van justitie dat kan worden volstaan met het opleggen van een voorwaardelijke rijontzegging zal de rechtbank niet overgaan tot het opleggen van een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d en de artikelen 176, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

* een taakstraf bestaande uit 40 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast;

De rechtbank ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijdsduur van zes maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde bijkomende straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.L.M.J Rooijakkers, voorzitter en mr. H.T. van Voorst en mr. H.R. Bracht, rechters in tegenwoordigheid van D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 08 juni 2010.

1 dossierpagina 7-14

2 dossierpagina 17

3 dossierpagina 20

4 dossierpagina 24

5 dossierpagina 27

??

??

??

??

Parketnummer: 19.830273-09

Uitspraak d.d.: 08 juni 2010 5

vonnis