Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2010:BM7063

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
08-06-2010
Datum publicatie
08-06-2010
Zaaknummer
19.830042-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontucht met minderjarigen gepleegd door iemand die verminderd toerekenbaar is geacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830042-10

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 08 juni 2010 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte]

geboren te Meppel op [geboortedatum] 1986,

wonende [adres]

thans verblijvende in FPC Hoeve Boschoord te Boschoord.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 25 mei 2010.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.F. Dirkzwager, advocaat te Meppel.

Tenlastelegging

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 6 september 2009, te Meppel, althans in de gemeente Meppel, met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 2003, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte een of meer van zijn, verdachte's, vinger(s) is in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij op of omstreeks 6 september 2009, te Meppel, althans in de gemeente Meppel, met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 2003, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig - duwen/brengen van een of meer van zijn, verdachte's, vinger(s) in de vagina

van die [slachtoffer 1] en/of - het betasten/aanraken van de vagina van die [slachtoffer 1];

2.

hij op of omstreeks 6 september 2009, te Meppel, althans in de gemeente Meppel met [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum] 1999, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in/uit het ontuchtig tonen van zijn, verdachte's, ontblote penis aan die [slachtoffer 2];

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij op of omstreeks 6 september 2009, te Meppel, althans in de gemeente Meppel, zich opzettelijk oneerbaar op een niet openbare plaats, te weten een schoolgebouw aan de Schoolstraat 2 te Meppel, met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden, terwijl daarbij [slachtoffer 2], geboren 2 september 1999 haars ondanks tegenwoordig was;

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. B.D. van der Burg acht hetgeen onder 1 primair en 2 primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

- een gevangenisstraf van 45 dagen onvoorwaardelijk met aftrek van voorarrest;

- een voorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden met een proeftijd van 3 jaren, met

als bijzondere voorwaarden toezicht van de reclassering en een opname in Hoeve

Boschoord;

- opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis;

- toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen met oplegging van de

schadevergoedingsmaatregel.

Bewijsmotivering

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

1. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe d.d. 23 september 2009 1, inhoudende de verklaring van [naam vader], de vader van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2];

2. de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd op de terechtzitting van 25 mei 2010.

Nadere overweging

De rechtbank stelt vast dat hetgeen op pagina 39 van het dossier is vermeld met betrekking tot datum en tijdstip van het verhoor, in strijd is met hetgeen daaromtrent is vermeld op pagina 40 van het dossier.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 6 september 2009, te Meppel met [slachtoffer 1], geboren op 26 juni 2003, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een handeling heeft gepleegd, die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte een van zijn, verdachte's, vingers in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht;

2.

hij op 6 september 2009, te Meppel met [slachtoffer], geboren op 2 september 1999, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, bestaande uit het ontuchtig tonen van zijn, verdachte's, ontblote penis aan die [slachtoffer 2];

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1 primair en 2 primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

onder 1: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

strafbaar gesteld bij artikel 244 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen,

strafbaar gesteld bij artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychiatrisch rapport d.d. 08 mei 2010, opgemaakt door dr. T.W.D.P. van Os, psychiater/psychoanalyticus.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -:

“ Bij verdachte is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens te weten een pervasieve ontwikkelingsstoornis. Daarnaast is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens te weten een verstandelijke beperking en persoonlijkheidsproblema-tiek waarin narcistische trekken een belangrijke rol spelen. Dit bestond ook ten tijde van de tenlastegelegde feiten.

Verdachte laat zich weinig leiden door een verinnerlijkt waarden- en normensysteem en is daardoor teveel een speelbal van zijn kinderlijke (seksuele) impulsen. Hoewel hij weet heeft van het ongeoorloofde van het handelen op basis van zijn seksuele impulsen ten opzichte van kinderen, kan hij deze toch onvoldoende beheersen. Om die reden is verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten voor het hem tenlastegelegde “.

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusie en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend, zij het in verminderde mate.

Strafmotivering

De rechtbank houdt bij de bepaling van de op te leggen straf rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, met de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, met hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte en met de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 07 mei 2010, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de rapporten van respectievelijk W.J. Pool, psycholoog d.d. 29 april 2010 en van de Reclassering Nederland d.d. 31 maart 2010.

De rechtbank neemt in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Op 6 september 2009 gaan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] tijdens de kerkdienst naar de zondagsschool. De zondagsschool wordt in hetzelfde gebouw gehouden als de kerkdienst. Verdachte is ook bij de zondagsschool aanwezig en speelt op een gegeven moment verstoppertje met de daar aanwezige kinderen. Als verdachte op een gegeven moment alleen is met [slachtoffer] en zij bij hem op schoot zit betast hij haar op de wijze zoals in de tenlastelegging is omschreven. Daarna gaat verdachte de andere kinderen zoeken. Als verdachte [slachtoffer 2] heeft gevonden en zij wat tegen hem aanleunt raakt verdachte daardoor wat opgewonden en laat verdachte zijn stijve penis aan haar zien.

Verdachte is aan te rekenen dat de kinderen ongewild met zijn handelen zijn geconfronteerd.

Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van feiten, zoals verdachte die heeft gepleegd, op termijn de psychische gevolgen daarvan kunnen ondervinden. In het geval van [slachtoffer 1] is dat niet anders zo blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring die de vader van de meisjes heeft opgesteld. [slachtoffer 1] is in haar gedrag veranderd. Zij is stiller geworden en wordt bang als ze een man ziet die op verdachte lijkt. Ook ondervindt zij slaapproblemen. De gevolgen voor [slachtoffer 2] lijken minder ernstig te zijn. Zij is wantrouwiger geworden naar andere mensen toe.

Anderzijds blijkt uit de over verdachte opgemaakte rapporten dat verdachte door zijn ontwikkelingsstoornis en zijn beperkte verstandelijke vermogens onvoldoende zelfbe-heersing heeft ontwikkeld. Dat uit zich ook in de beheersing van seksuele driften. Ook speelt een rol dat de beheersing van verdachte van gevoelens gebrekkig zijn ontwikkeld.

Gelet hierop en hetgeen bij de strafbaarheid is overwogen kunnen de feiten niet volledig aan verdachte worden toegerekend.

Naast bestraffing voor de feiten is het wenselijk dat verdachte wordt behandeld om recidive te voorkomen. De rechtbank acht daartoe een opname in Hoeve Boschoord gewenst. Verdachte heeft op de terechtzitting aangegeven dat hij inziet dat hij behandeld moet worden en dat hij daarvoor langer in Hoeve Boschoord moet verblijven.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden is. Aan het voorwaardelijk deel zullen de bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en opname in Hoeve Boschoord worden gekoppeld om (verdere) behandeling mogelijk te maken

Benadeelde partijen

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

De rechtbank acht het causaal verband tussen de bewezen verklaarde feiten en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De gevorderde bedragen acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vorderingen zijn dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten acht de rechtbank de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht tot na te noemen bedragen aansprakelijk voor de schade, die door de strafbare feiten is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd die bedragen aan de Staat te betalen ten behoeve van de slachtoffers.

Beslag

Verdachte heeft verzocht de onder zijn ouders in beslag genomen computer terug te geven aan zijn ouders. Ook heeft verdachte verzocht om teruggave van zijn mp4-speler waarop zijn favoriete muziek is opgeslagen.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat de betreffende computer in beslag is genomen in verband met een verdenking tegen verdachte van het in bezit hebben van kinderporno.

De rechtbank constateert dat de in beslag genomen computer kennelijk ziet op een andere strafzaak dan die thans aan de orde is. De rechtbank kan om die reden geen beslissing geven over het verzoek van verdachte om de computer aan zijn ouders terug te geven.

De officier van justitie heeft toegezegd dat verdachte zijn mp4-speler met muziek zal terugkrijgen. Gelet op deze toezegging is het verzoek van verdachte op dit punt voldoende gehonoreerd.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en 2 primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

* een gevangenisstraf voor de duur van 200 dagen waarvan een gedeelte groot 155 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoerge-legd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, hetgeen mede inhoudt dat de verdachte zich voor behandeling zal laten opnemen in Hoeve Boschoord te Boschoord of een vergelijkbare inrichting, echter maximaal voor de tijd van 24 maanden of zoveel korter als voormelde inrichting in overleg met de reclassering dat nodig acht, met opdracht aan de Stichting Reclassering Nederland ingevolge art. 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachoffer 1] van de som van € 700,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], een bedrag van € 700,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 14 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van de som van € 250,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], een bedrag van € 250,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 5 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormelde bedragen ten behoeve van de slachtoffers de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partijen doet vervallen, alsmede dat betaling van voormelde bedragen aan de benadeelde partijen de verplichting tot betaling aan de Staat van deze bedragen doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.L.M.J Rooijakkers, voorzitter en mr. H.T. van Voorst en mr. H.R. Bracht, rechters in tegenwoordigheid van D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 08 juni 2010.

1 dossierpagina 33-35

??

??

??

??

Parketnummer: 19.830042-10

Uitspraak d.d.: 08 juni 2010 6

vonnis