Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2010:BM5553

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
21-05-2010
Datum publicatie
26-05-2010
Zaaknummer
79338 - KG ZA 10-111
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Toegang tot verdeelstation dat zich bevindt op het perceel van gedaagden alsmede het aanleggen van een nieuwe grondkabel op dat perceel ten behoeve van de stroomvoorziening van de naast het perceel van gedaagden gelegen camping van eiser.

Grenzen eigendomsrecht en artikel 5:56 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ASSEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 79338 / KG ZA 10-111

Vonnis in kort geding van 21 mei 2010

in de zaak van

[EISER] h.o.d.n. CAMPING [DE CAMPING],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. J. Zaal,

tegen

1. [GEDAAGDE SUB 1],

wonende te [woonplaats],

2. [GEDAAGDE SUB 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. L.S. Slinkman.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagden] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 27 april 2010;

- de mondelinge behandeling op 10 mei 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] drijft een camping onder de naam "[de camping]" aan de [adres] te [woonplaats], hierna te noemen: de camping.

2.2. [gedaagden] zijn eigenaar van het naast de camping gelegen perceel aan de [adres] te [woonplaats].

2.3. [eiser] is voor de stroomvoorziening van de camping aangewezen op een aanbouw (het verdeelstation) aan een elektriciteitshuisje dat is geplaatst op het perceel van [gedaagden]. Om dit elektriciteitshuisje met aanbouw hebben [gedaagden] een hekwerk geplaatst.

2.4. In het kader van een eerder kort geding hebben partijen ter zitting van 8 september 2008 een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin onder meer het volgende is opgenomen:

"4. Wanneer het in verband met de elektriciteitsvoorziening voor de camping

in de toekomst noodzakelijk is dat het trafohuisje dan wel de daar tegen aangebouwde stoppenkast moet worden betreden, dan zal [gedaagde sub 1] daartoe zijn medewerking verlenen, evenwel aan een bevoegd installateur."

2.5. Tussen partijen is een bodemzaak aanhangig. In het tussenvonnis van de rechtbank Assen van 23 september 2009 is onder meer overwogen:

"Uit wat partijen te dien aanzien over en weer hebben gesteld, leidt de rechtbank af

dat de erfdienstbaarheid al geruime tijd zonder tegenspraak is uitgeoefend in die zin dat een aanbouw aan het electriciteitshuisje en de aanwezigheid van stroomkabels op en in het perceel van [gedaagde sub 1] is geduld. [eiser] die meende dat de erfdienstbaarheid zoals die in 1964 ten gunste van de provincie Groningen is gevestigd, ten gunste van zijn perceel was gevestigd, kan daaraan het recht ontlenen om te komen en te gaan naar de aanbouw en wel op de wijze als ten gunste van de provincie Groningen eertijds is bepaald, dat wil dus zeggen te komen en te gaan van en naar de openbare weg, met inbegrip van het recht van vervoer van materialen ten behoeve van de electriciteitsvoorziening."

2.6. Op het perceel van [eiser] is een snackbar aanwezig, die door [eiser] wordt verhuurd aan derden. In het kader van de verbouwing van deze snackbar dienen werkzaamheden te worden verricht aan de elektriciteitsvoorziening van de camping. Uit de brief van de daarvoor ingeschakelde installateur [installateur] van 12 april 2010 blijkt dat het gaat om de volgende werkzaamheden:

"een nieuw te graven grondkabel (via uw eigen grond) naar het verdeelstation en dus ook ongeveer een lengte van 50 cm in de grond van de fam. [gedaagde sub 1].

een nieuwe verzwaarde groep aanleggen in het verdeelstation".

2.7. [gedaagden] hebben de genoemde installateur [installateur] de toegang tot de aanbouw van het elektriciteitshuisje voor het verrichten van de genoemde werkzaamheden geweigerd.

2.8. Ook na het verzoek van de raadsvrouwe van [eiser] bij brief van 30 maart 2010 aan [gedaagden] om medewerking te verlenen aan de genoemde werkzaamheden hebben [gedaagden] die medewerking geweigerd.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert dat de voorzieningenrechter, in kort geding bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut en alle dagen en uren:

a. [gedaagden] zal veroordelen om terstond na betekening van dit vonnis

[eiser], althans een bevoegd installateur, althans een onafhankelijke derde de ongestoorde toegang te verlenen tot de aanbouw van het stroomhuisje en iedere medewerking te verlenen die nodig is ten behoeve van de elektriciteitsvoorziening van de camping van [eiser], een en ander op straffe van verbeurte van een niet-maximeerbare dwangsom van € 1.000,00 per dag dat de overtreding voortduurt;

b. [gedaagden] zal veroordelen om terstond na betekening van dit vonnis het

hekwerk rondom het stroomhuisje, te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat de overtreding duurt, met een maximum van € 250.000,00;

c. [gedaagden] zal veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2. [gedaagden] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Toegang tot de aanbouw van het elektriciteitshuisje en aanleggen nieuwe grondkabel

4.1. Niet in geschil is dat in het kader van de verbouwing van de snackbar een nieuwe zekeringgroep in het verdeelstation dient te worden aangebracht en een nieuwe grondkabel dient te worden gegraven in de grond van [gedaagden].

4.2. [eiser] vordert de ongestoorde toegang tot de aanbouw van het elektriciteitshuisje, waarin de stroomvoorziening van de camping is gevestigd, alsmede iedere medewerking van [gedaagden] die nodig is ten behoeve van die stroomvoorziening. Hij legt daaraan ten grondslag dat [gedaagden] voormelde vaststellingsovereenkomst van 8 september 2008 dienen na te komen alsmede dat [gedaagden] onrechtmatig ten opzichte van hem handelen nu zij in strijd handelen met het recht van erfdienstbaarheid, dat de rechtbank Assen in voormeld tussenvonnis van 23 september 2009 heeft vastgesteld.

4.3. [gedaagden] hebben ter zitting verklaard geen bezwaar ertegen te hebben dat de monteur toegang krijgt tot de aanbouw van het elektriciteitshuisje. De gevorderde veroordeling om [eiser] dan wel een bevoegd installateur de ongestoorde toegang te verlenen tot de aanbouw van het stroomhuisje kan daarom worden toegewezen. Door [eiser] is niet voldoende onderbouwd waarom naast [eiser] en een bevoegd installateur nog een onafhankelijke derde die ongestoorde toegang tot deze aanbouw dient te krijgen. Nu het onder 1. door [eiser] gevorderde op dat punt onvoldoende bepaald wordt geacht zal dit in zoverre worden afgewezen.

4.4. Voor zover [gedaagden] hebben verklaard dat zij niet akkoord kunnen gaan met het graven van een sleuf in hun grond ten behoeve van het aanleggen van een nieuwe grondkabel, overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4.5. Het door [eiser] c.s. ingeroepen artikel 4 van de vaststellingsovereenkomst en het in voormeld tussenvonnis geconstateerde recht van erfdienstbaarheid kunnen geen grondslag bieden voor het graven in de grond van [gedaagden]. Deze hebben immers slechts betrekking op de toegang tot de aanbouw bij het elektriciteitshuisje en op het komen en gaan naar die aanbouw over het erf van [gedaagden].

4.6. Dit betekent niet dat [gedaagden] het graven en het vervolgens aanbrengen van een nieuwe grondkabel door [eiser] in hun grond kunnen weigeren. Het eigendomsrecht van [gedaagden] kent namelijk haar grenzen daar waar het gebruik door [gedaagden] van hun grond strijdt met rechten van anderen en daar waar bij dit gebruik de op wettelijke en regels van ongeschreven recht gegronde beperkingen in acht dienen te worden genomen (artikel 5:1 lid 2 BW).

4.7. Artikel 5:56 BW geeft een dergelijke wettelijk voorgeschreven beperking, die inhoudt dat wanneer voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de onroerende zaak van [eiser] het tijdelijk gebruik van de onroerende zaak van [gedaagden] noodzakelijk is, [gedaagden] gehouden zijn dit gebruik, na behoorlijke kennisgeving en tegen schadeloosstelling, toe te staan. Dit tenzij er voor [gedaagden] gewichtige redenen bestaan dit gebruik te weigeren of tot een later tijdstip te doen uitstellen.

4.8. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat met het in artikel 5:56 BW bedoelde gebruik ook is bedoeld het graven in de grond van [gedaagden] voor het aanbrengen van een nieuwe grondkabel ten behoeve van de onroerende zaak van [eiser].

Verder is niet in geschil dat [eiser] een behoorlijke kennisgeving aan [gedaagden] heeft doen uitgaan als bedoeld in artikel 5:56 BW, waarna [gedaagden] hun medewerking herhaaldelijk hebben geweigerd. Dat [gedaagden] schade zou lijden door het graven van deze sleuf is niet gesteld en gezien de hierna aan de orde komende omvang van de sleuf ook niet op enige wijze aannemelijk geworden.

4.9. Door [gedaagden] zijn geen gewichtige redenen aangevoerd tegen het graven in hun grond voor het aanleggen van de nieuwe grondkabel. Dat zij eigenaar zijn van deze grond en dat wanneer door [eiser] in hun grond zou mogen worden gegraven het einde zoek is, is daarvoor onvoldoende.

4.10. Niet in geschil is dat het graven en het aanbrengen van een nieuwe grondkabel in de grond van [gedaagden] dient te geschieden in het kader van de stroomvoorziening van de camping. Op grond van voormelde brief van installateur [installateur] van 12 april 2010 en de verklaringen van partijen ter zitting is voldoende aannemelijk dat het gaat om het graven van een gleuf in de grond van [gedaagden] van slechts veertig tot vijftig centimeter op een plaats die direct grenst aan de grond van [eiser]. Het belang van [gedaagden] bij het achterwege blijven van het graven van de voormelde sleuf en het aanbrengen van een nieuwe grondkabel in hun grond weegt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook niet op tegen het belang van [eiser] c.s. daarbij ten behoeve van de stroomvoorziening van zijn camping.

4.11. Op grond van het vorenstaande zullen [gedaagden] worden veroordeeld iedere medewerking te verlenen die nodig is ten behoeve van de elektriciteitsvoorziening van de camping van [eiser], waaronder uitdrukkelijks is begrepen het aanbrengen van een nieuwe grondkabel in hun grond via de grond van [eiser] naar het verdeelstation, zoals omschreven in voormelde brief van monteur [installateur] van 12 april 2010.

4.12. De voorzieningenrechter ziet in tegenstelling tot [eiser] aanleiding tot het maximeren van de gevorderde dwangsom als te bepalen in het dictum.

Verwijdering hekwerk

4.13. Ter zitting heeft [eiser] verklaard dat het hekwerk rond het elektriciteitshuisje en de aanbouw niet behoeft te worden verwijderd, zoals door hem onder 2. is gevorderd, mits de monteur toegang krijgt tot de aanbouw bij het elektriciteitshuisje. Nu met de veroordeling van [gedaagden] de monteur de ongestoorde toegang te verlenen tot die aanbouw naar het oordeel van de voorzieningenrechter genoegzaam aan deze wens van [eiser] wordt tegemoetgekomen, heeft [eiser] geen belang bij de door hem gevorderde verwijdering van het hekwerk. Om die reden zal het onder 2. gevorderde worden afgewezen.

4.14. Partijen zijn over en weer in het ongelijk gesteld. Nu beide vorderingen van [eiser] echter zijn ingesteld naar aanleiding van de weigering van [gedaagden] om [eiser] toegang te verlenen tot de aanbouw bij het elektriciteitshuisje en toestemming te geven voor het aanbrengen van een nieuwe grondkabel in hun grond, zullen [gedaagden] worden veroordeeld in de kosten van dit geding aan de zijde van [eiser]. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 73,89

- vast recht 263,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.152,89

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

1. veroordeelt [gedaagden] om terstond na betekening van dit vonnis [eiser], althans een bevoegd installateur, de ongestoorde toegang te verlenen tot de aanbouw van het stroomhuisje en iedere medewerking te verlenen die nodig is ten behoeve van de elektriciteitsvoorziening van de camping van [eiser], waaronder uitdrukkelijk is begrepen het aanleggen van een nieuwe grondkabel als omschreven in de brief van installateur [installateur] van 12 april 2010, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat de overtreding voortduurt met een maximum aan verbeurde dwangsommen van € 100.000,00,

2. veroordeelt [gedaagden] in de kosten van deze procedure aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.152,89,

3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.J. Lennaerts en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. F.W. Strijker op 21 mei 2010.?