Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2010:BM2306

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
23-04-2010
Datum publicatie
26-04-2010
Zaaknummer
19.830304-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uit het reclasseringsrapport dat omtrent verdachte is opgemaakt komt naar voren dat verdachte weinig tot geen inzicht heeft in zijn delictgedrag. Hij ziet de ernst voor de slachtoffers en de omgeving niet in. Hij wil zijn leefsituatie en zijn gedrag weliswaar veranderen, maar alleen op zijn eigen voorwaarden en hij is niet bereid reclasseringstoezicht te accepteren.

Onder deze omstandigheden acht de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf een gepasseerd station. Zij zal aan verdachte een geheel onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur opleggen die naar het oordeel van de rechtbank recht doet aan de ernst van de feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830304-09

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 april 2010 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

wonende [adres],

thans gedetineerd in [plaats van detentie].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 09 april 2010.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. M. Lok, advocaat te Assen.

De officier van justitie, mr. G. Souër, acht hetgeen onder 1. (afpersing met betrekking tot de ring en diefstal met geweld met betrekking tot de overige goederen) en 2. primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: twee jaren onvoorwaardelijke gevangenisstraf onder aftrek van voorarrest en toewijzing van de civiele vorderingen van [benadeelde 2] en [benadeelde 1], beide tevens in de vorm van schadevergoedingsmaatregelen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 10 oktober 2009 te Assen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een tas (met inhoud) en/of een gsm en/of een geldbedrag en/of een ring en/of een filmcamera, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte die [benadeelde 1] tegen een garagebox heeft gedrukt en/of die [benadeelde 1] bij zijn keel en/of kleding heeft gegrepen en/of de keel van die [benadeelde 1] heeft dichtgedrukt/dichtgeknepen en/of enige tijd dichtgedrukt/ dichtgeknepen heeft gehouden en/of dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "begin maar met inleveren", en/of "nu inleveren" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "ik maak je af, ik maak je kapot als je niet meewerkt" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend aan die [benadeelde 1] gevraagd of deze nog meer had, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "wat heb je om je vinger, doe maar af" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "heb je een binnenzak" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "lopen die kant op" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend die [benadeelde 1] meermalen in zijn rug heeft geduwd en hierbij heeft gezegd: "lopen , lopen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "we gaan pinnen" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "lopen die kant op" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd; " doe maar 200 honderd:" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

en/of

hij op of omstreeks 10 oktober 2009 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas (met inhoud) en/of een gsm en/of een geldbedrag en/of een ring en/of een filmcamera, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte die [benadeelde 1] tegen een garagebox heeft gedrukt en/of die [benadeelde 1] bij zijn keel en/of kleding heeft gegrepen en/of de keel van die [benadeelde 1] heeft dichtgedrukt/dichtgeknepen en/of enige tijd dichtgedrukt/dichtgeknepen heeft gehouden en/of dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "begin maar met inleveren", en/of "nu inleveren" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "ik maak je af, ik maak je kapot als je niet meewerkt" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend aan die [benadeelde 1] gevraagd of deze nog meer had, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "wat heb je om je vinger, doe maar af" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "heb je een binnenzak" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "lopen die kant op" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend die [benadeelde 1] meermalen in zijn rug heeft geduwd en hierbij heeft gezegd: "lopen, lopen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "we gaan pinnen" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "lopen die kant op" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd; " doe maar 200 honderd:" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 12 september 2009 te en in de gemeente Assen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets (merk Gilera), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) dreigend tegen die [benadeelde 2] heeft gezegd dat hij een mes bij zich had, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of (vervolgens) een mes, zichtbaar voor die [benadeelde 2] (uit zijn mouw) tevoorschijn gehaald.

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 12 september 2009 te Assen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een bromfiets (merk Gilera), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte en/of zijn mededader(s) dreigend tegen die [benadeelde 2] heeft gezegd dat hij een mes bij zich had, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of (vervolgens) een mes, zichtbaar voor die [benadeelde 2] (uit zijn mouw) tevoorschijn gehaald.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging staat "verdachte en/of zijn mededader(s)" lezen alsof daar staat "verdachte en/of zijn medeverdachte(n)". De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmotivering

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1. (de afpersing) en 2. primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 10 oktober 2009 te Assen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [benadeelde 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een tas (met inhoud) en een gsm en een geldbedrag en een ring en een filmcamera, toebehorende aan [benadeelde 1], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte die [benadeelde 1] tegen een garagebox heeft gedrukt en die [benadeelde 1] bij zijn kleding heeft gegrepen en dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "begin maar met inleveren", en "nu inleveren" en dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "ik maak je af, ik maak je kapot als je niet meewerkt" en dreigend aan die [benadeelde 1] gevraagd of deze nog meer had en dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "wat heb je om je vinger, doe maar af" en dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "heb je een binnenzak" en dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "lopen die kant op" en dreigend die [benadeelde 1] meermalen in zijn rug heeft geduwd en hierbij heeft gezegd: "lopen , lopen" en dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd: "we gaan pinnen" en dreigend tegen [benadeelde 1] heeft gezegd; "doe maar 200" ;

2.

hij op 12 september 2009 te en in de gemeente Assen tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets (merk Gilera), toebehorende aan [benadeelde 2], welke diefstal werd gevolgd van bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachtes medeverdachte dreigend tegen die [benadeelde 2] heeft gezegd dat hij een mes bij zich had en vervolgens een mes, zichtbaar voor die [benadeelde 2] uit zijn mouw tevoorschijn heeft gehaald.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het onder 1. (de afpersing) en 2. primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het onder 1. (de afpersing) en 2. primair bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

onder 1.

afpersing,

strafbaar gesteld bij artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht.

onder 2.

diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 312 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsvrouw van de verdachte, de oriëntatiepunten voor de straftoemeting en de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 26 maart 2010, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van vermogensdelicten is veroordeeld, ook tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen en jeugddetentie.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij in de maanden september en oktober 2009 een afpersing en een gewelddadige diefstal in vereniging heeft gepleegd.

De gebeurtenissen hebben een grote impact gehad op de slachtoffers en dergelijke gewelddadige overvallen brengen ook in de maatschappij grote gevoelens van onveiligheid met zich mee. Verdachte is eerder voor al dan niet gewelddadige vermogensdelicten veroordeeld, zoals in februari 2008 door de rechtbank te Groningen (diefstal met geweld in vereniging), in oktober 2008 door de politierechter in deze rechtbank (medeplichtigheid aan een inbraak in een woning) en in maart 2005 door de kinderrechter in deze rechtbank (onder meer diefstal met geweld in vereniging en inbraak in vereniging).

Uit het reclasseringsrapport dat omtrent verdachte is opgemaakt komt naar voren dat verdachte weinig tot geen inzicht heeft in zijn delictgedrag. Hij ziet de ernst voor de slachtoffers en de omgeving niet in. Hij wil zijn leefsituatie en zijn gedrag weliswaar veranderen, maar alleen op zijn eigen voorwaarden en hij is niet bereid reclasseringstoezicht te accepteren.

Onder deze omstandigheden acht de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf een gepasseerd station. Zij zal aan verdachte een geheel onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur opleggen die naar het oordeel van de rechtbank recht doet aan de ernst van de feiten.

Benadeelde partij [benadeelde 1]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade, waaronder drie psychologische consulten à € 85,--, zoals blijkt uit een door de benadeelde partij ter terechtzitting overgelegde factuur, alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot een bedrag van € 1.020,-- voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar.

Benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft ter terechtzitting zijn vordering verminderd tot € 400,--.

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Schadevergoedingsmaatregelen

Met betrekking tot de onder 1. (de afpersing) en 2. primair bewezen verklaarde feiten acht de rechtbank de verdachte jegens de slachtoffers [benadeelde 1] en [benadeelde 2] naar burgerlijk recht tot na te noemen bedragen aansprakelijk voor de schade, die door de strafbare feiten is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd die bedragen aan de Staat te betalen ten behoeve van de slachtoffers.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1. (de afpersing) en 2. primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1. (de afpersing) en 2. primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van één jaar.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1] van de som van € 1.020,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van de som van € 400,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], een bedrag van € 1.020,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door twintig dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], een bedrag van € 400,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door acht dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter, en mr. H. de Wit en mr. H.R. Bracht, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 23 april 2010. Mr. Schoemaker is buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.