Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2010:BM2299

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
23-04-2010
Datum publicatie
26-04-2010
Zaaknummer
19/810003-10
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHLEE:2010:BO2522, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uit het reclasseringsrapport dat omtrent verdachte is opgemaakt komt naar voren dat de kans op recidive als hoog moet worden ingeschat. Het risico is in de visie van de reclassering te beperken door het aanbieden en laten volgen van een klinisch traject, gericht op de verslavingen van verdachte en zijn gediagnosticeerde stoornissen ADHD en PDD-nos. Er is, aldus de reclassering, echter een hoog risico op onttrekken aan voorwaarden. Hoewel verdachte gemotiveerd lijkt voor een klinisch traject, heeft hij eerder laten blijken berekenend te zijn bij het accepteren van hulpverlening. Ter terechtzitting gaf verdachte aan dat hij wel hulp en begeleiding wil accepteren, maar op zíjn voorwaarden. Zo is hij niet bereid te stoppen met het gebruik van softdrugs omdat hij een hekel heeft aan medicijnen.

Onder deze omstandigheden acht de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf een gepasseerd station. Zij zal in afwijking van het advies van de reclassering aan verdachte een geheel onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur opleggen die naar het oordeel van de rechtbank recht doet aan de ernst van de feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummers: 19/810003-10

19/830051-08 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 april 2010 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

wonende [adres],

thans gedetineerd in [plaats van detentie].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 09 april 2010.

Verdachte/veroordeelde is verschenen en werd bijgestaan door mr. H.J. Pellinkhof, advocaat te Assen.

De officier van justitie, mr. C.C. Westerling-Diderich, acht hetgeen onder 1., 2., 3. primair, 4., 5. en 6. is tenlastegelegd, alsmede de onder 1. tot en met 9. ad informandum gevoegde strafbare feiten, wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: vijf jaren onvoorwaardelijke gevangenisstraf onder aftrek van voorarrest, toewijzing van de vordering na voorwaardelijke veroordeling, hoofdelijke toewijzing van de civiele vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], Super de Boer, [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] en toewijzing van de civiele vordering van [benadeelde partij 4], alle tevens in de vorm van (hoofdelijke) schadevergoedingsmaatregelen, en teruggave aan mevrouw [benadeelde 3] van een in beslag genomen geldbedrag van € 10,--.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 22 december 2009 te Assen op de openbare weg de Herepad, althans op een openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (fiets)tas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heter daad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) - die [benadeelde 1], die daar fietste, opzij/weg hebben/heeft geduwd en/of haar (daarbij) (bijna) ten val hebben/heeft gebracht en/of - dreigend tegen die [benadeelde 1] hebben/heeft gezegd dat zij/hij een mes had(den), althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - dreigend die [benadeelde 1] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, hebben/heeft laten zien en/of - dreigend aan die [benadeelde 1] hebben/heeft gevraagd of er ook een portemonnee in die tas zat, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 22 december 2009 te Assen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 2] of aan een derde, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) - de winkel waarin die [benadeelde 2] zich bevond, zijn/is binnengegaan terwijl hun/zijn gezicht/hoofd (gedeeltelijk) was bedekt met een capuchon en/of een muts, althans textiel, en/of - dreigend tegen die [benadeelde 2] hebben/heeft gezegd: "Geld" en/of "Geld, schiet op; geld, schiet op", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - een of meer mes(sen), althans scherp(e) en/of puntig(e) voorwerp(en), zichtbaar voor die [benadeelde 2] hebben/heeft vastgehouden en/of - dreigend met dat/die mes(sen)/voorwerp(en) een of meer stekende beweging(en) naar die [benadeelde 2] hebben/heeft gemaakt;

3.

hij op of omstreeks 24 december 2009 te Assen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Super de Boer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een of meer medewerksters van die Super de Boer, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heter daad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) - de winkel van die Super de Boer (aan/nabij de Noordersingel) waarin die medewerkster(s) aanwezig waren/was, zijn/is binnengegaan waarbij zij/hij hun/zijn gezicht/hoofd (gedeeltelijk) had(den) bedekt met een capuchon en/of een muts en/of een sjaal, in ieder geval textiel, en/of - dreigend die medewerkster(s) een of meer mes(sen), althans (een) scherp(e) en/of puntig(e) voorwerp(en), hebben/heeft getoond en/of - dreigend dat/die mes(en)/voorwerp(en) in de richting van die medewerkster(s) hebben/heeft gehouden en/of - dreigend tegen die medewerkster(s) hebben/heeft gezegd: "Kassa open", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - dreigend tegen die medewerkster(s) hebben/heeft gezegd: "Loop niet te fucken, dit is een overval" en/of "Open die la, open die la", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - dreigend tegen die medewerkster(s) hebben/heeft gezegd: "Ik snij je strot door, ik maak jullie allemaal af, serieus", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - dreigend tegen die medewerkster(s) hebben/heeft gezegd: "Geen geintjes, ik kom wel terug als jullie bellen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

althans, indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 24 december 2009 te Assen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer medewerkster(s) van Super de Boer heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Super de Boer of aan een derde, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) - de winkel van die Super de Boer (aan/nabij de Noordersingel) waarin die medewerkster(s) aanwezig waren/was, zijn/is binnengegaan waarbij zij/hij hun/zijn gezicht/hoofd (gedeeltelijk) had(den) bedekt met een capuchon en/of een muts en/of een sjaal, in ieder geval textiel, en/of - dreigend die medewerkster(s) een of meer mes(sen), althans (een) scherp(e) en/of puntig(e) voorwerp(en), hebben/heeft getoond en/of - dreigend dat/die mes(en)/voorwerp(en) in de richting van die medewerkster(s) hebben/heeft gehouden en/of - dreigend tegen die medewerkster(s) hebben/heeft gezegd: "Kassa open", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - dreigend tegen die medewerkster(s) hebben/heeft gezegd: "Loop niet te fucken, dit is een overval" en/of "Open die la, open die la", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - dreigend tegen die medewerkster(s) hebben/heeft gezegd: "Ik snij je strot door, ik maak jullie allemaal af, serieus", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

4.

hij op of omstreeks 31 december 2009 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heter daad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte die tas met kracht en/of onverwachts uit handen van die [benadeelde 3] heeft gerukt/getrokken;

5.

hij op of omstreeks 13 december 2009 te Assen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan/nabij de Iepenlaan heeft weggenomen (een) laptop(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

6.

hij op of omstreeks 12 september 2009 te Assen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan/nabij de Homeruslaan heeft weggenomen een wii spelcomputer en/of toebehoren, een psp, een of meer computerspel(len) een jas, een computer, een I-pod, een laptop, een geldbedrag, een surroundset en/of een schooltas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5], in elk geval en een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging staat "verdachte en/of zijn mededader(s)" lezen alsof daar staat "verdachte en/of zijn medeverdachte(n)". De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmotivering

Bijzondere bewijsoverweging

De rechtbank acht met betrekking tot het onder 4. tenlastegelegde met name niet wettig bewezen dat verdachte de tas met inhoud van mevrouw [benadeelde 3] met kracht uit haar handen heeft getrokken. Verdachte immers ontkent dat hij de tas met kracht uit de handen van aangeefster heeft gerukt/getrokken, zodat als (enig) wettig bewijsmiddel de aangifte resteert. Het bewijs dat de verdachte het tenlastelegde feit heeft begaan, kan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1., 2., 3. primair, 4., 5. en 6. tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 22 december 2009 te Assen op de openbare weg de Herepad tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fietstas, toebehorende aan [benadeelde 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte die [benadeelde 1], die daar fietste, opzij heeft geduwd en haar daarbij ten val heeft gebracht en dreigend tegen die [benadeelde 1] heeft gezegd dat hij een mes had en dreigend die [benadeelde 1] een mes heeft laten zien en dreigend aan die [benadeelde 1] heeft gevraagd of er ook een portemonnee in die tas zat;

2.

hij op 22 december 2009 te Assen tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan die [benadeelde 2], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn medeverdachte de winkel waarin die [benadeelde 2] zich bevond, zijn binnengegaan terwijl hun gezicht gedeeltelijk was bedekt met een capuchon of een muts en dreigend tegen die [benadeelde 2] hebben gezegd: "Geld" en/of "Geld, schiet op; geld, schiet op", en messen zichtbaar voor die [benadeelde 2] hebben vastgehouden en dreigend met die messen stekende bewegingen naar die [benadeelde 2] hebben gemaakt;

3.

hij op 24 december 2009 te Assen tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan Super de Boer, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen medewerksters van die Super de Boer, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn medeverdachte de winkel van die Super de Boer aan de Noordersingel waarin die medewerksters aanwezig waren, zijn binnengegaan waarbij zij hun gezicht gedeeltelijk hadden bedekt met een capuchon of een muts of een sjaal, en dreigend die medewerksters messen hebben getoond en dreigend die messen in de richting van die medewerksters hebben gehouden en dreigend tegen die medewerksters hebben gezegd: "Kassa open" en dreigend tegen die medewerksters hebben gezegd: "Loop niet te fucken, dit is een overval" en "Open die la, open die la" en dreigend tegen die medewerksters hebben gezegd: "Ik snij je strot door, ik maak jullie allemaal af, serieus" en dreigend tegen die medewerksters hebben gezegd: "Geen geintjes, ik kom wel terug als jullie bellen";

4.

hij op 31 december 2009 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas met inhoud, toebehorende aan [benadeelde 3];

5.

hij op 13 december 2009 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de Iepenlaan heeft weggenomen laptops, toebehorende aan [benadeelde 4], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

6.

hij op 12 september 2009 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de Homeruslaan heeft weggenomen een wii spelcomputer, computerspellen, een laptop en een geldbedrag, toebehorende aan [benadeelde 5], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1., 2., 3. primair, 4., 5. en 6. meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

onder 1.: diefstal, voorafgegaan of vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 312 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2.: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 317 in verbinding met artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3. primair:

diefstal, voorafgegaan of vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 312 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 4.:

diefstal,

strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 5.:

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak of inklimming,

strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 6.:

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak of inklimming,

strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsman van de verdachte, de oriëntatiepunten voor de straftoemeting (waarbij de rechtbank in haar overwegingen betrekt dat verdachte als veelpleger moet worden aangemerkt nu hij eerder terzake van vermogensdelicten is veroordeeld, waarvan ten minste vijf keer in de afgelopen twee jaar), de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 26 maart 2010 en de ter terechtzitting gedane erkenning door de verdachte dat hij zich aan de op de dagvaarding ad-informandum gevoegde feiten onder de nummers 1. tot en met 9. heeft schuldig gemaakt, welke feiten hiermee zijn afgedaan.

De rechtbank rekent het verdachte zeer zwaar aan dat hij in een tijdbestek van vier maanden maar liefst vijftien vermogensdelicten heeft gepleegd, waaronder twee diefstallen met geweld en een afpersing, alle in vereniging gepleegd, en elf woninginbraken.

De gebeurtenissen hebben een grote impact gehad op de slachtoffers en dergelijke gewelddadige overvallen maar zeker ook de woninginbraken brengen in de maatschappij grote gevoelens van onveiligheid met zich mee.

Verdachte is eerder, in april 2008, veroordeeld voor gekwalificeerde diefstallen.

Uit het reclasseringsrapport dat omtrent verdachte is opgemaakt komt naar voren dat de kans op recidive als hoog moet worden ingeschat. Het risico is in de visie van de reclassering te beperken door het aanbieden en laten volgen van een klinisch traject, gericht op de verslavingen van verdachte en zijn gediagnosticeerde stoornissen ADHD en PDD-nos. Er is, aldus de reclassering, echter een hoog risico op onttrekken aan voorwaarden. Hoewel verdachte gemotiveerd lijkt voor een klinisch traject, heeft hij eerder laten blijken berekenend te zijn bij het accepteren van hulpverlening. Ter terechtzitting gaf verdachte aan dat hij wel hulp en begeleiding wil accepteren, maar op zíjn voorwaarden. Zo is hij niet bereid te stoppen met het gebruik van softdrugs omdat hij een hekel heeft aan medicijnen.

Onder deze omstandigheden acht de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf een gepasseerd station. Zij zal in afwijking van het advies van de reclassering aan verdachte een geheel onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur opleggen die naar het oordeel van de rechtbank recht doet aan de ernst van de feiten.

Benadeelde partij [benadeelde 2]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Benadeelde partij [benadeelde 6]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen, met dien verstande dat zij het kastekort zal stellen op € 1230,-- nu getuigen hebben verklaard dat slechts papiergeld is weggenomen. De vordering acht zij dan ook tot een bedrag van

€ 1.542,50 voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is gegrond en tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering; voor dit deel kan de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Benadeelde partij [benadeelde 7]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Benadeelde partij [benadeelde 8]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Benadeelde partij [benadeelde partij 5]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Schadevergoedingsmaatregelen

Met betrekking tot onder 2., 3. primair en 6. bewezen geachte feiten acht de rechtbank de verdachte jegens de slachtoffers [benadeelde 2], [benadeelde 6], [benadeelde 7], [benadeelde 8] en [benadeelde 5] naar burgerlijk recht tot na te noemen bedragen aansprakelijk voor de schade, die door de strafbare feiten is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd die bedragen aan de Staat te betalen ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/830051-08

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de veroordeelde, eerder veroordeeld tot een deels voorwaardelijke straf bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 25 april 2008, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan nieuwe strafbare feiten.

De rechtbank zal gelasten dat de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14g, 14h, 14i, 14j, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1., 2., 3. primair, 4., 5. en 6. tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1., 2., 3. primair, 4., 5. en 6. meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van 38 maanden.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank gelast de teruggave aan [benadeelde 3] van het navolgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven geldbedrag van € 10,05.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van de som van € 210,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil, met dien verstande dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 6] van de som van € 1.542,50 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil, met dien verstande dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 7] van de som van € 934,41 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil, met dien verstande dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 8] van de som van € 1.440,15 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil, met dien verstande dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 5] van de som van € 200,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], een bedrag van € 210,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door vier dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft, en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd, en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 6], een bedrag van € 1.542,50 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door dertig dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft, en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd, en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 7], een bedrag van € 934,41 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door achttien dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft, en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd, en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 8], een bedrag van € 1.440,15 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 28 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft, en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd, en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 5], een bedrag van € 200,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door vier dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/830051-08

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 25 april 2008 door de politierechter in deze rechtbank gewezen voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter, en mr. H. de Wit en mr. H.R. Bracht, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 23 april 2010. Mr. Schoemaker is buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.