Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2010:BM2259

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
24-02-2010
Datum publicatie
26-04-2010
Zaaknummer
19.830303-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte [getuige 5] heeft aangegeven dat de auto hen te koop is aangeboden en dat ze vervolgens een proefrit zijn gaan maken, waarna ze zijn aangehouden. Hij wil niet zeggen van wie ze de auto konden kopen.

De politierechter is van oordeel dat hiermee geen redelijke verklaring wordt gegeven die de betrokkenheid van de verdachten bij de diefstallen ontzenuwt. Onbegrijpelijk is in dit verband immers dat verdachten op de vlucht slaan als ze constateren dat de politieauto op hen afrijdt. Verdachte [verdachte] heeft weliswaar verklaard dat hij in paniek was, vanwege de omstandigheid dat hij geen rijbewijs heeft, doch de politierechter acht deze verklaring ongeloofwaardig. Verder is in dit verband onbegrijpelijk dat er tijdens de achtervolging gestolen goederen uit de auto worden gegooid. Verdachte [getuige 5] heeft weliswaar verklaard dat hij dit heeft gedaan omdat hij geïrriteerd was, doch de politierechter acht deze verklaring onvoldoende om de redelijke aanname te weerleggen dat verdachten zich wilden ontdoen van de door hen gestolen goederen, voordat ze zouden worden aangehouden.

Verdachte (en zijn medeverdachte) geeft niet alleen geen redelijke verklaring in vorenbedoelde zin, zijn verklaring, in samenhang bezien met de verklaring van de medeverdachte, is ook aantoonbaar leugenachtig. Tijdens nader onderzoek heeft de politie immers [getuige 6] gehoord en hij heeft verklaard dat hij de betreffende Opel Astra niet kent (bladzijde 159).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector Strafrecht

PROCES-VERBAAL TERECHTZITTING

Parketnummer: 19.830303-09

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de Politierechter in bovengenoemde rechtbank op 24 februari 2010.

Tegenwoordig:

mr. H.H.A. Fransen, politierechter,

mr. G. Souër, officier van justitie,

en E.W. Hoekstra, griffier.

De politierechter doet de zaken tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de politierechter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in [plaats van detentie].

Als raadsvrouw van verdachte is mede ter terechtzitting aanwezig mr. R.J.J. Bosma, advocaat te Spier.

De politierechter vermaant verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is.

De officier van justitie draagt de zaak voor.

De politierechter deelt mondeling mede de korte inhoud van:

1. een proces-verbaal van politie Drenthe District Zuidwest, registratienummer 2010001396-66, met bijlagen, onder meer bevattende diverse afzonderlijk opgemaakte processen-verbaal, waaronder:

1.1. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe, proces-verbaalnummer 2009063747-1 (pagina 136 ev.), d.d. 27 december 2009, door [verbalisant 1], aspirant van politie en [verbalisant 2], brigadier van politie, inhoudende de verklaring van [getuige 1];

1.2. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever van politie Drenthe, proces-verbaalnummer 2009063746-3 (pagina 147 ev.), d.d. 4 januari 2010, door [verbalisant 3], hoofdagent van politie, inhoudende de verklaring van [aangever];

1.3. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, proces-verbaalnummer 2009063702-69 (pagina 152 ev.), d.d. 6 januari 2010, door [verbalisant 4] en [verbalisant 5], beiden hoofdagent van politie, inhoudende de verklaring van [getuige 2];

1.4. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe, proces-verbaalnummer 2009063713-1 (pagina 201 ev.), d.d. 27 december 2009, door [verbalisant 6], aspirant van politie, inhoudende de verklaring van [getuige 3];

1.5. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van politie Drenthe, proces-verbaalnummer 2009063713-4 (pagina 209 ev.), d.d. 7 januari 2010, door [verbalisant 7], agent van politie, inhoudende haar verklaring;

1.6. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe, proces-verbaalnummer 2009063702-73 (pagina 296 ev.), d.d. 7 januari 2010, door [verbalisant 8], hoofdagent van politie, inhoudende de verklaring van [getuige 4];

1.7. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van politie Drenthe, proces-verbaalnummer 2009063702-8 (pagina 303 ev.), d.d. 26 december 2009, door [verbalisant 9], hoofdagent van politie, inhoudende zijn verklaring;

1.8. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van politie Drenthe, proces-verbaalnummer 2009063702-36 (pagina 307), d.d. 28 december 2009, door [verbalisant 9], hoofdagent van politie, inhoudende zijn verklaring;

1.9. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal Technisch onderzoek van politie Drenthe, proces-verbaalnummer 261209.1030.1157 (pagina 309 ev.), d.d. 30 december 2009, door [verbalisant 10], brigadier van politie, inhoudende zijn verklaring;

1.10. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, proces-verbaalnummer 2009063702-20 (pagina 122 ev.), d.d. 27 december 2009, door [verbalisant 9], hoofdagent van politie en [verbalisant 11], brigadier van politie, inhoudende de verklaring van [getuige 5];

1.11. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, proces-verbaalnummer 2009063702-37 (pagina 128 ev.), d.d. 29 december 2009, door [verbalisant 12], brigadier van politie en [verbalisant 9], hoofdagent van politie, inhoudende de verklaring van [getuige 5];

1.12. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, proces-verbaalnummer 2009063702-21 (pagina 99 ev.), d.d. 27 december 2009, door [verbalisant 9], hoofdagent van politie en [verbalisant 11], brigadier van politie, inhoudende de verklaring van verdachte;

2. een Uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister d.d. 11 februari 2010;

3. een dossier in verzekeringstelling en voorlopige hechtenis;

4. een dossier slachtofferzaken benadeelde partij Regiopolitie Drenthe.

De verdachte, ter terechtzitting ondervraagd, geeft op, zakelijk weergegeven:

[getuige 5] kon de auto van [getuige 6] kopen. Hij kwam met de auto bij me thuis. Ik ben met [getuige 5] mee gegaan. Ik ben achter het stuur gaan zitten. Dit was een fout van me omdat ik geen rijbewijs heb. Dit was ook de reden dat ik weg reed toen ik de politieauto zag. Ik was in paniek. Het klopt dat het geen goede tijd was om een proefrit te maken, maar ik had niet het idee dat het al zo laat was.

Ik heb geen spullen uit de auto gegooid. Ik wist niet eens dat er spullen in de auto lagen. Misschien heb ik [getuige 5] verkeerd begrepen met betrekking tot de proefrit in de auto van [getuige 6]. Ik ben niet tegen de politieauto aangereden. De politieauto reed achteruit tegen ons aan. Hij kwam ook tegen een hek aan. Het klopt dat ik had moeten blijven staan, maar zoals eerder gezegd raakte ik in paniek omdat ik geen rijbewijs heb.

Ik wil de schade aan de politieauto niet betalen want ik heb die auto geen schade toegebracht.

Mijn neef handelt in auto's. Ik help hem wel eens. Ik kan me niet herinneren dat ik in een Volkswagen Passat het gezeten. Ik maak veel auto's schoon. Volgens mij liep ik op 26 oktober 2009 trouwens op krukken en kan ik die auto sowieso niet hebben gestolen.

Ik woon samen met mijn vrouw in een huurwoning. We willen graag kinderen en proberen dit via reageerbuisbevruchting te realiseren. Ik heb samen met haar een WAJONG-uitkering. Ik werk vaak bij mijn neef om wat bezig te zijn. Hij is autohandelaar. Ik ben lang uit de running geweest in verband met een motorongeluk. Mijn vrouw volgt een opleiding tot grafisch ontwerper. Het gaat de laatste tijd goed met ons. Er zijn schulden weggewerkt.

De officier van justitie voert het woord, leest zijn vordering voor en legt die aan de politierechter over. De officier van justitie acht het onder 1 subsidiair, onder 2 primair en onder 4 tenlastegelegde bewezen en zijn eis luidt: een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met aftrek voorarrest en toewijzing civiele vordering van de benadeelde partij Regiopolitie Drenthe (tevens op te leggen als schadevergoedingsmaatregel). De officier van justitie vordert vrijspraak ten aanzien van feit 3.

De verdachte en de raadsvrouw voeren het woord tot verdediging. De raadsvrouw zegt onder meer, zakelijk weergegeven:

[getuige 5] wilde een proefrit maken. Mijn cliënt is slechts meegereden. Met betrekking tot het tijdstip van de proefrit kan ik u zeggen dat beide verdachten een ander dag/nachtritme hebben dan u en ik. Toen mijn cliënt de politieauto zag heeft hij gereageerd omdat hij niet in het bezit is van een rijbewijs. De agent in de politieauto heeft geprobeerd de auto tegen te houden. De politieauto heeft schade aan de achterkant. Het is aannemelijk dat de agent de Opel Astra klem probeerde te zetten. Ik vind dat de agent buitenproportioneel heeft gehandeld. Een achtervolging met hoge snelheid en alleen maar omdat mijn cliënt geen rijbewijs heeft. Het is niet aannemelijk dat mijn cliënt tijdens de achtervolging spullen uit de auto heeft gegooid; hij is gehandicapt aan zijn hand. Er is geen spraken van heling of diefstal van de Opel Astra.

Gelet op de plaatsen waar de schade aan het dienstvoertuig is geconstateerd kom ik tot de conclusie dat de schade door de agent zelf is veroorzaakt. Ik wil nog opmerken dat mijn cliënt na de aanrijding ook nog door de politiehond is besprongen. Hij heeft hier forse littekens aan over gehouden. Zoals gezegd heeft de agent buitenproportioneel gehandeld.

De raadsvrouw concludeert tot algehele vrijspraak met onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.

De officier van justitie repliceert, waarna de raadsvrouw nogmaals het woord voert voor dupliek.

Aan verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken.

De politierechter verklaart het onderzoek gesloten en zegt terstond mondeling vonnis te zullen geven.

De politierechter spreekt het vonnis uit ter openbare terechtzitting.

AANTEKENING VAN HET MONDELING VONNIS.

Inhoud van de tenlastelegging.

Overeenkomstig de dagvaarding.

GEVAL VAN BEWEZENVERKLARING

Alle gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring.

Voormelde inhoud van de sub 1.1 tot en met 1.12 vermelde processen-verbaal, leverende de in voormelde bewijsmiddelen opgenoemde feiten en omstandigheden op de redengevende feiten en omstandigheden, waarop steunt de beslissing van de politierechter, dat de onder 1 meer subsidiair, onder 2 primair en onder 4 tenlastegelegde en hierna bewezen verklaarde feiten door verdachte zijn begaan.

De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

Bijzondere bewijsmotivering:

Uit de tot het dossier behorende stukken en het verhandelde op de terechtzitting blijkt - zakelijk weergegeven - het volgende:

Op 26 december 2009 om 4 uur in de morgen constateren verbalisanten dat op een industrieterrein in Hoogeveen een auto stilstaat op de hoek van Parmentierstraat en de Plesmanstraat. Het stadslicht en de binnenverlichting van de auto branden. Er wordt verder geconstateerd dat een man de auto instapt.

De verbalisanten rijden in hun dienstauto op de stilstaande auto af om een onderzoek in te stellen en maken hun komst met optische signalen kenbaar.

De bestuurder van de stilstaande auto (verdachte [verdachte]) rijdt met hoge snelheid weg, waarbij hij de politieauto raakt. De bijrijder (verdachte [getuige 5]) heeft verdachte [verdachte] aangemoedigd door tegen verdachte [verdachte] te zeggen dat hij door moest blijven rijden toen de politieauto kwam aanrijden (bladzijde 195).

Verdachte [verdachte] rijdt met hoge snelheid weg. De verbalisanten zetten de achtervolging in, waarbij soms snelheden van 120 a 130 kilometer per uur worden gehaald (bladzijde 83).

Tijdens de achtervolging worden er voorwerpen uit de auto (naar de politieauto) gegooid. Uit later onderzoek komt naar voren dat het gaat om goederen die op 25 of 26 december 2009 zijn weggenomen uit de VW Golf met het kenteken [kenteken] die stond geparkeerd op een parkeerterrein aan de Helios te Hoogeveen (bladzijden 201 en 209).

Midden in het dorp Tiendeveen wordt de auto uiteindelijk tot stoppen gedwongen door de politie, waarna de auto in de sloot terecht komt. Verdachten [verdachte] en [getuige 5] worden vervolgens aangehouden. Uit nader onderzoek is gebleken dat de auto

(een Opel Astra, met het kenteken [kenteken]) waarin verdachten reden, is weggenomen bij [bedrijfsnaam] autoservice te Coevorden in de periode 24 tot en met 26 december 2009.

Voormelde feiten en omstandigheden kunnen naar het oordeel van de politierechter als redengevend worden beschouwd voor het bewijs dat verdachten [verdachte] en [getuige 5] de diefstal van genoemde Opel Astra en de diefstal uit de genoemde VW Golf hebben gepleegd. Van verdachte (en de medeverdachte) mag onder die feiten en omstandigheden worden verwacht dat hij een redelijke, die lezing van de bewijsmiddelen ontzenuwende, verklaring geeft.

Verdachte [verdachte] heeft in dit verband verklaard dat verdachte [getuige 5] hem heeft verteld dat hij de auto had gekocht van [getuige 6] (bladzijde 101). Ter zitting heeft verdachte [verdachte] die verklaring aangepast door te verklaren dat verdachte [getuige 5] de auto kon kopen van [getuige 6].

Verdachte [getuige 5] heeft aangegeven dat de auto hen te koop is aangeboden en dat ze vervolgens een proefrit zijn gaan maken, waarna ze zijn aangehouden. Hij wil niet zeggen van wie ze de auto konden kopen.

De politierechter is van oordeel dat hiermee geen redelijke verklaring wordt gegeven die de betrokkenheid van de verdachten bij de diefstallen ontzenuwt. Onbegrijpelijk is in dit verband immers dat verdachten op de vlucht slaan als ze constateren dat de politieauto op hen afrijdt. Verdachte [verdachte] heeft weliswaar verklaard dat hij in paniek was, vanwege de omstandigheid dat hij geen rijbewijs heeft, doch de politierechter acht deze verklaring ongeloofwaardig. Verder is in dit verband onbegrijpelijk dat er tijdens de achtervolging gestolen goederen uit de auto worden gegooid. Verdachte [getuige 5] heeft weliswaar verklaard dat hij dit heeft gedaan omdat hij geïrriteerd was, doch de politierechter acht deze verklaring onvoldoende om de redelijke aanname te weerleggen dat verdachten zich wilden ontdoen van de door hen gestolen goederen, voordat ze zouden worden aangehouden.

Verdachte (en zijn medeverdachte) geeft niet alleen geen redelijke verklaring in vorenbedoelde zin, zijn verklaring, in samenhang bezien met de verklaring van de medeverdachte, is ook aantoonbaar leugenachtig. Tijdens nader onderzoek heeft de politie immers [getuige 6] gehoord en hij heeft verklaard dat hij de betreffende Opel Astra niet kent (bladzijde 159).

De politierechter acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachten [verdachte] en [getuige 5] de onder feit 1 meer subsidiair en onder feit 2 primair vermelde gekwalificeerde diefstallen tezamen hebben gepleegd. Als gevolg van een kennelijke omissie is nagelaten in het onder feit 1 meer subsidiair tenlastegelegde "tezamen en in vereniging met een ander" op te nemen. De politierechter zal deze omissie herstellen.

De politierechter acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachten [verdachte] en [getuige 5] het dienstvoertuig van de politie tezamen en vereniging hebben beschadigd. Weliswaar bestuurde verdachte [verdachte] de Opel Astra, doch verdachte [getuige 5] zat naast hem in die auto en hij heeft verdachte [verdachte] aangemoedigd om weg te rijden toen de verbalisanten in de politieauto trachtten te voorkomen dat de verdachten zouden vluchten. Dat de verbalisanten tegen de stilstaande auto van verdachten zijn aangereden acht de politierechter onaannemelijk.

Bewezenverklaring.

De onder 1 meer subsidiair, onder 2 primair en onder 4 tenlastegelegde feiten, met dien verstande, dat

1. meer subsidair

hij in de periode van 24 december 2009 tot en met 26 december 2009 te Coevorden, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (Opel Astra), toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

2. primair

hij in de periode van 25 tot en met 26 december 2009 te Hoogeveen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een aan de Helios staande auto (Volkswagen Golf) heeft weggenomen een aantal cd's

en een zonnebril en een rijbewijs en een aantal pasjes en een navigatiesysteem en een koptelefoon en boekje en een radio frontje en een acculader en een brillenkoker, toebehorende aan [benadeelde 2], waarbij verdachte of zijn mededader de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

4.

hij op 26 december 2009 te Hoogeveen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en wederrechtelijk een dienstvoertuig toebehorende aan de regiopolitie Drenthe, heeft beschadigd.

Kwalificatie, eventueel met de gronden daarvoor, en artikelen van de wet, welke worden toegepast.

Ten aanzien van feit 1 meer subsidiair: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Ten aanzien van feit 2 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereikt heeft gebracht door middel van braak.

Ten aanzien van feit 4: medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Artikelen 10, 27, 36f, 47, 57, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing omtrent de strafbaarheid van de verdachte, eventueel met de gronden daarvoor.

Het bewezene is strafbaar.

Verdachte is deswege strafbaar, zijnde niet gebleken van feiten of omstandigheden welke zijn strafbaarheid zou opheffen of uitsluiten.

Opgelegde straf of maatregel. Opgave van de bijzondere redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid.

Gevangenisstraf voor de tijd van 3 maanden, met bevel dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De politierechter acht deze strafoplegging in overeenstemming met de ernst van de misdrijven mede gelet op de persoon van verdachte en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De politierechter is op grond van genoemde feiten en omstandigheden, alsmede op grond van het verdachte betreffend uittreksel uit het documentatieregister d.d. 11 februari 2010, waaruit blijkt, dat verdachte reeds meerdere malen wegens misdrijven is veroordeeld, van oordeel, dat in dit geval niet kan worden volstaan met een andere straf dan gevangenisstraf van voormelde duur.

Bijkomende beslissingen, eventueel met de gronden daarvoor.

Vrijspraak van hetgeen onder 1 meer subsidiair, onder 2 primair en onder 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard.

ANDERE GEVALLEN

De beslissing met de gronden daarvoor.

Vrijspraak van hetgeen de verdachte onder 1 primair en subsidiair is tenlastegelegd, zijnde dit niet wettig en overtuigend bewezen. De politierechter acht deze feiten niet bewezen omdat hij van oordeel is dat verdachte de tenlastegelegde auto niet heeft geheeld, maar heeft gestolen.

Ook ten aanzien van feit 3 spreekt de politierechter verdachte vrij, omdat hij, evenals overigens de officier van justitie en de raadsvrouw, dit feit niet wettig en overtuigend bewezen acht, aangezien de DNA-match het enige wettige bewijsmiddel is.

Benadeelde partij Regiopolitie Drenthe (feit 4)

De politierechter acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade, alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht de politierechter voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Met betrekking tot het bewezen verklaarde feit acht de politierechter verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht. Aan verdachte zal derhalve de verplichting worden opgelegd na te noemen bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Regiopolitie Drenthe, van de som van € 2176,26, met de veroordeling tevens van verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil, met dien verstande dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de mededader is betaald, de veroordeelde in zoverre is bevrijd.

Legt aan veroordeelde de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Regiopolitie Drenthe, een bedrag van € 2176,26 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 40 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft, en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de mededader is betaald, de veroordeelde in zoverre is bevrijd.

Verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De politierechter geeft aan verdachte kennis, dat hij binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen tegen dit vonnis en maakt hem opmerkzaam op zijn recht ter terechtzitting van dat rechtsmiddel afstand te doen.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, hetwelk door de politierechter en de griffier is vastgesteld en getekend.