Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2010:BL4526

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
10-02-2010
Datum publicatie
19-02-2010
Zaaknummer
63989 - HA ZA 07-622
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bedrijf dagvaardt een omwonende.

Geen misbruik van bestuursrechtelijk rechtsbescherming gemaakt. Vordering schadevergoeding en verbod om nog bestuursrechtelijk rechtsmiddelen aan te wenden, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RVR 2010, 53
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ASSEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 63989 / HA ZA 07-622

Vonnis van 10 februari 2010

in de zaak van

1. de besloten vennootschap

[EISERES ] ONROERENDE ZAKEN B.V.,

2. de besloten vennootschap

[EISERES ] ZUIVEL B.V.,

beide gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseressen,

advocaat mr. R.P. van Boven,

tegen

1. [GEDAAGDE SUB 1],

2. [GEDAAGDE SUB 2],

beide wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. J.J. Reiziger.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 december 2007, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd

- het proces-verbaal van comparitie van 12 februari 2008;

- de conclusie van repliek van 23 september 2009;

- de conclusie van dupliek van 16 december 2009;

- de bij de stukken gevoegde en overigens ingebrachte producties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Vordering en verweer

2.1. Eiseressen vorderen dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

1. gedaagden zal verbieden om bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aan te wenden tegen door de eiseressen aangevraagde en aan te vragen bouwvergunningen en (wijzigings-)vergunningen ingevolge de Wet Milieubeheer, één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere overtreding van dit verbod;

2. gedaagden zal gelasten om alle ten tijde van het wijzen van dit vonnis door hun aangespannen bezwaar en/of beroepsprocedures inzake door de eiseressen aangevraagde bouwvergunningen en (wijzigings-)vergunningen ingevolge de Wet Milieubeheer, binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis in te trekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag dat gedaagden nadien in gebreke blijven;

3. gedaagden zal veroordelen om aan eiseressen te betalen een bedrag aan schadevergoeding, ter zake van de schade welke eiseressen hebben geleden als gevolg van de bezwaar- en beroepsprocedures welke gedaagden na 18 oktober 2005 hebben gevoerd c.q. hebben voortgezet, één en ander nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

subsidiair:

4. zal verklaren voor recht dat gedaagden onrechtmatig jegens eiseressen handelen indien gedaagden bij de door hun in de toekomst te entameren bezwaar- en/of beroepsprocedures met betrekking tot door eiseressen aan te vragen bouwvergunningen en vergunningen ingevolge de Wet Milieubeheer in het ongelijk worden gesteld;

primair en subsidiair:

5. gedaagden zal veroordelen in de kosten van deze procedure.

2.2. Gedaagden verweren zich tegen alle vorderingen. Zij verzoeken de rechtbank om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, eiseressen in hun vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze af te wijzen, met veroordeling van eiseressen in de kosten van het geding.

3. Feiten

Voor de beslechting van het geschil over de vorderingen en het verweer, gaat de rechtbank uit van de volgende feiten:

a. Eiseres 1 is eigenaresse van het onroerend goed waarin eiseres 2, hierna aan te duiden als eiseres, een bedrijf exploiteert dat in de loop van de tijd geleidelijk is uitgegroeid van een boerenbedrijf naar een industriële onderneming. Die groei heeft geleid en leidt tot gevolgen voor de directe woon- en leefomgeving, die voorheen landelijk was. Zo zijn er lozingen geweest en stankoverlast, is er gesloopt en gebouwd, is er sprake van een toename van door het bedrijf geproduceerd geluid en is de verkeersintensiteit fors toegenomen. Ook het aanzien van de omgeving is veranderd.

b. De gemeente [woonplaats] heeft steeds medewerking verleend aan de groei van het bedrijf door dit bestemmingsplantechnisch mogelijk te maken (in 1994/95 door het perceel de bestemming agrarisch bedrijf annex zuivelboerderij te geven), terwijl die gemeente daartoe niet verplicht was en het bedrijf dit niet had kunnen afdwingen. Zij was daarvoor afhankelijk van bereidwilligheid van de gemeenteraad, waarvan toen de vader van de directeuren van eiseres (het gaat om het bedrijf van de familie [derde]) deel uitmaakte. Die raad heeft de bestemmingswijziging toegestaan.

Tal van vergunningen zijn daarna aangevraagd en door het bevoegde bestuursorgaan van de gemeente afgegeven: sinds 1997 zijn 22 bouwvergunningen en 16 vergunningen/meldingen in het kader van de Wet Milieubeheer afgegeven/geaccepteerd.

Het bedrijf is van plan nog (veel) verder te groeien en waarschuwt toekomstige bewoners van de bedrijfsomgeving voor de gevolgen die zij van het bedrijf en uitbreidingen zullen ondervinden. Een brief van die strekking bevindt zich onder de gedingstukken.

c. Gedaagden zijn levenspartners. Zij woonden al naast de boerderij, de man sinds zijn geboorte en samen sinds 1981, ver voordat deze werd overgenomen en de plannen voor uitgroei naar een (meer) industrieel bedrijf werden gevormd. Hun woning is de ouderlijke woning van de man.

Eiseres, noch haar rechtsvoorgangster heeft ooit overleg met gedaagden gevoerd, noch heeft zij hun bezwaren of verlangens aangehoord als eiseres een plan opvatte om de productie (weer) te vergroten. Ook ten aanzien van de andere buurtgenoten heeft zij deze gedragslijn gevolgd.

Waarom gedaagde zo handelde is niet bekend.

d. Eiseres en haar buurtgenoten zijn in conflict geraakt over uitbreidingen en/ of wijzigingen van de bedrijfsvoering waar deze voor de buurtgenoten gevolgen had. Meerdere buurtgenoten hebben geopponeerd tegen voor die uitbreiding en/of wijzigingen afgegeven vergunningen. Dit is geschied in de vorm van bezwaar- en beroepsprocedures waarbij het bevoegde gemeenteorgaan de tegenpartij vormde. Eiseres was daarbij in de gelegenheid haar standpunt en belangen te verdedigen en heeft dit daadwerkelijk gedaan. Verplicht was zij daartoe niet.

Gedaagden hebben niet tegen iedere vergunning noch tegen ieder melding geopponeerd. Was dat wel geschied dan zouden er om en nabij de 40 vergunningen/acceptaties in procedures zijn bestreden. In totaal zijn 8 vergunningen/acceptaties bestreden, waarbij niet steeds is (door)geprocedeerd als dat nog mogelijk was.

e. In de helft van die gevallen is er door de rechter ingegrepen wegens schending van de wet, al dan niet tijdelijk.

Uiteindelijk hebben die procedures niet tot veel materieel resultaat voor gedaagden en/of zijn buurtgenoten geleid. In een geval is een ander vergunningvoorschrift door de rechter opgelegd (uitspraak ABRS van 3 december 1999). Zoals de zoons [derde] aan gedaagden hebben geschreven: ‘Het resultaat is dat er gebouwd kan en mag worden’ (brief van december 2005).

Zij hebben daarbij aangegeven dat zij eerst helemaal niet van plan waren om grootschalig te gaan produceren (‘wij hadden in eerste instantie geopteerd voor een kleinschaliger gebeuren’), maar dat gedaagden hen de weg hebben gewezen naar het opzoeken van de grenzen (‘heeft dit er toe geleid dan wij de grenzen van de mogelijkheden hebben gezocht en gevonden’). Dit heeft volgens hen geleid tot wat er staat en zij hebben gedaagden daarvoor bedankt: ‘het is aan jullie niet aflatende inzet te danken wat er op dit moment staat en wat er in de toekomst misschien nog zal komen te staan’.

f. Eiseressen hebben het niet bij deze brief gelaten maar hebben besloten de onderhavige procedure op te starten. Zij hebben gevorderd (zie ook hiervoor) dat gedaagden wordt verboden ooit nog bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aan te wenden, dat zij alle procedures moeten intrekken en dat zij schadevergoeding moeten betalen voor alle gevoerde procedures.

Centraal staat daarbij hun stelling dat gedaagde(n) ‘standaard bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aanwendt tegen alle door [eiseres] aangevraagde bouwvergunningen, milieuvergunningen en revisievergunningen in de zin van de Wet Milieubeheer en daarbij niet schroomt om telkenmale tot aan de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State door te procederen’, en ‘in nagenoeg alle procedures in het ongelijk is gesteld’.

g. Bij tussenvonnis van 12 december 2007 heeft de rechtbank eiseressen opgedragen te reageren op het antwoord op deze stelling waarbij die stelling met feitelijke gegevens is bestreden. Daarbij is van eiseressen verlangd om, als zij hun stelling handhaven, per zaak/procedure (bedenkingen, bezwaar, beroep, schorsingsverzoek, handhavingsverzoek) hun stelling te specificeren, waarbij uitgangspunt moet zijn de feitelijke situatie ten tijde van het door gedaagden aanwenden van rechtsmiddelen of het indienen van een handhavingsverzoek.

h. Vervolgens is de zaak na behandeling ter zitting geschorst om partijen de gelegenheid te geven door middel van mediation tot een oplossing van hun conflict(en) te komen. Na anderhalf jaar heeft de rechtbank bericht gekregen dat de mediation tot niets heeft geleid.

i. Vervolgens hebben eiseressen hun stelling uitgewerkt bij conclusie van repliek.

j. Bij beslissing van 28 april 2009 hebben Burgemeester en Wethouders gedaagden een vergoeding toegekend voor de schade die zij voor wat betreft hun onroerend goed hebben geleden en leiden als gevolg van de door de gemeenteraad planologisch mogelijk gemaakte ontwikkeling van de boerderij naar een zuivelfabriek (planschade).

Daaraan ten grondslag ligt een advies van SAOZ waarin die ontwikkeling en de negatieve gevolgen voor de woonomgeving worden geschetst, met name op bladzijde 16 van het advies: ‘een behoorlijke intensivering van het gebruik, ..zwaar vrachtverkeer geeft de nodige hinder, ...eveneens hinder in de vorm van lawaai en stank,..gebruik..wat men eerder zou verwachten op een bedrijventerrein dan in het buitengebied’.

4. Beoordeling

4.1. Eiseres 1 heeft haar belang bij de vorderingen niet toegelicht. Gelet bovendien op de onderbouwing van die vorderingen en de handelingen waartegen eiseressen zich keren, gaat de rechtbank er vanuit dat de waarde van het onroerend goed niet is aangetast zodat daarin geen belang is gelegen.

Voor zover wel over een belang wordt gesprokken door eiseressen gezamenlijk gaat het steeds over het belang van een ongestoorde bedrijfsvoering en het is ook, naar de rechtbank uit de overgelegde stukken opmaakt, steeds de rechtspersoon die het bedrijf voert op wiens naam de vergunningen zijn gegeven en meldingen zijn geaccepteerd; welke rechtspersoon heeft gewisseld van gedaante en/of van naam (‘Family Farms’, ‘Ecologische Boerderij de [eiseres]’, ‘[eiseres] Zuivel BV’, ‘VOF de [eiseres]’). Eiseres 1 is daarbij nergens in beeld geweest.

De rechtbank ziet kortom niet (voldoende) onderbouwd in welk belang eiseres 1 is aangetast door het verweten handelen van gedaagden.

Dit betekent dat de vorderingen van eiseres 1 niet in behandeling zullen worden genomen en dat zij als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten wordt veroordeeld.

De kosten aan de zijde van gedaagden worden begroot op:

- vast recht € 125,50 (€ 251,00 : 2)

- salaris advocaat 678,00 (3,0 punten × 0,5 x tarief € 452,00)

Totaal € 803,50.

4.2. Eiseres 2, hierna verder te noemen ‘eiseres’, heeft niet voldaan aan het bij tussenvonnis van 12 december 2007 gegeven bevel om te reageren op het antwoord op haar centrale stelling, in die zin dat, als zij haar stelling handhaaft, zij per zaak/procedure (bedenkingen, bezwaar, beroep, schorsingsverzoek, handhavingsverzoek) de stelling moet specificeren, waarbij uitgangspunt moet zijn de feitelijke situatie ten tijde van het door gedaagden aanwenden van rechtsmiddelen of het indienen van een handhavingsverzoek.

Eiseres is uitsluitend ingegaan op de procedures die over één vergunning zijn gevoerd, te weten de bouwvergunning van 26 april 2006 voor het vergroten van de productieruimte met een sluis, een productieruimte, een koelruimte en een opslagruimte. Zij noemt dit ‘een wirwar’ van procedures maar feit blijft dat het steeds om één vergunning ging, terwijl er geprocedeerd had kunnen worden tegen om en nabij de 40 vergunningen/acceptaties.

Daarbij is het feit dat het in de beleving van eiseres een wirwar was uitsluitend te wijten aan de wijze waarop in het bestuursrecht de rechtsbescherming is vormgegeven, in samenhang met feitelijke ontwikkelingen die plaatshadden terwijl de vergunning nog geen formele rechtskracht had doordat eiseres al ging bouwen terwijl de vergunning nog niet definitief was.

En vaste rechtspraak, hoewel gewezen in verhouding tot het bestuursorgaan dat de vergunning afgeeft in zaken waarin deze geen stand houdt, doch naar het oordeel van de rechtbank ook hier toepasselijk, is dat tot die tijd het bouwen en het geconfronteerd worden met negatieve gevolgen van de wijze waarop de besluitvorming en rechtsbescherming is het bestuurs-planologisch-recht is geregeld, geheel voor rekening van de aanvrager van de vergunning komen; een hier niet van toepassing zijnde uitzondering daargelaten. Gedaagden vinden aldus steun in het recht waar zij eiseres verwijten dat eiseres plant en bouwt zonder overleg met omwonenden en zich vervolgens gehinderd voelt als zij alvast begint te bouwen en vervolgens, bij toewijzing van een voorlopige voorziening, niet door kan gaan omdat er bezwaren blijken te leven bij belanghebbenden die hun woonomgeving eenzijdig drastisch veranderd zien en zelfs zodanig dat uiteindelijk planschade moest worden vergoed.

4.3. De rechtbank ziet kortom in genen dele onderbouwd het verwijt dat gedaagden onrechtmatig en standaard bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aanwenden tegen alle door [eiseres] aangevraagde bouwvergunningen, milieuvergunningen en revisievergunningen in de zin van de Wet Milieubeheer, dat zij daarbij niet schromen om telkenmale tot aan de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State door te procederen en dat zij in nagenoeg alle procedures in het ongelijk zijn gesteld, waardoor zij eiseres schade hebben toegebracht of nog dreigen toe te brengen, welke schade vergoed moet worden en niet meer mag worden toegebracht.

Dit betekent dat de vorderingen van eiseres worden afgewezen en dat zij als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten wordt veroordeeld.

De kosten aan de zijde van gedaagden worden begroot op:

- vast recht € 125,50 (€ 251,00 : 2)

- salaris advocaat 678,00 (3,0 punten × 0,5 x tarief € 452,00)

Totaal € 803,50.

BESLISSING

De rechtbank

1. verklaart de vorderingen van [eiseres] Onroerende Zaken B.V. niet-ontvankelijk,

2. wijst de vorderingen van [eiseres] Zuivel B.V. af,

3. veroordeelt [eiseres] Onroerende Zaken B.V. en [eiseres] Zuivel B.V. hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] tot op heden begroot op € 1.607,00,

4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van de kostenveroordeling

onder 3.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.J. Lennaerts en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2010.