Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2010:BL4444

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
18-02-2010
Datum publicatie
18-02-2010
Zaaknummer
77656 KG ZA 10-22
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De enkele omstandigheid dat volgens De Uitgeversgroep uit de teksten van gedaagde valt op te maken dat gedaagde van oordeel is dat De Uitgeversgroep frauduleus te werk gaat, kan de stelling dat die teksten jegens De Uitgeversgroep onrechtmatig zijn niet schragen. Het optimaliseren van een website op een zodanige manier dat iemand die de naam De Uitgeversgroep in Google als zoekterm invult, wordt verwezen naar teksten van gedaagde, is op zichzelf genomen evenmin onrechtmatig. Dat zou alleen anders kunnen zijn als die optimalisatie heeft plaatsgevonden met het doel het daarheen te leiden dat derden kennis nemen van uitlatingen op een website die op zichzelf genomen onrechtmatig zijn. Dat laatste is niet gebleken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ASSEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 77656 / KG ZA 10-22

Vonnis in kort geding van 18 februari 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE UITGEVERSGROEP B.V.,

gevestigd te Heerenveen,

eiseres,

advocaat mr. J.J. Gevers,

tegen

[GEDAAGDE] h.o.d.n. BLUE 2 BLOND,

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

toegevoegd advocaat mr. S. Kroesbergen.

Partijen zullen hierna De Uitgeversgroep en [gedaagde] worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 29 januari 2010,

- de mondelinge behandeling van 11 februari 2010,

- de pleitnota van De Uitgeversgroep,

- de pleitnota van [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De voorzieningenrechter kan bij de beoordeling van de navolgende feiten uitgaan.

2.2. De Uitgeversgroep betreft een uitgeverij, die onder die handelsnaam naar buiten treedt.

2.3. [gedaagde] heeft op zijn website www.blue2blond.nl een tweetal artikelen geplaatst waarin De Uitgeversgroep voorkomt. Het betreft de artikelen onder de kop:

• De verkooppraktijken van de Uitgeversgroep B.V. (geplaatst op 27 april 2009);

• De Uitgeversgroep BV besteedt blafwerk uit (geplaatst op 12 augustus 2009).

3. Het geschil

3.1. De Uitgeversgroep vordert – verkort weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt alle door hem op het internet geplaatste teksten waarin de naam van De Uitgeversgroep voorkomt, alle kopieën van de correspondentie die tussen hem en De Uitgeversgroep is gewisseld en door hem op het internet is geplaatst, alle links die verwijzen naar teksten waarin de naam van De Uitgeversgroep, de zoekhistorie van de zoekmachine Google die verwijzen naar de hiervoor bedoelde teksten, kopieën en links te verwijderen van het internet en van het internet verwijderd te houden, het één en het ander op straffe van verbeurte van een dwangsom ter grootte van € 1.500,-- per overtreding. Voorts vordert De Uitgeversgroep dat de voorzieningenrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding ter grootte van € 7.500,-- en [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2. De Uitgeversgroep legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] eigenaar en beheerder is van de website www.blue2blond.nl en dat hij op deze website teksten heeft geplaatst waarin de naam van de uitgeversgroep wordt gebruikt en in de tekst links zijn aangebracht die verwijzen naar andere teksten waarin deze naam voorkomt. De kop van één van de teksten luidde De verkooppraktijken van de Uitgeversgroep B.V. Daarnaast is er een tekst te lezen met de titel De Uitgeversgroep B.V. besteed blafwerk uit. Uit de tekst valt op te maken dat [gedaagde] van oordeel is dat De Uitgeversgroep frauduleus te werk gaat. Op een internetforum www.higherlevel.nl heeft [gedaagde] geschreven dat hij er alles aan doet zijn site zo te optimaliseren dat Google een verwijzing naar zijn site geeft als de naam van De Uitgeversgroep wordt ingevoerd. Die uitlatingen die [gedaagde] doet, worden volgens De Uitgeversgroep niet gestaafd door enig bewijs. Door de naam van De Uitgeversgroep in verband te brengen met frauduleuze praktijken schaadt [gedaagde] De Uitgeversgroep in haar eer en goede naam. Dat is onrechtmatig. Bovendien lijdt De Uitgeversgroep daardoor schade.

3.3. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De voorzieningenrechter stelt bij de beoordeling van het geschil voorop dat uitsluitend in spoedeisende zaken waarin gelet op de belangen van partijen een onmiddellijke voorziening bij voorraad is vereist, de voorzieningenrechter bevoegd is een voorziening te geven. In de inleidende dagvaarding heeft De Uitgeversgroep niet gesteld, zoals zij strikt genomen wel had moeten doen, dat zij een spoedeisend belang heeft bij de door haar gevorderde voorzieningen. Daardoor komt de vraag op of de voorzieningenrechter wel bevoegd is om van de vorderingen van De Uitgeversgroep kennis te nemen.

4.2. De voorzieningenrechter leidt het spoedeisend belang af uit de aard van de vordering, voor zover die strekt te komen de gestelde inbreuk op de naam en goede eer van De Uitgeversgroep ongedaan te maken. Voor zover schadevergoeding wordt gevorderd, valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter zonder nadere toelichting die door De Uitgeversgroep niet is gegeven, niet in te zien welk spoedeisend belang zij bij haar vordering heeft. Voor zover de voorzieningenrechter tot het (voorlopig) oordeel komt dat [gedaagde] jegens De Uitgeversgroep onrechtmatig heeft gehandeld, zal hij zich daarom ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding onbevoegd verklaren om van de vordering kennis te nemen.

4.3. Aldus komt de voorzieningenrechter voor de vraag te staan of de aan [gedaagde] verweten gedragingen jegens De Uitgeversgroep onrechtmatig zijn. Dat is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet het geval. Uitgaande van wat in de dagvaarding aan [gedaagde] wordt verweten – en dat is zoals hiervoor uit de weergave van de grondslag van de vordering blijkt niet veel – heeft [gedaagde] op het internet de teksten geplaatst zoals in

rov. 3.2. weergegeven. Daarvan gaat volgens De Uitgeversgroep een associatie uit dat zij betrokken is bij acquisitiefraude. [gedaagde] heeft in dit verband tot zijn verweer aangevoerd dat hij niet meer heeft gedaan dan op het internet een beschrijving geven van wat hem feitelijk is overkomen.

4.4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat zonder nadere toelichting die De Uitgeversgroep niet geeft, niet is te begrijpen wat onrechtmatig is aan de door De Uitgeversgroep in de inleidende dagvaarding aan [gedaagde] verweten gedragingen. Het had op de weg van De Uitgeversgroep gelegen om inzicht te geven in haar gedachtegang waarom de door haar bestreden uitlatingen, gegeven de in de Grondwet neergelegde vrijheid van meningsuiting die haar begrenzing slechts vindt in ieders verantwoordelijkheid volgens de wet, jegens haar onrechtmatig zijn. Van De Uitgeversgroep had gelet op het zwaarwegende belang van de vrijheid van meningsuiting mogen worden verwacht dat zij zich in de inleidende dagvaarding zou hebben beroepen op bepaalde concrete feiten en wel een op zodanige wijze dat voor [gedaagde] en de voorzieningenrechter uit de dagvaarding duidelijk wordt waarom [gedaagde] met zijn uitlatingen, op welke website dan ook, een zodanige grens heeft overschreden dat [gedaagde] daarmee jegens De Uitgeversgroep onrechtmatig heeft gehandeld. Dat heeft De Uitgeversgroep niet gedaan. De enkele omstandigheid dat volgens De Uitgeversgroep uit de teksten van [gedaagde] valt op te maken dat [gedaagde] van oordeel is dat De Uitgeversgroep frauduleus te werk gaat, kan de stelling dat die teksten jegens De Uitgeversgroep onrechtmatig zijn in ieder geval niet schragen.

4.5. In dit verband overweegt de voorzieningenrechter dat – wat verder ook zij van de vraag of [gedaagde] dat heeft of kan hebben gedaan – het optimaliseren van een website op een zodanige manier dat iemand die de naam De Uitgeversgroep in Google als zoekterm invult, wordt verwezen naar teksten van [gedaagde], op zichzelf genomen evenmin onrechtmatig is. Dat zou alleen anders kunnen zijn als die optimalisatie heeft plaatsgevonden met het doel het daarheen te leiden dat derden kennis nemen van uitlatingen op een website die op zichzelf genomen onrechtmatig zijn. Dat laatste is niet gebleken.

4.6. Het voorgaande betekent dat de vorderingen van De Uitgeversgroep worden afgewezen. De Uitgeversgroep zal, als de in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de kosten van het geding. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- betaald vast recht € 65,75

- in debet gesteld vast recht 197,25

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.079,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

1. wijst de vorderingen af;

2. veroordeelt De Uitgeversgroep in de kosten van dit geding, tot op heden aan de zijde

van [gedaagde] begroot op € 816,00 voor salaris advocaat en € 263,00 voor verschotten, waarvan te voldoen aan:

a. de griffier van deze rechtbank € 1013,25 (bestaande uit in debet gesteld recht € 197,25 en € 816,00 voor salaris advocaat van [gedaagde]) middels overschrijving op Royal Bank of Scotland, rekeningnummer 56.99.90.556 t.n.v. DS 534 Arrondissement Assen, en

b. het restant, zijnde € 65,75 aan de advocaat van [gedaagde].

Dit vonnis is gewezen door mr. B.R. Tromp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.S. Brolsma op 18 februari 2010.